Arsacal
button
button
button


‘Om het licht te zien moet je weten wat duisternis is’

Dagmis van Kerstmis

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 25 december 2016
Het kathedrale koor oefent voor de Mis
Het kathedrale koor oefent voor de Mis
‘Om het licht te zien moet je weten wat duisternis is’

De Dagmis van kerstmis heb ik in de kathedraal gevierd. Het was een feestelijke viering waarin de senioren van het kathedrale koor de Missa in honorem Sancti Nicolaii zongen van J. Haydn.

HOMILIE

Zalig

Van harte wens ik U allen
een mooi en zalig kerstfeest toe.
Voor alle duidelijkheid:
Dat katholieke “zalig”
slaat niet op het lekkere eten
dat wij op het kerstfeest zullen genieten,
al wens ik U dat ook wel toe,
maar het slaat op héél de mens,
ons algehele welbevinden:
we spreken er de hoop mee uit
dat dit kerstfeest ons
geestelijk goed mag doen,
gelukkig zal maken,
vrede en harmonie zal geven
naar lichaam en ziel,
ons dichter bij God mag brengen
die in Jezus
zo dicht bij ons gekomen is.
Zalig kerstfeest, dus!

Iets minder romantisch

Vannacht is het kerstverhaal gelezen
over Maria en Jozef met hun ezel op weg,
over de engelen die van vrede zongen
boven de stal van Bethlehem,
waar herders en wijzen
het pasgeboren kind kwamen aanbidden.
Dat was van­nacht.
Vanmorgen is het misschien wel
iets minder romantisch.
Het gaat over
licht dat in de duisternis schijnt,
over het Woord dat vlees geworden is,
over de Heer die niet aanvaard en afgewezen wordt,
kortom het gaat vanmorgen over de kern
van de bood­schap van kerstmis

Toon Hermans

Ik denk dat het Toon Hermans was
die ooit in een van zijn conferences heeft gezegd:
“Om het licht te kunnen zien,
moet je weten wat het duister is”.
Daar wilde hij mee zeggen:
je ervaart iets pas als een geschenk,
je waardeert iets pas
als je je realiseert
dat het ook anders kan zijn,
niet vanzelfsprekend is.
Wie de oorlog had meegemaakt,
kreeg waardering voor voedsel;
wie zich erg alleen voelde,
ervaart daarna meer de vreugde van een relatie;
wie geen kinderen kon krijgen,
is dubbel blij als er toch één geboren wordt;
wie een arme tijd heeft gekend en gebrek heeft geleden,
waardeert het veel meer
als er betere tijden en welvaart komen
dan iemand die alleen maar welvaart heeft gekend.
Toon Hermans kon het licht waarderen,
omdat hij het donker kende:
als kind had hij beide meegemaakt:
tijden van licht en tijden van duisternis,
zijn successen,
maar ook de vroege dood van zijn vader
en tijden van armoe en gebrek.
Sint Nicolaas vond hij toen niet zo leuke man.

Het cadeau zien

“Het licht schijnt in de duisternis
maar de duisternis nam het niet aan”.
Dat heeft dus ook wel te maken met
hoe we naar ons eigen leven kijken:
als we het mooie zien dat ons is toegevallen,
leidt dat tot waardering
en waardering leidt tot dankbaarheid
en dankbaarheid leidt tot vreugde en vrede.
Maar voor wie welvaart, gezondheid
en eigen onafhankelijkheid en alles
min of meer vanzelfsprekend vindt,
wie het goede en mooie niet ziet als cadeau,
maar kijkt naar wat daaraan ontbreekt
als iets dat hem of haar is afgenomen,
die blijft met duisternis zitten.

Onze ster

Om het licht te zien
moeten we vaak
heel goed kijken.
Het is maar een kind
dat op kerstmis geboren wordt,
in een stal in een uithoek
van het grote Romeinse rijk.
Je moet goed zoeken om dat licht te vinden,
zoals die wijzen uit het oosten doen,
die geleid door een ster
op weg gingen.
Onze ster zijn de woorden van God
en de goede, mooie
waarden en overtuigingen van ons hart,
waardoor wij ons laten leiden.
Die brengen ons verder
en helpen ons om
dat ware licht
dat op kerstmis is geboren
te vinden en te aanvaarden.

Waar was Hij?

Als we lezen en horen van de aanslag
op de kerstmarkt in Berlijn,
als we de beelden van Aleppo zien,
de puinhopen, de slachtoffers, de doden,
de vluchtelingen en geëvacueerden,
ben je geneigd om te denken:
Waar was God?
Waar was Hij in vredesnaam?
Toch was Hij daar ook in Aleppo,
bij­voor­beeld in de blauwe zusters,
die daar gebleven zijn
om naast de mensen te staan,
zoals eerder Frans van der Lugt,
die Nederlandse priester-Jezuïet
dat deed in Homs.

Geen grote regisseur

“Aan allen die Hem wel aanvaarden
gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden”.
Dat kind in de stal van Bethlehem
heeft ons uiteindelijk lot ten goede gekeerd
en Hij heeft ons een weg gewezen
om in Zijn kracht
mensen te zijn die licht ontvangen
en doorgeven.
God is deze wereld niet gaan “regelen”
als een soort grote, machtige regisseur,
die alle touwtjes in handen heeft
en er wel even voor gaat zorgen
dat onrecht en geweld niet meer voorkomen.
Nee, zo niet: Hij is gekomen als een kind,
een weerloos kind in eenvoud, geweldloos,
een kind dat liefde oproept
en dat ons inspireert
om zelf een positieve bijdrage te gaan geven
om van deze wereld een plaats te maken
waar vrede kan wonen en liefde
en alles wat goed en mooi is.
Op kerstmis heeft God ons de taak in handen gegeven
om bewerkers van vrede te zijn.

Tijn

Heel Nederland leeft mee met Tijn.
Zes jaar oud en ongeneeslijk ziek door hersenstamkanker
zet hij zich in om geld in te zamelen
voor de behandeling van kinderen
die aan longontsteking sterven.
Hoe zal men aan Tijn terug denken
als hij er niet meer is?
Als hij een engel in de hemel is,
zullen wij op aarde het mooie spoor dat hij achter liet
in herinnering houden;
dat zal zijn ouders troosten
en allen die hem zullen missen
en als hij het allemaal een beetje aan blijft kunnen
zal het Tijn ook zelf veel vreugde en voldoening geven:
hij heeft van zijn leven
iets moois gemaakt,
iets waardevols.

Uit de gevangenis

Dat hoort bij Kerstmis:
Jezus is geboren
om ons te redden,
om ons eens naar de hemel te brengen
maar ook om ons hier te bevrijden
uit de gevangenis van ons eigen “ik”.

Laten we het licht van Kerstmis,
dat ware licht dat iedere mens verlicht
ontvangen en doorgeven...
Amen.

Terug