Arsacal
button
button
button


Zusters Ursulinen van Bergen kiezen nieuw bestuur

nieuws - gepubliceerd: dinsdag, 19 januari 2016
De kapittelzusters
De kapittelzusters
Met de algemeen overste en de Raad
Met de algemeen overste en de Raad

Op dinsdag 19 januari besloten de zusters Ursulinen van Bergen hun kapittel met de verkiezing van de Algemeen Overste en de Raad. Als Algemeen Overste werd zuster Marie José de Kok opnieuw gekozen en de drie Raadzusters zijn zr. Angela Put, zr. Gabriële Weenink en zr. Lucy Tromp. Na de verkiezingen, waarmee we deze zusters van harte hebben gefelciteerd, heb ik met hen de H. Eucha­ris­tie gevierd en gegeten.

De zusters kijken ook naar de toekomst en zijn in gesprek met het bisdom over de nieuwe bestuursvorm, want slechts vier zusters zijn nog onder de tachtig jaar.

De Ursulinen hebben veel mooi werk verricht, met name in het onderwijs.

Homilie

Beste zusters,

Weemoed?

We beleven met dit kapittel
een bijzonder moment in de geschiedenis van uw con­gre­ga­tie.
U bent de toekomst aan het voor­be­rei­den
omdat te voorzien is
dat de gewone bestuurs­struc­tuur
niet meer mogelijk zal zijn
en dat - zoals U het zelf ooit eens schreef -
het bestaan van uw religieuze gemeen­schap
ten einde loopt.
Dat kan natuurlijk
als U daarover nadenkt
droevig en weemoedig stemmen,
een beetje zoals de Emmaüsgangers
in het evangelie
dat we vandaag hebben gelezen.
“Wij leefden in de hoop...
“Wij hadden gedacht...”.

Wie had dit gedacht?

Ik denk dat het voor ons allemaal geldt
dat we toen we ons leven hebben toegewijd
aan de dienst van het evangelie,
aan Christus en de Kerk
en U heel in het bijzonder
aan de dienst aan de jeugd in het onderwijs,
dat we toen nooit hadden kunnen denken
dat het zou gaan zoals het is gegaan.
Maar zoals die Emmaus­gangers dat moesten leren,
zo moeten wij ons dat zelf
ook steeds opnieuw inprenten:
niet onze plannen, niet ons denken,
niet onze verwachtingen, niet onze successen,
maar Uw naam komt de eer toe:
“Uw Naam worde geheiligd”.

Wat is succes?

Wat was het grootste succes van het leven van Jezus?
Hij verklaart het hier zelf in het evangelie
aan die twee sombere Emmaus­gangers:
het grootste succes van het leven van Jezus
was Zijn dood op het kruis.
“Moest de Messias dit alles niet lijden
om in zijn glorie binnen te gaan?”
Eens en voor al heeft God hiermee een teken gesteld:
niet menselijke succesverhalen,
geen glorie en macht,
maar ontlediging,
klein en nederig geworden,
de diepste en laatste consequentie
van Gods keuze
om het leven van de laatste, de minste,
de kleinste mens te delen:
zo was het kruis,
zo heeft God ons willen redden.
Als wij mensen aan een Redder denken
denken we aan iemand met spierballen,
een brandweerman misschien
die stoer een brandend huis binnen rent
om daar nog iemand uit te halen,
of een sterke zwemmer
die in het water springt
om een drenkeling te redden.
God heeft het allemaal anders gedaan:
Hij werd klein, een kind,
Hij was machteloos, vastgespijkerd.
Nee, een mens zou dit nooit hebben kunnen bedenken,
dit moet de ware godsdienst zijn!

Gezaaid

Natuurlijk was het niet zo
dat Jezus tijdens Zijn aardse leven
niets had bereikt.
Hij had woorden gesproken,
zieken genezen,
het goede zaad gezaaid.
Menselijkerwijs zou je hebben gedacht
dat het allemaal voor niks was geweest,
als je had gezien dat ze Hem allemaal
zo in de steek hadden gelaten.
Toch was dat niet zo.
Die leerlingen van Jezus bleken toch
een vruchtbare voedingsbodem
voor het werk van de heilige Geest
die op hen zou neerdalen.

Als ik God was...

U moet eigenlijk niet anders terug kijken
op Uw eigen leven als religieuze
en op het apostolaat, op de dienst
die Uw Con­gre­ga­tie heeft volbracht.
U hebt in de loop van de tijd
heel veel mooie en goede dingen gedaan.
En als ik God was geweest,
had ik ervoor gezorgd
dat U een heleboel roepingen had gekregen
en dit werk had kunnen voortzetten.
Dat zeg ik omdat ik het werk van het onderwijs
en de plaats van religieuzen zo belangrijk en mooi vind
- het is opvoeding en vorming van jonge mensen,
veel en veel meer dan het aanleren van kennis en vaardigheden -
en ik zeg dat omdat ik zelf heel goede ervaringen heb opgedaan
met zusters in mijn eigen leven.
De twee zusters die ik als lerares heb gehad
waren geweldige mensen
aan wie ik met dankbaarheid terug denk.
Dus ik zou U wel roepingen hebben gegeven,
maar ik ben God niet
en dat is maar goed ook!

De Nabije en heel Andere


God denkt heel anders dan wij mensen,
Hij is ons heel nabij
en tegelijk ook de volkomen Andere.
Hij woont in ons hart
en Hij is een ondoorgrondelijk mysterie.
Daarom is geloof
leven vanuit een bron die ons verwarmt en verkwikt
en tegelijkertijd vertrouwen en overgave.
Nee, niet ik, Heer,
“Uw Naam worde geheiligd”.

Stichter

Dat is een geest die volgens mij
diep in Uw con­gre­ga­tie is geworteld.
Als ik over Uw stichter, pastoor Bernardus Smeeman lees,
wordt hij gekenschetst als een man
van een onverwoestbaar Godsvertrouwen,
die zijn leven liet bepalen
en bezield werd
door het verlangen
om met vuur en kracht
getuigenis af te leggen van het evangelie
en te werken voor het evangelie.
Hij wilde zelf een man van God zijn
en wilde dat de zusters mensen van God zouden zijn
en dat zij dat met heel hun wezen zouden uitstralen
en door de vorming en opvoeding van jonge mensen
het grote ideaal van het evangelie door zouden geven.
Hij was zelf - en wilde dat zij zouden zijn -
als de Emmaus­gangers
bij wie de ogen open waren gegaan
en die als op vleugels gedragen
naar hun broeders terug gingen
om vol vreugde te getuigen:
“De Heer is werkelijk verrezen”.
Beste zusters,
dit blijft een opgave voor U en voor mij,
tot onze laatste snik:
leven uit vertrouwen,
uit het geloof dat de Heer verrezen is,
dat niet wij God zijn, maar Hij
“Uw Naam worde geheiligd”,
dat Hij alleen ons werk de vrucht­baar­heid kan geven
en dat Hij dit ook wel zal doen,
dat Hij het doel is en de zin van ons bestaan,
dat Hij het waarom en alles kent
en dat onze weg in de navolging van Jezus
uiteindelijk geen andere kan zijn
dan een nederige, eenvoudige, kleine weg,
een weg die menselijk gezien
ondergang lijkt - zoals een kruis -
maar die in Gods optiek
de weg is naar het leven.

Angela Merici

Na mijn eerste bezoek bijna vier jaar geleden
hier aan het bestuur,
- waarbij we ook over Angela Merici hadden gesproken -
ben ik in Brescia haar kerk en klooster
en het standbeeld van Angela wezen bezoeken.
Niet dat de heilige Angela mij helemaal onbekend was,
want in Rome toen ik daar canoniek recht studeerde,
kwam ik onder de hoede van pater Jean Beijer,
de expert in het religieuzenrecht,
die veel had geschreven over de seculiere instituten,
die in de heilige Angela terecht een voorloper zien
omdat zij een heel nieuwe vorm
van Godgewijd leven bracht,
aanvankelijk zonder gemeen­schap­pe­lijk leven
en zonder habijt.
Daarbij was Angela een groot organisator,
er was geen stad waar onderwijs en armenzorg
zo goed verzorgd waren
als in Brescia.
Volgende week is haar feestdag
op 27 januari,
dan zal het 476 jaar geleden zijn
dat zij gestorven is.
Met eerbied gedenken wij ook deze dag
de grote geestelijke schat die zij heeft nagelaten
en die vruchten zal blijven dragen
op tal van plaatsen in de wereld
en hopenlijk ook in ons leven.
Angela had een devotie
voor de heilige Geest
en ik wil daarom graag afsluiten
met een gebed van haar
en met haar zegenwens
dat die heilige Geest
U mag leiden
en inzicht mag geven
om in alles steeds
Gods Naam te heiligen.

Gebed

“Heilige Geest,
beloofd door de Zoon
gezonden door de Vader,
onze Leraar, onze Helper.
Laat Uw vriendelijke stem
tot mijn hart spreken
zodat Ik mag verstaan
wat U van mij wilt.
Laat Uw helder licht
oplichten in mijn zoekende geest,
zodat ik mag zien
waarheen U me leidt.
U, vonk van Gods liefde
ontsteek heel mijn liefdes­kracht
zodat ik zal branden van verlangen
naar de komst van Gods koninkrijk.
U, drijvende kracht,
geef mij het krachtig verlangen
om U raad en inspiraties te volgen
zodat ik ten uitvoer kan brengen
wat U mijn handen laat doen”

Mogen de kracht en de ware vertroosting
van de heilige Geest
met U allen zijn,
zodat U sterk en trouw
de taak kunt dragen en vervullen
die U is toevertrouwd.

Amen.

Terug