Arsacal
button
button
button
button


Context van ons handelen: intenties, consequenties, drijfveren...

Zesde zondag door het jaar A

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 12 februari 2017 - 974 woorden

Op de zesde zon­dag door het jaar was ik in de ka­the­draal waar kin­de­ren van de koor­school zongen. Voor de Mis - na eerst nog even goed geoefend te hebben - hiel­den ze nog even een kort maar hevig sneeuwballengevecht (zie foto), want ja, nu kon het: het was ein­de­lijk winter!

In de ka­the­draal staan nog steeds twee tenten (foto). Dat heeft niets met Gedaante­ver­an­de­ring en Tabor te maken, maar wel met werk­zaam­he­den aan het plaveisel die veel stof doen opwaaien. Dat stof blijft nu netjes binnen de tenten, de ka­the­draal kan gewoon wor­den gebruikt. De res­tau­ra­tie vordert goed. De laatste toren wordt aangepakt, de zo­ge­naamde "Vrouwentoren", die eind van dit jaar klaar zou moeten zijn. Zo zal in de loop van het volgend jaar de res­tau­ra­tie voltooid kunnen zijn.

Ook de eerste communievoor­be­rei­ding is van start gegaan in de ka­the­drale pa­ro­chie. Deze zon­dag kwamen de kin­de­ren - een zes­tiental - voor de eerste keer bij elkaar.

Naar aan­lei­ding van het evan­ge­lie stond ik in de preek stil bij het feit dat de waarde van ons han­de­len niet alleen wordt bepaald door de han­de­ling zelf.

HOMILIE

Het lange evan­ge­lie
dat we vandaag hebben gehoord,
komt er min of meer op neer
dat Jezus zegt
dat het in het leven
niet alleen gaat om wat we doen
of om wat we mis­schien niet doen,
maar dat het ook om onze intenties gaat
en om de con­se­quenties van wat we doen
en om wat ons ertoe kan brengen
om het goede of ver­keerde te doen.

Niet doen!

Laat ik U gerust stellen:
het is niet Jezus’ bedoeling
dat we han­den af gaan hakken
of ogen uit gaan rukken,
het is een krach­tige manier van spreken
om te vragen
dat we korte metten maken
met wat ons van het pad afbrengt
en dat we stil staan bij
en nadenken over
de weg die we opgaan
en over wat ons drijft.
Heel dit evan­ge­lie is een uit­no­di­ging
om onze eigen beweegre­denen na te gaan
en alles overziende
goede en heilzame keuzes te maken.

Overweeg de portee


Niet alleen echt­breuk plegen,
ook de intenties, het begeren,
Niet alleen iemand vermoor­den,
ook de toorn van binnen
en het koes­te­ren van haat,
moeten we achterwege laten,
zegt Jezus tot Zijn leer­lin­gen.
En denk aan de con­se­quenties:
als je je niet met een ander verzoent,
je het niet eens wordt met een tegenpartij,
kan dat ook nog eens lelijk
op jezelf terug slaan,
mis­schien neemt hj wraak,
daagt hij je voor het gerecht,
houdt Jezus ons vandaag voor.

Overweeg de portée van je daden,
de con­se­quenties van je han­de­len.

Pesten

We horen bij­voor­beeld zo vaak
hoeveel kwaad het een kind kan doen
als het gepest wordt op school.
Het kan vre­se­lijke con­se­quenties hebben
en een kind voor het leven bescha­digen.
Niet voor niets is er veel aan­dacht voor
en wor­den er allerlei anti-pest-pro­gram­ma’s ont­wik­keld.
Toch lijkt het vaak
alsof dat pesten niets heeft voor­ge­steld,
dat er niet veel is gebeurd:
een wat hate­lijke opmer­king tegen een ander kind
iemand niet mee laten doen,
een beetje rod­de­len,
soms was het dat mis­schien.
Er lijkt zo te zien
helemaal niet zoveel gebeurd,
moet je je daar zo druk over maken?
Toch kan het een mens traumatiseren.

Kleine oor­zaak, grote gevolgen

Hoe komt het over, wat werkt het uit
wat we zeggen of doen?

Het zit ‘m soms in kleine dingen
- een gebaar, een blik, een woord -
waar­mee we iemand over­bren­gen:
jou moet ik niet.

Maar de liefde moet ons lei­den!

Als we alleen naar het han­de­len kijken,
lijkt het soms niet veel:
“Ik heb niet veel gedaan,
ik was er nau­we­lijks bij betrokken”,
maar ook de intenties kwamen over,
en een kleine oor­zaak kan grote gevolgen hebben,
als we niet hebben nage­dacht
over de con­se­quenties.

Onze per­soon­lijke ge­schie­de­nis
speelt heel vaak mee
in wat we zeggen en doen
en in hoe we het zeggen en doen.

Één onbe­dacht­zaam uit­ge­spro­ken zin,
kan familie­re­la­ties voor jaren bederven.

In de context

Jezus zegt
dat Hij geen jota of haaltje
van de Wet laat ver­gaan,
wat ver­keerd was, blijft ver­keerd,
maar bij het oor­deel
dat we erover vellen,
moeten we ook de persoon betrekken:
de persoon die het heeft gedaan
en de persoon die het moest onder­gaan,
de intenties en de con­se­quenties.
We moeten dat han­de­len in de context zien.

Niet los van een levensge­schie­de­nis

Wat iemand doet, zegt of laat
staat niet los van zijn per­soon­lijke ge­schie­de­nis.

Als we bij­voor­beeld
de levensge­schie­de­nis van een mis­da­diger horen,
gaat het heel vaak om een triest verhaal:
drank en geweld in het ouder­lijk huis
of op een andere manier
geen basis waar hij thuis kon zijn,
geen liefde en waar­de­ring;
vrien­den op straat,
van klein tot groter kwaad.

Huissleu­tel

Toen ik net pries­ter was,
werd ik in een volkswijk van een stads­paro­chie benoemd.
Daar liep dage­lijks een jongen op straat
van een jaar of acht, negen.
Soms stond hij achter de kerk
met wat oudere jongens.
Hij was ooit de huissleu­tel verloren
en moest voor­taan buiten blijven
tot zijn moeder thuis kwam;
dat was ‘s avonds om een uur of zeven.
Ik heb me altijd afge­vraagd
hoe het verder zou zijn gegaan
met deze jongen.
Als het mis is gegaan met die knul,
denk ik dat het niet alleen
zijn eigen schuld is geweest.

Niet bij ie­der­een die iets slechts doet
is het even­zeer aan te rekenen,
de ach­ter­grond van een persoon
speelt nu eenmaal ook een grote rol.

Oordeelt niet

Er is begrip nodig om te kunnen oor­de­len
en uit­ein­delijk kunnen we niet oor­de­len,
omdat we niet kunnen beoor­de­len
hoe een persoon tot zijn daden geko­men is.
Daarom vraagt Jezus ons dat oor­deel
uit­ein­delijk aan God over te laten:
“Oordeelt niet opdat je niet ge­oor­deeld wordt”.
God alleen kent de harten van de mensen,
Hij begrijpt wat ons beweegt
en kan al die
voor ons­zelf vaak niet eens zo heldere motivatie’s
tegen de juiste ach­ter­grond plaatsen.

Hij nodigt ons vandaag uit om ge­rech­tig­heid te doen,
vanuit een oprecht hart
onze intenties kri­tisch te bezien,
de con­se­quenties te over­we­gen
en eer­lijk en betrouw­baar te zijn.


Terug