Arsacal
button
button
button
button


Wie een hart heeft kiest voor het kind

Kerstnacht in de H. Adelbertuskerk in Haarlem Noord

Overweging Preek - gepubliceerd: vrijdag, 25 december 2015 - 1234 woorden
Wie een hart heeft kiest voor het kind

De Kerst­nacht heb ik gevierd in de H. Adel­ber­tus­kerk in Haar­lem-Noord, waar de vie­ring mooi werd opge­luis­terd door het Trinity koor begeleid door een combo.

Homilie

Broeders en zusters,
Aller­eerst nogmaals:
heel harte­lijk welkom in deze kerst­nacht
om de geboorte te vieren van Jezus,
Zoon van God de Aller­hoog­ste
maar als Kind van Beth­le­hem, geboren in een stal.

Hij is geboren als een weerloos Kind
en op het herders­veld waar dat is gebeurd,
wordt door engelen
een wens van vrede op aarde gezongen;
dat is in de tijd waarin wij leven
na­tuur­lijk weer heel erg actueel.

Het zou zomaar kunnen zijn
dat U zich in de laatste weken en maan­den
ook weleens een beetje mach­te­loos hebt gevoeld
en zich vragen hebt gesteld:
de stromen vluch­te­lingen
die door Europa en door de wereld trekken
- meer dan zes­tig miljoen zijn het er nu al -,
de ter­ro­ris­tische aan­slagen overal
- alleen al deze de­cem­ber­maand
zijn er meer dan der­tig geweest,
we horen lang niet alles -,
en het komt allemaal ook wel dichtbij:
waar gaat het naar toe?
En wat kunnen wij doen?
Is er nog hoop voor de mens­heid
of wordt het allemaal alleen maar erger,
gaat het helemaal de ver­keerde kant op?
Wat is ons leven waard,
zullen wij­zelf nog in vrede kunnen leven?

Wij zijn allemaal maar heel beperkte mensen.
Wat wij kunnen doen
is wat liefde en harte­lijk­heid ver­sprei­den
en vele mensen doen dat ook.
In tegen­stel­ling tot wat we uit andere plaatsen horen,
is het in Haar­lem rus­tig gebleven
rond het thema van vluch­te­lingen.
Onlangs was er een bij­een­komst
voor de omwonen­den van de Koepel,
die nu een nood­op­vang voor vluch­te­lingen is
en de bewoners gaven aan
geen last te hebben van deze mensen
en ze hoef­den ook niet te weten
wanneer de opvang in de Koepel afgelopen was,
ze had­den er geen probleem mee.
Van ver­schil­lende kanten heb ik gehoord
dat veel vrij­wil­li­gers klaar staan
om iets te doen voor de vluch­te­lingen,
vaak zelfs meer dan er op dit moment nodig zijn.
Dat is fan­tas­tisch, toch?

Dat is het wat wij kunnen doen:
proberen naar de moge­lijk­he­den die we hebben
wat licht te brengen
in een wereld die er voor veel mensen
best wel duister uitziet
en waar­van we soms denken:
komt dat nog wel goed?
Al het goede dat we doen
is een bouwsteen voor een betere wereld.

Tegen­over al die grote geweld­da­dige jongens,
die ter­ro­ris­ten en sommige macht­heb­bers,
die niet malen om het leven van een kind
en hun strijd ook nog eens vaak
als een heilige zaak be­schou­wen,
kunnen wij, gewone mensen,
maar weinig uitrichten.
We kunnen het afkeuren
en dat moeten we ook doen,
we kunnen oproepen tot vrede
en ervoor bid­den
en dat moeten we ook doen,
we kunnen goede waar­den
van liefde, respect en verdraag­zaam­heid voorleven
en dat moeten we zeker niet nalaten,
we kunnen soms eraan bijdragen
dat moslim-jon­ge­ren zich niet te veel isoleren;
wie zich buiten­ge­slo­ten voelt
komt eerder tot het kwaad,
maar wij kunnen ter­ro­ris­ten niet stoppen.
Wat we daar­naast nog wél kunnen en moeten doen
is altijd het ver­trouwen behou­den
dat er een toe­komst is achter de aardse horizon.,

Vaak vragen mensen ook:
Kan God dit niet verhin­de­ren,
waarom laat Hij dit allemaal toe?
Dat is een men­se­lijke vraag,
dan schuiven we het weer op een ander,
maar zo werkt het niet;
God heeft ons allemaal
een vrije wil ge­schon­ken
en daar­mee heeft Hij ieder van ons
een eigen verant­woor­de­lijk­heid toe­ver­trouwd.

Je hebt dat met opgroeiende kin­de­ren
dat je hen als ouders langzamer­hand zelf
steeds meer dingen laat kiezen en beslissen.
Daarbij gaan ze na­tuur­lijk best weleens onderuit,
we zeggen dan
dat ze door schade en schande wijs moeten wor­den
en dat je van je fouten moet leren.
Wat zou het gewel­dig zijn
als dat ook eens
voor de mens­heid als geheel zou gel­den,
dat die door schade en schande zou leren
om vrede te stichten,
van de fouten zou leren
om haat en geweld niet met gelijke munt te betalen.
Want de ene oorlog volgt maar steeds de andere op.
Hitler, Stalin en Pol Pot motiveer­den hun gruwelda­den
met hei­dense of atheïstische argu­menten,
nu gebeurt dat onder de vlag
van religie en een heilige oorlog,
maar het re­sul­taat is het­zelfde:
miljoenen on­schul­dige mensen
moeten lij­den en sterven of vluchten.

We hebben zojuist het bekende kerste­van­ge­lie gehoord.
Maar wat gebeurt daar eigen­lijk?
Want hoewel dat verhaal
al bijna twee­dui­zend jaar gele­den is opge­schre­ven,
is wat daar gebeurt
voor ons nog steeds herken­baar.
Het begint met een besluit van keizer Augustus
voor dat Quirinius landvoogd was,
maar die keizer zit in Rome,
duizen­den kilo­me­ters verwijderd
van de plaats waar Jezus geboren is;
en die landvoogd was later in Syrië,
ook een ander land dan Israël/Palestina
waar Nazareth of Beth­le­hem ligt.
Die hoge poli­tieke heren nemen een besluit
maar weten niet
of het in­te­res­seert hun niet
hoe dat uit­werkt in het leven
van gewone mensen.
Jozef en de hoogzwangere Maria moeten op reis,
gekken­werk eigen­lijk,
een tocht van honderd-vijf­tig kilo­me­ter,
door bergen en door de woes­tijn.
Maria en Jozef zijn vluch­te­lingen:
Ze wor­den ge­dwon­gen weg te gaan voor de volk­stel­ling
en later zullen ze nog een keer moeten vluchten,
naar Egypte,
omdat Herodes het Kind met de dood bedreigt.
En nu is er voor hen geen plaats in de her­berg;
“Vol is vol”, zei­den de mensen van Beth­le­hem,
ze kunnen nergens terecht.
Maria en Jozef komen op een plaats voor de dieren
en het Kind wordt gelegd in een kribbe,
een voederbak voor de beesten.

Wat hier in het evan­ge­lie gebeurt
herhaalt zich heden;
laten we her­berg­zaam zijn voor vluch­te­lingen,
laat hen als Jezus, Maria en Jozef
welkom zijn
in de her­berg van ons hart.

En dan ein­digt het evan­ge­lie
met engelenzang
en een hemels leger van engelen
die van vrede zingen.

Daar ligt de bood­schap
die dit evan­ge­lie wil brengen.
Want wij zijn net als Maria en Jozef en Jezus
vaak mach­te­loos tegen­over grote heren,
die beslis­singen nemen
die het leven van mensen
hard kunnen raken,
zoals die keizer Augustus.
Augustus noemde zich vrede­vorst en redder
en liet zich erop voorstaan
dat hij de grote brenger van vrede en geluk was.
In allerlei monu­menten en inscripties
is dat beeld vereeuwigd
en tot op de dag van vandaag zijn die uitingen bewaard,
maar het is uit­ein­delijk allemaal “fra­ming”, poli­tiek,
het is het beeld waar­mee hij zelf
graag naar buiten wilde komen,
de com­mu­ni­ca­tie-adviseur
had het goed voor hem bedacht...

Tegen­over keizer Augustus
staat in het evan­ge­lie een andere vrede­vorst:
een pas­ge­bo­ren kind zonder macht of moge­lijk­he­den,
vol­ko­men weerloos,
met arme ouders,
dak- en thuisloos op dit moment.
En het zijn een paar arme herders
die in dit Kind
de Redder en Vrede­vorst komen aanbid­den.
Daar zijn die engelen,
die hemelse leger­macht
die God verheer­lijkt om dit Kind.

Het is alsof God ons vandaag wil zeggen:
staar je niet blind op de macht van terreur,
op wie zich voordoen als grote heren,
laat je niet verblin­den door macht en het geld
en laat je geen angst aanjagen door ter­ro­ris­ten,
want niemand kan harten voor zich winnen
door geweld en terreur;
een ideo­lo­gie die zich zo moet handhaven,
is eigen­lijk al dood;
welk zinnig mens zal uit vrije wil kiezen
voor wie anderen onderdrukt.
Ze kunnen zich alleen staande hou­den
door te blijven onderdrukken.

Maar wie een hart heeft
en een weerloos kind
ziet liggen in een kribbe,
die zal een stroom van liefde
door zich voelen gaan.
Geloof is niet iets geweld­da­digs
maar juist een liefde­volle keuze
voor de kleine en weer­loze Jezus;
het is een keuze voor het kind in jezelf,
voor het geven en het dienen,
voor het Kind in de kribbe.
In die geest wens ik U allen
een mooi en vre­dig kerst­mis toe!
Amen.

Terug