Arsacal
button
button
button


150 jaar Sint Urbanuskerk in Ouderkerk

Seculiere samenleving maar: Nieuwe Nederlanders zijn gelovig

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 15 januari 2017
Met de priesters, diakens en pastoraal werkers voor de Mis
Met de priesters, diakens en pastoraal werkers voor de Mis
Het Kwetternest oefent voor de Mis
Het Kwetternest oefent voor de Mis
Het nieuwe altaar voor de Mis
Het nieuwe altaar voor de Mis

Zondag 15 januari was ik in Ouderkerk aan de Amstel waar de Sint Urbanus­kerk 150 jaar bestaat. Dit jubileum wordt met een feestjaar gevierd dat op deze dag werd geopend. De prachtige Cuijpers­kerk is grotendeels gerestaureerd en op deze dag werd ook een nieuw altaar gewijd.

Priesters, diakens en pastoraal werkers die werkzaam zijn of waren geweest in de parochie hadden allen een taak in de viering gekregen. Pastoor-deken Ambro Bakker sprak een openingswoord, diaken Eugene Brussee, eerstaanspreekbare ter plaatse, las het evangelie en deed de aankondigingen, emeritus pastoraal werker Kiki Kint verrichtte de lezingen, Ernst Meijknecht de voorbede, priester prof. Gerard Tillo las de parochieintenties, emeritus pastoor Jan Adolfs bad als con­cele­brant een deel van het Eucharistisch gebed, diaken prof. Paul Koopman assis­teerde aan het altaar.

In de kerk waren de burge­mees­ter en wethouder en de dominee aanwezig.
Drie koren verleende mede­wer­king: kinderkoor Het kwetternest, een middenkoor Elckerlijc en het Sint Caeciliakoor verzorgden de zang. De echtgenote van diaken Brussee zong na de communie een solo: Panis Angelicus. Alles bijeen was het een feestelijk geheel.

Het nieuwe altaar past goed in het geheel van de kerk (zie foto). Voor het klaarmaken van de gaven werd het gezegend met wijwater en bewierookt na een wijdingsgebed.

Na afloop van de viering was er gelegenheid voor de parochianen om tijdens koffie en een glas prosecco te toasten op de jarige kerk. Daarbij werden ook gebakjes getracteerd met het gloednieuwe logo van de kerk, ontworpen door een reclame­bureau in Ouderkerk.

Veel mensen - zo'n 150 vrijwilligers - zetten zich in voor de parochie en de kerk, waar de week ervoor 11 jongens en meisjes het heilig vormsel hadden ontvangen.

De parochie is verbonden in een samen­wer­kings­ver­band met de parochies van Amstelland waarmee zij later dit jaar zal fuseren.

Van harte wil ik de parochie en allen die zich voor de Ouderkerkse kerk inzetten feliciteren met dit jubileum!

Een gedeelte van de homilie is gelijk aan die de avond tevoren in Schoorl was gehouden.

HOMILIE

Broeders en zusters,
Van harte wil ik U allen feliciteren
met het 150 jarig bestaan
van deze fraaie Sint Urbanus­kerk!

Uit de schuil­plaatsen

Toen deze kerk gebouwd werd
was de katholieke kerk in opkomst:
veertien jaar voor dit gebouw verrees
was hier de hiërarchie hersteld
voor het eerst sinds bijna driehonderd jaar
waren er weer bis­schop­pen in ons land.
Eeuwenlang waren de katholieken
een klein, verborgen clubje geweest
zonder macht of invloed.
Hogere posities in de maat­schappij
waren er niet voor hen geweest,
katholieken waren tweederangs burgers.
In de negentiende eeuw veranderde dat:
de katholieken waren uit
hun schuil­plaatsen en schuilkerken gekropen,
er werden religieuze con­gre­ga­ties en kloosters gesticht,
ziekenhuizen gebouwd, scholen en weeshuizen gesticht
en ga zo maar door
en de prachtigste kerken
zo mooi als kathedralen
verrezen overal in Nederland,
met een toren,
vaak net iets hoger
dan die van de protestantse kerk!

Pierre Cuijpers

Ook hier in Ouderkerk
werd een prachtige kerk gebouwd
door de beroemde architect Pierre Cuijpers,
die ook
het Centraal Station en het Rijks­mu­seum in Amsterdam
heeft ontworpen
en de troon waarop de koning
op Prinsjesdag zit
en meer dan zeventig fraaie kerken in ons land.

Presentie

De katholieke kerk groeide en groeide,
de katholieke volkspartij
werd de grootste van alle politieke partijen,
er was bijna geen terrein van het maat­schap­pe­lijk leven
waar geen sterke katholieke presentie was.

Seculier

Die tijd ligt al weer vrij ver achter ons.
De meesten van ons - de ouderen -
hebben daar nog net
een staartje van meegemaakt.
We leven nu in een volkomen andere tijd,
er is veel veranderd.
De helft van de bevolking
geeft aan niet meer gelovig te zijn.
De lucht die we inademen,
het klimaat waarin we leven
is seculier,
geloof lijkt geen rol te spelen
in het publieke leven
en sommige politieke partijen
willen dat uitdrukkelijk:
geloof moet achter de voordeur!
Autochtone Nederlanders
identificeren zich vaak
met die seculiere maat­schappij.

Nieuwe Nederlanders zijn gelovig

Maar tegelijk is er ook
een heel andere beweging in onze samenleving.
Dat seculiere verhaal geldt voor de mensen
met een Nederlandse achtergrond.
Voor de nieuwe Nederlanders
ligt dat weer anders.
Ik zag laatst een ceremonie
waarin mensen met een migratie-achtergrond
de Nederlandse nationaliteit kregen,
die waren allen gelovig,
er was niemand die niet de eed aflegde
en niet God als getuige nam.
Dit gaat niet alleen over moslims,
ook de jongere mensen
in onze eigen katholieke kerken
hebben veelal een migratie-achtergrond.
Onze kerk is dus anders geworden
en zal nog meer veranderen.

Wat is er mis gegaan?

Tegelijk roept dat voor ons,
gelovige mensen, de vraag op:
Wat is er mis gegaan?
Waarom hebben wij het geloof
niet door kunnen geven
aan onze kinderen en kleinkinderen?

Dansen in katholiek verband

Daarin spelen natuurlijk
heel wat factoren een rol.
Als we de geschiedenis van de katholieke kerk
in ons land nagaan,
zien we dat het vroeger vaak ook ging
om het behoren tot een groep,
tot de katholieke zuil:
je was katholiek,
je stemde op de katholieke partij,
maakte deel uit van een katholieke stands­orga­ni­sa­tie,
was in een katholieke
vak­ver­eni­ging of werkgeversbond verenigd
en je ging dansen, sporten, op vakantie
in katholiek verband.
Katholiek-zijn was een sociaal gebeuren.

Sociaal gebeuren

Iets daarvan zien we nog steeds
wanneer mensen er heel sterk aan hechten
om hun katholiek-zijn te beleven
in hun eigen dorp
en het moeilijk vinden
om buiten de gemeen­schap van het dorp
dat kerk-zijn of gemeen­schap beleven.
Het sociaal gebeuren wordt heel belangrijk gevonden.

Gemeen­schap wat is dat?

Daar is op zich nog niets mis mee,
want kerk-zijn is een gemeen­schapsgebeuren:
niemand kan kerk-zijn in zijn eentje:
we hebben het geloof
doorgegeven gekregen van anderen:
onze ouders, leer­krachten, catecheten enzovoorts;
we beleven het geloof samen met anderen,
we ontvangen de sacramenten
in een gemeen­schap,
de gemeen­schap van de Kerk.
Maar kerk-zijn gaat niet op de eerste plaats
over nestgeur en dorpszin, over stand of positie.
Kerk-zijn is gemeen­schap in Christus.
Het gaat hier over het delen met elkaar
van ons geloof in Gods goedheid,
over het navolgen van Jezus,
Gods eniggeboren Zoon,
die door kruis en verrijzenis
verlossing heeft gebracht.
We vormen gemeen­schap met elkaar
omdat we in geloof met elkaar verbonden zijn,
elkaar willen inspireren en sterken
en samen God willen danken
voor wat Hij ons heeft gedaan.

Johannes

We hebben vandaag gehoord over Johannes de doper.
Johannes is absoluut geen conventionele figuur.
Hij denkt en doet niet
wat iedereen denkt en doet.
Hij is vrij en staat vrij
ten opzichte van machthebbers
en gevestigde belangen en opvattingen.
Hij heeft er geen probleem mee
om Farizeeën en Schriftgeleerden
te zeggen waar het op staat.
Maar waar staat het dan op,
volgens Johannes?
Als we in de evangelies
de prediking van Johannes nog eens nalezen,
wordt duidelijk dat hij ingaat
tegen een gevestigde orde die denkt:
ik heb deze of die sociale positie,
ik ben belangrijk,
ik ben een Farizeeër of Schriftgeleerde,
dus ik heb macht en gezag.
Het gaat niet om de plaats in de maat­schappij
die we bekleden,
het belang en de waarde van een mens
hangen niet af van zijn positie.
Wat belangrijk is,
is veel meer
hoe je in het leven staat als gelovige en als mens.
Johannes zelf was iemand
die het werken van de heilige Geest
wist te onderscheiden,
hij had een grote innerlijke openheid
waardoor hij in zijn hart
die zending van de hemelse Vader kon ervaren
en het teken van de duif
die over Jezus neerdaalde
toen die gedoopt werd,
kon begrijpen en verstaan
als het neerdalen van de heilige Geest.

De kern

Dat is de kern van ons kerk-zijn:
die band met God,
dat geestelijk voedsel en inspiratie
om een goed mens te zijn,
in navolging van Jezus,
geleid door de heilige Geest.

Dat mag vandaag mijn wens zijn aan U allen:
Proficiat met 150 jaar Sint Urbanus­kerk!
Ik wens U toe en ik bid
dat U allen levende stenen zult zijn
van dat geestelijk bouwwerk dat de kerk is,
dat we elkaar opbouwen,
dat de Geest van God U, ons, zal inspireren
om de weg van Jezus Christus te gaan. Amen

Terug