Arsacal
button
button
button
button


Blijf lopen, je moet vechten.... in het spoor van Jezus

vormsel in Nieuw Vennep

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 31 augustus 2014 - 1078 woorden
Na afloop van de viering met de vormelingen
Na afloop van de viering met de vormelingen

Op de laatste zon­dag van au­gus­tus was ik in Nieuw Vennep. Tijdens de zon­dagse Eucha­ris­tie­vie­ring ont­vingen vier jon­ge­ren het heilig Vormsel. Het was een mooie vie­ring met zang van het Mitswa-koor en veer­tien mis­die­naars. En niet te vergeten: pastoor Jacques Quadvlieg en kape­laan Ruben Torres.

Hier­on­der de homilie die ik bij deze gelegen­heid heb gehou­den.

Homilie

Beste vor­me­lin­gen en U allemaal,

Ik ben na­tuur­lijk heel blij hier weer in Nieuw Vennep te zijn
om jullie het heilig vormsel te geven.
Het woord ‘vormsel’ en ‘vormen’
komt eigen­lijk van een heel oud Neder­landse woord:
“vromen” en “vroom”.
Nu betekent het woord “vroom” te­gen­woor­dig
dat je van God houdt en veel bidt,
maar oor­spron­ke­lijk was de bete­ke­nis:
“sterk”.
We hebben nog een Neder­lands lied waar dat in voor­komt,
sommige oudere mensen
zullen dat wel kennen:
“Bergen op Zoom houdt U vroom”,
die stad moest sterk blijven tegen de aanvallen.

En dat geldt voor jullie ook, jongen en meisjes:
je wordt straks gezalfd met olie,
gezegend en gewijd door de bis­schop.
Dat is het heilig chrisma.
Daardoor wordt je gesterkt
door de heilige Geest
om te lijken op Christus,
om te kunnen leven in het spoor van Jezus.
Ik zal dan ook mijn hand op je hoofd leggen
om daar­mee te zeggen dat God je beschermt.
Want je zal ook moeten vechten,
nee, niet als een ‘jihadist’ tegen andere mensen,
wij zijn een vreedzame gods­dienst.
Maar je moet in het leven vooral vechten tegen jezelf
en de duivel, de macht van het kwaad,
om het kwade niet te doen.
Mis­schien heb je al best veel mee­ge­maakt
in je leven tot nu toe.
Ik hoop van niet,
ik hoop dat jullie gewoon een fijne, gelukkige jeugd
hebben gehad,
maar dat is voor heel veel jonge mensen
gewoon niet zo
en voor ons allemaal komen er dagen
dat je moet vechten:
vechten tegen verdriet,
tegen ver­keerde dingen,
tegen teleur­stel­lingen en frustraties,
tegen verlei­dingen en beko­ringen,
tegen een zo­ge­naamde ‘vriend’ die je
op een ver­keerd spoor brengt,
iemand die je het gevoel geeft er buiten te staan
als je bepaalde dingen niet doet
en ga zo maar door.
En je moet vechten voor je studie,
voor je geloof, voor je ge­zond­heid soms,
je moet sterk zijn
om een goed, mooi, gaaf, ‘cool’ mens te wor­den,
om te blijven lopen
in het spoor van Jezus.
Jij moet vechten, sterk zijn
maar God zal je be­scher­men
en je sterk maken
als je op Hem ver­trouwt.

Maar ja, wat is: op God ver­trouwen?
Toen ik zo oud was als jullie
kende ik een jongen
die geen zin had om voor school te leren.
Toen hij een examen moest doen,
liep hij naar de kerk,
stak een kaars op bij Maria
en legde ‘s nachts
het boek dat hij moest leren
onder zijn hoofdkussen.
O, wat was hij boos op God en op Maria,
toen bleek dat hij gezakt was!
Hij was nog wel naar de kerk gegaan
om die kaars op te steken.
Alleen: hij had na­tuur­lijk niet geleerd.

Iemand zei eens:
“God helpt wie zich­zelf helpen”.
Een beetje is dat waar:
je moet zelf je best doen
en God zal je bijstaan.

Maar dan nog kan het weleens tegenvallen.
We hoorde dat vandaag in het evan­ge­lie.
Petrus is daar aan het woord.
Petrus was een visser geweest,
tot Jezus langs het meer kwam
en hem bezig zag.
Petrus had toen nog niks gevangen
en hij was de hele nacht al
met grote visnetten in de weer.
Toen had die man aan de kant van het meer gezegd:
“Gooi je netten nog eens uit,
aan de andere kant”.
Petrus had dat gedaan
en nog nooit in zijn leven had hij zoveel vis gevangen.
Petrus was diep onder de indruk geweest
en hij was met Jezus mee­ge­gaan.
Hij had daarna veel andere won­de­ren gezien:
mensen wer­den beter gemaakt,
duizen­den mensen kregen te eten
en hij had prach­tige woor­den van Jezus gehoord.
Petrus was diep geraakt
en toen had hij een ge­loofs­be­lij­de­nis gedaan,
net zoals jullie dat straks gaan doen:
“Ja, Heer”, had hij gezegd, “U bent de Christus,
de Zoon van de levende God”.
Dat had hij gezegd met heel zijn hart.

Maar er zat nog één gedachte in zijn hoofd,
die wij ook wel vaak hebben:
Nu moet God er wel voor zorgen
dat mij geen narig­heid over­komt.
Als je van God bent,
als je van Jezus bent,
als je leeft in Zijn spoor,
dan moet God er wel voor zorgen
dat je niet ziek wordt,
dat je je baan niet verliest,
dat je geluk hebt in het leven
en dat je geen vervelende dingen over­ko­men.

Maar zo is het na­tuur­lijk niet.
Ik denk dat als het zo zou werken,
dat als je meer succes zou hebben,
gezonder zou zijn en rijker
als je op zon­dag naar de kerk ging,
dan zou­den we - denk ik - in Nieuw Vennep
er nog een hele­boel kerken bij moeten bouwen
om ie­der­een een plaatsje te geven.

Maar Petrus (en heel veel andere mensen)
dacht wel een beetje zo.
En Petrus schrikt zich lam
als Jezus er ineens over begint te praten
dat Hij moet lij­den,
dat Hij pijn en verdriet moet onder­gaan,
aan het kruis geslagen zal wor­den
en dat Zijn vrien­den Hem daarin moeten volgen.
Maar dáár wil Petrus niets van weten.
Hij had juist gedacht:
als ik Jezus volg,
krijg ik een be­lang­rijke plaats
in Zijn ko­nink­rijk,
ik wordt minister presi­dent
of in ieder geval: iets heel be­lang­rijks.
Als ik loop in het spoor van Jezus,
doe wat Hij mij zegt,
zal ik rijker, gezonder, be­lang­rijker zijn,
dan gaat het me veel beter.

Dat is wel waar,
maar niet zoals Petrus dacht:
als je in God gelooft,
je laat lei­den door de heilige Geest,
als je bidt en met God verbon­den blijft,
krijg je kracht en vrede in je hart,
je wordt inner­lijk sterker
en je weet dat alles goed zal komen.
Het is niet zo
dat God je zal sparen
voor alle kruisen die er zijn.
Maar Hij zal je bewaren,
je erdoor heen helpen.
En niet te vergeten:
je moet vechten, sterk zijn, door­gaan,
vol­hou­den ook als het niet zo lekker gaat,
als het een beetje of heel erg moei­lijk is.

Hou altijd voor ogen,
dat als je loopt in het spoor van Jezus,
dan kom je uit in de hemel,
in de heer­lijk­heid van de Vader,
zoals het evan­ge­lie vandaag zegt.

Dus blijf lopen, ga door,
in het voetspoor van Jezus.

Leef in Zijn spoor.
AMEN.

Terug