Arsacal
button
button
button
button


Steinmeyer orgel ingewijd in Maria kerk te Bussum

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 30 september 2012 - 1157 woorden
De Mariakerk (Koepelkerk) in Bussum
De Mariakerk (Koepelkerk) in Bussum

Op zon­dag 30 au­gus­tus werd in de St. Maria­kerk in Bussum een nieuw orgel ingewijd, tenminste: het orgel was nieuw voor de Maria­kerk, want het was afkoms­tig uit een lang gele­den gesloten kerk in Hilversum. In een goed ver­zorgde vie­ring met fraaie zang van het dames- en heren­koor werd het nieuwe orgel gezegend en bewierookt en uitbun­dig in gebruik geno­men.

Bij deze gelegen­heid hield ik de volgende homilie:

homilie

Aller­eerst wil ik U allen na­tuur­lijk heel harte­lijk fe­li­ci­te­ren met het prach­tige Steinmeyer-orgel dat we zojuist hebben ingewijd.

Het is een prach­tig orgel, dat hebben we intussen zelf al kunnen horen en na­tuur­lijk komt dat volgende week bij het inauguratie-concert nog meer uit de verf; het is een aanwinst en verrij­king voor deze mooie kerk.

Dus: van harte proficiat! De H.Maria­paro­chie staat op deze zon­dag ook aan het begin van een nieuw werk­jaar: een nieuw seizoen wordt geopend met ac­ti­vi­teiten op allerlei gebied.

Dit nieuwe jaar zal het jaar van het geloof zijn dat op 11 ok­to­ber door de paus in Rome en in ons bisdom in Heiloo zal wor­den geopend.

In het werk van de pa­ro­chie spelen de vrij­wil­li­gers een be­lang­rijke rol.

Deze pa­ro­chie en elke andere pa­ro­chie kan niet buiten vrij­wil­li­gers die zich met hart en ziel voor hun geloof en voor hun kerk inzetten.

Ik wil bij deze gelegen­heid daarom allen die in deze pa­ro­chie zo actief zijn heel harte­lijk bedanken voor jullie inzet en in­spi­ra­tie en jullie allen bemoe­digen en aan­moe­di­gen: Ga door, wees bezield en vol goede moed; en tracht anderen erbij te betrekken, want we hebben een prach­tig geloof, het is een rijkdom voor ons leven; dus: laat het uitstralen! Wees getuigen van de hoop die in ons leeft.

We hoeven niet opd­ringerig te wor­den, het hoeft niet zo te wor­den dat anderen denken: daar heb je hem of haar weer, maar andere mogen wel iets merken van wat ons bezielt.

Het heeft me bij­voor­beeld als pries­ter altijd geraakt als iemand die iets heel ergs moest meemaken - een groot verdriet -, in zo’n gesprek ineens zei: “Ik ben toch blij dat ik een geloof heb”.

Ik was deze week twee keer in contact met mensen die me ver­tel­den dat ze al vele jaren regel­ma­tig met iemand te had­den samen­ge­werkt en er toen pas achter kwamen dat die persoon gelovig was en naar de kerk ging.

Wees niet bang, stop het niet weg.

Je weet trouwens niet hoe je andere mensen helpt door open te zijn over je geloof.

Het is na­tuur­lijk waar dat de laatste tijd de nadruk erg heeft gelegen op de negatieve kanten van de Kerk, met name het seksueel mis­bruik.

Je zou soms niet meer durven ver­tellen dat je katho­liek bent.

In de Kerk wordt op dit punt nu veel gedaan, U heeft dat mis­schien wel gelezen.

Tege­lijk wordt uit alle onder­zoeken steeds dui­de­lijker dat mis­bruik een probleem is van heel de samen­le­ving; de cijfers zijn hoog en helaas buiten de Kerk zeker niet minder.

Ik hoop eigen­lijk dat de samen­le­ving als geheel dit kwaad onder ogen gaat zien.

Het evan­ge­lie is er vandaag heel dui­de­lijk over: Jezus heeft het erover dat je beter met een molensteen om je hals in zee kunt ver­drin­ken dan deze kleinen aan­lei­ding tot zonde te geven.

Hij heeft het zelf over het afhakken van han­den of voeten om maar geen kwaad te doen.

Nou wil Jezus na­tuur­lijk niet zeggen dat U thuis straks maar eens flink met een hakbijl aan de gang moet gaan.

Het is een manier van spreken om dui­de­lijk te maken: je moet streng zijn tegen­over het kwaad, geen ver­keerde compromissen sluiten, wat ver­keerd is niet vergoe­lijken; en je moet aan de andere kant open en ruim­har­tig zijn tegen­over al het goede dat er gebeurd.

Dat is nog helemaal niet zo ge­mak­ke­lijk en van­zelf­spre­kend in de praktijk.

Wij zijn best wel vaak geneigd om juist het tegen­over­ge­stelde te doen.

Als wij bij­voor­beeld iets hebben gedaan dat niet zo gewel­dig was, zijn we geneigd dat wat weg te praten, niet zo onder ogen te zien, te gaan redeneren om het toch nog tot iets acceptabels te maken.

Maar de wer­ke­lijke groot­heid van een mens zit erin dat hij ook zijn klein­heid onder ogen kan zien.

We zijn allemaal klein, want we zijn allemaal maar heel gewone mensen.

Onze eigen fouten en tekort­ko­mingen willen we mis­schien nogal eens ge­mak­ke­lijk begrip­vol bena­de­ren, je snapt wel hoe dat zo gegaan is; maar hoe staat het met de min­pun­ten die we bij anderen zien? Stel bij­voor­beeld: U zit in de zieken­be­zoek­groep van de pa­ro­chie en U merkt op een gegeven moment dat iemand anders van de pa­ro­chie úw zieke heeft bezocht, of iemand anders trekt de eer voor wat U gedaan heeft naar zich­zelf toe: kun je je dan nog verheugen over het goede wat er gebeurd is, dat die zieke bezoek heeft gehad, dat het goede gedaan is of ben je eigen­lijk vooral geërgerd dat er iemand in je vaar­wa­ter zit? En zo kunnen we na­tuur­lijk tal­loze voor­beel­den bedenken.

Maar goed, troost U maar, als U het weleens moei­lijk vindt dat iemand iets doet of regelt of het woord neemt, waar dat eigen­lijk Uw taak en verant­woor­de­lijk­heid is, als U het las­tig vindt als iemand anders op uw terrein komt, want dan zit U gewoon op dezelfde lijn als de apos­te­len: die had­den er grote moeite mee: “Meester, we hebben iemand duivels zien uit­drij­ven in Uw naam die geen volgeling van ons is en we hebben ge­pro­beerd dat te beletten”.

Duivels uit­drij­ven is ons exclusieve terrein, daar mag een ander niet aan komen, von­den ze.

En toch zegt Jezus dan: Kijk meer naar het goede dat er gebeurt, dan naar je eigen gevoelens; stap over je eigen ego heen en probeer vooral dat goede, het po­si­tie­ve te zien in wat die ander doet, de bijdrage die gegeven wordt, want God zal al het goede belonen, al is het maar een beker water die je iemand te drinken geeft.

En als je dat goede kunt zien in wat die ander heeft gedaan, dan kun je ook een goede invals­hoek vin­den om mis­schien met die ander in gesprek te gaan, want de liefde moet de leidraad zijn.

De waar­de­ring en de harte­lijke open­heid die we laten zien, die openen voor mensen een weg om te kunnen groeien en erbij te horen.

Wees soms iets strenger voor jezelf en iets ruim­har­tiger naar anderen toe, is dus de bood­schap.

Een nieuw werk­jaar, een nieuw orgel en U heeft ook een nieuw kerk­bestuur, en bovendien nieuwe pries­ters: pastoor Carlos Fabril en kape­laan Maciej Sendecki, die ik heel veel zegen toewens voor deze nieuwe taak.

De Kerk en ons geloof blijven het­zelfde, verder is hier, geloof ik, alles nieuw! En dat is een uit­no­di­ging aan U allen, een harte­lijke uit­no­di­ging om er met een nieuw elan aan te gaan staan, aan die oude Bood­schap, die toch altijd weer nieuw blijft! Amen.

Terug