Arsacal
button
button
button
button


Ontdopen? Niet doen! (2)

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 13 januari 2013 - 1011 woorden
De Mariakerk in Volendam
De Mariakerk in Volendam

Na­tuur­lijk kun je je niet echt (laten) "ontdopen", je kunt de film van je leven nu eenmaal niet terugdraaien, al zou je dat soms weleens willen. Toch is er mis­schien één van wie je kunt zeggen dat hij zich echt heeft laten ontdopen. Maar helaas, helaas, het liep niet goed met hem af...

Ik verklap nog niets, maar over hem gaat de preek hier­on­der, gehou­den bij de pre­sen­ta­tie­vie­ring van alle vor­me­lin­gen van Volen­dam: zo'n 250 jongens en meisjes die in de ko­men­de weken het heilig vormsel zullen ont­van­gen kwamen met ouders en familie samen op het feest van de Doop van de Heer in de Maria­kerk van Volen­dam.

Homilie

Beste Jongens en meisjes die bin­nen­kort gevormd wor­den, Alles is be­gon­nen bij je doopsel. Je was toen waar­schijn­lijk nog piepklein en je werd door je ouders naar de kerk gedragen.

Mis­schien dat een of ander van jullie later gedoopt is, maar voor de meesten zal het zo wel zijn gegaan.

Je ouders hebben je laten dopen omdat ze je alle goeds toewensen, ze willen dat je gelukkig wordt en onder de zegen van God mag opgroeien en dat je beschermd mag blijven tegen het kwaad en de listen van de duivel.

Dertien­hon­derd jaar gele­den leefde in deze streken koning Radboud. Hij was koning van heel Noord-Holland en Friesland, dus ook van deze plaats. Bijna ie­der­een was al gedoopt en katho­liek, maar de trotse Radboud nog niet.

Nu was Radboud ook niet zo’n lieverdje: hij was een flinke vechters­baas en tame­lijk hebberig: als hij een mooie boerderij of een goed stuk land zag, beschul­digde hij rus­tig de eige­naar van landverraad, liet die man gevangen zetten en pikte zelf zijn eigendommen in.

Maar na vele, vele jaren wilde hij zich toch weleens bekeren en een nieuw leven beginnen en hij wilde zich laten dopen.

De pries­ter Wulfram had het hem uit­ge­legd: “Het doopsel is de mooiste zegen die je van God kunt ont­van­gen.

God zal voor je zorgen als Zijn kind, Hij zal je be­scher­men en bewaren en - als je een beetje mee­werkt - zal God je na dit leven op aarde, voor altijd gelukkig maken in de hemel”.

Dat wilde koning Radboud na­tuur­lijk wel, maar tij­dens het doopsel, vlak voordat het dan eigen­lijk ging gebeuren en het water over zijn hoofd zou vloeien, had hij toch nog effe één vraag: “Hoe is het dan eigen­lijk met mijn voor­va­deren, mijn familie en met de ridders van mijn land: zijn zij wel in de hemel?” Toen ant­woordde de pries­ter - mis­schien niet zo erg voorzich­tig -: “Die waren na­tuur­lijk niet gedoopt, mis­schien zijn zij wel in de hel”.

En die trotse koning weigerde zich toen te laten dopen, met de woor­den: “Dan ga ik ook maar naar de hel maar ik blijf bij mijn ridders en familie”.

De doop­vie­ring ging dus niet door, maar het verhaal is nog niet afgelopen. Want Radboud wilde toen een grote oorlog tegen de koning van de Franken beginnen, die wél was gedoopt.

Hij bracht een groot leger bij elkaar, met duizen­den soldaten, maar net toen hij wilde beginnen dood en verderf te zaaien, werd hij erns­tig ziek, hij kwam op bed te liggen en ging achter elkaar dood en die koning van de Franken kon zo zijn land binnentrekken en het veroveren.

Jij bent na­tuur­lijk wél gedoopt, je ouders hebben je al op de weg van God gezet, ze wil­den je de bescher­ming en de zegen van het doopsel mee­ge­ven.

Daar ben ik jullie ouders dank­baar voor en ik hoop dat jullie dat later ook zullen doen als je zelf kin­de­ren krijgt.

Maar ook al ben je gedoopt, net als koning Radboud sta je steeds voor keuzes in je leven.

Welke kant ga jij op? Je moet na­tuur­lijk kiezen wat voor school je gaat doen, wat voor beroep je later wilt, welk meisje of jongen jou man of vrouw zal wor­den en niet te vergeten: je kunt ook pries­ter wor­den of naar een klooster gaan, ik weet uit eigen erva­ring: dat is ook heel erg mooi; en je hebt na­tuur­lijk je eigen dromen over hoe de toe­komst er voor je uit zal zien.

Beste jongens en meisjes, kies voor wat bij je doopsel hóórt, kies ervoor om een eer­lijk en recht­vaar­dig mens te zijn, dat je een goed hart mag bewaren, dat je altijd ver­trouwen mag hou­den en dat je leven bezield zal wor­den door de liefde, de hoop en het geloof! Het is niet zo ge­mak­ke­lijk.

Soms word je gepest en raak je moedeloos; soms proberen anderen je over te halen om dit of dat eens te proberen, gekke of ver­keerde dingen te gaan doen; soms heb je ergens geen zin meer in, terwijl je eigen­lijk wel weet dat je het gewoon moet doen.

Je hebt dus kracht nodig, heel veel kracht en ver­lich­ting, dat je goed mag kunnen zien wat je moet doen, dat je de moed mag hebben om ervoor te gaan.

Durf gewoon jezelf te zijn, je bent goed zoals je ben; niet alles wat “ze” zeggen is waar; durf ook eens kri­tisch te zijn en gewoon maar eens “nee” te zeggen als ze je willen overhalen tot iets wat je niet ziet zitten en bewaar je goede hart, bewaar je goede hart! Toen Jezus was gedoopt, ging de hemel open.

De mensen zagen een duif neerdalen, ik denk: een hele mooie witte, het was de heilige Geest. En ze hoor­den een stem: Dit is mijn kind, ik heb Hem lief. Dat zijn de woor­den die God ook tegen jullie zegt.

Bin­nen­kort gaan jullie de volgende stap zetten: je ont­vangt het heilig vormsel, de heilige Geest zal over je komen, je wordt gesterkt met Zijn kracht om dóór te gaan op de weg die bij jouw doopsel is be­gon­nen.

Ik wens jullie allemaal héél veel zegen, Gods beste zegen voor jullie levensweg: Ga met de Geest, ga met God, dan ga je goed!.

Amen.

Terug