Arsacal
button
button
button
button


Blijf vertrouwen, blijf bidden...

29e zondag door het jaar C

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 20 oktober 2013 - 1043 woorden
De zusters Benedictinessen in Aalsmeer, centrum van gebed in ons bisdom
De zusters Benedictinessen in Aalsmeer, centrum van gebed in ons bisdom

De Maria Hemel­vaart­paro­chie in Heem­ste­de wacht nog op haar nieuwe pastoor, die bin­nen­kort daar zal beginnen. In de tussen­tijd kom ik graag een paar keer om daar de heilige Eucha­ris­tie te vieren. Dat was zo op wereld­mis­sie­dag, 20 ok­to­ber, waarbij ik de volgende homilie heb gehou­den:

homilie

Ik denk dat we allemaal weleens voor iets hebben gebe­den
wat we niet gekregen hebben,
want de Heer zegt in het evan­ge­lie wel:
"vraagt en je zult ver­krij­gen,
maar hij zegt er niet precies bij
wát we dan krijgen
en het wordt nog iets mysterieuzer
als de Heer ook een keer zegt
dat we de heilige Geest zullen ont­van­gen
als wij Hem om iets smeken.
Dit stelt ons voor allerlei vragen:
waarom geeft God mij dit nu niet,
gunt Hij het me niet?
Wil Hij mij straffen?
Ben ik niet goed genoeg voor Hem?
Houdt Hij wel van mij?
Bestaat Hij eigen­lijk wel?
Terecht komt het ook wel in ons op
dat wij niet alles goed overzien,
dat wij kleine beperkte mensen zijn,
dat wij nu eenmaal niet altijd
kunnen begrijpen of vermoe­den
waarom iets goed voor ons zou kunnen zijn,
waarom iets heeft moeten gebeuren.
Hier is dus ook veel ver­trouwen nodig.
Zonder ver­trouwen kun je niet geloven!
Aan de andere kant
hebben we mis­schien toch ook wel erva­ringen opgedaan
waardoor we ons gesterkt en bemoe­digd hebben gevoeld
en waarin we Gods aanwe­zig­heid,
Zijn werk­zaam­heid en goede gaven
hebben herkend,
maar in tij­den dat Onze Lieve Heer wat doof schijnt te zijn,
zijn we dat mis­schien weer vlug vergeten.
Toch moeten we ons niet te gauw laten ont­moe­di­gen,
dat wil het evan­ge­lie ons vandaag
nog eens dui­de­lijk voor­hou­den.
Dat God ons vast niet wil ver­ho­ren
en dat Hij al zo lang doof blijft voor ons bid­den,
dat was een gedachte
waar blijk­baar ook de apos­te­len
wel eens last van had­den.
Met het voor­beeld van de onrecht­vaar­dige rechter,
die niet geneigd is
om iemand zonder geld en macht
te helpen door een eer­lijk vonnis te wijzen,
maar die door het aan­hou­dend gebed
van een arme weduwe
toch zover gebracht wordt
dat hij toch maar gaat doen
waar hij niet veel zin in heeft,
met dat voor­beeld
wil Jezus ons dui­de­lijk maken
dat we moeten blijven bid­den
en dat we het niet zo gauw op moeten geven.
Als zo’n oneer­lijke rechter er al toe gebracht wordt
om die vrouw tegemoet te komen,
dan zal de goede God dat toch zeker doen.

Maar je moet blijven ver­trouwen
en vurig blijven in je gebed
en ook het ver­trouwen niet loslaten
dat God heel goed in de gaten heeft
wie je bent, wat je aankunt en wat je nodig hebt
en dat Hij soms redenen heeft
die wij niet kunnen begrijpen
en dat het om dat ver­trouwen niet te verliezen
heel goed is om voor ogen te hou­den
wat God voor je gedaan heeft,
hoeveel je hebt om dank­baar voor te zijn
en dat Hij je de kracht gegeven heeft
om het tot nu toe te vol­bren­gen.

Er zijn ver­schil­lende soorten gebed.
Ie­der­een steekt weleens een kaars op
als iemand ziek is, een examen moet halen
of als we zelf iets mankeren.
Bij die kaars voegen we ons gebed
en dat is heel goed.
Als we voor anderen bid­den,
is dat gebed een uitdruk­king ook
van onze naasten­liefde,
van dat we andere mensen niet vergeten
en in gebed en gedachten bij hen zijn,
ook al kunnen wij hun situatie niet ver­an­de­ren.

Maar het is ook heel goed
en eigen­lijk ook be­lang­rijk
om samen met anderen te bid­den,
op de eerste plaats - als dat moge­lijk is -
met degenen die in liefde met je verbon­den zijn,
want in het gebed druk je
de diepste vorm van ver­bon­den­heid met andere mensen uit.
Zo is het zeer aan te bevelen
om samen met anderen te bid­den
voor be­lang­rijke intenties.
Dat schept ver­bon­den­heid
en we hou­den het gebed ook langer vol.

In de eerste lezing was dit aan de hand:
De Joden in de woes­tijn
wer­den aan­ge­vallen door Amalek.
Zij moesten terug vechten
en Mozes klom boven op de top van de heuvel
om voor hen te bid­den,
samen met Aaron en Chur,
we hebben het zojuist gehoord.
Mozes bad met opgeheven han­den.
Als Mozes zijn armen liet zakken,
ging het helemaal ver­keerd met dat gevecht,
maar als hij zijn armen ophief
ging het weer de goede kant op.
Tenslotte onder­steun­den Aaron en Chur zijn armen
en werd de strijd gewonnen.
Dit verhaal leert ons dat het niet alleen be­lang­rijk is
om even te bid­den voor die of die intentie,
maar dat je moet blijven bid­den
en dat het nog beter is
om ook de hulp en het gebed van anderen in te zetten,
want ook in het gebed sta je samen sterker.

Beide lezingen willen ons dus het­zelfde zeggen:
je moet door­gaan, blijven bid­den,
niet ophou­den
en ver­trouwen hou­den
en bij dat ver­trouwen ook altijd een zekere overgave,
zoals Jezus die had in de hof van olijven
waar Hij bad dat Hij Zijn lij­den niet zou hoeven onder­gaan,
maar tege­lijker­tijd uitsprak
dat niet Zijn wil
maar de wil van Zijn Vader in de hemel
moest geschie­den.
Als je bidt voor jezelf,
probeer dan ook met Jezus te zeggen:
“Heer, als het anders moet zijn,
als dit niet Uw wil is,
geef mij dan in ieder geval de kracht om dit te dragen”.
Jezus heeft ons beloofd dat God ons dan
de heilige Geest zal geven
en dat betekent dat we
als we in die geest kunnen bid­den,
alles beter, breder en dieper gaan verstaan.

We zijn gewend in ons gebed
vaak iets aan God te vragen;
en dat is zeker niet ver­keerd,
want de Heer nodigt ons er zelf toe uit
wanneer Hij zegt:
“Vraagt en ge zult ver­krij­gen”.
Daar­naast moeten we zeker
het gebed van lof en dank niet ver­waar­lozen.
U hebt het mis­schien zelf wel geleerd,
dat zei de zuster mij tenminste op school:
als je de heilige communie hebt ont­van­gen,
ga Onze Lieve Heer dan eerst bedanken
en noem de dingen maar op
waar je dank­baar voor bent,
want we verliezen die zo gauw uit het oog.

Bidden.
Blijf bid­den, zegt Jezus ons vandaag.
Blijf bid­den met ver­trouwen
Bllijf bid­den met volhar­ding.
Laat je niet ont­moe­di­gen,
gelóóf dat God je het goede zal geven,
dat je in Zijn hart geborgen bent,
ook al heb je pijn­lijke en teleurstellende
erva­ringen gehad.
Uit­ein­de­lijk zal ons blijken
dat God geen hardvoch­tige rechter
maar een barm­har­tige Vader is
voor ieder die zich aan hem toever­trouwt.
AMEN.

Terug