Arsacal
button
button
button
button


Geleidelijk verandert het perspectief.... Blijf zoeken!

Openbaring des Heren (Driekoningen)

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 6 januari 2014 - 1002 woorden
De Kerk Maria Sterre der Zee in Middenmeer
De Kerk Maria Sterre der Zee in Middenmeer

Voor het hoog­feest van de Open­ba­ring des Heren (Drie Koningen in de volksmond) was ik in de pa­ro­chies van Wie­rin­gen en Wie­rin­ger­meer: op zater­dag­avond in het intieme kerkje van Hip­po­ly­tus­hoef waar het Oeverse koor zong (uit Den Oever dus) en zon­dag in Mid­den­meer waar het dames en heren­koor zong. Maar er is ook een jon­ge­ren­koor en een soort Midden­koor.

In beide pa­ro­chies is past. I. Tilma als pries­ter werk­zaam. Na afloop van de H. Mis kon ik de pa­ro­chi­anen ontmoeten bij “het achtste sacra­ment”..., de koffie en iets meer horen over de inzet van de vrij­wil­li­gers en de ge­schie­de­nis van de kerk­ge­bouwen en de pa­ro­chies op het voor­ma­lig eiland Wie­rin­gen en in de polder. Het is me (weer) goed bevallen!

Homilie

Vandaag is de kerst­stal compleet,
de laatste bezoekers zijn binnen:
wijzen uit het oosten zijn het,
die de ster van de pas­ge­bo­ren koning hebben gezien.
Over de ster van Beth­le­hem
zijn vele boeken ge­schre­ven en onder­zoeken gedaan:
na de geboorte van Jezus
is 76 dagen lang een supernova zicht­baar was,
die waar­schijn­lijk de ster is geweest
die wijzen uit het oosten, uit Perzië
hebben gevolgd.
Wie waren die drie koningen eigen­lijk?
Dat het koningen zou­den zijn geweest
staat niet in het evan­ge­lie.
Die gedachte is pas later ontstaan
omdat in het Oude Testa­ment staat
dat koningen Hem geschenken brengen (Ps. 72,10).
Dat men dacht dat het er drie waren
komt vast doordat er drie geschenken zijn.
De drie namen voor de wijzen
Balthasar, Melchior en Kaspar
zijn er ook pas later bij geko­men.
(rond 300, vgl. M. Hesemann, Maria von Nazareth, Geschichte. Archáologie. Legen­den (Sankt Ulrich Verlag, Augs­burg, 2011), pp. 156-172)
De wijzen uit het oosten
zijn moge­lijk Perzische volgelingen geweest
van een zekere Zarathoestra
die al vele eeuwen voor Christus
voorspellingen over de geboorte van een Messias
had gedaan.
Maar eigen­lijk zijn al die his­to­rische details
voor ons minder be­lang­rijk gewor­den
en valt onze aan­dacht op de gees­te­lij­ke weg
die deze wijzen zijn gegaan.
Ze zijn nieuws­gie­rig, ze zoeken en vragen,
zo komen ze verder
en bereiken het Kind in Beth­le­hem.
Zo’n gees­te­lij­ke weg
hebben wij eigen­lijk allemaal wel te gaan.
En een ster die ons de weg wijst,
dat kennen wij ook:

het woord en het voor­beeld van Jezus
en van allerlei andere personen
die voor ons een in­spi­ra­tie en voor­beeld zijn.
En terwijl de reis van ons leven verder gaat,
merken we mis­schien
dat we er licha­me­lijk niet op vooruit gaan,
maar we doen wel nieuwe inzichten op,
we groeien in ons mens-zijn,
we komen tot ver­die­ping
en een zekere levens­wijs­heid.

Wat is het goed als je af en toe
even stil kunt staan, rust en tijd kunt nemen
om alles wat er is gebeurd en gezegd
eens goed te over­we­gen
en te zien waar je nu staat
en hoe je gaat
en waarheen je weg zal moeten lei­den.
In het kerst­ver­haal horen we dat
over Maria, de moeder van Jezus.
Zij zegt niet zo veel,
maar “Zij bewaarde alles in haar hart
en overwoog het bij zich­zelf” (Lc. 2, 16-21).

En op deze dag
wor­den we uit­ge­no­digd
om te blijven zoeken
net als die wijzen uit het oosten.
Ik weet niet meer precies
van wie de uit­spraak was,
maar iemand heeft ooit eens gezegd:
“Als je zegt dat je het gevon­den hebt,
dan heb je slecht gezocht”.
In zekere zin is dat waar:
heel ons leven is een zoek­tocht,
dat houdt eigen­lijk nooit op,
dat stopt pas
wanneer we onze laatste adem
hebben uitgeblazen
en dan... ja dan zullen we zien,
dan is onze zoek­tocht ten einde,
want dan hebben we Hem gevon­den
en net als die wijzen zullen we mogen binnen­gaan
en vervuld wor­den van overgrote vreugde.

Als we wat ouder wor­den
maken we ons over sommige dingen
niet meer zo druk
die we vroeger heel be­lang­rijk von­den.
Ik zag het aan mijn eigen vader
die vorig jaar overle­den is:
de laatste jaren
verloor hij zijn in­te­res­se in sommige dingen,
terwijl andere dingen juist be­lang­rijk wer­den
de laatste tijd werd hij gelei­de­lijk vromer;
op het einde bleven er maar een paar zaken over
die hij echt be­lang­rijk vond:
zijn vrouw, zijn gezin,
harmonie en liefde voor elkaar
en de hemel.

Ik was eens ooit aan het ziek­bed
van een groot voetballiefhebber;
zijn hele leven was geweest:
voetbal voor en na.
Toen werd de finale voor de wereldbeker gespeeld.
Zijn vrouw had met veel moeite
als verras­sing een TV bij zijn bed laten plaatsen.
Maar hij had geen in­te­res­se meer en geen fut...
Toen heeft ze ‘m maar weer uit gedaan.

Zo vergaat het ons mensen:
naarmate het leven vordert
en het doel van onze levens­reis dichtbij komt,
hebben heel veel andere dingen hun glans verloren
en zullen we over vele zaken
onze sch­ou­ders ophalen:
waarom zou ik me daar nog boos of druk over maken?
Ze zijn niet zo be­lang­rijk meer,
wat telt het nog als je voor de eeuwig­heid staat?

Zestig, zeven­tig jaar gele­den,
werd het geloof als van­zelf­spre­kend
van gene­ra­tie op gene­ra­tie werd doorge­ge­ven.
Dat is nu niet meer zo.
Je kunt veel goeds, moois en waars mee­ge­ven,
maar uit­ein­delijk zal iedere mens toch zelf
die zoek­tocht aan moeten gaan,
en zelf ontdekken wat de waarde
van het leven is
en wat het geloof en God daarin voor rol kunnen spelen.
Voor jon­ge­ren zijn de wereld­jon­ge­ren­da­gen
daar vaak be­lang­rijk in geweest,
of een bede­vaart naar Lourdes of Taizé,
een bezoek aan een klooster,
een tocht naar Santiago
of een zoek­tocht op het in­ter­net
naar ant­woor­den op vragen.
Wie even afstand neemt,
op tocht gaat en op zoek
zal die ster kunnen vin­den,
die een rich­ting wijst.

Dus doe als de wijzen:
Ga op weg en zoek!
Zoek wat blijft,
zoek wat waarde houdt!
Zoek het echte goud!
En uit­ein­delijk is dat:
zoek de Heer!

Gelei­de­lijk zal dan het per­spec­tief ver­an­de­ren,
zal die ster die ons leidt
helderder gaan stralen,
zullen we neer­knie­len bij dat Kind
en het onze geschenken geven:
ons goud, onze wierook, onze mirre, dat is:
dat goede woord dat je ge­spro­ken hebt,
dat kaarsje wat je opsteekt,
die hand die je toesteekt,
de liefde waar­mee je aan anderen denkt
en je dier­ba­re doden in gebed gedenkt
en hoe je heel je leven
in ver­trouwen in Gods han­den legt.

Moge die ster
ons gelei­den
in dit nieuwe jaar!
Amen.

Terug