Arsacal
button
button
button
button


Maria: zij heeft het zelf meegemaakt

Haagse bedevaart naar Kevelaer

Overweging Preek - gepubliceerd: vrijdag, 12 augustus 2016 - 1231 woorden
Met concelebranten en misdienaars na de Mis
Met concelebranten en misdienaars na de Mis
kerktorens in Kevelaar (vanachter het Priesterhaus)
kerktorens in Kevelaar (vanachter het Priesterhaus)

Op 12 au­gus­tus was ik met de Haagse bede­vaart in Kevelaer waar ik een pontificale Mis heb gevierd met de ongeveer twee­hon­derd bede­vaart­gan­gers en andere gelo­vi­gen. In de mid­dag waren er een kruis­weg en Lof met sacra­ments­pro­ces­sie en na­tuur­lijk was er ook gelegen­heid om de pelgrims te ontmoeten.

Met deze bede­vaart heb ik oude ban­den: in 1967 ben ik als jongetje voor de eerste keer met de Haagse broeder­schap naar Kevelaer geweest. Ik ben er geweest op bij­zon­dere momenten in mijn leven. De Haar­lemse pastoor kan. dr. A. Hendriks is jarenlang moderator van de bede­vaart geweest en vergezelde ons deze dag. Der voor­zit­ter van de broeder­schap is een oud-klas­ge­noot. Onder de bede­vaart­gan­gers waren heel wat beken­den. De moderator is nu pastoor drs. J. Smith uit Leiden, die aan onze pries­ter­oplei­ding als spi­ri­tu­aal verobn­den is.

Het is altijd goed om in Kevelaer te zijn bij Maria die daar als Troos­te­res van de bedroef­den wordt vereerd. De goed ver­zorgde bede­vaart droeg zeker veel bij aan een mooie bele­ving van deze dag, die door goede weers­om­stan­dig­heden werd beguns­tigd.

Bij de heilige Mis heb ik de volgende homilie gehou­den:

Homilie

Broeders en zusters, beste pelgrims,

Katho­lie­ke lucht

Er is een oud rijmpje,
mis­schien kent u het wel:
“Naar den Briel
ga je voor je ziel,
naar de Sint Jan
ga je voor een man
en kom je daar niet klaar
dan ga je maar naar Kevelaer”.

Nou, de meesten van U
zullen hier vast niet geko­men zijn
om Maria om een man te vragen,
de bedoeling was na­tuur­lijk
hier te bid­den om een goede huwe­lijks­part­ner,
maar dat oude versje maakt wel dui­de­lijk
dat Kevelaer vanouds
een be­lang­rijke plaats heeft
in de harten van de Neder­landers,
ook al ligt dit mooie bede­vaartsoord
net over de Neder­landse grens.
Eeuwen­lang mochten wij als katho­lie­ken,
in ons eigen land
ons geloof niet vrij beleven,
men kwam samen in schuil­kerken
en toen al ging men naar Kevelaer
om even wat katho­lie­ke lucht
op te snuiven:
in Kevelaer kon­den op straat
gewoon pro­ces­sies wor­den gehou­den,
daar werd je niet met de nek aangekeken
omdat je katho­liek was,
in Kevelaer
kon je je thuis voelen als katho­liek.
Zo ontston­den de broeder­schappen
waar­on­der die van de Haagse bede­vaart
naar Kevelaer.

Een speciaal plekje

De tij­den zijn veranderd,
maar nog steeds
hebben we er weleens behoefte aan
wat katho­lie­ke lucht op te snuiven
en bij Maria op een plaats van devotie te zijn
want ook nu zijn de tij­den
niet zo katho­liek-minded:
we leven in een gese­cu­la­ri­seerde cultuur
waar God en Maria
vaak de grote afwe­zigen zijn;
en nog steeds heeft Kevelaer
en Maria als Troos­te­res van de Bedroef­den
een speciaal plekje
in het hart van velen.

Ook voor mij...

Dat geldt voor U
en ook voor mij neemt Kevelaer
een bij­zon­dere plaats in.
Op het moment dat ik te horen had gekregen
dat ik bis­schop zou wor­den
ben ik hierheen gegaan
om dat aan Maria toe te ver­trouwen.
Hetzelfde had ik gedaan
toen ik pries­ter was gewijd,
vele jaren eerder:
ik ben toen een paar dagen
naar Kevelaer gegaan
om hier de Mis te vieren
en bij Maria te zijn.

Een thuis

Wat zoeken we hier,
wat vin­den we hier
bij dat kleine, een­vou­dige
gedrukte prentje
-meer is het niet -
waarvoor Hendrick Busman
precies 375 jaar gele­den
de opdracht kreeg
een kapelletje te bouwen?

We komen hier thuis, nog steeds,
thuis bij onze hemelse Moeder.
We komen hier om kracht en in­spi­ra­tie,
we komen hier met onze vragen
en met ons verdriet.
Daar zitten ook vaak vragen bij
naar het “Waarom”
van dingen en gebeur­te­nissen,
die wij vaak niet begrijpen
en waar­van we aanvoelen
dat we die aan Maria moeten toe­ver­trou­wen
om ergens iets van een ant­woord te vin­den.

Afstan­de­lijk?

In het evan­ge­lie
dat we hebben gehoord,
staat Maria onder het kruis,
die boom van het leven en van ons heil,
het hout waardoor wij zijn verlost.
Jezus richt voor de laatste keer
het woord tot Zijn moeder Maria.
Maar Hij spreekt haar niet aan bij haar naam,
ook spreekt Hij haar niet aan als moeder.
Hij zegt tot Maria: “Vrouw”,
wat in onze oren afstan­de­lijk klinkt,
maar wat in feite een prach­tige, diepe bete­ke­nis heeft,
waardoor Jezus aangeeft
welke rol en plaats Maria bekleedt.

De boom van het paradijs, de boom van het kruis

“Vrouw” is het woord waar­mee Jezus haar ook
op de bruiloft van Kana had aan­ge­spro­ken
en dat woord ge­spro­ken vanaf het hout van het kruis,
wil ons boven alles laten denken
aan het paradijs
waar mid­den in die tuin
de boom van het leven had gestaan,
waar­van God had verbo­den te eten.
Daar had de slang
tot de vrouw, tot Eva ge­spro­ken,
“Als je hier­van eet,
zul je leven
en gelijk zijn aan God”.
Het was de verlei­ding
waar we allemaal keer op keer
voor staan,
buigen we ons hoofd,
zijn we een­vou­dig en nederig,
aan­vaar­den wje
of komen we in opstand,
zoeken we eer en erken­ning,
zoeken we groot als God te zijn.
In het paradijs ging het mis:
de vrouw had gegeten.

Nieuwe Eva

Tegen­over die vrouw
die ervoor gekozen had
om groot te wor­den,
gelijk aan God,
die wilde heersen,
staat die andere vrouw, Maria,
zij heeft
wat Eva ver­keerd had gedaan
omgebogen, recht getrokken:
zij heeft willen dienen,
zij heeft een ant­woord
van bereid­heid en aanvaar­ding van Gods wil
gegeven:
“Mij geschiede naar Uw woord”.
Haar leven stond in dienst van
Jezus haar Zoon
van de verlos­sing die Hij kwam brengen,
van het heil van ons mensen.
Als Jezus haar dus aanspreekt
als “Vrouw”,
is dat een erken­ning
van Maria’s be­lang­rijke plaats en rol
als nieuwe Eva,
die het “nee” van Eva
tot een “ja” maakte,
een volmon­dig “ja”,
“Fiat” met heel haar hart.

Je Moeder

Maria leidt ons naar Jezus
en Jezus leidt ons naar Zijn moeder.
Want als Jezus zich richt
tot de leer­ling die onder het kruis staat,
noemt Jezus weer geen naam,
Hij zegt alleen maar
tot de niet bij name genoemde leer­ling:
“Zie daar, je moeder”.
Hier mag ie­der­een zijn eigen naam invullen,
die leer­ling van Jezus wil zijn:
Zie daar je moeder,
denk aan haar,
denk aan Maria;
vergeet haar niet,
neem haar maar
bij jou in huis.
Dat wil zeggen:
ga verder met je leven,
maar laat Maria daar deel van uitmaken,
praat met haar,
hou haar bij je,
want zij is je lief­heb­bende,
hemelse moeder!

Zij heeft het mee­ge­maakt

Als we op bede­vaart gaan,
trekken we even weg
uit ons alle­daag­se leven.
We nemen let­ter­lijk wat afstand
en dat helpt ons
om ons leven en de moei­lijk­he­den
met andere ogen te bekijken.
We snuiven hier wat katho­lie­ke lucht
en kijken naar ons leven
als het ware met de ogen van Maria,
Troos­te­res van de bedroef­den.
Maria kent ons en begrijpt ons,
zij heeft het zelf m,ee­ge­maakt:
dat zij hoogzwanger
een barre tocht had moeten ondernemen,
had moeten vluchten naar Egypte,
die weet wat het is
als je ongerust bent over je kind,
zij had haar Zoon lang niet altijd kunnen begrijpen,
zij heeft haar man vroeg verloren
en zij zag haar enige Zoon
door een hel van lij­den zag gaan
en Hem in de kracht van Zijn leven
tenslotte moest afstaan,
Maria die vrouw en moeder
door God uit­ver­ko­ren,
weet wat het leven is
en zij weet wat lij­den is,
zij heeft er mid­den in gestaan,
zij heeft zelf mee­ge­maakt
wat mensen doorstaan;
ook daarom staat zij zo dicht bij ons.

Bid voor ons!

Hier in Kevelaer is een plek
waar we alles bij haar mogen neerleggen
om met moed, nieuwe kracht en ver­trouwen
verder te gaan
met Maria aan onze zijde.
Maria, onze moeder,
Troos­te­res der bedroef­den,
bid voor ons!
Amen.

Terug