Arsacal
button
button
button


Huwelijksrecht


Eerste lezing

1. Eerste lezing

Jes. 11, 1-4a

(Lezing voor buiten de paastijd. Vooral geschikt voor de advent)

De geest van de Heer zal op hem rusten.

Uit de Profeet Jesaja.

In die dagen zal een twijg ontspruiten aan de stronk van Isaï,
een scheut aan zijn wortels zal vruchten dragen.
De geest van de Heer zal op hem rusten,
de geest van wijsheid en verstand,
de geest van raad en heldenmoed,
de geest van liefde en vreze des Heren,
en deze vreze des Heren zal hij uitstralen.
Hij zal geen oordeel vellen naar uiterlijke schijn,
geen uitspraak doen op grond van geruchten.
De kleinen zal hij recht verschaffen,
een eerlijk vonnis spreken over de geringsten der aarde.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

2. Eerste lezing

Jes. 42, 1-4. 6-7

(Lezing voor buiten de paastijd)

Mijn geest stort ik over hem uit.

Uit de Profeet Jesaja.

Zo spreekt de Heer:
„Dit is mijn Dienaar die Ik onder­steun,
mijn uitverkorene in wie Ik behagen schep:
mijn geest stort Ik over hem uit,
gerechtigheid laat hij stralen over de volken.
„Hij roept niet, hij schreeuwt niet
en op straat verheft hij zijn stem niet.
„Het geknakte riet zal hij niet breken,
de kwijnende vlaspit niet doven,
in waarheid zal hij de gerechtigheid laten stralen.
„Onvermoeid en ongebroken
zal hij op aarde gerechtigheid laten zegevieren:
de verre kusten zien uit naar zijn leer."
”Ik, de Heer, roep u in gerechtigheid,
Ik neem u bij de hand en waak over u
en maak u voor de mensen tot het teken van mijn verbond
en tot een licht voor de volken.
”Blinden zult gij de ogen openen,
gevangenen uit hun kerker bevrijden
en uit de gevangenis allen die in duisternis zitten."

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

3. Eerste lezing

Jes. 61, 1-3a, 6a, 8b-9

(Lezing voor buiten de paastijd)

De Heer heeft mij gezalfd om aan de armen de blijde bood­schap te brengen.

Uit de Profeet Jesaja.

De geest van de Heer God rust op mij;
Hij heeft mij gezalfd
om aan de armen de blijde bood­schap te brengen.
Hij heeft mij gezonden
om te genezen allen wier hart gebroken is,
om de gevangenen vrijlating te melden,
aan wie opgesloten zijn vrijheid;
om aan te kondigen het genadejaar van de Heer,
en de dag der wraak van onze God,
om alle bedroefden op te beuren,
om aan Sions treurenden in plaats van rouw
een diadeem te geven en op te zetten,
feestolie te schenken in plaats van geweeklaag,
een feestelijk gewaad in plaats van neerslachtigheid.
Maar gij zult heten: Priesters des Heren;
men zal u noemen: Dienaars van onze God.
Daarom zal Ik, God, u uw rechtmatig loon geven
en een eeuwig verbond met u sluiten.
Uw nageslacht zal bekend zijn bij de volken,
uw nakomelingen bij alle naties.
En allen die hen zien zullen weten
dat zij het geslacht zijn dat de Heer gezegend heeft.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

4. Eerste lezing

Ez. 36, 24-28

(Lezing voor buiten de paastijd)

Ik geef u een nieuwe geest in uw binnenste.

Uit de Profeet Ezechiël.

Zo spreekt de Heer:
„Ik zal u uit de heidenvolken weghalen
en uit alle landen u samenbrengen
en u laten terugkeren naar uw eigen grond.
„Ik zal u met zuiver water besprenkelen
en gij zult rein worden;
van al uw onreinheden
en van al uw afgoden zal Ik u reinigen.
„Ik geef u een nieuw hart en een nieuwe geest in uw binnenste:
uw hart van steen haal Ik uit u weg en Ik geef u een hart van vlees.
„Mijn geest stort Ik in uw binnenste en Ik bewerk
dat gij gaat wandelen naar mijn wetten en dat gij mijn geboden nauwgezet naleeft.
„Dan zult gij wonen in het land
dat Ik uw vaderen gegeven heb,
en gij zult mijn volk zijn en Ik uw God."

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

5. Eerste lezing

Joël 2, 23a. 26-27; 3, 1-3a

(Lezing voor buiten de paastijd)

Ik zal mijn geest uitstorten over alle mensen.

Uit de Profeet Joël.

Zo spreekt de Heer:
„Kinderen van Sion, jubelt
en verblijdt u om de Heer, uw God.
„Dan eet gij weer volop, tot verzadigens toe,
en prijst de naam van de Heer, uw God,
die wonderen voor u verricht heeft.
„Nooit ofte nimmer zal mijn volk meer te schande worden.
„Dan zult gij erkennen,
dat Ik te midden van Israël ben,
dat Ik, de Heer, uw God ben, en niemand anders.
„Nooit ofte nimmer zal mijn volk weer te schande worden.
„Daarna zal het gebeuren:
Ik zal mijn geest uitstorten over alle mensen;
Uw zonen en uw dochters zullen profeteren,
Uw grijsaards dromen zien,
Uw jonge mannen visioenen krijgen.
Zelfs over de slaven en de slavinnen
Stort Ik mijn geest uit in die dagen.
Wondertekenen zal Ik tonen
Aan de hemel en op de aarde.”

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

6. Eerste lezing

Hand. 1, 3-8

(Lezing voor de paastijd)

Gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest.

Uit de Handelingen der Apostelen.

Na zijn sterven toonde Jezus aan de Apostelen met vele bewijzen
dat Hij in leven was.
Hij verscheen hun gedurende veertig dagen
en sprak met hen over het Rijk Gods.
Terwijl Hij met hen at
beval Hij hun Jeruzalem niet te verlaten,
maar de belofte van de Vader af te wachten
die, zo zei Hij, gij van Mij vernomen hebt:
„Johannes doopte met water,
maar gij zult over enkele dagen
gedoopt worden met de Heilige Geest."
Terwijl zij eens bijeengekomen waren
stelden zij Hem de vraag:
„Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?"
Maar Hij gaf hun ten antwoord:
„Het komt u niet toe dag en uur te kennen
die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld.
„Maar gij zult kracht ontvangen
van de Heilige Geest die over u komt,
om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem,
in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.”

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

7. Eerste lezing

Hand. 2, 1-6. 14. 22b-23. 32-33

(Lezing voor de paastijd)

Allen werden vervuld van de Heilige Geest en begonnen te spreken.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Toen de dag van Pinksteren aanbrak
waren allen bijeen op dezelfde plaats.
Plotseling kwam uit de hemel
een gedruis alsof er een hevige wind opstak
en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van.
Er verscheen hun iets dat op vuur geleek
en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.
Zij werden allen vervuld van de Heilige Geest
en zij begonnen te spreken in vreemde talen,
naargelang de Geest hun te vertolken gaf.
Nu woonden er in Jeruzalem Joden,
vrome mannen
die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.
Toen dat geluid ontstond liepen die mensen te hoop
en tot hun verbazing
hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal.

Petrus trad naar voren met de elf
en verhief zijn stem om het woord tot hen te richten:
„Mannen van Israël,
Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u
van Godswege bekrachtigd is.
„Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen
die God door Hem onder u heeft verricht.
„Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit
en voorkennis is uitgeleverd,
hebt gij door de hand van goddelozen
aan het kruis genageld en gedood.
„Deze Jezus heeft God doen verrijzen
en daarvan zijn wij allen getuigen:
verheven aan Gods rechterhand
heeft Hij de beloofde Heilige Geest van de Vader ontvangen
en Deze uitgestort, zoals gij ziet en hoort."

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

8. Eerste lezing

Hand. 8, 1. 4. 14-17

(Lezing voor de paastijd)

Zij legden hun de handen op en ze ontvingen de Heilige Geest.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Op die dag brak een hevige vervolging los
tegen de kerk in Jeruzalem.
Allen verspreidden zich over het platteland van Judea en Samaria,
uitgezonderd de apostelen.
Zij nu, die zich verspreid hadden, trokken rond
en verkondigden het woord van de Blijde Bood­schap.
Toen de apostelen in Jeruzalem vernamen
dat Samaria het woord Gods had aangenomen,
vaardigden zij Petrus en Johannes naar hen af,
die na hun aankomst een gebed over hen uitspraken
opdat zij de Heilige Geest zouden ontvangen.
Deze was namelijk nog over niemand van hen neergedaald;
ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus.
Zij legden hun dus de handen op
en ze ontvingen de Heilige Geest.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

9. Eerste lezing

Hand. 10, 1. 33-34a. 37-44

(Lezing voor de paastijd)

De Heilige Geest kwam plotseling neer op allen.

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Er woonde in Caesarea een zekere Cornelius,
een honderdman van de Italische kohort.
Hij zei tot Petrus: „Ik zond mensen naar u toe
en gij hebt goed gedaan met te komen.
„Nu zijn we dus allen onder Gods ogen bijeen
om te vernemen wat u door de Heer is opgedragen."
Petrus nam het woord en sprak:
„Gij weet wat er overal in Judea gebeurd is;
hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea
na het doopsel dat Johannes predikte,
en hoe God Hem gezalfd heeft
met de Heilige Geest en met kracht.
„Hij ging weldoende rond en genas allen
die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem.
„En wij zijn getuigen van alles
wat Hij in het land van de Joden en in Jeruzalem gedaan heeft.
„Hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord.
„God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan
en laten verschijnen,
niet aan het hele volk
maar aan de getuigen die door God tevoren waren uitgekozen,
aan ons die met Hem gegeten en gedronken hebben
nadat Hij uit de doden was opgestaan.
„Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen
dat Hij de door God aangestelde rechter is
over de levenden en de doden.
„Van Hem leggen alle profeten het getuigenis af,
dat ieder die in Hem gelooft
door zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgt."

Terwijl Petrus nog zo aan het spreken was,
kwam de Heilige Geest plotseling neer
op allen die naar de toespraak luisterden.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

10. Eerste lezing

Hand. 19, 1-8

(Lezing voor de paastijd)

Hebt gij de Heilige Geest ontvangen toen ge het geloof hebt aangenomen?

Uit de Handelingen van de Apostelen.

Terwijl Apollos in Korinte was kwam Paulus
na zijn reis door het binnenland in Éfeze.
Daar ontmoette hij enige leerlingen
aan wie hij vroeg:
„Hebt gij de Heilige Geest ontvangen
toen ge het geloof hebt aangenomen ?”
Zij antwoordden:
„Wij hebben niet eens gehoord
dat er een Heilige Geest bestaat."
Toen zei hij:
„Hoe zijt ge dan gedoopt ?”
Ze antwoordden:
„Met het doopsel van Johannes.”
Paulus hernam:
„Johannes diende een doopsel toe ten teken van bekering,
maar hij zei aan het volk
dat ze moesten geloven in Wie na hem kwam, dat is Jezus.”
Toen zij dit gehoord hadden
lieten zij zich dopen in de naam van de Heer Jezus.
Nadat Paulus hun de handen had opgelegd
kwam de Heilige Geest over hen.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

Tweede lezing

1. Tweede lezing

Rom. 5, 1-2. 5-8

De liefde is in ons uitgestort door de Heilige Geest, die ons werd geschonken.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome.

Broeders en zusters,
Gerechtvaardigd door het geloof,
leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer.
Hij is het, die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten
tot die genade waarin wij staan;
door Hem ook mogen wij ons beroemen
op onze hoop op de heerlijkheid Gods.
En die hoop wordt niet teleurgesteld,
want Gods liefde is in ons hart uitgestort
door de Heilige Geest die ons werd geschonken.
Christus is immers voor goddelozen gestorven
op de gestelde tijd,
toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren.
Men zal niet licht iemand vinden
die zijn leven geeft voor een rechtvaardige,
al zou misschien iemand
in een bepaald geval dit van zich kunnen verkrijgen.
God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor,
dat Christus voor ons is gestorven,
toen wij nog zondaars waren.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

2. Tweede lezing

Rom. 8, 14-17

De Geest bevestigt het getuigenis van onze geest dat wij kinderen van God zijn.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome.

Broeders en zusters,
Allen die zich laten leiden door de Geest van God
zijn kinderen van God.
De Geest die gij ontvangen hebt is er niet een van slaafsheid
die u opnieuw vrees zou aanjagen.
Gij hebt de geest van het kind­schap ontvangen
die ons doet uitroepen:
„Abba, Vader!"
De Geest zelf bevestigt het getuigenis van onze geest
dat wij kinderen zijn van God.
Maar als wij kinderen zijn
dan zijn wij ook erfgenamen,
en wel erfgenamen van God, te samen met Christus,
daar wij delen in zijn lijden om ook te delen in zijn ver­heer­lij­king.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

3. Tweede lezing

Rom. 8, 26-27

De Geest pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome.

Broeders en zusters,
De Geest komt onze zwakheid te hulp.
Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden,
maar de Geest zelf pleit voor ons
met onuitsprekelijke verzuchtingen.
En Hij die de harten doorgrondt,
weet waar de Geest op zint,
want Hij pleit voor de heiligen naar Gods bedoeling.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

4. Tweede lezing

I Kor. 12, 4-13

Een en dezelfde Geest deelt aan ieder zijn gaven uit zoals Hij het wil.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte.

Broeders en zusters,
Er zijn verschillende gaven maar slechts één Geest.
Er zijn vele vormen van dienstverlening
maar slechts één Heer.
Er zijn allerlei soorten werk
maar er is slechts één God
die alles in allen tot stand brengt.
Maar aan ieder van ons
wordt de open­ba­ring van de Geest meegedeeld
tot welzijn van allen.
Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven,
aan een ander een woord van kennis krachtens dezelfde Geest,
aan een derde door dezelfde Geest het geloof.
Aan weer anderen schenkt de ene Geest gaven
om ziekten te genezen, om wonderen te doen,
de gave van profetie,
de onderscheiding van geesten, velerlei taal of de vertolking ervan.
Maar alles is het werk van een en dezelfde Geest,
die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil.
Het menselijke lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel;
alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen één lichaam uit.
Zo is het ook met de Christus.
Wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen,
zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest
door de doop één enkel lichaam geworden
en allen werden wij gedrenkt met één Geest.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

5. Tweede lezing

Gal. 5, 16-17. 22-23a. 24-25

Daar wij leven door de Geest willen we ook leven volgens de Geest.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten.

Broeders en zusters,
Leeft naar de Geest,
dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert.
Wat de zelfzucht wil, strijdt met de Geest,
en omgekeerd,
het verlangen van de Geest komt in botsing met het egoïsme.
Die twee liggen met elkaar overhoop
zodat ge niet kunt doen wat ge zoudt willen doen.
De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld,
vriendelijkheid, goedheid, trouw,
zachtheid en ingetogenheid.
Zij die bij Christus Jezus horen,
hebben hun zelfzucht gekruisigd
met haar hartstochten en begeerten.
Daar wij leven door de Geest,
willen we ook leven volgens de Geest.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

6. Tweede lezing

Ef. 1, 3a. 4a. 13. 19a

Gij zijt verzegeld met de Heilige Geest der belofte.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze.

Gezegend is God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus.
In Hem heeft Hij ons uitverkoren
vóór de grondlegging der wereld.
In Hem zijt ook gij,
nadat gij het woord der waarheid,
het Evangelie van uw heil hebt aanhoord,
in Hem zijt ook gij
tot het geloof gekomen,
verzegeld met de Heilige Geest der belofte
die het onderpand is van onze erfenis,
tot verlossing van Gods eigen volk
en tot lof van zijn heerlijkheid.
Daarom zeg ook ik onophoudelijk dank,
want ik heb gehoord van uw geloof in de Heer Jezus
en van uw liefde voor alle heiligen.
Steeds gedenk ik u in mijn gebeden.
Ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus,
de Vader der heerlijkheid,
u de Geest te geven van wijsheid en open­ba­ring
om Hem waarachtig te kennen.
Moge Hij uw innerlijk oog verlichten
om te zien, hoe groot de hoop is waartoe Hij u roept, hoe rijk
de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden der heiligen
en hoe overgroot zijn macht in ons die geloven.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

7. Tweede lezing

Ef. 4, 1-6

Eén lichaam, één Geest, één Heer, één geloof, één doop.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze.

Broeders en zusters,
Ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang:
leidt een leven dat beantwoordt
aan de roeping die gij van God ontvangen hebt,
in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid,
liefdevol elkaar verdragend.
Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden
door de band van de vrede: één lichaam en één Geest,
zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop,
waarvoor Gods roeping borg staat.
Één Heer, één geloof, één doop.
Één God, en Vader van allen,
die is boven allen, en met allen, en in allen.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.


Evangelie

Als de diaken/priester/bisschop/vormheer het Evangelieboek geopend heeft op de ambo,
dan zegt hij:

De Heer zij met u.
Allen: En met uw geest.

1. Evangelie

Mt. 5, 1-12a

Aan hen behoort het rijk der hemelen.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Allen: Lof zij U, Christus.

Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op
en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem.
Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus :
„Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
„Zalig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
„Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
„Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
„Zalig de barmhartigen,
want zij zullen barm­har­tig­heid ondervinden.
„Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
„Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
„Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hun behoort het Rijk der hemelen.
„Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt
en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil.
„Verheugt u en juicht,
want groot is uw loon in de hemel."

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

2. Evangelie

Mt. 16, 24-27

Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen :
„Wie mijn volgeling wil zijn,
moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen
en zijn kruis op te nemen.
„Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen.
„Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden.
„Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen,
als dit ten koste gaat van eigen leven?
„Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
„Want de Mensenzoon
zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader,
vergezeld van zijn engelen,
en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden."

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

3. Evangelie

Mt. 25, 14-30

Over weinig waart ge trouw; ga binnen in de vreugde van uw Heer.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd hield Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis voor:
„Een man riep bij zijn vertrek naar het buitenland
zijn dienaars bij zich om hun zijn bezit toe te vertrouwen.
Aan de een gaf hij vijf talenten,
aan de ander twee, aan een derde één,
ieder naar zijn bekwaamheid.
Daarna vertrok hij.
Die de vijf talenten gekregen had,
ging er terstond mee werken en verdiende er vijf bij.
Zo verdiende ook degene die er twee gekregen had,
er twee bij.
Maar die er één had gekregen,
ging een gat in de grond graven en het geld van zijn heer verbergen.
Een hele tijd later kwam de heer van de dienaars terug
en hield afrekening met hen.
Die de vijf talenten gekregen had,
trad naar voren
en bood nog vijf talenten aan met de woorden:
Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd;
ziehier, vijf talenten heb ik erbij verdiend.
Zijn meester sprak tot hem:
Uitstekend, goede en trouwe dienaar,
over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen.
Ga binnen in de vreugde van uw heer.
Nu trad die van de twee talenten naar voren en zei:
Heer, twee talenten hebt gij me toevertrouwd;
ziehier, twee talenten heb ik erbij verdiend.
Zijn meester sprak tot hem:
Uitstekend, goede en trouwe dienaar, over weinig waart ge trouw,
over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer.
Ten slotte trad ook die van één talent naar voren en zei:
Heer, ik heb ervaren dat gij een hard mens zijt,
die oogst waar gij niet gezaaid hebt
en binnenhaalt waar gij niet hebt uitgestrooid.
Daarom was ik bang
en ben uw talent in de grond gaan verbergen.
Hier hebt ge uw eigendom terug.
Maar zijn meester gaf hem ten antwoord:
Slechte en luie knecht,
je wist toch dat ik oogst waar ik niet gezaaid heb,
en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid?
Daarom had je mijn geld bij de bankiers moeten uitzetten,
dan zou ik bij mijn komst
mijn bezit met rente teruggekregen hebben.
Neemt hem dus dat talent af
en geeft het aan wie de tien talenten heeft.
Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden,
zelfs in overvloed gegeven worden;
maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden
zelfs wat hij heeft.
En werpt die onnutte knecht buiten in de duisternis;
daar zal geween zijn en tandengeknars.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

4. Evangelie

Mc. 1, 9-11

Hij zag de Geest op zich neerdalen.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd vertrok Jezus uit Nazaret in Galilea
en liet zich in de Jordaan door Johannes dopen.
En op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg,
zag Hij de hemel openscheuren
en de Geest als een duif op zich neerdalen.
En er kwam een stem uit de hemel:
„Gij zijt mijn Zoon,
mijn veelge­liefde;
in U heb Ik welbehagen."

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.


5. Evangelie

Lc. 3, 10-16

(Lezing voor de Advent)

Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd stelden de mensen Johannes de vraag:
“Wat moeten wij doen?”
Johannes gaf hun ten antwoord:
“Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft,
en wie voedsel heeft, laat hij hetzelfde doen.”
Er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden
en ze vroegen hem:
“Meester, wat moeten wij doen?”
Hij zei hun:
“Niet méér vragen dan voor u is vastgesteld.”
Ook soldaten vroegen hem:
“En wij, wat moeten wij doen?”
Hij antwoordde:
“Niemand uitplunderen, niemand iets afpersen,
maar tevreden zijn met uw soldij.”
Omdat het volk vol verwachting was
en iedereen zich aangaande Johannes de vraag stelde,
of hij niet de Messias zou zijn,
gaf Johannes aan allen het antwoord:
“Ik doop u met water, maar er komt iemand
die sterker is dan ik;
ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken.
Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.”

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

6. Evangelie

Lc. 4, 16-22c

De Geest des Heren is over mij gekomen.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd kwam Jezus in Nazaret,
waar Hij was grootgebracht.
Hij ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge
en stond op om voor te lezen.
Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan.
Hij opende de rol
en vond de plaats waar geschreven stond:
„De geest des Heren is over mij gekomen,
omdat Hij mij gezalfd heeft.
„Hij heeft mij gezonden
om aan armen de Blijde Bood­schap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden dat zij zullen zien;
om verdrukten te laten gaan in vrijheid,
om een genade jaar af te kondigen van de Heer."
Daarop rolde Hij het boek dicht,
gaf het terug aan de dienaar en ging zitten.
In de synagoge waren aller ogen gespannen op Hem gevestigd.
Toen begon Hij hen toe te spreken:
„Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan."
Allen betuigden Hem hun instemming
en verbaasden zich,
dat woorden, zo vol genade uit zijn mond vloeiden.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.


7. Evangelie
Lc. 8, 4-10a. 11b-15

Het zaad in de goede aarde zijn zij die het woord dat zij hoorden bewaren
en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.


Uit het heilig Evangelie van onze Heet Jezus Christus volgens Lucas.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd
toen zich een grote menigte verzamelde
en uit de steden de mensen naar Jezus toestroomden,
sprak Hij in een gelijkenis:
„De zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien.
„En bij het zaaien viel een gedeelte op de weg;
het werd vertrapt en de vogels uit de lucht aten het op.
„Een ander gedeelte viel op de rotsgrond;
het schoot wel op, maar droogde uit omdat het geen vocht had.
„Weer een ander gedeelte viel tussen de distels,
maar tegelijkertijd schoten de distels op en verstikten het.
„Nog een ander gedeelte viel op goede grond;
het schoot op en bracht honderdvoudige vrucht voort."
En met luide stem voegde Hij er aan toe:
“Wie oren heeft om te horen, hij luistere."
Zijn leerlingen vroegen Hem wat die gelijkenis wel betekende.
Hij antwoordde:
„Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk Gods te kennen,
Het zaad is het woord van God.
„Die op de weg, zijn zij die geluisterd hebben.
„Maar dan komt de duivel en rooft het woord uit hun hart weg,
opdat ze niet door te geloven gered worden.
„Die op de rots zijn zij
die het woord met blijd­schap ontvangen wanneer zij het horen,
maar zij hebben geen wortel;
zij geloven voor een ogenblik,
maar ten tijde van de beproeving vallen zij af.
„Wat onder de distels viel zijn zij
die wel geluisterd hebben,
maar die gaandeweg door de zorgen,
de rijkdom en de genoegens van het leven
verstikt raken en niet tot rijpheid komen.
„Het zaad in de goede aarde zijn zij
die het woord dat zij hoorden in een goed en edel hart bewaren
en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid."

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

8. Evangelie

Lc. 10, 21-24

Ik prijs U, Vader, omdat Gij deze dingen geopenbaard hebt aan kinderen.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd jubelde Jezus het uit, vervuld van de Heilige Geest,
en Hij sprak:
„Ik prijs U Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt
voor wijzen en verstandigen,
maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.
„Ja Vader, zo heeft het U behaagd.
„Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven.
„Niemand weet wie de Zoon is tenzij de Vader;
en wie de Vader is tenzij de Zoon
en aan wie de Zoon Hem wil openbaren."
Daarop keerde Hij zich naar zijn leerlingen afzonderlijk
en Hij zei tot hen:
„Gelukkig de ogen die zien wat gij ziet.
„Ik zeg u:
Vele profeten en koningen verlangden te zien wat gij ziet
maar zij hebben het niet gezien; en te horen wat gij hoort
maar ze hebben het niet gehoord."

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

9. Evangelie

Joh. 7, 37b-39a

Stromen van levend water zullen vloeien.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd riep Jezus met luide stem:
„Als iemand dorst heeft hij kome tot Mij.
„Wie in Mij gelooft hij drinke!
„Zoals de Schrift zegt:
Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien."
Hiermee doelde Hij op de Geest
die zij die in Hem geloofden zouden ontvangen.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

10. Evangelie

Joh. 14, 15-17

De Geest van de waarheid zal voor altijd bij u blijven.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.
„Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven
om voor altijd bij u te blijven:
de Geest van de waarheid;
voor wie de wereld niet ontvankelijk is,
omdat zij Hem niet ziet en niet kent.
„Gij kent Hem,
want Hij blijft bij u en zal in u zijn.”

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

11. Evangelie

Joh. 14, 23-26

De Heilige Geest zal u alles leren.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Als iemand Mij liefheeft
zal hij mijn woord onderhouden;
mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.
„Wie Mij niet liefheeft
onderhoudt mijn woorden niet;
en het woord dat gij hoort is niet van Mij
maar van de Vader die Mij gezonden heeft.
„Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben,
maar de Helper,
de Heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden,
Hij zal u alles leren
en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

12. Evangelie

Joh. 15, 18-21. 26-27

De Geest der waarheid die van de Vader uitgaat,
zal over Mij getuigenis afleggen.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Als de wereld u haat
bedenkt dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u.
„Als gij van de wereld zoudt zijn
zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort.
„Daar gij echter niet van de wereld zijt
maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen,
daarom haat de wereld u.
„Herinnert u wat Ik u gezegd heb:
een dienaar staat niet boven zijn heer.
„Als ze Mij vervolgd hebben zullen ze ook u vervolgen.
„Als ze mijn woord onderhouden hebben
zullen ze ook het uwe onderhouden.
„Maar dit alles zullen zij u vanwege mijn Naam aandoen,
want Hem die Mij gezonden heeft kennen zij niet."
„Wanneer de Helper komt
die Ik u van de Vader zal zenden,
de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat,
zal Hij over Mij getuigenis afleggen.
„Maar ook gij moet getuigen,
want vanaf het begin zijt gij bij Mij.”

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

13. Evangelie

Joh. 16, 5-7. 12-13a

De Geest der waarheid zal u tot de volle waarheid brengen.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.
Allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Thans ga Ik naar Hem die Mij gezonden heeft,
en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen ?
„Omdat Ik u dit gezegd heb is uw hart vol droefheid.
„Toch zeg Ik u de waarheid:
het is goed voor u dat Ik heenga;
want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen.
„Nu Ik wel ga zal Ik Hem tot u zenden.
„Nog veel heb Ik u te zeggen,
maar gij kunt het nu niet verdragen.
„Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid
zal Hij u tot de volle waarheid brengen."

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.