Arsacal
button
button
button


Wie geeft wat hij heeft...

homilie vijfde zondag van de veertigdagentijd B

nieuws - gepubliceerd: zondag, 25 maart 2012
Wie geeft wat hij heeft...

“Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft”, een uitdrukking die we vermoedelijk allemaal wel zullen kennen. En in ieder geval is het ook wel zo dat geven gelukkig kan maken. De meesten van ons zullen de rijke Scrooge wel kennen uit de Christmas carol van Dickens; het gaat om een gierige vrek die zich afsluit voor de kerstgedachte en voor iedere andere mens uit vrees dat iemand aan zijn geld zal komen, want heel de mensheid bestaat alleen uit lelijke profiteurs. Wie zich zo verschanst achter de muren van zijn eigen welvaart en de eigen wereld, defensief, wordt geen gelukkig mens. Hij zal verzuren en verkrampen en hij wordt onbereikbaar voor anderen en voor Gods genade.

Als je midden in de kleine kinderen zit, je werkt en je rent van hot naar her, een baby geboren, een ander kind gaat al naar school en je moet steeds overal op letten want de middelste zit overal aan, dan zul je weleens verzuchten dat je het toch wel verschrikkelijk druk hebt en het allemaal niet meevalt; en toch kan het zomaar zijn dat je later terugkijkend op de jaren die voorbij gingen, je juist die periode herinnert als een van de mooiste van je leven.

Het is dus ook heel belangrijk en het maakt een groot verschil hoe je tegen je eigen leven en de moeiten van je leven aankijkt. Zie je de moeite die je moet doen, de inzet die van je wordt gevraagd als iets negatiefs, iets wat je zuchtend en steunend volbrengt, of kijk je door die moeite heen en zie je het doel en de betekenis van wat je doet, de bijdrage die je er door geeft, het verschil wat je maakt.

Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft. Wie zich inzet voor de goede zaak, wie zichzelf geeft, wie met liefde moeite doet voor iets goeds, die vindt de bevrediging dat hij een mooi en voldoening schenkend leven leidt, een leven dat inhoud heeft, dat de moeite waard is.

Mensen worden eerder neerslachtig en ervaren zinloosheid als ze niets te doen hebben, geen toekomst en betekenis zien, geen waardevolle invulling hebben voor hun dagen.

Wat een genade is het dan als je gelooft in de waarde van gebed en offer. Zelfs als je weinig met je handen kunt en je voeten je ook al in de steek beginnen te laten, kun je bidden en offeren, pijn en tegenslag aanbieden aan de hemelse Vader voor deze of gene intentie. Als je de waarde daarvan kunt zien, zul je als je niet zoveel meer kunt presteren, toch weten en ervaren dat je leven waardevol is, een zin en een doel heeft.

Jezus zelf staat in het evangelie van vandaag vlak voor zijn lijden. Het doet ons eraan denken dat het volgende week al weer Palm­zondag is, het begin van de goede week, de week van het lijden en sterven van Jezus. Jezus noemt dat “Zijn uur”, “Zijn uur” is gekomen. Die uitdrukking geeft natuurlijk aan dat wat komt en dan gebeuren zal, zeer belangrijk is. We zeggen zelf wel, wanneer iemand jarig is of een ander feest viert dat dit zijn of haar dag is. Zo is het met Jezus: het gaat over Zijn lijden en sterven, over Zijn marteldood aan het kruis; het gaat dus over pijn en verdriet, maar Jezus ziet dit uur niet als iets negatiefs, maar als een bijdrage - wat het ook is, want door Zijn lijden en kruis zijn wij verlost -. Ja, Hij ziet Zijn lijden en dood als iets heel positiefs: “Het uur is gekomen, dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt”. Niet dat Hij dat negatieve niet ziet of wegpoetst, maar Hij ziet dat Zijn offer nodig is, vrucht voorbrengt, zoals de graankorrel die in de aarde valt en veel vruchten voortbrengt.

Je moet Mij hierin volgen, zegt Jezus ons vandaag. “Als je Mij wilt dienen, moet je Mij volgen”.

Dus probeer altijd aan de offers die je moet brengen, aan het zware en moeilijke dat je moet dragen, aan het verdriet dat je moet doorstaan, een zin te verbinden, probeer altijd de waarde te zien van de offers die je moet brengen en dat juist daardoor je leven de moeite waard is geworden.

Ons leven is niet de moeite waard door de lol en het plezier dat je hebt gehad, door de verre reizen en gezellige avonden die je hebt doorgemaakt; en ook niet door het geld dat je hebt verdiend of de kleren en de auto die je hebt kunnen kopen. Het wordt de moeite waard door de liefde die je hebt gegeven, door de offers die je hebt gebracht, door de inzet die je hebt getoond.

Het komt ook bij Jezus wel even op als Hij voor Zijn uur staat: Zal ik vragen dat de hemelse Vader dit uur van mij wegneemt, dat Hij Mij ervoor bewaart? “Wat moet ik zeggen? Vader red Mij uit dit uur?” Nee, komt het dan onmiddellijk in Hem op, dat moet ik niet vragen! Ik moet eraan gaan staan, niet weglopen, dit niet uit de weg gaan, maar  vragen dat het vruchtbaar mag worden: “Vader, verheerlijk Uw Naam”.

En zo is het ook voor ons allen: Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft...

Terug