Arsacal
button
button
button
button


Een Godservaring....

20e zondag door het jaar B, Mariakerk Volendam

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 16 augustus 2015 - 776 woorden
Een Godservaring....

Op de twin­tigste zon­dag door het jaar heb ik de H. Mis gevierd in de Maria­kerk in Volen­dam. Het evan­ge­lie was opnieuw een gedeelte uit de zoge­noemde 'Eucha­ris­ti­sche rede' van Jezus in het zesde hoofd­stuk van het Johannese­van­ge­lie (Jo. 6,51-58). Ik heb in de preek stil gestaan bij de bete­ke­nis voor ons leven van de wer­ke­lijke aanwe­zig­heid van de Heer in de Eucha­ris­tie.

Homilie

Een erva­ring van de WJD

Als ik dit evan­ge­lie hoor,
moet ik weer denken aan een jonge man
die me een tijdje gele­den ver­telde
over zijn erva­ring
tij­dens de reis naar de wereld­jon­ge­ren­da­gen.
Dat zijn dagen die om de twee jaar
wor­den geor­ga­ni­seerd voor jon­ge­ren,
telkens op een andere plaats in de wereld.
Volgend jaar juli zal dat in Krakau in Polen zijn
en we hopen dat vele jon­ge­ren mee­gaan.
Die jonge man ver­telde dus
over zijn erva­ring
bij één van die wereld­jon­ge­ren­da­gen.
Op een avond vond er
een 'avond van barm­har­tig­heid' plaats,
een avond van stil gebed
rond het heilig sacra­ment dat was uit­ge­steld:
op het altaar stond een monstrans,
een mooie maar een­vou­dige houder
waarin de hostie werd getoond,
goed zicht­baar voor allen.
Iemand speelde soms zacht op een gitaar
of zong een rus­tig lied,
maar verder was het stil.
Die jonge man ver­telde me
dat hij altijd had gedacht
dat de communie gewoon een stukje brood was.
Maar "Toen, op dat moment
werd het met dui­de­lijk en bewust
dat het om iets anders ging dan brood;
ik voelde van binnen en heb ervaren
dat Jezus zelf daar aanwe­zig was".
Hij mocht op dat moment
dus zelf ervaren
wat Jezus in het evan­ge­lie zegt:
"Ik ben het brood des levens dat uit de hemel neerdaalt".

Een meisje uit Marken

Mis­schien heeft u ooit weleens
van Grietje Schouten gehoord.
Dat zou heel goed kunnen
want zij kwam hier uit de buurt, uit Marken.
Zij was twee-en-twin­tig jaar nog maar,
toen zij erns­tig ziek werd - het was TBC -
en in 1938 kwam zij in Bilthoven in een sanatorium te liggen.
Dat sanatorium was een katho­lie­ke in­stel­ling
en de ver­zor­ging gebeurde door zusters, reli­gi­euzen.
Daar had­den haar ouders
wel erns­tige bezwaren tegen gehad
want die waren na­tuur­lijk stevig pro­tes­tants,
maar het was niet anders...
Daar kon ze nu eenmaal terecht.
Op een dag kwam een pries­ter op de zieken­zaal
om een van de andere pa­tiën­ten
de heilige communie te brengen.
Toen kreeg pro­tes­tantse Grietje
zomaar een dui­de­lijke inner­lijke erva­ring
van Gods aanwe­zig­heid in die heilige communie.
Ze kon er niet meer omheen:
Jezus was daar echt,
het was de Heer die daar voorbijkwam
in de hostie, de communie.
Voor Grietje werd dit een nieuwe weg van geloof
die haar uit­ein­delijk leidde tot de katho­lie­ke kerk.
Jarenlang kwam zij zon­dags als enige katho­liek
van Marken af naar Monniken­dam
om de Mis daar bij te wonen.
Zij had een sterke inner­lijke over­tui­ging,
een liefde voor de Mis en de communie
die niemand haar meer kon afnemen:
zij had de Heer ontmoet,
nu wist zij dat Hij er was,
zij was inner­lijk zeker,
zij had het per­soon­lijk ervaren:
Jezus is het zelf
die in de communie bij ons komt.

Bron van Leven

Eigen­lijk wens ik dat ie­der­een wel toe:
die per­soon­lijke erva­ring dat Hij er is
en dat de communie eerbie­dig en met geloof
door ons mag wor­den ont­van­gen
en die communie
tot een ont­moe­ting met de Heer mag wor­den.
Daar gaat uit­ein­delijk om:
als het geloof in God en de sacra­menten,
vooral de eucha­ris­tie, de communie,
iets van ons hart is gewor­den,
zijn we nooit meer helemaal alleen.
De communie wordt een bron
van kracht, van hoop en leven.
Ons geloof en de Kerk zijn dan geen clubje alleen,
van mensen die samen iets doen,
maar ons geloof is een bron om uit te putten,
een ont­moe­ting met God
die ons boven het alle­daag­se uittilt,
boven onze zorgen en pijn,
boven onze dage­lijkse bezig­he­den en beslomme­ringen,
boven het geld en de materie.
Het wordt een ont­moe­ting
die ons kracht geeft en ver­trouwen,
moed om door te gaan en trouw te blijven
en die ons uit­zicht geeft in de moei­lijk­he­den.
Het geloof wordt zo een kracht in ons leven.
Daarom heeft God ons de heilige Eucha­ris­tie
en de heilige communie gegeven:
als gees­te­lijk voedsel op onze levens­reis
op weg naar het Leven en naar het eeuwig geluk.
Als U zelf weleens zo’n erva­ring hebt gehad
dat God bij U was,
vergeet die dan niet.

Wie dit Brood eet...

Dat de Heer ons allen mag helpen
om die mooie, goede weg te gaan met Hem
en te blijven gaan voor wat waar is, wat goed is en echt.
"Wie dit Brood eet, zal in eeuwig­heid leven"
Amen

Terug