Arsacal
button
button
button
button


God is een Vader die naar je toekomt, die jou gelukkig wil zien...

Nachtmis in Heemskerk

Overweging Preek - gepubliceerd: woensdag, 25 december 2013 - 1082 woorden
In de Laurentiuskerk in Heemskerk voor de Nachtmis
In de Laurentiuskerk in Heemskerk voor de Nachtmis

Kerst­nacht mocht ik vieren in de Maria­kerk en in de Sint Lau­ren­tius­kerk, beide te Heems­kerk in goed ver­zorgde vie­rin­gen. In de Maria­kerk werd door het dames- en heren­koor een Neder­landse Mis gezongen, in de Lau­ren­tius­kerk was het Latijn met een prach­tige meerstemmige Mis en het klassieke “Transeamus” van Cuypers. Hier­on­der volgt de homilie, die een beetje door paus Fran­cis­cus was geïnspireerd...

Homilie

Harte­lijk welkom in deze Kerst­nacht!
Het is goed dat U er bent.
In zekere zin komen we van­avond
allemaal samen rond de stal van Beth­le­hem,
waar Jezus is geboren.
De stal is open, er zijn geen deuren
en daar­mee heeft God aan ons mensen
een teken willen geven:
ie­der­een is welkom,
dit Kind is ook voor jou, voor U geboren!
De deur staat open,
die blijft voor niemand gesloten!
In het kleine Kind van Beth­le­hem
ontmoet je de tedere zacht­heid van God,
zei paus Fran­cis­cus laatst.
God is geen Vader die de deur voor je dicht doet;
Zijn deur en Zijn hart staan altijd voor je open;
Hij is geen God die je verwijten maakt en straft,
geen Vader die je niet goed genoeg vindt,
maar een die blij met je is
en wil dat het je goed gaat,
die met je meeleeft als je verdriet hebt of pijn.
Hij wil dat we gelukkig zijn
al zijn de omstan­dig­he­den
daar lang niet altijd naar;
maar er is altijd iets van geluk in je hart
als je hoop hebt, uit­zicht, ver­wach­ting
en als je weet dat er iemand voor je is,
zelfs al voel je je alleen.
Daarom is God in deze wereld geko­men
in een klein, on­schul­dig Kind.
Niet als een rijk kind, maar als een arm babietje,
niet als een koning met wapens,
maar als een ont­wa­penend Kind
niet als een mach­tig man
die mensen doet sid­de­ren
en situaties naar zijn hand kan zetten,
maar als een machte­loze pas­ge­bo­rene,
die gevoed moet wor­den,
die zijn luiers verwisseld moet krijgen,
die zorg behoeft.
Ja, God is in deze wereld geko­men
in een arm, klein Kind, een vluch­te­ling zelfs.
Dat Kind en Zijn ouders waren mach­te­loos
en in het nauw gedreven,
omdat ze - Maria hoogzwanger -
een dagenlange reis op een ezel moesten ondernemen
voor de volk­stel­ling die keizer Augustus had uitge­schre­ven
en even later moesten ze vluchten voor koning Herodes
die het Kind wilde doden.
God had geen ge­mak­ke­lijke weg gekozen,
in Jezus wilde Hij vooral het leven delen,
van mensen die in het nauw zitten,
de armen, de kleinen, de bedroef­den,
hun zorgen, hun pijn, hun verdriet en hun vragen.
Hij koos een weg om dicht bij ons te zijn.

Heel veel dingen kunnen we niet begrijpen of verklaren.
Als je op TV of In­ter­net
een kind ziet in een vluch­te­lingen­kamp,
zo’n kamp vol mensen die gevlucht zijn uit Syrië of Soedan,
of als je een kind ziet dat honger lijdt
of mid­den tussen de puinhopen en de verwoes­tingen zit
van de superty­foon op de Filippijnen,
dan vraag je je af: Waarom, waarom, waarom?
Wat heeft dat kind misdaan?
Waarom moet dat on­schul­dig lij­den?
En er is geen mens die je het ant­woord
op die vraag kan geven.

We denken er alleen aan, in deze kerst­nacht,
dat er Iemand is geko­men,
die naast ons is gaan staan,
die het zelf niet al te best had,
die een Kind werd dat moest vluchten,
dat werd geboren in een koude stal;
Iemand die mensen genas
en voor ieder een goed woord had,
die altijd voor anderen klaar stond,
die ons leerde dat het leven uit­ein­delijk om liefde draait
en dat liefde geven is, niet alleen een gevoel
en zeker niet: nemen.
Jezus, de Man van Nazareth,
werd on­schul­dig ver­oor­deeld,
kwam te sterven als een crimineel;
Hij had kunnen vluchten
maar ver­telde zijn vrien­den
dat Hij dit wrede vonnis wilde onder­gaan
uit liefde voor de mensen
om hen te red­den, te verlossen
en eeuwig leven te geven.
Hij was de Zoon van God
maar is weerloos gewor­den,
naast ons komen staan,
om er voor ons te zijn.

De vragen blijven,
en er zijn heel veel vragen
die we hier op aarde
nooit zullen kunnen be­ant­woor­den.
De weten­schap kan veel verklaren
maar niet de zin der dingen,
niet de bete­ke­nis en het waarom
van alles.

We krijgen hier en nu
mis­schien geen ant­woord op onze vragen,
behalve dit ene:
heb ver­trouwen
dat er een ant­woord is,
heb ver­trouwen dat je hier niet zomaar bent,
dat je op weg bent
en dat we allemaal zijn als een kind
aan de hand van zijn vader.
Zo’n kind kan duizend vragen stellen
en voordat die vader het ant­woord heeft gegeven,
stelt het kind mis­schien alweer de volgende vraag.
Het gaat dan ook niet zozeer om het ant­woord,
maar veel meer gaat het om
dat gevoel van vei­lig­heid,
dat dit kind die hand vasthoudt
en doorloopt zonder angst
omdat z’n papa met ‘m meegaat.
En vaak zal het ant­woord
van die vader moeten zijn:
“Kind, je bent nu nog te klein
om alles te begrijpen,
maar eens komt de dag,
waarop alle geheimen ontraadseld
en alle vragen beant­woord zijn”.

God is in deze wereld geko­men
in het kleine Kind van Beth­le­hem.
Zo’n kind kan nog niet spreken,
het zal ons dus nog niets zeggen,
een beetje huilen zal het mis­schien
of van die baby-geluidjes maken.
Het Kind van Beth­le­hem begint dus niet
met ons te zeggen wat we wel of niet
zou­den moeten doen.
Je mag gewoon kijken,
het in je opnemen.
Het Kind geeft ons de tijd om te ontdekken:
om een beetje te mijmeren en na te denken,
het wonder in ons toe te laten
en het verlangen naar een wereld die beter is,
we kijken naar een een­vou­dige tafereel:
zo’n on­schul­dig babietje
en een paar gewone mensen en wat dieren
in een stal,
dat is alles....

Het is een soort uit­no­di­ging van­avond.
Na­tuur­lijk zijn er zoveel dingen
die ons zorgen kunnen baren:
mis­schien heb je je baan verloren,
is een dier­baar iemand erns­tig ziek
of heb je hem of haar verloren;
mis­schien maak je je zorgen over je eigen ge­zond­heid
of weet je gewoon niet hoe het verder moet.
Of wellicht gaat het je nog wel goed,
maar denk je wel terecht:
ook mij kan iets gebeuren.
Dan klinken weer die heel bekende woor­den
van de kerst­nacht:
“Heden is U een redder geboren,
Christus de Heer,
in de stal van Beth­le­hem”

Woor­den van ver­trouwen!

Ze nodigen ons uit
om te ver­trouwen
dat alles uit­ein­delijk goed komt,
dat er een Vader is die voor je zorgt;
en om zelf
op Jezus te gelijken,
door naast anderen te gaan staan,
hun leed te delen....

Van harte wens ik U
een zalig en gezegend Kerst­feest toe!

Amen.

Terug