Arsacal
button
button
button
button


Het wordt ons gegeven...

Homilie op Pinksteren

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 27 mei 2012 - 914 woorden
Het wordt ons gegeven...

Mis­schien is wel de meest fun­da­men­tele erva­ring van ons leven dat het ons gegeven moet wor­den. Er zijn tal van momenten waarop we dat bij­zon­der beleven.

We voelen iets in ons lichaam dat niet helemaal in orde is en onze gedachten gaan allerlei kanten op: het kan iets heel on­schul­digs zijn, maar het is na­tuur­lijk ook moge­lijk dat er meer aan de hand is. Ge­zond­heid is een gave en we hebben die niet in eigen hand. Of een kind gaat voor het eerst zelf naar school en het komt later terug dan we had­den verwacht. Dat kan na­tuur­lijk iets heel on­schul­digs zijn, niets bij­zon­ders aan de hand, toch gaat de gedachte even door het hoofd: er zal toch niets gebeurd zijn? We hebben het niet in de hand, dat ie weer veilig terug keert is toch óók een gave.

In de relaties met andere mensen beleven we iets derge­lijks steeds weer opnieuw: als je zelf een gelukkig huwe­lijk hebt en je ziet om je heen hoe vaak het helaas mis gaat, dan zijn daar na­tuur­lijk allerlei men­se­lijke factoren in het spel, maar we ervaren toch ook: het is me gegeven, het had ook anders kunnen gaan. En soms gáát het ook anders en vraag je je af: waarom was me dit niet gegeven? Waarom moest dit gebeuren? Of we hebben een gespannen ver­hou­ding met iemand, of we weten niet goed wat te zeggen, of iemand zit met grote vragen en ineens spreken we een woord, reageren we op een wijze die de lucht doet opklaren, die ontspan­ning en vrede brengt, die een ant­woord geeft. "Hoe kon ik dat, hoe kwam dat?", vragen we ons af. Het was je gegeven.

Op tal van momenten komen we ermee in aanra­king dat het ons gegeven moet wor­den, dat we geen recht hebben op dit of dat, dat we geen claims kunnen laten gel­den. Alles is gave, om niet. Er zijn dus heel veel redenen tot dank­baar­heid voor wie die wil en kan zien. Ook dat is een gave! We vieren vandaag het Pinkster­feest: de heilige Geest daalde neer over de leer­lin­gen van Jezus met Zijn zeven gaven. De leer­lin­gen zagen iets dat op vuur geleek en hoor­den een geluid als van een hevige wind. Dat vuur en die wind zijn eigen­lijk beel­den die iets aan het licht brachten van wat daar gebeurde.

Het vuur was en is iets mysterieus’. Vuur kun je niet doorgron­den, het verspreidt licht en warmte. Al in het Oude Testa­ment is het vuur een beeld voor het mysterie van God: denk bij­voor­beeld maar aan het verhaal van de bran­dende braambos: Mozes ziet een braambos bran­den, zonder dat die struik verbrandt, hij gaat erop af en daar wordt hem Gods naam geopen­baard: "Ik zal met je zijn", zegt de Heer tot hem. Door het licht zien we dingen beter en door de warmte voelen we ons beter, denk er alleen maar aan hoe de zon het humeur van de mensen beïn­vloedt!

Zo is het met de kracht van de heilige Geest, Hij is dé grote Gave die God de Vader ons schenkt, Hij is het vuur in ons hart, onze in­spi­ra­tie, onze inge­ving, onze leidsman. Ook de stormwind is zo’n teken. De wind kun je niet zien, maar je ervaart z’n kracht, een stor­mach­tige wind drijft ons voort, die beweegt ons een bepaalde rich­ting uit, al kun je na­tuur­lijk ook tegen de wind ingaan. Zo is het met de kracht van de heilige Geest. Hij beweegt ons hart, onze gedachten naar het goede.

Als we niet helemaal af­ge­stompt zijn door het leven en de zorgen van iedere dag, merken we in ons hart een soort aanvoelen, een geheim­zin­nige kracht, een licht, een inzicht dat ons leidt, dat ons sterkt, een lei­ding die ons keuzes laat maken: zo’n aanvoelen van dit moet je doen, dat niet, van wat voor jou op dat moment de goede weg is. Op sommige moment over­komt het ons dat we iets hebben gedaan waar­van we eigen­lijk ergens al had­den aan­ge­voeld dat we het beter niet had­den kunnen doen, dat het niet veilig was of niet ver­trouwd.

De apos­te­len van de Heer wor­den door de gave van de heilige Geest boven zich­zelf uitgetild. Ze laten zich niet meer zo beïn­vloe­den door hun men­se­lijke angst, door men­se­lijke over­we­gingen; zij durven op mensen af te stappen, ze hebben de inner­lijke moed om over hun geloof te spreken en ge­tui­ge­nis af te leggen, ze wor­den vrijere mensen. Niet dat hun nu niets vervelends meer zal over­ko­men, dat zeker niet. De apostel Paulus krijgt op een gegeven moment door de heilige Geest zelfs inge­ge­ven dat in iedere stad waar hij komt, hem vele kwellingen zullen wachten.

Toch gaat hij dat niet uit de weg. Het is hem dui­de­lijk dat dit hem gegeven is en al zal hij het "waarom" ook niet altijd hebben begrepen, maar hij kan het aannemen als iets dat hem gegeven wordt ten goede omdat hij weet dat het komt van de heilige Geest. Op veel momenten van ons leven ervaren we dat het ons gegeven is of dat het ons gegeven moet wor­den. We hebben het niet uit ons­zelf, we kunnen ons­zelf niets garan­de­ren. Die erva­ring kan ons meer open maken voor het werk van de heilige Geest. Want het is goed er bewust mee te leven en er bewust om te vragen op allerlei momenten ook door de dag: Kom, heilige Geest! AMEN.

Terug