Arsacal
button
button
button
button


Op bezoek bij Luther

500 jaar Reformatie

Artikel Overig - gepubliceerd: maandag, 17 juli 2017 - 1033 woorden
Luther-standbeeld in Eisleben
Luther-standbeeld in Eisleben
Kroning van Maria in slotkerk Wittenberg
Kroning van Maria in slotkerk Wittenberg
Reformatoren op sokkels
Reformatoren op sokkels

Naar aan­lei­ding van de 500e gedenk­dag van het begin van de Re­for­ma­tie, bezocht ik de afgelopen week ver­schil­lende plaatsen die in het leven van Maarten Luther een grote rol speel­den. Het rondsturen van 95 thesen over de aflaten door Luther in het jaar 1517, wordt ge­woon­lijk gezien als het start­punt van de her­vor­ming.

95 thesen

Lang is gedacht dat die thesen op 31 ok­to­ber van dat jaar aan de deur van het noordpor­taal van de slot­kerk in Witten­berg zou­den zijn geslagen. Melanchton vermeldde dat in het voor­woord van een publi­ca­tie van het verzameld werk van Luther na diens dood, maar die was er zelf niet bij geweest. Luther zelf schreef dat hij de thesen niet in de han­den van mensen van het hof van de keur­vorst wilde laten komen voordat ker­ke­lijke over­he­den daarop had­den kunnen reageren. Sinds de publi­ca­ties van onder meer prof. dr. Erwin Iserloh wordt het aan­bren­gen van de theses aan de kerkdeur sterk in twijfel getrokken. Iserloh con­clu­deerde: “Der Thesenanschlag fand nicht statt” (bijv. Luther und die Reformation, p. 60). Luther schreef zijn aflaat-theses trouwens in het Latijn.

Aflaten

Dat is wel be­lang­rijk. Het maakt dui­de­lijk dat Luther in het begin ook een beetje tegen wil en dank reformator is gewor­den. Hij had aller­eerst een dispuut op gang willen brengen met theologen en ker­ke­lijke verant­woor­de­lijken over een probleem dat hij in de biecht­stoel regel­ma­tig tegenkwam: dat mensen in plaats van zich oprecht te bekeren, meen­den zich vrij te kunnen kopen van de gevolgen van hun zon­den door een aflaat­brief. Maar de thesen wer­den ver­taald en overal verspreid en binnen vijf jaar was Luther van monnik gewor­den tot pro­tes­tants reformator.

Wat opvalt in de thesen van Luther is hoe weinig dui­de­lijk de katho­lie­ke aflaat-leer zelfs voor hem is. Gesprekken over zijn thesen zou­den ook voor Luther tot vele bevre­digende re­sul­taten hebben kunnen lei­den. Maar alles kwam al heel gauw in een stroomversnelling terecht.

Angst

Daarbij speelde voor Luther per­soon­lijk het vrij-wor­den van angst een be­lang­rijke rol. Naar eigen zeggen is hij uit angst en als gevolg van een gelofte in een bedreigende onweer­si­tua­tie het klooster in gegaan. Aanvanke­lijk werd Luther ge­ken­merkt door de angst voor de straffen en de hel en voor demonen, die ook de gees­te­lij­ke in­stel­ling van zijn moeder sterk had bepaald. Het was een typisch kenmerk van de geestesin­stel­ling van de late mid­del­eeuwse mens.

Misse­lijke monniken

De vader van Luther bezat in hoge mate de ergernis die zich steeds meer in de maat­schap­pij begon te verbrei­den en die ook bij­voor­beeld Erasmus ventileerde in zijn “Lof der zot­heid”: monniken en reli­gi­euzen in het alge­meen teren op de zak van anderen en dragen niets bij aan de maat­schap­pij; ze zijn bovendien gericht op het binnenhalen van geld en goed en velen leven niet over­een­koms­tig hun staat. In de ogen van velen - en niet zonder reden - was het reli­gi­euze leven geen dienst meer aan God en mede­mensen in nood, maar een ge­mak­ke­lijke manier om aan geld te komen.

Recht­vaar­di­ging

Daar tegen­over stelde Luther per­soon­lijke vroom­heid en geloof en vooral Gods genade. Uitgans­punt was zijn vraag: “Hoe krijg ik een gena­dige God”? Op dat gebied is Luther er mede een oor­zaak van geweest dat de katho­lie­ke kerk zelf tot een her­vor­ming over­ging van het ker­ke­lijk leven en op veel gebie­den van de theo­lo­gie, onder meer de recht­vaar­di­gingsleer, tot dui­de­lijker formu­le­ringen kwam. De dialoog over met name het aspect van de recht­vaar­di­ging heeft Lutheranen en katho­lie­ke kerk de laatste decennia dichter bij elkaar gebracht.

Heel in het kort een paar punten die me zijn opgevallen:

Jeugd

De vader van Luther was ener­zijds streng, ander­zijds een man van wie hij veel leerde. Bovendien had die vader zich enorm omhoog gewerkt en zich gezag verworven, nadat hij niet in aanmer­king was geko­men om het ouder­lijk agra­risch bedrijf over te nemen.

Doctor

In Eisleben, waar Luther in 1483 is geboren, en in Mansfeld, een dorp daar niet heel ver vandaan, waar hij is opgegroeid, zijn musea en stand­beel­den die de Reformator eren. In Erfurt trad Luther in het klooster, waarna hij naar Witten­berg werd ver­plaatst. Hij werd pries­ter gewijd zonder theo­lo­gische oplei­ding - in die tijd niet ongebruike­lijk - en kort na zijn intrede. Hij werd doctor in de theo­lo­gie en werd als professor in de bijbel-uitleg in Witten­berg aan­ge­steld. Hij kreeg al gauw be­lang­rijke verant­woor­de­lijk­he­den onder meer voor het visi­te­ren van kloosters.

Maria

Luther had een Mariale vroom­heid. De kerken in Eisleben en Witten­berg getuigen ervan: centraal in deze kerken staat de kro­ning van Maria, die in Witten­berg doet Maria bijna de vierde persoon van de heilige Drie­vul­dig­heid lijken.

De vroom­heid van Luther uitte zich ook op zijn sterf­bed; de getuigen zeggen dat hij vroom en rus­tig is gestorven.

Sacra­menten

Een moei­lijk punt is dat Luther slechts twee sacra­menten erkent die door Christus zijn inge­steld: doop en avondmaal. De biecht kennen de Lutheranen nog steeds in een bepaalde zin, als een teken, maar niet als sacra­ment.

Reformatoren op sokkels

Het Lutheranisme heeft heiligen­beel­den en -afbeel­dingen verre­gaand ongemoeid gelaten. Toch valt op dat in nogal wat Lutherse kerken die we bezochten de reformatoren de plaats van de heiligen­beel­den had­den ingeno­men (zie hiernaast bijv. de reformatoren in de slot­kerk van Witten­berg, waar men eerder apos­te­len zou ver­wach­ten!). Overal ston­den beel­den of hingen afbeel­dingen van Luther.

Heftig

Toch was Luther geen heilige: zijn hef­tig karakter en soms felle uithalen (over Melanchton, die een stuk ‘oecu­me­nischer’ was, zei hij eens: “zo zacht kan ik niet tre­den”), zijn aggressieve stand­punt in de boeren­oor­log en zijn aan­moe­di­ging aan de vorsten om flink op de boeren in te hakken (“Laat steken, slaan en wurgen wie kan!”), zijn niet bepaald uitingen van serene hei­lig­heid! Zijn stand­pun­ten over de Joden zijn meer dan verschrikke­lijk. Op dat laatste terrein radicaliseerde Luther gelei­de­lijk meer en meer. Hij zag de Joden als de schul­digen van alles. Zelfs zijn eigen hartinfarct, enkele weken voor zijn dood, weet hij aan de Joden (zoals het volksgeloof het uit­bre­ken van pest­epi­de­mieën vaak aan de Joden weet)! Andere reformatoren deel­den zijn extreme stand­punt hierin overigens niet.

Tenslotte mijn wens: dat dit gedenk-jaar mag bijdragen aan ver­bon­den­heid en de groei van een­heid, op de eerste plaats in het ene geloof van de eeuwen...

Terug