Arsacal
button
button
button
button


Het vermogen om kinderen van God te worden

Niet uit bloed, niet uit begeerte, niet uit macht...

Overweging Preek - gepubliceerd: dinsdag, 25 december 2012 - 932 woorden
De kerststal in de kerk van Nes aan den Amstel
De kerststal in de kerk van Nes aan den Amstel

Op de eerste kerst­dag in de fraaie St. Urbanus­kerk in Nes aan de Amstel heb ik in de hoogmis met het gemengde koor, orgel en trompet (ja, Nes is een kleine ge­meen­schap, maar heel wat mans!) de volgende homilie gehou­den bij het evan­ge­lie van de dagmis, de proloog van het Johannese­van­ge­lie.

homilie

Op deze eerste kerst­dag kijken we als het ware terug op het gebeuren van de kerst­nacht meet een con­tem­pla­tieve blik.

Want het lijkt voor het oog allemaal zo mooi en roman­tisch: een kindje wordt geboren in een stal, engelen zingen en herders en wijzen komen het kindje aanbid­den.

Maar dat kindje is onze Heer en God en het komt om ons te verlossen.

“Het licht schijnt in de duisternis....

maar de duisternis nam het niet aan”, zo hoor­den we in het evan­ge­lie van vandaag.

En zeker, dat beant­woordt wel aan onze erva­ring: het goede dat we doen, de liefde die we geven, de offers die we brengen: ze dringen zich niet op.

Hoe vaak gebeurt het niet dat je iets goeds voor anderen doet: voor de pa­ro­chie, voor kin­de­ren, voor iemand in de buurt, een kennis of een vriend, en niemand herkent het, niemand waar­deert het, niemand geeft je de erken­ning die je eigen­lijk verdient.

Voor vele mensen is dat zelfs een fun­da­men­tele erva­ring: ze zijn opgegroeid zonder de liefde en waar­de­ring die ze eigen­lijk zou­den hebben mogen ver­wach­ten.

Maar: daar begint precies je geloof.

Aan de ene kant omdat Jezus zelf dat zo heeft mee­ge­maakt: “Het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan”: ze moesten Hem niet, ze zochten Hem als baby al te vermoor­den en uit­ein­delijk sloegen ze Hem aan het kruis.

Dus aan de ene kant deel je het lot van Jezus als je niet die waar­de­ring krijgt; aan de andere kant is het juist je geloof dat zegt: Zo is het niet! Er is wél waar­de­ring voor je, er is wél Iemand die je liefheeft, Iemand die alles voor je overheeft, die je kent en je begrijpt.

Laat toch toe dat Zijn licht in jouw duisternis schijnt.

Zie op dit kerst­feest de liefde van God, die op aarde is ver­sche­nen! “Het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan”.

Maar waar leven mensen dan voor als zij het licht niet willen ont­van­gen? Het evan­ge­lie noemt feite­lijk drie aspecten, drie dingen die mensen in de weg staan om het licht in hun leven te ont­van­gen.

Die aspecten wor­den genoemd als het evan­ge­lie over diegenen die Hem wél aan­vaar­den en het licht ont­van­gen, zegt: “Zij zijn niet uit bloed, noch uit begeerte, noch uit de wil van een man”.

Na­tuur­lijk kunnen we deze woor­den let­ter­lijk nemen en ze licha­me­lijk verstaan: als een kind ont­van­gen en geboren wordt treedt bloedverlies op en de Joden zagen het bloed ook als beeld van het zaad en het leven en de begeerte en de wil hebben met seksua­li­teit en lust te maken, maar er zit ook een gees­te­lij­ke bete­ke­nis achter: als je uit God geboren bent, als je een kind van God wilt zijn, uit Hem en door Hem en voor Hem wilt leven, zijn ook de keuzes die je maakt anders.

Het bloed is voor de Joden ook ‘drager’ van het gees­te­lijk aspect van de mens, zijn geest, zijn kennis en verstand.

Die kunnen ge­mak­ke­lijk een afgod wor­den: wat wij met ons verstand niet door­zien, dat bestaat niet.

Het was de oerbeko­ring van de eerste mensen om kennis te willen hebben en daardoor aan God gelijk te zijn.

Dat was de beko­ring van hoogmoed.

Daartegen­over staat de nede­rig­heid en de eenvoud van het Kind dat in de kerst­nacht is geboren.

Ook het tweede aspect, de begeerte, de lust, is be­lang­rijk: de begeerte kan mensen ge­mak­ke­lijk van God vervreem­den.

Het méér willen hebben, onte­vre­den­heid, maakt de dank­baar­heid kapot en de lust trekt “liefde”naar zich toe en maakt die kapot, het wordt een alles verscheurend beest.

Daartegen­over staat opnieuw dit Kind dat geko­men is om offers te brengen, niet aan egoïsme toe te geven, dat meer wil geven dan nemen.

Het derde aspect is de wil van een mens; de eigen wil, het verlangen om te heersen, om macht over anderen uit te oefenen, is ook al zoiets waardoor veel fout gaat in onze wereld: hoeveel onrecht gebeurt er niet door machtsuit­oefe­ning en dan denk ik niet alleen aan wrede dictatoren, maar ook aan situaties in het klein.

Bij seksueel mis­bruik bij­voor­beeld gaat het in feite om het uit­oefe­nen van macht.

Daartegen­over staat de dienst­baar­heid van dit Kind, dat wer­ke­lijk helemaal niet komt om zich­zelf te verheffen, aanzien te krijgen of macht uit te oefenen.

Hij dwingt niemand.

Zijn leven is alleen maar een uit­no­di­ging om de liefde te herkennen en Hem te volgen, om jezelf te geven in liefde en dienst­baar­heid, zonder een belo­ning of erken­ning te ver­wach­ten, maar gedragen door geloof in de liefde van God voor jou.

Dus: doe als God zelf, wij zijn toch mensen naar Zijn beelkd en gelijkenis en we hebben het vermogen ont­van­gen om kin­de­ren van God te kunnen zijn.

Laat dus je licht schijnen in de duisternis, richt je op het goede, doe het goede, zonder je af te vragen of je er iets voor terugkrijgt.

Het goede, dat wat van God komt en weer naar God leidt, dát moet altijd je leidraad zijn.

Dat het Kind van kerst­mis opnieuw geboren mag wor­den, in ons hart, in ieder mensenhart.

Amen.

Terug