Arsacal
button
button
button
button


Je talenten en je fouten....

leg je het open of dek je je in?

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 18 september 2016 - 1168 woorden
Met het koor Relation uit Buitenkaag
Met het koor Relation uit Buitenkaag

De pa­ro­chie in Nieuw Vennep bestaat 150 jaar. Dat is met een feest­jaar gevierd, dat op zon­dag 18 sep­tem­ber werd afgesloten. Tevens was het de ope­ning van het nieuwe werk­jaar voor de pa­ro­chie. Het koor "Revelation" uit Bui­ten­kaag (zie foto) luisterde de Eucha­ris­tie­vie­ring op met fees­te­lij­ke zang.Tijdens deze Mis heb ik de hierna volgende homilie gehou­den.

Tijdens de Mis was er "kinder­kerk" (kinder­woord­dienst) en creche voor de kleinsten. Veel pa­ro­chi­anen waren na afloop aanwe­zig bij de ont­moe­ting en het koffie-drinken.

We wensen die pa­ro­chie, die aan de On­be­vlekte Ont­van­ge­nis van Maria is toegewijd veel zegen toe voor de toe­komst! Dat het een levende ge­meen­schap mag zijn en blijven.

Homilie

Wij kunnen die rent­mees­ter zijn...

Broeders en zusters,
Die rent­mees­ter
waarover het evan­ge­lie het vandaag had,
kunnen wij allemaal zijn.
Dat mogen we ons juist vandaag
wel bij­zon­der te binnen brengen,
nu we een mooi feest­jaar mogen besluiten
van 150 jaar pa­ro­chie in Nieuw Vennep
en een nieuw werk­jaar mogen openen.
Ja, die rent­mees­ter kunnen wij allemaal zijn.

Rent­mees­ter van wat God je heeft toe­ver­trouwd


Niet dat ik hier nu kom zeggen
dat u allemaal bedriegers bent,
zoals die rent­mees­ter in het evan­ge­lie,
die alle schuldbe­ken­te­nissen aan zijn meester
gauw even liet vervalsen
om ervoor te zorgen
dat er allerlei mensen zou­den zijn
die hem wel even
een vrien­den­dienst zou­den willen verlenen
als hij zelf zijn baan kwijt was
en in moei­lijk­he­den zat.
Dat niet.
Maar het is wel waar
dat wij allemaal rent­mees­ters zijn.
De goede God heeft ieder van ons
mooie eigen­schappen en kwali­teiten meege­ge­ven.
Sommige kwali­teiten
vallen mis­schien iets meer in het oog
dan andere,
maar we hebben allemaal veel gekregen.

In de pa­ro­chie...

Dat merk je in de pa­ro­chie:
de een is zake­lijk
en kan goed met het geld omgaan,
een anders is erg harte­lijk
en een goede gastvrouw of gastheer,
weer een ander is accuraat
en doet het se­cre­ta­riaat,
een vierde heeft als bij­zon­dere deugd
dat hij of zij zich graag en goed
inzet voor de jeugd,
nog een ander zingt als een nachtegaal
of leidt het koor
en weer een ander
bezoekt zieken of nieuwe pa­ro­chi­anen,
zorgt voor of achter de schermen voor de liturgie,
voor de bloemen, voor caritas en missie
en ga zo maar door.
In een pa­ro­chie­ge­meen­schap
zet ie­der­een zijn talenten in,
we beseffen dat we elkaar aanvullen
en tonen onze waar­de­ring
voor de talenten van een ander.

 

Zet je in!

En we moeten na­tuur­lijk niet lui zijn:
heb je talenten, zet ze dan in!
Blijf niet aan de kant staan!
En doe het ook niet zozeer voor jezelf
- al mogen we er na­tuur­lijk veel plezier aan beleven -
maar zie het grote geheel:
we vormen een mooie ge­meen­schap in Christus
en we zijn ge­roe­pen
om door woord en daad
ge­tui­ge­nis af te leggen van ons geloof,
ook naar buiten te gaan
- zoals paus Fran­cis­cus zo vaak zegt -
en nieuwe mensen uit te nodigen,
en­thou­sias­me door te geven.

Daar was blijk­baar iets mis gegaan
bij die man in het evan­ge­lie.
Hij had het bezit dat hem was toe­ver­trouwd,
de gaven van zijn Meester, die rijke heer,
verkwist, verkwanseld en verknoeid.
Dat gaat mis­schien een tijdje goed,
maar dan komt toch het moment,
dat die heer reken­schap gaat vragen:
Wat heb je met mijn bezit gedaan?

Wat ging er mis?

Die dag komt voor ons ook!
We voelen die vraag
af en toe weer­klin­ken in ons hart:
heb ik dit wel goed gedaan?
Moet ik de schuld
voor wat hier is mis gegaan,
ook niet een beetje bij mezelf zoeken?
Heb ik die of die mis­schien
een beetje te hard aangepakt?
Ben ik daar of daarin
niet een beetje lui geweest,
had ik meer kunnen doen?
Dat soort vragen
komen af en toe in ons op.
En het is eigen­lijk beter
dat we er zelf
een ant­woord op proberen te geven,
dan dat de Heer ons die vraag
uit­ein­delijk gaat stellen.
Fouten maken we allemaal!
Stomme dingen? We doen ze allemaal!
Je talenten verkwist, er niet veel van gemaakt?
Het over­komt ons allemaal,
tenminste zo nu en dan.
We zijn nu eenmaal niet perfect!
Dat is ook niet erg,
we zijn tenslotte mensen
en niets men­se­lijks is ons vreemd.

Erken je je fout?

Maar dan komt het!
Er zijn twee manieren van reageren.
We kunnen onze fout inzien en erkennen
en proberen er nog wat van te maken
en dan kan er nog iets moois gaan groeien.
Een vader had een zoon
die het ver­keerde pad was opge­gaan,
ver­keerde vrien­den, ver­keerde keuzes.
De man had het op een gegeven moment
niet meer in kunnen hou­den,
was vre­se­lijk kwaad gewor­den
(wel een beetje be­grij­pe­lijk...)
en had die jongen de deur gewezen.
Het was aan alle kanten ontploft.
Na een tijd
(ik houd het verhaal maar even kort)
kreeg die vader spijt van zijn actie
en hij had tenslotte de moed
om over zijn gelijk (wat hij wel had na­tuur­lijk)
heen te stappen
en naar die jongen toe te gaan
en hem zijn spijt te betuigen.
Hij was vastbesloten:
als die jongen over zijn ver­keerde pad begint en dat goed­praat,
word ik niet kwaad
en ik ga er maar even niet op in,
ik kom hier om iets goed te maken.
Het is gelukt!
Het deed die jongen al heel goed
om zo als het ware op gelijk niveau te praten,
zich niet be­oor­deeld te voelen.

Met de Vader in de hemel
gaat dat nog ge­mak­ke­lijker:
als we onze fout inzien
en eer­lijk ver­ge­ving vragen,
zelfs als het nog een beetje half­slach­tig is,
is Hij al bereid om ons te ver­ge­ven,
daar heeft Hij zelfs
een speciaal sacra­ment van ver­ge­ving voor inge­steld,
wat paus Fran­cis­cus ons bijna dage­lijks aanbeveelt.

Of dek je je in?

Maar het kan dus ook anders,
dat zien we vandaag
aan die onrecht­vaar­dige rent­mees­ter.
Hij ziet dat hij ter verantwoor­ding wordt ge­roe­pen,
ziet ook dat hij met zo' n ge­schie­de­nis achter zich,
niet veel te ver­wach­ten heeft,
maar hij buigt niet, hij dekt zich in
en probeert zijn toe­komst veilig te stellen.

Het goede hierin is, zegt Jezus,
dat hij tenminste erover heeft nage­dacht.
Maar het niet zo slimme is na­tuur­lijk
dat hij zich niet realiseert
dat je geen twee heren kunt dienen,
God en het geld,
dat het leven maar kort is
en dat hij eens toch
verantwoor­ding zal moeten afleggen:
Wat heb je ervan gemaakt?
Je hebt ge­pro­beerd je eruit te red­den,
maar die ene stap heb je niet gezet:
een stukje erken­ning, iets van omkeer,
zoals die verloren zoon
in het evan­ge­lie vorige week:
met hoeveel liefde en harte­lijk­heid
werd die daarop niet door zijn vader ont­van­gen?

Nieuwe mensen uit­no­di­gen!

Zo mogen we samenverder gaan
als één ge­meen­schap met de Heer.
Laten we onze kwali­teiten inzetten
voor de opbouw van het rijk van God,
leren van onze fouten
en laten we ook proberen
steeds weer nieuwe mensen uit te nodigen,
want juist in deze tijd
met alle uit­dagingen waar we
in deze wereld voor staan,
is het van groot belang
dat steeds meer mensen
Gods barm­har­tige liefde leren kennen.
Amen.

Terug