Arsacal
button
button
button
button


Verbonden blijven...

Vijfde zondag van Pasen

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 6 mei 2012 - 791 woorden
Verbonden blijven...

“Blijft in Mij”, het zijn woor­den die Jezus tot Zijn leer­lin­gen spreekt op die laatste avond voor Zijn lij­den en kruis­dood. “Blijft in mij, dan blijf ik in U”. Ik denk dat we allemaal weten hoe be­lang­rijk ver­bon­den­heid kan zijn. We hebben het ervaren of gemist op be­lang­rijke momenten van ons leven, bij een afscheid of een nieuw begin, bij ieder gebeuren dat je bij­zon­der raakt.

Ver­bon­den­heid ervaar jezelfs als mensen er niet meer zijn, niet meer in ons mid­den zijn. “De stilte spreekt”, was de titel van het winnende gedicht bij de nationale 4 mei her­den­king dit jaar. In dat moment van stilte ieder jaar op die dag - zo was de inhoud van het gedicht - klinken de stemmen van degenen met wie we verbon­den zijn en die weg­ge­vallen, gesneu­veld zijn voor onze vrij­heid. Ja, die stemmen blijven klinken en de ver­bon­den­heid met goede en dier­ba­re mensen blijft, ook als ze van ons zijn heen­ge­gaan. Geen wonder dat in de heilige Eucha­ris­tie zoveel namen van over­le­de­nen met dank­baar­heid in ons gebed genoemd.

We gedenken hen en die ge­dach­te­nis is een teken dat we hen niet vergeten zijn. Je draagt in je hart de liefde van je moeder, het voor­beeld van je vader, de vroom­heid van je groot­moe­der en ga zo maar door. Deze week hoorde ik op de radioeen inter­view met rabbijn Evers. Hij ver­telde onder meer hoe zijn moeder, Bloeme Evers, Ausch­witz had overleefd door de ver­bon­den­heid met een stel goede kampvrien­din­nen, die haar erdoor­heen hielpen. Alléén had ze het nooit kunnen vol­hou­den, zonder hen zou Ausch­witz haar einde zijn geweest. Zij was en is een sterke vrouw, maar een mens doet het nooit alleen.

Rabbijn Evers voegde daar voor zich zelf nog aan toe: ik was nooit de persoon gewor­den die ik nu ben als ik mijn moeder niet had gehad. En ook zei hij: mensen die met haar verbon­den zijn of waren kwamen en komen tot geloof en ver­trouwen. Haar geloof en haar levens­kracht stralen naar anderen uit. Zo zou het met ieder van ons moeten zijn: dat ieder die met ons verbon­den is, iets van ons geloof en ver­trouwen, van onze levens­kracht en -vreugde mee zal mogen krijgen, dat als mensen met ons verbon­den zijn ze iets van de geest en de liefde van Christus ervaren.

We hebben vaak heel gauw en ge­mak­ke­lijk iets lelijks over een ander geroddeld; wat zou het mooi zijn als we veel eerder iets moois en goeds, iets opbouwends, een bood­schap van geloof en ver­trouwen de wereld in had­den geslingerd! De maat­schap­pij is veel indi­vi­dua­lis­tischer dan vroeger: Eenzaam­heid is één van de grootste problemen van onze westerse samen­le­ving maar ieder die het ooit ervaren heeft weet dat ver­bon­den­heid met anderen, en open­heid van anderen voor wat je beweegt en raakt, heel veel goed doet, de vreugd wordt ver­dub­beld, de smart wordt gedeeld. Dus, laten we zelf die ver­bon­den­heid met anderen zoeken en bevor­de­ren, een stapje zetten naar anderen om ons heen, die er vaak meer naar verlangen dan wij mis­schien denken.

Maar de Heer wijst ons vandaag na­tuur­lijk ook naar een ander soort ver­bon­den­heid. Zijn woor­den in het evan­ge­lie zijn niet allen een oproep aan Zijn leer­lin­gen om hun oude vriend niet te vergeten en nog eens aan Hem terug te denken. Het gaat er om dat Zijn leer­lin­gen zich altijd te binnen brengen dat ze niets uit ons­zelf hebben, dat ze alles gekregen hebben, en dat ze zich rea­li­se­ren hoe be­lang­rijk het is God bedanken voor al wat Hij geeft, dat ze oog proberen te hebben voor al die goede gaven en dat ze van Hem bewust de kracht en levensmoed ont­van­gen die je nu eenmaal nodig hebt. “Los van Mij kun je niets”, zegt Jezus daar­van.

Bedank, vraag kracht, vraag moed, betrek die Lieve Heer in je leven van iedere dag, blijf met Hem praten, vraag Hem het goede woord te kunnen spreken, de nood van je naaste te kunnen zien, het juiste te kunnen doen. Toen de bis­schop mij als jongen van een jaar of twaalf had gevormd, zei hij aan het einde van de plech­tig­heid: Ik vraag jullie niet veel, ik vraag geen lange gebe­den of moei­lijke zaken. Ik vraag jullie alleen: Bid vaak, iedere dag en ook vaker per dag, als je voor een beslis­sing staat, als je moet spreken of zwijgen, als je in actie moet komen, bidt dan deze woor­den: “Kom, heilige Geest”. er kan je veel gebeuren, je kunt voor veel komen te staan; in zekere zin geeft dat niet, je kunt veel aan als je maar met God verbon­den blijft, want: “Wie in mij blijft, terwijl ik blijf in Hem, die draagt veel vrucht”.

AMEN

Terug