Arsacal
button
button
button
button


Hoe kun je God ervaren? (5e zondag jaar C)

Jongeren vertellen in kathedraal over WJD-ervaring in Panama

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 10 februari 2019 - 907 woorden
Hoe kun je God ervaren? (5e zondag jaar C)
Het schip van de kerk
Het schip van de kerk
Hoe kun je God ervaren? (5e zondag jaar C)

Zondag 10 februari was ik in de ka­the­draal. Het evan­ge­lie was Lc. 5, 1-11, waarin Jezus Simon Petrus uitno­digt om naar het diepe te varen. Na de Mis ver­tel­den twee jon­ge­ren over hun erva­ringen tij­dens de Wereld­jon­ge­ren­da­gen in Panama.

Simon Petrus kreeg van Jezus - na een nachtlang zonder succes gevist te hebben - de opdracht om opnieuw naar het diepe te varen en de netten uit te gooien. Hij vangt enorm veel en dat maakt indruk.... De preek ging over God ervaren (zie onder).

Achterin de kerk ver­tel­den twee jon­ge­ren na de Mis over hun mooie WJD-erva­ring: de harte­lijk­heid van de Panamese mensen, hun gast­vrij­heid, hun geloof en vrolijk­heid, maar ook de mooie erva­ring om met zoveel jon­ge­ren het geloof te delen, kwamen aan de orde. De volgende WJD zijn in Portugal (Lissabon). “Ga je dan weer?”, vroeg één van de pa­ro­chi­anen. Dat zijn ze wel van plan...

 

Homilie

Een Gods­er­va­ring maakt je klein...

Als Simon Petrus de groot­heid van Jezus ervaart,
is zijn eerste reactie
een besef van eigen onwaar­dig­heid:
“Heer, ga weg van mij,
want ik ben een zon­dig mens”.
En dat is eer­lijk gezegd tege­lijk
een soort kenmerk van een ware Gods­ont­moe­ting.
Heb je God ontmoet?
Was er een moment in Uw leven
dat God u heel nabij was,
dat U door Hem werd aangeraakt?
Ik mag het hopen voor U
want zo’n Gods­er­va­ring
is een basis voor een per­soon­lijk geloof.
Maar dan heeft die erva­ring zeker ook in U
een gevoel van eigen klein­heid en onwaar­dig­heid
teweeg gebracht,
dat je iets over­komt
wat je eigen­lijk niet verdient
maar wat een gave, een cadeautje is.

Hoe kun je God te ervaren? Godsverlangen!

Dat betekent ook
dat we God alleen kunnen ontmoeten
als we ons niet te veel geharnast vast­klemmen
aan ons eigen gelijk,
aan onze manier van leven,
aan de manier waarop wij de dingen zien.
Wie zelf­voldaan is,
te vol van mate­rië­le dingen of men­se­lijke ambities,
is al te vervuld van zich­zelf of andere zaken
om nog door God vervuld te kunnen wor­den.
Een ont­moe­ting met God is eigen­lijk alleen moge­lijk
als er in ons een open­heid is,
een be­schei­den­heid en een zeker verlangen
naar wat zuiver is, wat waar is en goed.

De ont­moe­ting met God
is dus ergens een ant­woord
op ons Godsverlangen.

De vonk moet oversp­ringen...


In het evan­ge­lie dat we zojuist hebben gelezen,
ontmoet Petrus de Heer,
maar hij ontmoet Hem niet gelijk aan het begin
op het moment dat hij Jezus ziet.
Ook al spreekt Jezus nog zo mooi
en al verkon­digt Hij het woord van God,
daardoor heeft Petrus God nog niet ontmoet.
De vonk was nog niet over gesprongen.
Als Jezus hem zegt naar het diepe te varen
en de netten uit te gooien,
ant­woordt Petrus Hem en spreekt Hem aan
als meester, dus als een leraar, niet meer.

Toch deed hij het...

Het is onlo­gisch en raar
dat Jezus hem vraagt
de netten uit te gooien.
‘s Morgens vroeg en ‘s nachts
heeft een visser de meeste kans om iets te vangen,
niet over­dag.
En een nachtlang vissen
had helemaal niets opgeleverd.
Bovendien had­den ze de netten al weer schoon gespoeld,
alles was klaar om maar weer naar huis te gaan.
Vandaag zou het toch niets wor­den.
Het is dus ver­won­der­lijk en opmer­ke­lijk
dat Petrus toch doet wat Jezus hem zegt:
“Vaar naar het diepe en gooi uw netten uit”.
Wisten die mannen die al jaren en jaren
had­den gevist in dat meer
dan niet beter dan Jezus
welke tijd geschikt was om te vissen?

Toch deed hij het.

Nood: een ope­ning naar God

Hij had niets gevangen, helemaal niets;
terwijl ze toch die hele nacht
met hun netten had­den gezwoegd.
Dat deed Petrus en zijn maten na­tuur­lijk pijn:
het was hun bestaan, hun inkomen, die visserij
en niets is wel heel erg weinig.
Maar die pijn, die tegen­val­ler, dat verdriet
werd een kans, opende hen
om God te ervaren.

Mis­schien was zijn trots als des­kun­dig visser gebroken,
mis­schien zag hij het niet meer zo zitten,
na zo’n hele nacht voor niets aan het werk,
in ieder geval was hij in zijn vissers­be­staan geraakt.
Hij had een nood ervaren.

Zo gebeurt het ook ons maar al te vaak:
vaak is het zo dat pas als het niet lukt,
als wij het niet kunnen
of als wij iets missen,
of iemand missen,
als wij een nood ervaren,
dat er dan pas in ons leven een luikje echt open gaat
waardoor God bij ons binnen kan komen.

Kom uit je bastion!

Dat is dus voor ons de vraag
die uit het evan­ge­lie naar voren komt:
zitten we in ons eigen bastion
van “alles gaat goed
en eigen­lijk heb ik niemand nodig”,
of ervaren we ook de onvol­ko­men­heid van ons bestaan,
de beperkt­heid van ons kunnen,
en zien we bij alles wat we kunnen en doen
ook onze eigen onvolmaakt­heid en zon­dig­heid
- “Heer, ik ben een zon­dig mens”-
waarin dat woord van Jezus klinkt:
“Wees niet bevreesd, wees niet bang”?

We komen allemaal graag goed voor de dag,
maar toch,
die erva­ring dat we beperkte mensen zijn,
met noden en zon­den, is reëel.

Wees niet bang!

En die Gods­ont­moe­ting is er niet
om gebukt te gaan onder onze eigen zonde,
maar juist om te zien:
al ben ik maar een kleine mens, met ook mijn fouten,
ik ben aanvaard als Gods geliefde kind,
ik ben niet alleen.
“Wees niet bang,
ook al ben je klein, een zon­dig mens
voor­taan zul je mensen vangen”.

Terug