Arsacal
button
button
button
button


St. Jansprocessie in Laren met wat zegen van boven...

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 24 juni 2012 - 1349 woorden
Jongerenkoor
Jongerenkoor

Op zon­dag 24 juni werd het hoog­feest van de heilige Johannes de Doper gevierd. In Laren was ik bij de St. Jans­pro­ces­sie, die met rege­nach­tig weer begon, maar onder de geel-witte parapluies toch gewoon door­ging en veel belang­stel­ling kreeg. Voor het eerst was er ook een jon­ge­ren­pro­gramma met mede­wer­king van het jon­ge­ren­koor "Onderweg" uit Papendrecht. Op de foto ziet U ze in actie met op de ach­ter­grond broeder­mees­ters van de Broeder­schap van St. Jan. Ook het St. Jorisgilde uit Berlicum was aanwe­zig en bracht een vendelgroet. Hier­on­der volgt de preek die ik bij de St. Jans­pro­ces­sie heb gehou­den.

Homilie

"Wat zoeken jullie?" Deze woor­den die dit jaar als thema aan de Sint Jans­pro­ces­sie zijn meege­ge­ven, vorm­den de eerste vraag die Jezus aan Zijn eerste twee leer­lin­gen heeft gesteld: "Wat verlangt ge?" (Jo. 1, 38, WV ‘75), "Wat zoeken jullie" (Jo. 1,38, NBV).

Die leer­lin­gen waren bij Johannes de Doper geweest, ze had­den geluisterd naar de woor­den van die grote voorloper van de Heer, die profeet gekleed in kameelhaar, die sprinkhanen at en wilde honing, die man die wij vandaag komen eren, die de mensen opriep om zich te bekeren, die zijn vinger uitstrekte, Jezus aanwees en toen tot die leer­lin­gen had gezegd: "Zie, het Lam Gods".

Die leer­lin­gen waren toen naar Jezus toe gegaan en het eerste dat Hij vroeg was dus dit: "Wat zoeken jullie?" Ja, wat zoeken wij? Veel mensen hebben niet zo’n ge­mak­ke­lijk jaar achter de rug.

Ik weet na­tuur­lijk niet wat er in het leven van ieder van U is gepasseerd, maar ik denk dat velen van U met bij­zon­dere intenties naar dit feest van Sint Jan zijn geko­men: Situaties en mensen waar U zich zorgen om maakt, verdriet om een dier­baar iemand die U moet missen, vragen over de toe­komst, onzeker­heid, barrières en frustraties, die je ervaart.

En dan zijn er andere zorgen die onze maat­schap­pij betreffen: de eco­no­mische crisis heeft vele mensen in grote problemen gebracht en nog steeds weten we niet waar het allemaal naar toe gaat.

Ook voor de Kerk in haar geheel was het geen ge­mak­ke­lijk jaar: Niet alleen vanwege Vatileaks, het uitlekken van do­cu­menten en problemen in het Vati­caan, maar we hebben ook vol schaamte moeten erkennen dat be­die­naren van die Kerk jonge mensen hebben mis­bruikt.

De katho­lie­ke Kerk heeft uit­ge­breid onder­zoek laten doen, nieuwe onaf­han­ke­lijke klachten­pro­ce­du­res in het leven ge­roe­pen, de laatste hand wordt gelegd aan een preventie-pro­gram­ma en er zijn lan­de­lijke en bisdomme­lijke contact­groepen om slacht­of­fers en slacht­of­fer­groepen te kunnen ontmoeten.

Steeds dui­de­lijker wordt daarbij dat mis­bruik en mishan­de­ling van jonge mensen een groot probleem is in de hele samen­le­ving.

We schamen ons diep dat dit binnen de Kerk op dezelfde schaal is voor­ge­ko­men als in de rest van de samen­le­ving.

En we ervaren allemaal dat ons aardse leven ein­dig is en naarmate we verder komen, merken we dat ons per­spec­tief verandert, dat je anders tegen het leven aan gaat kijken, we kunnen de wereld niet veroveren en naar onze hand zetten, we kunnen onze kansen maar beperkt beïn­vloe­den, wat jezelf hebt bereikt bepaalt maar zeer ten dele of je een gelukkig mens bent; het leven over­komt ons, ziekte, ge­zond­heid, geluk, vreugde en vrede, ja eigen­lijk alle echt mooie dingen van ons leven kun je jezelf niet geven, ze wor­den ons gegeven.

Zo zijn er vele vragen, problemen en onzeker­he­den die op ons afkomen.

Die kunnen ons in ver­war­ring brengen, in de greep hou­den.

Maar al die zaken betreffen toch ergens de buiten­kant.

Die problemen en de vragen raken niet de kern, niet het geheim van ons bestaan; je moet proberen niet helemaal in die moei­lijk­he­den op te gaan Uit­ein­de­lijk is het leven méér dan de optelsom van de leuke en minder leuke dingen.

Onze grote heilige Johannes de Doper - Sint Jan - stuurt ons dan ook door naar Jezus: "Zie het Lam Gods", en Jezus stelt ook ons die vraag die Hij toen aan die leer­lin­gen stelde: "Wat zoeken jullie?" Veel mensen zijn inder­daad zoekend in onze dagen.

De van­zelf­spre­kend­heid van een geloof dat je van huis uit hebt mee­ge­kre­gen is over het alge­meen verdwenen.

En na­tuur­lijk, er zijn tij­den in het leven van mensen dat je druk bent met van alles en nog wat en nau­we­lijks tijd hebt om ergens bij stil te staan.

Maar voor ieder mens komt een keer het moment dat hij ervaart dat er méér is, dat je een kracht merkt die boven je uitgaat, dat je gedragen wordt en getroost en die vraag op je afkomt: "Waar ben je nu eigen­lijk mee bezig? Wat is voor jou de bete­ke­nis, de zin van je leven? Wat zoek je?" Na­tuur­lijk of je gelooft of niet gelooft, dat is ook een keuze van jezelf, maar die keuze heeft te maken met wat je doet met de erva­ringen die je in het leven over­ko­men: er zijn gebeur­te­nissen waarin we erg alleen staan, tegen­slagen die ons diep raken en die ons doen twijfelen: Is God er wel, zorgt Hij wel voor mij? En dan zijn er weer dagen dat ons iets ge­schon­ken wordt, dat we even een knipoog van de hemel krijgen, dat je merkt: ja, Hij is er, ook voor mij...

En soms vallen die twee bijna samen, vooral als je een dier­ba­re moet missen, kan dat gebeuren.

Een vrouw die haar man had begraven, ver­telde me deze week hoe ze de dag erna tot driemaal toe een stem had gehoord die haar luid en dui­de­lijk zei: "Je bent niet alleen. Ik ben bij je".

Dat was in haar verdriet een grote troost geweest.

Een niet gelo­vi­ge vader moest zijn zoontje missen, het jochie was pas zes jaar oud.

Op weg naar het kerkhof begon het te hagelen en te bliksem, een vre­se­lijk noodweer barstte los.

Achter mij hoorde ik die vader mopperen: "Ook dat nog, moest dat er ook nog bij?" Maar toen we het kistje op het grafje plaatsten, ging ineens de hemel open en op dat kistje viel precies een zonnen­straal...

Zo krijgen we af en toe een teken - als we het kunnen zien - dat Hij toch wel bij ons is.

"Wat zoeken jullie? Wat zoek je" Johannes de Doper had die leer­lin­gen naar Jezus verwezen en waar­schijn­lijk zijn er ook in ons leven wel mensen geweest die zo’n functie hebben gehad, die ons geholpen hebben de weg naar God te vin­den, te ver­trouwen in moei­lijk­he­den, te bedanken bij ze­ge­ningen, te volhar­den als het tegen zit.

"Zie, het Lam Gods", dat zijn ook weer de woor­den die we herhalen bij iedere Mis vlak voor we de communie uit gaan reiken, als het ware om te zeggen: Kom maar naar Jezus, wat ook gebeurt, kom je voe­den met Zijn aanwe­zig­heid, met Zijn kracht, met Zijn liefde...

"Wat zoeken jullie?" Als Jezus die vraag aan de leer­lin­gen stelt, ant­woor­den die met een weder­vraag: "Waar bent U, waar verblijft Gij?" En dat is eigen­lijk ook het ant­woord dat wij mogen geven, dát is het ant­woord waartoe Johannes ons wil in­spi­re­ren; het is de grote levens­op­dracht waar wij allemaal voor staan: Zoek de Heer, zoek Hem op, waar Hij verblijft, probeer Hem beter te begrijpen, Zijn plan met je leven te verstaan.

Elizabeth en Zacharias, de ouders van Johannes de Doper, had­den geen kin­de­ren kunnen krijgen.

Dat was voor hen een groot verdriet en dat verdriet werd nog vergroot doordat kinderloos­heid in de maat­schap­pij van die dagen als een soort schande werd beschouwd! Twee vrome mensen, altijd trouw gebe­den, - de man was zelfs een Joodse pries­ter -, nooit verhoord, toch altijd trouw gebleven.

Ze had­den steeds opnieuw de Heer opge­zocht in hun nood, ge­pro­beerd er iets van te begrijpen, te blijven ver­trouwen, het over te geven.

En ze gaven het kind dat uit­ein­delijk toch nog kwam de naam Johannes, dat betekent: God is gena­dig.

"Wat zoeken jullie?" Zoek de Heer, zoek waar Hij is, laat je niet te veel bepalen door je zorgen en pijn of door de buiten­kant van het leven; ga naar de binnen­kant, zoek de Heer, want God is gena­dig.

En Hij is bij je.

AMEN

Terug