Arsacal
button
button
button
button


Harde woorden of poeslief? Hoe gaan we met elkaar om?

23e Zondag door het jaar - H. Marcusparochie, Hensbroek

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 10 september 2017 - 835 woorden
de noodkerk in Hensbroek
de noodkerk in Hensbroek
bij de koffie na de Mis
bij de koffie na de Mis

Zondag 10 sep­tem­ber was ik in Hens­broek, niet ver van Obdam gelegen, voor de H. Mis en ont­moe­ting met de pa­ro­chi­anen. Het was fees­te­lijk: het koor heeft mooi gezongen en de mensen zijn blij met hun pas­to­raal werker Bert Glorie, die zich voor­be­reidt om diaken en pries­ter te wor­den.

Er was ook iets van weemoed en afscheid: de houten nood­kerk die er sinds de zes­tiger jaren staat, gaat sluiten en de pa­ro­chi­anen gaan naar Obdam, waar ze nu al vaak kerken. De lezingen gingen over deze zon­dag over terecht­wij­zingen en over de liefde...

Homilie

Op- en aanmer­kingen,
we krijgen er allemaal mee te maken!

Dilemma

Deze zon­dag krijgen we een dilemma ge­pre­sen­teerd:
de eerste lezing en het evan­ge­lie,
die qua thema bij elkaar horen,
hebben ons laten weten
dat we iemand moeten waar­schu­wen
bij ver­keerd gedrag,
dat we iemand terecht moeten wijzen,
die aan het zon­digen is.
Maar in de tweede lezing kon­den we horen
dat we moeten lief­heb­ben.
Als je je naaste liefhebt,
heb je de wet vervuld.

Wat flap je eruit?

Nu hebben we allemaal
weer een ver­schil­lend karakter.
Er zijn mensen die vaak wat scherp
uit de hoek kunnen komen;
ze waar­schu­wen wel
en wijzen anderen op hun fouten,
maar dat komt niet altijd goed over.
Ze zijn mis­schien wel erg kri­tisch
of erg gauw emo­tio­neel
en ook de toon is niet altijd plezierig.
We kennen allemaal wel zulke mensen
en mis­schien is dit een punt
waar we zelf op moeten letten.
Je moet van je hart geen moordkuil maken,
maar niet alles wat we eruit flappen
is altijd liefde­vol.

Altijd aar­dig

Andere mensen zijn heel vrien­de­lijk in hun spreken,
wat zij zeggen komt altijd wel rede­lijk over
en o, zo aar­dig,
want alle scherpe kantjes zijn eraf.
Maar zijn ze ook helemaal te ver­trouwen?
Is dat wat ze zeggen ook wat ze denken?
Is de ver­hou­ding wel eer­lijk en oprecht?
Sommige mensen zijn vrien­de­lijk en aar­dig,
maar je weet niet wat je aan hen hebt.
Zijn ze bang om te con­fron­teren,
willen ze door ie­der­een aar­dig gevon­den wor­den
of willen ze zelf iets te graag
goed en perfect voor de dag komen?
Wie zal het zeggen...
Ook dit soort mensen kennen we allemaal wel
en ook hier­van geldt dat dit iets is
waar we zelf mis­schien op moeten letten.

Middenweg

Jezus en de lezingen van vandaag
hou­den ons vandaag een mid­denweg voor,
die we zou­den kunnen samen­vat­ten met:
“je moet de waar­heid doen in liefde”.
Ons spreken en han­de­len
moet eer­lijk zijn en oprecht,
wees geen huiche­laar.
Maar dat spreken en han­de­len
moet tege­lijk liefde­vol zijn,
bedacht­zaam en erop gericht
geen haat en ver­deeld­heid te zaaien,
maar iemand te winnen.

Wachten

Als we soms geneigd zijn harde woor­den te spreken
- en dat over­komt ons bijna allemaal weleens -
dan komt daar na­tuur­lijk emotie bij te pas.
Waarom willen we die harde woor­den spreken?
Soms is het omdat we ons­zelf gekwetst voelen,
omdat we boos zijn,
omdat we ons als mens
on­vol­doen­de erkend en ge­waar­deerd voelen.
We hou­den ons­zelf voor
dat we de zaak waarom het gaat zo be­lang­rijk vin­den
en dat we daar met kracht voor moeten op komen,
maar er spelen ook heel andere gevoelens in mee.
Daarom kunnen we beter één of twee dagen wachten
als we geneigd zijn harde woor­den te spreken.

Niet voor schut

Jezus leert ons vandaag
dat als we iemand iets moeten zeggen,
als we een aanmer­king moeten maken,
dat we dat moeten doen om die ander te winnen,
dus met een liefde­volle, po­si­tie­ve in­stel­ling
die ander als broeder of zuster tegemoet gaan
en dat we erop bedacht moeten zijn
die ander niet voor schut te zetten,
dat we ons niet meteen sterk moeten maken
met anderen erbij,
maar onder vier ogen.
Haal er pas - als dat niet lukt - anderen bij.

Met je of over je?

Vaak vin­den we dat best wel moei­lijk:
het is ge­mak­ke­lijker met twin­tig anderen
erover te praten,
dan met de persoon zelf.
Zo wordt er veel geroddeld en kwaad ge­spro­ken,
de wereld is er vol van.
Maar het is voor niemand leuk
als er over je wordt gepraat
en niet met je.
Als iemand een op- of aanmer­king heeft,
hopen we allemaal
dat hij of zij dat tegen ons­zelf zal ver­tellen
en niet tegen het halve dorp.
En wij­zelf kunnen beter niet
in een afweer­hou­ding schieten,
beter niet boos of afwerend reageren
als iemand een op- of aanmer­king heeft,
maar die opmer­king mee­ne­men en rus­tig over­we­gen,
open en eer­lijk naar ons­zelf toe.

Een opmer­king...

Niemand vindt het bijna leuk
als hij of zij een op- of aanmer­king krijgt.
We horen nu eenmaal liever
dat we iets goed en gewel­dig hebben gedaan.
Toch weten we ook
dat we er ons voor­deel mee kunnen doen,
dat we input krijgen
en dat die opmer­king ons ook voor iets kan behoe­den.
Juist omdat niemand het heel leuk vindt
om een op- of aanmer­king te krijgen,
moeten we de persoon waar­de­ren
die het toch gewaagd heeft
om die te maken,
zeker als die op- of aanmer­king
met liefde en respect wordt gemaakt.
Laten we proberen
liefde­vol en respect­vol met elkaar om te gaan,
zoals Jezus ons heeft geleerd,
zonder de waar­heid uit de weg te gaan.
AMEN.

Terug