Arsacal
button
button
button
button


Onder een nederige gedaante, zo komt Hij tot ons...

Sacramentsdag

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 10 juni 2012 - 938 woorden
uitstelling van het H. Sacrament met neomist J. Schilder
uitstelling van het H. Sacrament met neomist J. Schilder

Op Sacra­ments­dag mocht ik voor de eerst keer als bis­schop de heilige Mis vieren in mijn 'thuis­paro­chie': in de HH. Petrus en Paulus­kerk in Leidschen­dam. Ik was daar bij gelegen­heid van de 75e ver­jaar­dag van de buurman en het 45 jarig huwe­lijk van Aad en Joke de Koning-Vonk, buren, nu van mijn ouders, vroeger ook van mij, en familie. Hierbij de homilie die ik daar heb gehou­den.

Het zit ‘m vaak in kleine dingen. We zitten bij­voor­beeld lang niet altijd op grote en dure cadeau’s te wachten - zeker als je wat ouder bent -, maar iets waar harte­lijk­heid uit spreekt, aan­dacht en liefde is voor ons veel meer waard. En dat zit ‘m vaak in kleine dingen.

Wat her­in­ne­ren we ons bij­voor­beeld van onze jeugd? Wat heeft blijvende invloed op ons leven gehad? Dat zijn vaak posi­tief of nega­tief zaken die te maken hebben met nabij­heid, met aan­dacht en liefde of het gebrek eraan: iets wat onze ouders voor ons hebben gedaan, een woord dat ze hebben ge­spro­ken, hoe ze er waren op een moei­lijk moment, dat schept een band. Mis­schien dat een of ander cadeau als kind ook wel veel indruk op ons heeft gemaakt, maar dan had dat eigen­lijk iets te maken met de liefde die we erachter vermoed­den.

Een oude heer kreeg voor kerst­mis allerlei dure cadeau’s van zijn dochter toe­ge­stuurd. Op sommige cadeau’s zaten de prijs­kaar­tjes zelfs nog. Het stemde hem alleen maar bitter, ze mochten het allemaal zo wel weer mee­ne­men, voor hem onder­streepten die dure cadeau’s alleen maar het gebrek aan een stukje harte­lijke aan­dacht. Die dochter had beter wat tijd aan haar vader kunnen geven, dan aan het kopen van dure geschenken.

En wat heeft indruk op ons gemaakt, wat heeft ons geholpen in tij­den of op momenten dat we het moei­lijk had­den? Een harte­lijk woord, een beetje begrip, nabij­heid, iemand die naast je ging staan. Daar ligt mis­schien ook wel het grootste manco van onze samen­le­ving: dat mensen niet meer samen leven, dat er veel een­zaam­heid is en het ge­meen­schaps­ge­voel verdwenen is.

Toch ligt ook hier iets waar we vanuit ons geloof voor staan: dat we geschapen zijn om mens te zijn met en voor anderen, niet voor de materie en niet voor ons­zelf, maar open naar anderen, naar ge­meen­schap, in het Latijn heeft dat “communio”. En nu kom ik dan meer bij het thema van deze Sacra­ments­dag, het hoog­feest van Christus’ Lichaam en Bloed. Want dit is een dag van ‘communio’, van ge­meen­schap met Jezus Christus die wij in de heilige Communie ont­van­gen en van de ge­meen­schap met elkaar, want ook wij wor­den als kerk door de apostel Paulus ‘het lichaam van Christus’ genoemd.

Deze dag is er om Jezus te eren in de heilige communie, en om te weten dat wij met elkaar het lichaam van Christus mogen zijn en moeten zijn als we de Eucha­ris­tie vieren en de heilige communie ont­van­gen. Christus geeft zich hier aan ons en nodigt ons uit ons­zelf te geven aan onze broeders en zusters.

Ieder mens staat voort­du­rend op een soort kruis­punt: wat doe je? Kies je ervoor om jezelf te verheffen boven anderen, ben je altijd bezig slagen te winnen, anderen te verslaan, je positie veilig te stellen? Zoek je groot­heid en macht? Dat is het verhaal van Adam en Eva in het paradijs: zij wil­den gelijk zijn aan God, kennis bezitten, macht hebben, groot zijn en zij aten van die appel (of wat voor vrucht er ook bedoeld mag zijn). Het gevolg was dat zij alleen ston­den, niet omdat het een­zaam is aan de top, maar omdat zij de vriend­schap van God verloren, hun ego kwam centraal te staan, en onder de mensen ontstond haat en nijd, om te beginnen sloeg Kaïn Abel dood en daarna ging dat verder.

En zo gaat het eigen­lijk altijd: Wie zich­zelf verheft en anderen vernedert, verliest mensen, mis­schien zijn ze bang voor je, mis­schien hebben ze je nodig, maar de inner­lijke band raakt weg, eigen­lijk sta je alleen. Het ant­woord van God op deze daad van de appel in het paradijs, op die weg van de hoogmoed was juist het tegen­over­ge­stelde: God maakte zich klein, Hij werd geboren als een Kind, werd een mens zoals wij, kwam naast ons staan.

Hij was er voor mensen, leefde en stierf voor hen. Hij wilde bij ons zijn, zich­zelf aan ons geven. En dat gaat door tot op de dag van vandaag in de heilige Eucha­ris­tie, de heilige communie. Hij wil zich­zelf aan ons geven iedere keer opnieuw om ons te voe­den met Zijn liefde, om ons te laten merken dat Hij naast ons staat, dat je in geloof en ver­trouwen op Hem terug kunt vallen, dat Hij er altijd voor je is. En na­tuur­lijk ook om ons uit te nodigen zelf ook zulke mensen te zijn, open naar anderen, iemand die naast anderen kan gaan staan, gevend en niet zozeer nemend, een­vou­dig...

Na­tuur­lijk is de heilige communie iets van geloof. Het is Jezus die dit op de laatste avond van Zijn leven heeft gegeven als een teken en een wer­ke­lijk­heid: “Blijft dit doen, om Mij te gedenken”. Dit heel een­vou­dige, alle­daag­se teken van het Brood heeft Hij uitgekozen, zo wil Hij bij ons komen, niet op een troon, in macht en majes­teit, maar heel een­vou­dig, opdat wij Hem ook zo heel een­vou­dig, met een liefde­vol hart, eerbie­dig zou­den ont­van­gen en onze ge­meen­schap zou­den verdiepen met Hem en met elkaar. In die zin wens ik U vandaag heel bij­zon­der een goede, vrucht­ba­re heilige communie toe. Amen.

Terug