Arsacal
button
button
button
button


Er zijn geen ‘soorten mensen’, alleen maar mensen

26e zondag door het jaar B

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 27 september 2015 - 926 woorden
interieur H. Nicolaaskerk in Edam
interieur H. Nicolaaskerk in Edam

Op de 26e zon­dag door het jaar was ik in Edam voor de heilige Mis, waarna - vanwege de vredesweek- een bij­zon­dere vredes-fiets­tocht werd gehou­den voor de ver­schil­lende pa­ro­chie­ge­meen­schappen van de regio. Tijdens de Mis heb ik de volgende homilie gehou­den.

Homilie

“Zij” en “wij”

Zoals de leer­lin­gen in het evan­ge­lie van vandaag,
zijn ook wij vaak geneigd
in “zij” en “wij” te denken.
“Zij” dat zijn mensen die anders zijn,
die tot een bepaald soort mensen behoren,
waar wij niet van zijn;
die andere mensen wor­den dan meestal
als een bedrei­ging ervaren
en afge­keurd.
Oudere mensen kunnen zich wel her­in­ne­ren
dat zoiets vroeger heel erg speelde
rond de “stand” waartoe men behoorde:
die persoon is niet van onze stand:
mid­den­standers en agrariërs
had­den oor­de­len over ambtenaren en arbeiders
en om­ge­keerd.
Mensen van ver­schil­lende stan­den
gingen niet met elkaar om,
want een arbeider en een hoog­le­raar:
dat ging nu eenmaal niet samen,
dacht men.
Daarna werd zo gedacht
over zigeuners en gastarbeiders.
In onze tijd speelt het denken in “zij”en “wij” meer
als het gaat om Marokkanen, vluch­te­lingen
en andere mi­gran­ten.
Ook het pesten op scholen en andere plaatsen
is eigen­lijk een soort denken
in “zij” en “wij”.

Van buiten

Dat heeft soms iets heel raars.
Iemand had hele harde oor­de­len
over bui­ten­landers,
maar met zijn Marokkaanse buurman
kon hij het prima vin­den.

Daar zien we tege­lijk de kern van het probleem:
die harde oor­de­len
zijn oor­de­len over anonieme groepen en van buitenaf,
zonder de mensen te kennen,
zonder iets te weten van de intenties en gedachten
en het hart van de mensen.

Gooi ze in de zee...

Jezus is anders, denkt anders.
Het is zeker niet zo dat hij alles goed praat
en voorbij gaat aan problemen,
het is ook niet zo dat Hij nu eenmaal
erg zachtaar­dig is
en terug­schrikt voor harde oor­de­len.
Wie het evan­ge­lie van vandaag tot het einde
goed gehoord heeft,
weet wel anders:
keiharde oor­de­len komen daarin voor,
oor­de­len die de meeste mensen
terecht erg opgepast zou­den vin­den
als ze zou­den wor­den uit­ge­spro­ken
over groepen van mensen,
over bui­ten­landers bij­voor­beeld.
Hak de han­den af,
gooi hen met een molensteen om de hals in zee:
sommige mensen zeggen dit soort dingen
over groepen van mensen, zoals bui­ten­landers
of Marokkaanse jon­ge­ren.
Dat hoort tot de cate­go­rie van de café-praat.
Mensen weten vaak wel heel erg goed
hoe alles radicaal kan wor­den opgelost
als ze zelf totaal niet bij het probleem betrokken zijn
en ze van buiten af oor­de­len.

Dat oor­deel gaat over jezelf

Maar Jezus denkt niet in “zij”en “wij”
en dat keiharde oor­deel
dat Jezus hier uitspreekt
kan net zo goed jezelf betreffen,
want dat keiharde oor­deel gaat over de zonde.
Bij al onze zwak­heid,
waardoor we weleens de fout in gaan,
moeten we toch streng blijven
waar het erom gaat een oprecht en goed mens te zijn,
daar moet je principieel in blijven
en als je eens de ver­keerde kant bent op gegaan,
dan moet je op je schre­den te­rug­ke­ren.
Dat dui­de­lijke oor­deel geldt aller­eerst ons­zelf,
want we kunnen de splinter
in het oog van een ander niet gaan beoor­de­len,
als bij ons­zelf de balk er nog in zit.
Als het gaat om eer­lijk­heid, om waar­heid en goed­heid,
moet je keuzes durven maken,
geen compromissen sluiten,
anders ben je toch ergens een huiche­laar.

Veel mensen hebben erg veel oog
voor de fouten van anderen,
maar zien absoluut niet onder ogen
waar zij zelf de fout in gaan.
Er wordt bij­voor­beeld heel veel
op anderen geschol­den
op het in­ter­net
en er gaan heel weinig mensen biechten
om hun eigen fouten
onder ogen te zien.

Alleen maar mensen

Maar al het goede dat iemand doet,
moeten we erkennen, aan­vaar­den en prijzen,
ook al is die mens “ons soort” niet.
Als chris­te­nen kennen we geen “soorten mensen”,
we kennen alleen maar mensen
en die zijn allemaal geschapen
naar het beeld en de gelijkenis van God.
We mogen niemand af­schrij­ven,
al zien we mis­schien wel iets dat niet goed is,
wat die mens beter anders kan doen.
Sommige mensen liggen ons niet zo heel erg.
Soms zijn daar redenen voor,
soms ligt het meer in de sfeer van sympathie en antipathie.
Als we iemand niet zo sympathiek vin­den,
is het des te meer een opgave
om oog te hou­den
voor het goede dat die persoon
mis­schien toch ook wel doet.

Zie een mens aller­eerst als mens,
niet aller­eerst als zon­daar,
als iemand die ernaast zit,
niet als iemand die afge­schre­ven is
en waar je toch niks mee kunt,
niet als iemand die nu eenmaal zo.
Kijk aller­eerst met liefde.

Jaar van barm­har­tig­heid

Paus Fran­cis­cus wil dát
de Kerk voor­hou­den.
Daarom heeft hij
het heilig jaar van barm­har­tig­heid uit­ge­roe­pen;
dat begint op 8 de­cem­ber aanstaande.
Het is een jaar om meer te gaan beseffen
dat we allemaal
af­han­ke­lijk zijn van barm­har­tig­heid,
van de goed­heid van God.
Zonder Gods goed­heid wordt het niks.
We kunnen ons­zelf nog geen seconde adem geven
en zelfs al denken we soms dat we heel wat zijn,
we zijn maar even op aarde
en of we in de hemel komen
is niet aan ons,
het zal een geschenk van Gods goed­heid zijn.
We zijn dus af­han­ke­lijk van Gods barm­har­tig­heid
en dat is tege­lijk een uit­no­di­ging aan ons
om ook naar anderen met barm­har­tig­heid te kijken,
hen te waar­de­ren in wie zij zijn,
de liefde van God te zien
die ook in hen aan het werk is.

Exclusief of inclusief?

Laten we in deze zin vragen
dat God ons mag helpen
om niet ‘exclusief’ te denken:
mensen verwerpend en af­schrij­vend,
maar ‘inclusief’:
mensen aan­vaar­dend
en in hen kansen ziend.
Amen

Terug