Arsacal
button
button
button
button


Wie geeft wat hij heeft...

homilie vijfde zondag van de veertigdagentijd B

Nieuws - gepubliceerd: zondag, 25 maart 2012 - 894 woorden
Wie geeft wat hij heeft...

“Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft”, een uitdruk­king die we vermoe­de­lijk allemaal wel zullen kennen. En in ieder geval is het ook wel zo dat geven gelukkig kan maken. De meesten van ons zullen de rijke Scrooge wel kennen uit de Christmas carol van Dickens; het gaat om een gierige vrek die zich afsluit voor de kerstge­dachte en voor iedere andere mens uit vrees dat iemand aan zijn geld zal komen, want heel de mens­heid bestaat alleen uit lelijke profiteurs. Wie zich zo verschanst achter de muren van zijn eigen wel­vaart en de eigen wereld, defensief, wordt geen gelukkig mens. Hij zal verzuren en verkrampen en hij wordt onbereik­baar voor anderen en voor Gods genade.

Als je mid­den in de kleine kin­de­ren zit, je werkt en je rent van hot naar her, een baby geboren, een ander kind gaat al naar school en je moet steeds overal op letten want de middelste zit overal aan, dan zul je weleens ver­zuchten dat je het toch wel verschrikke­lijk druk hebt en het allemaal niet meevalt; en toch kan het zomaar zijn dat je later terugkijkend op de jaren die voorbij gingen, je juist die periode herinnert als een van de mooiste van je leven.

Het is dus ook heel be­lang­rijk en het maakt een groot verschil hoe je tegen je eigen leven en de moeiten van je leven aankijkt. Zie je de moeite die je moet doen, de inzet die van je wordt gevraagd als iets nega­tiefs, iets wat je zuchtend en steunend vol­brengt, of kijk je door die moeite heen en zie je het doel en de bete­ke­nis van wat je doet, de bijdrage die je er door geeft, het verschil wat je maakt.

Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft. Wie zich inzet voor de goede zaak, wie zich­zelf geeft, wie met liefde moeite doet voor iets goeds, die vindt de bevre­diging dat hij een mooi en voldoe­ning schenkend leven leidt, een leven dat inhoud heeft, dat de moeite waard is.

Mensen wor­den eerder neer­slach­tig en ervaren zinloos­heid als ze niets te doen hebben, geen toe­komst en bete­ke­nis zien, geen waarde­volle invulling hebben voor hun dagen.

Wat een genade is het dan als je gelooft in de waarde van gebed en offer. Zelfs als je weinig met je han­den kunt en je voeten je ook al in de steek beginnen te laten, kun je bid­den en offeren, pijn en tegen­slag aanbie­den aan de hemelse Vader voor deze of gene intentie. Als je de waarde daar­van kunt zien, zul je als je niet zoveel meer kunt pres­te­ren, toch weten en ervaren dat je leven waarde­vol is, een zin en een doel heeft.

Jezus zelf staat in het evan­ge­lie van vandaag vlak voor zijn lij­den. Het doet ons eraan denken dat het volgende week al weer Palm­zon­dag is, het begin van de goede week, de week van het lij­den en sterven van Jezus. Jezus noemt dat “Zijn uur”, “Zijn uur” is geko­men. Die uitdruk­king geeft na­tuur­lijk aan dat wat komt en dan gebeuren zal, zeer be­lang­rijk is. We zeggen zelf wel, wanneer iemand jarig is of een ander feest viert dat dit zijn of haar dag is. Zo is het met Jezus: het gaat over Zijn lij­den en sterven, over Zijn mar­tel­dood aan het kruis; het gaat dus over pijn en verdriet, maar Jezus ziet dit uur niet als iets nega­tiefs, maar als een bijdrage - wat het ook is, want door Zijn lij­den en kruis zijn wij verlost -. Ja, Hij ziet Zijn lij­den en dood als iets heel posi­tiefs: “Het uur is geko­men, dat de Mensen­zoon verheer­lijkt wordt”. Niet dat Hij dat negatieve niet ziet of wegpoetst, maar Hij ziet dat Zijn offer nodig is, vrucht voor­brengt, zoals de graan­kor­rel die in de aarde valt en veel vruchten voort­brengt.

Je moet Mij hierin volgen, zegt Jezus ons vandaag. “Als je Mij wilt dienen, moet je Mij volgen”.

Dus probeer altijd aan de offers die je moet brengen, aan het zware en moei­lijke dat je moet dragen, aan het verdriet dat je moet doorstaan, een zin te verbin­den, probeer altijd de waarde te zien van de offers die je moet brengen en dat juist daardoor je leven de moeite waard is gewor­den.

Ons leven is niet de moeite waard door de lol en het plezier dat je hebt gehad, door de verre reizen en gezellige avon­den die je hebt doorgemaakt; en ook niet door het geld dat je hebt ver­diend of de kleren en de auto die je hebt kunnen kopen. Het wordt de moeite waard door de liefde die je hebt gegeven, door de offers die je hebt gebracht, door de inzet die je hebt getoond.

Het komt ook bij Jezus wel even op als Hij voor Zijn uur staat: Zal ik vragen dat de hemelse Vader dit uur van mij wegneemt, dat Hij Mij ervoor bewaart? “Wat moet ik zeggen? Vader red Mij uit dit uur?” Nee, komt het dan on­mid­del­lijk in Hem op, dat moet ik niet vragen! Ik moet eraan gaan staan, niet weglopen, dit niet uit de weg gaan, maar  vragen dat het vrucht­baar mag wor­den: “Vader, verheer­lijk Uw Naam”.

En zo is het ook voor ons allen: Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft...

Terug