Arsacal
button
button
button
button


Roeping en talenten....

natraject WJD Vormingsweekend Jongeren in Heiloo

Overweging Roeping - gepubliceerd: maandag, 24 februari 2014 - 2373 woorden
Roeping en talenten....

In het weekend van 21-23 februari werd in het Dio­ce­saan centrum in het Juliana­kloos­ter in Heiloo een eerste van een drietal vor­mings­week­enden gehou­den van Jong Katho­liek, als ver­volg­tra­ject op de Wereld­jon­ge­ren­dagen. Meer dan zes­tig jon­ge­ren had­den zich aangemeld en ik hoorde allemaal po­si­tie­ve reacties.

Het weekend bood een af­wis­se­lend pro­gram­ma maar ook de ont­moe­ting met elkaar en het samen je geloof delen, bid­den en Eucha­ris­tie-vieren zijn heel be­lang­rijk. Zelf heb ik zater­dag­och­tend een klein maar inte­res­sant gedeelte mee kunnen maken over pas­to­raat in de ge­van­ge­nis, wat tevens een kennis­making was met de wereld van mensen in hechtenis. Op zon­dag was het thema roe­ping en talenten.

Hier­on­der de - niet helemaal uit­ge­werkte - inlei­ding die ik over het thema roe­ping en talenten heb gehou­den.

Over roe­ping en talenten

Je talenten ontdekken

“Als ik iets niet kan, zal God mij daar ook niet toe roepen”. Daar zit iets logisch’ in, maar het is ook een beetje een valkuil. God heeft je bepaalde talenten gegeven. Het is goed en be­lang­rijk die te zien.
Vraag je af: Waar liggen mijn gaven?
We zijn niet altijd in staat dat goed te kunnen zien. Vaak zul je lang­zaam ontdekken dat je ergens talent voor hebt. En soms kun je eigen­lijk best veel dingen goed, maar ben je niet in staat je capaci­teiten te zien of - aan de andere kant - je over­schat je talenten.

 

Je gevoelens zijn niet altijd reëel

Het kan zijn dat je vindt of voelt dat je altijd om alles geprezen en ge­waar­deerd moet wor­den, dat jij het recht hebt om altijd in het middel­punt van de belang­stel­ling te staan. Dat noemen we narcisme.
(Weet dat dit niet reëel is; als je je ont­moe­digd voelt omdat je niet die aan­dacht krijgt, of wanneer je je in een soort onaan­tast­ba­re gloria voelt: weet en realiseer je dat het niet reëel is; een wijd­verspreide kwaal: een onder­zoek onder uni­ver­si­teits­stu­den­ten herhaald na ik meen 20 jaar wees uit dat het narcisme heel erg was toe­ge­no­men: kwaal van onze tijd: het ik-tijdperk).

Als je aan de andere kant meent en voelt dat jij niet erg de moeite waard bent, dat jij niet veel hebt mee­ge­kre­gen, dat mensen jou niet leuk vin­den, het niet de moeite waard vin­den om met jou te praten, dat je te dik, te dun, te lang, te kort, te zus of te zo bent, enz., heb je een minder­waar­dig­heids­ge­voel. Ook dat is niet reëel.

Zie je rijkdom, zie je gaven...

Reëel is: je bent een prach­tige schep­ping van God. Je hebt precies genoeg gekregen. God heeft jouw bepaalde talenten gegeven om een welbe­paalde taak in het leven te vervullen. God zag dat het goed was, waarom zou jij dat dan niet zien?
Zie je rijkdom, de gaven, wat er is, wat je hebt en zie wat je kunt, wat je allemaal gekregen hebt, noem die gaven op, één voor één en ervaar: dank­baar­heid (wie je bent: het is geen reden om je verheven te voelen, het is geen reden om je min te voelen, het is een reden om dank­baar te zijn). Je bent goed zoals je bent.

Denk daarom niet te gauw: dit kan ik niet. Mis­schien vind je het moei­lijk om onder nieuwe mensen te komen, om het woord te doen, om een ge­tui­ge­nis te geven, om voor je mening uit te komen enz. enz.

Een wissel­wer­king

Het ant­woord op die moei­lijk­heid is: ga stap voor stap. Je leven is een weg en iedere stap heeft ook iets van een verove­ring. Leven is leren en groeien in geloof: een pelgrims­tocht.
Mis­schien denk je: dat kan ik niet. Deze roe­ping is niets voor mij, want dat kan ik niet. Mis­schien is dat zo, heb je gelijk... Maar het is een wissel­wer­king. Als je weet dat iets jouw weg is, kun je veel meer. Dan kun je dingen die je anders niet zou kunnen, doordat je ge­mo­ti­veerd en geïnspireerd bent, doordat je weet dat dit jouw weg is.

Motivatie

Bij­voor­beeld: iemand denkt het celi­baat, dat kan ik niet, dus pries­ter of reli­gi­eus wor­den is niets voor mij. Dat kan zijn, maar het hangt aller­eerst van je roe­ping af: als je ge­roe­pen bent, echt ge­roe­pen en echt ge­mo­ti­veerd, kun je heel veel, veel meer dan je zou denken. Denk aan top-sporters: wat moeten die zich ontzeggen, vele, vele uren trainen per week, heel gere­geld leven, een heel speciaal dieet enz. anders haal je geen goud. Zij kunnen dit alleen door een enorme motivatie.

Zo is het ook met iedere roe­ping: heb je wel de talenten gekregen voor die roe­ping? Demosthenes was een stotte­raar die een perfecte rede­naar wilde wor­den. Hij wilde het, hij was ge­mo­ti­veerd, hij oefende en... hij werd de beste rede­naar aller tij­den!

Met Gods hulp

Dus het eerste is: stel je open! Zeg tot God in je gebed: Heer, doet U met mij wat U wilt. Wijs mij de weg! Als je het meent en je schrikt niet terug voor wat je daar zegt, gaat het gebeuren: je krijgt inge­ge­ven wat je moet doen. Als je je oefent en ge­mo­ti­veerd bent, kun je heel veel bereiken, met Gods hulp (daar moet je na­tuur­lijk ook om bid­den). Als je merkt dat iets niet gaat ondanks dat je er echt je best voor hebt gedaan, moet je weer reëel zijn: blijk­baar is dit niet voor mij bestemd, of ik heb iets niet goed gedaan, maar in ieder geval kun je niet voor iets kiezen als je merkt dat je het nog niet goed kunt: celi­ba­tair leven, of: een vaste relatie en een huwe­lijk aan­gaan en kin­de­ren krijgen, een bepaalde baan doen of een of andere andere roe­ping volgen.

 

Roeping

Ieder mens heeft een roe­ping, omdat God een bedoeling heeft met je leven. Er is roe­ping in kleinere en verander­ba­re dingen: bijv. om een zieke te ver­zorgen, iemand te helpen, dit of dat te gaan stu­de­ren; we hebben allemaal ook een roe­ping m.b.t. de levens­keuze: ga je trouwen? Word je pries­ter? ga je naar een klooster en zo ja: welke orde? Blijf je ongehuwd? Het is niet iets ‘toevalligs’ of er een meisje/jongen op je pad komt of niet, maar eronder ligt roe­ping en keuze. Dit is mijn weg, dit wil God voor mijn leven. Het is goed om er zo naar te kijken.

En ie­der­een heeft een roe­ping om God te dienen en apos­to­lisch te zijn - dus door je woor­den, je daden, je zijn iets goeds door te geven, iets moois uit te stralen, iets van God zicht­baar te maken en te bouwen aan Zijn ko­nink­rijk.

 

Talenten en roe­ping

Je talenten wijzen je een weg. Als je iets goed kunt, als je bepaalde gaven hebt gekregen, wil Onze Lieve Heer daar zeker iets mee doen. Soms doet hij dat anders dan jij zou denken, maar toch.... God wil jouw talenten gebruiken. Probeer ze maar te ont­wik­ke­len. Vaak moeten we ook talenten ont­wik­ke­len die we nog niet zo erg hebben; je kunt ook dingen leren, schrik niet te gauw terug: dat is niets voor mij. Mis­schien wordt het iets voor jou. Verleg je grenzen!

Tips

Om een roe­ping te kunnen ontdekken, moet je je op God instellen, want hoe je dingen, gebeur­te­nissen, God en mensen ervaart, heeft te maken met de sfeer waarin je je bevindt (zo ervaren mensen Gods aanwe­zig­heid bij een aanbid­ding, in Lourdes, door een mooie erva­ringe enz.). Stel je op God in :

  • als je op­per­vlak­kig leeft, op MTV-niveau, wordt het vermoe­de­lijk niks.
  • God leren kennen: bijbel lezen, je geloof leren kennen, ant­woor­den zoeken op vragen
  • de gaven zien die God je gegeven heeft: dank­baar­heid voor dingen, voor je leven, voor dier­ba­re mensen enz.
  • Gods hand in je leven proberen te zien: hier heeft Hij mij geleid; je her­in­ne­ren wanneer je Zijn aanwe­zig­heid hebt gemerkt;
  • bedenken wat voor moei­lijk­he­den of tegen­val­lers op je levensweg kunnen komen en dat je tenslotte zult sterven en dat uit Gods hand proberen te aan­vaar­den, al op voor­hand.
  • ver­trouw jezelf, je vragen, je verdriet enz. aan God toe.
  • vergeet ook niet met Maria te praten
  • breng offers (ontzeg je iets, doe iets goeds wat je eigen­lijk niet graag doet of wat je moeite kost, enz.).
  • zet stappen in je geloof; stilstand is achter­uit­gang. Bedenk ook: je geloof heeft nieuwe impulsen nodig; anders verflauwt het toch. Nieuwe in­spi­ra­tie doet je ziel goed, maar je moet er wel zelf naar zoeken!

Je hebt in ieder geval de roe­ping om niet alleen licha­me­lijk maar ook gees­te­lijk te groeien.

Jezelf openen...

Om te ontdekken wat God van je wil is aller­eerst be­lang­rijk dat je inner­lijk vrij en open kunt zijn. Mis­schien heb je het ook weleens dat je gewoon heel druk bent en je van het een naar het ander vliegt. Je hebt dan geen tijd om na te denken, om te reflec­te­ren, om crea­tief te zijn. Je hebt een zekere rust en vrij­heid nodig om in contact te komen met ‘je diepere zelf’ en met God.

Stilte

Probeer maar eens een stille retraite te doen of begin met een stille dag. Je zult zien wat een enorme uit­wer­king dat heeft! Je gaat alles heel anders bekijken. Sommigen schrikken daar­van en rennen gillend weg. Anderen vin­den het best moei­lijk om vol te hou­den, maar zetten toch door. Ze komen dan verder. Anderen vin­den het alleen maar heer­lijk om zo in de stilte te zijn. Als je erg druk bent geweest, moet je in ieder geval terug schakelen en dat vraagt tijd. Iemand die van de drukte in en retraite ploft, ziet de muren op zich af komen. Je moet een rem-traject in vooraf!

Inner­lijke rust en stilte zijn be­lang­rijk om God te vin­den. Leef regel­ma­tig.

Angsten

Laat je niet lei­den door je angsten. Als je bang bent voor hon­den en je bent altijd een straatje omgelopen om niet langs die hond te moeten die op dat ene adres achter het hek luid blaffend met je mee liep: mis­schien moet je toch een keer gewoon rechtdoor, je grenzen verleggen, je angst over­win­nen.

Open­heid

Open­heid is even­eens van groot belang. Ga voor jezelf je mate van open­heid voor God na. Stel je concreet voor dat God iets van je vraagt (neem ver­schil­lende voor­beel­den die een beetje bij je liggen): kun je dan zeggen: het is goed, Heer? Ben je bereid het te doen als Hij het je vraagt?

Keuzes maken

Stel je de keuzes voor waar je voor staat en bedenk hoe het zal zijn als je die gaat volgen; vraag je af hoe je daarin de Heer vindt, waar je in die keuze je dicht bij Hem weet (en waarin niet). Dat kan ook heel goed met een stukje evan­ge­lie: hoe sta je in dat evan­ge­lie en tegen­over de Heer als je deze keuze maakt. Maak aan­te­keningen. Reserveer een vaste tijd voor medi­ta­tie, een stille tijd voor jezelf (al is het maar tien minuten).

Gees­te­lijk leven

Tege­lijk is na­tuur­lijk be­lang­rijk met God te leven: voorne­mens maken over gebedstij­den, over naar de Mis gaan (in ieder geval op zon­dag - de dag van de Heer -, maar als je kunt, ga ook eens door de week), over biechten (“Mag ik even biechten?”: is een normale vraag aan een pries­ter), gees­te­lij­ke lei­ding. Het is goed erover te spreken in de gees­te­lij­ke lei­ding. Geef aan dat het om een ver­trouwe­lijk gesprek gaat, om een stukje gees­te­lij­ke lei­ding, dan weet degene met wie je spreekt ook goed wat je bedoelt. Kies iemand die niet overal alles rondver­telt, maar die discreet is, die je niet zegt wat je moet doen, maar je helpt om de wil van God voor jouw leven te on­der­schei­den. Je moet niet op een keuze vast­ge­legd wor­den door anderen voordat je zelf weet wat je roe­ping is.

Naasten­liefde

Maar ook is be­lang­rijk: je oefenen in naasten­liefde (geduld met die of die persoon; iets doen voor een zieke), met name als het gaat om iemand die je van nature niet zo sympathiek vindt. Het is echt iets gewel­digs als je je zo kunt over­win­nen en er voor die ander kunt zijn. Als je echt iets voor een ander doet uit liefde, zonder aanzien des persoons, maakt je dat heel gelukkig.

Concreet

Maak jezelf concrete, goede voorne­mens, die reëel zijn en houd je daaraan. Maak niet idioot veel voorne­mens en blijf niet vaag: wees concreet in je voorne­mens! (De weg naar de hel is geplaveid met goede voorne­mens: dat zijn die vage, algemene voorne­mens, die je niet in praktijk brengt).

Niet wanhopen

Je moet nooit denken dat je al perfect moet zijn, nooit wanhopig wor­den als iets weer niet lukt.

Wat denk je: kan iemand die altijd ruzie zoekt, zijn han­den niet thuis kan hou­den en klappen uit­deelt, gok­ver­slaafd is, afgereisd was naar een conflict­ge­bied om ergens mee te kunnen vechten, zou dit een heilige kunnen zijn? Jawel. Maar je kunt je voor­stel­len dat zijn roe­ping dan ook iets hef­tigs werd: hij ging pestlijders verplegen: het was de heilige Camillus de Lellis (+ 1614).

Soms denk je iets te weten, te begrijpen wat jouw roe­ping is en als je even op weg bent, merk je heel dui­de­lijk dat het dat toch niet is. Geen probleem. Je bent aan het zoeken, hoort erbij! Toch zat in wat je was inge­ge­ven ook Gods hand, maar mis­schien moet je de invulling van de roe­ping wat bijstellen...

Nooit bang zijn als je een fout maakt of een zonde begaat. Dan zie je dat God ook voor jou mens is gewor­den.

Laat je nooit ont­moe­di­gen: ont­moe­di­ging is iets van de duivel.

Tot slot

God heeft iets moois voor je weg­ge­legd, een prach­tige roe­ping. Soms vraagt hij een mens een heel moei­lijke roe­ping te vervullen, iets dat je niet wilt en zelf nooit spon­taan gekozen zou hebben: denk bijv. aan Lidwina, een jong meisje dat ge­roe­pen werd om te lij­den.

“Als ik iets niet kan, zal God mij daar niet toe roepen”.

Daar zit mis­schien iets in, maar Hij kan je vragen over je grenzen te stappen, iets los te laten, iets over te geven. En Hij kan een nieuwe horizon openen. Als wij er voor open staan.

Terug