Arsacal
button
button
button
button


Bidden, hoe en wat?

En benoemingen en verplaatsingen van priesters...

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 28 juli 2019 - 1200 woorden
Interieur Vredeskerk
Interieur Vredeskerk

Zondag 28 juli was ik in de Vredes­kerk in Am­ster­dam voor de Eucha­ris­tie­vie­ring. De lezingen gingen over het (smeek)gebed. Na afloop van de vie­ring en het koffie­drin­ken was er gelegen­heid voor de pa­ro­chi­anen om vragen te stellen en van gedachten te wisselen over het vertrek van Pierre Valke­ring als pastoor van de pa­ro­chie.

Daar werd goed gebruik van gemaakt; ik denk dat er zo’n der­tig pa­ro­chi­anen bij de ont­moe­ting aanwe­zig waren en we hebben ongeveer anderhalf uur met elkaar kunnen spreken, waarbij ik waar­de­ring heb uit­ge­spro­ken voor alle vrij­wil­li­gers, het kerk­bestuur en de gast­pries­ters die de pa­ro­chie ‘draaiend’ hou­den en samen de een­heid, vrede en saam­ho­rig­heid willen bewaren. Sommigen hebben echt veel werk verzet, maar ik zal hier maar niet mensen bij name gaan noemen, al was het maar om het gevaar te vermij­den dat ik iemand vergeet.

Pries­ter Valke­ring is gevraagd een be­zin­nings­pe­rio­de te doen met een be­ge­lei­ding waarna hij in aanmer­king kan komen voor een nieuwe benoe­ming. Hij kan voor die be­zin­nings­pe­rio­de zelf voor­stel­len doen; daar wachten we nog even op. In de tussen­tijd tot de benoe­ming van een nieuwe pastoor ben ik admini­strator (waar­ne­mend pastoor) van de pa­ro­chie, al is na­tuur­lijk mijn moge­lijke inzet beperkt door de vele andere taken.

Deze zomer wor­den er bij­zon­der veel pries­ters in ons bisdom ver­plaatst of krijgen een andere ver­an­de­ring in hun taken. Ge­woon­lijk proberen we de benoe­mingen zoveel moge­lijk op één moment te doen om het beste reke­ning te kunnen hou­den met het geheel van het bisdom. Dat moment is altijd: tegen de zomer, wat voor pries­ters in hun pas­to­rale werk de beste cesuur geeft. De benoe­mingen vragen een lange tijd van voor­be­rei­ding omdat we zo goed moge­lijk met alle men­se­lijke en parochiële factoren reke­ning willen hou­den. De afgelopen weken hebben de laatste gesprekken in ver­band hiermee plaats gevon­den.

 

Homilie

“Op een keer was Jezus ergens aan het bid­den”.
De leer­lin­gen zagen Jezus bid­den
en ze zei­den:
“Heer, leer ons bid­den”.

Als ik zó kon bid­den....

Ik denk dat het velen van ons weleens over­komt
dat je iemand zo met hart en ziel ziet bid­den,
dat je denkt:
Ik wou dat ik zo kon bid­den.
En de meesten van ons
zullen zich wel
een dag of een periode van hun leven
kunnen her­in­ne­ren,
dat het gebed voor hen be­lang­rijk was.

Ik noem zomaar een paar situaties
die ik bij anderen of bij mij­zelf
in de afgelopen jaren heb mee­ge­maakt:
ziekte, een over­lij­den, een examen,
geen werk kunnen vin­den,
een relatie die stuk gaat,
iets loopt ver­keerd en je voelt je mach­te­loos.
Dat zijn bij­voor­beeld situaties
waarin we heel dui­de­lijk ervaren
- wat ook de wer­ke­lijk­heid is -:
ik heb het leven niet in eigen hand,
uit­ein­delijk heb ik geen controle,
al denk ik soms even van wél.

Voor God, met lege han­den...

Hoe moei­lijk, ja hoe akelig
deze erva­ringen ook kunnen zijn,
toch is het goed als we ervoor open staan
dat ze een bete­ke­nis kunnen hebben.
De moei­lijke erva­ringen vormen ons,
soms maken ze ons sterker
en ze helpen ons tege­lijk
om reëler in het leven te staan:
ik ben een kleine mens
en sta met lege han­den
voor God
die Jezus mij “Vader” heeft leren noemen,
“Abba”, “Papa”,
een woordje dat getuigt
van een heel ver­trouwe­lijke en goede ver­hou­ding.
Mis­schien - dat hoop ik -
hebt u in uw moei­lijkste momenten
ook iets mogen ervaren van:
toch ben ik niet alleen...

Smeek­ge­bed

In die tij­den van nood en pijn
zal ons gebed vaak een smeek­ge­bed zijn.
“Vader, Jezus, heilige Geest,
geef mij uit­komst, wees mij gena­dig”.
Dat is het waar de lezingen van deze zon­dag over gaan.
Abraham bidt voor Sodom in de eerste lezing,
vanwege het lot dat die stad staat te wachten.
Hij bidt voor een stad
waar hij het kwaad van ziet
maar die hem aan zijn hart gaat.
En de man in het evan­ge­lie gaat naar zijn vriend
omdat hij nood heeft aan brood voor zijn gast.

Het is de gebeds­vorm die we allemaal kennen:
we bid­den om uit­komst, om verho­ring,
om Gods goede gaven.
Want God is onze beste vriend.
We hebben allemaal weleens
een kaarsje opgestoken voor een bepaalde intentie
bij het beeld van Maria,
die onze voor­spreek­ster is,
bij het heilig Hart
of bij een heilige.

Bij Hem zijn...

Tege­lijk is dat kaarsje meer
dan alleen de uitdruk­king van ons smeek­ge­bed.
Het is ook aanwe­zig­heid, presentie,
we weten ons dan dicht bij Onze Lieve Heer,
bij Maria, koningin van de vrede
of die heilige voor wiens beeld we staan
en als we in het vlammetje staren
van dat geheim­zin­nige vuur,
kunnen we ook een ver­bon­den­heid ervaren
met dat voor ons vaak ondoorgron­de­lijke mysterie
dat we God en Vader mogen noemen.

En inder­daad,
dat is nog een andere bete­ke­nis van het gebed
en eigen­lijk de be­lang­rijk­ste.
Bidden hoeft niet een bid­den om iets te zijn.
Eigen­lijk is bid­den meer luis­te­ren, je openen.
Als ik zelf aan m’n mooiste gebe­den terug­denk
waren het eerder die momenten
waarop ik nietsvermoe­dend
bijna werd overvallen
door een erva­ring van Gods aanwe­zig­heid,
dat er zomaar ineens
een grote vreugde en licht­heid ont­staat,
en dank­baar­heid.
Soms kan dat gebeuren
mid­den in een moei­lijke tijd:
als een warme licht­straal in het donker,
soms gebeurt dat ook zomaar,
als er geen vuiltje aan de lucht is.

Onze Vader

Wat Jezus Zijn leer­lin­gen geeft
als ant­woord op hun vraag:
“Heer, leer ons bid­den”,
dat is het ons zo bekende en ver­trouwde gebed,
dat wel de samen­vat­ting
van ieder gebed wordt genoemd:
het is het “Onze Vader”,
dat uit twee delen bestaat.
Voordat het tweede deel
met de smeek­ge­beden begint:
“Geef ons heden... vergeef ons...
Breng ons niet in be­proe­ving”,
komt eerst dat deel
waarin we ons richten tot God
en ons hart openen voor Hem:
“Onze Vader... Uw naam worde geheiligd...
Uw rijk kome... Uw wil geschiede...”.

Open je hart...

In feite moet ieder gebed daar­mee beginnen:
open je hart voor God
met een grote beschik­baar­heid
om de weg te gaan die Hij je wijst,
om aan te nemen wat Hij je geeft.
Bidt dat de nood of de pijn die we wellicht voelen
niet zó de boven­toon zal voeren,
dat we niet kunnen verstaan
wat Zijn Geest in ons wil zeggen.
Laat eerst even
die eigen ambities en vragen rusten,
want we krijgen de dingen niet altijd zo
als we ze zelf graag had­den gewild.

Zijn gave: de heilige Geest

Wat krijgen we wel?
“Vraagt en u zal ver­krij­gen,
zoekt en U zult vin­den,
klopt en er zal wor­den open gedaan”,
zegt Jezus in het evan­ge­lie vandaag.
Wat voor deur gaat er dan open,
wat ver­krij­gen we dan wel?
“Uw Vader in de hemel
zal de heilige Geest geven
aan wie Hem erom vragen”.
We krijgen niet altijd
precies wat wij vragen,
dat stelt ons soms teleur:
wij hebben óns per­spec­tief en óns begrip
en we staan voor een God
die onein­dig groot en verheven is
maar die tege­lijk ook heel dicht bij is.
Als Hij ons hart aanraakt met Zijn Geest
dan zal er licht zijn, zelfs in het duister,
blijft er een vreugde
bij alle verdriet,
ervaren we een ruimte
in de benauwenis.
Als we God zoeken,
geeft het gebed ons kracht.

Dat wens ik ons allen graag toe!

Terug