Arsacal
button
button
button
button


Laudato Si’ - Zorg voor het milieu eis van rechtvaardigheid

Bijeenkomst in Weesp

Artikel Overig - gepubliceerd: vrijdag, 9 maart 2018 - 2203 woorden

Op donder­dag­avond 8 maart was ik in 't Lichthuis in Weesp voor een avond over de En­cy­cliek Laudato Si’ van paus Fran­cis­cus, geor­ga­ni­seerd door de PKN gemeenten uit Muiden, Muider­berg en Weesp en de pa­ro­chie van Levend Water (Weesp en Muiden). De focus lag deze avond op klimaat­ver­an­de­ring.

De inlei­ding die ik heb gehou­den is hier­on­der na te lezen. Darnaast waren sprekers Jan Portenge, fracitevoor­zit­ter van Groen Links en mw. Denise Pronk van Schiphol, die op een klimaatexpeditie naar Spits­bergen is geweest met ver­te­gen­woor­digers van allerlei grote Neder­landse bedrijven.

Aan het einde van de avond was er een gebeds­dienst in de Grote kerk die geleid werd door ds. Gerben Hoogterp van de pro­tes­tantse gemeente Muiden, waarbij ik de zegen en het gebed van fran­cis­cus heb uit­ge­spro­ken.

 

Klimaat­ver­an­de­ring en de en­cy­cliek Laudato Si’ van paus Fran­cis­cus

Ker­ke­lijke aan­dacht voor het milieu

Paus Fran­cis­cus is niet de eerste paus die zich met de eco­lo­gische pro­ble­ma­tiek heeft bezig gehou­den. Ook paus Paulus VI, paus Johannes Paulus II en paus Bene­dic­tus XVI hebben dat gedaan en het door de Pau­se­lijke Raad voor Ge­rech­tig­heid en Vrede (Iustitia et Pax) uitge­ge­ven Com­pen­dium van de sociale leer van de Kerk (2004) bevat even­eens een hoofd­stuk over de zorg voor het milieu (hoofd­stuk 10). En andere ker­ke­lijke leiders hebben zich over dit vraag­stuk gebogen, zoals de oecu­me­nisch patriarch van Con­stan­ti­no­pel, Bar­tho­lo­meus, die er tot nu toe veel aan­dacht voor heeft gehad en die in de En­cy­cliek van paus Fran­cis­cus met ere wordt vermeld (n. 8). Maar Fran­cis­cus is wel de eerste paus die een eigen En­cy­cliek heeft gewijd aan klimaat­ver­an­de­ring en milieu.

En­cy­cliek

Een En­cy­cliek - Litterae Encyclicae: rondzend­brief - is de meest gezag­volle vorm van een pau­se­lijk schrijven en wordt geacht te bevatten wat in ieder geval in bredere zin tot de vaste katho­lie­ke leer behoort. Door deze vorm te kiezen geeft paus Fran­cis­cus dus aan dat een goede zorg voor milieu en klimaat tot de zen­ding en opdracht van de kerk behoort en dat de wezen­lijke bood­schap daarover de leer van de kerk zelf betreft.

Thema voor de kerk?

De eerste vraag kan dan na­tuur­lijk zijn: gaat een kerk daar wel over? Moet de kerk zich niet bezig hou­den met de ver­kon­di­ging van het evan­ge­lie? En staat er in het evan­ge­lie dan iets over klimaat­ver­an­de­ring en milieu? Mis­schien niet direct, maar de Open­ba­ring leert ons wel iets over recht­vaar­dig­heid en over wie de mens is, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, geschapen als sociaal wezen, ge­roe­pen om in zijn mede­mens een naaste en een broeder of zuster te herkennen.

Sociaal wezen

De diepste natuur van een mens is dat hij een sociaal wezen is en niet kan leven of zijn eigen gaven ont­wik­ke­len zonder relaties met anderen (vgl. De pas­to­rale con­sti­tu­tie van het tweede Vati­caans concilie Gaudium et spes, n. 12). Gaudium et spes voegt er dan meteen aan toe dat God zag dat het (heel) goed was toen Hij de mens en heel de schep­ping zo geschapen had (GS 12). De mens werd geschapen met een soort gees­te­lijk evenwicht, “in ge­rech­tig­heid”, zegt Gaudium et spes (13), en de wereld van de eerste mensen was een paradijs, een gave van God. Daar­mee wordt aangeduid dat het kwaad en de versto­ring van dat evenwicht niet Gods wil en bedoeling zijn geweest.

Worsteling

Maar de heilige Schrift verhaalt ver­vol­gens dat het allemaal niet zo ideaal gebleven is. Er is onbalans geko­men: de mens heeft zijn vrij­heid mis­bruikt. Dat beant­woordt aan onze eigen erva­ring: de mens is tot veel mooie dingen in staat, maar we zijn ook geneigd tot het kwaad, ons leven is een worsteling tussen goed en kwaad, tussen licht en duisternis (GS 13). De nei­ging is er in ons mensen om de dingen naar ons­zelf toe te trekken. Dat kwaad dat mensen lokt is heel mooi aangeduid in het verhaal van de zondeval in het paradijs. De beko­ring waarvoor de mens bezwijkt is daar dat hij gelijk zal wor­den aan God door de kennis van goed en kwaad (Gen. 3, 5). De verlei­ding is dus je eigen god te willen zijn en zelf te weten wat goed is en wat kwaad. Het is de beko­ring om te heersen in plaats van te dienen, de schep­ping - die gave van God - te gebruiken voor je eigen doel­ein­den. En het impera­tief is om daartegen in te gaan: wél te dienen, jezelf onder­ge­schikt te maken aan de wet van God, die de mens geschapen heeft als een sociaal wezen, dat reke­ning moet hou­den met het geheel en dat het wel­zijn van allen beoogt. Kortom: dat we als sociaal wezen geschapen zijn, houdt de opdracht in om mens-voor-anderen te zijn.

Gods gaven: verstand, geweten, vrij­heid

De be­lang­rijk­ste gaven die we hebben gekregen om dit mens-zijn-voor-anderen te kunnen rea­li­se­ren, zijn de eigen kenmerken van ons mens-zijn: de gaven die wij van God hebben ont­van­gen en waardoor wij zelf - met Gods hulp - een goed en verant­woord levens­pro­ject kunnen rea­li­se­ren; dat is ons men­se­lijk verstand en ons oor­deels­ver­mo­gen dat in wijs­heid kan groeien; dat is ons geweten dat oor­deelt: “Doe dit, doe dat niet” en dat steeds beter het kwaad van het goed kan leren on­der­schei­den, naarmate we openstaan voor en ingaan op de weg die het geweten ons wijst; en dat is onze vrij­heid waardoor we oprechte en eer­lijke keuzes kunnen maken. Ook voor die vrij­heid geldt dat het een proces is om die meer en meer te verwerven: een kind zeurt om een ijsje en zal een groot ijsje nemen als het de kans krijgt, maar een vol­was­se­ne heeft geleerd niet zomaar toe te geven aan de behoeften die in hem opkomen, omdat die alleen maar lei­den tot versla­ving en dat je te zwaar wordt (vgl. GS 15-17). Deze mooie gaven van ons mens-zijn - verstand/wijs­heid, geweten en vrij­heid - zijn helaas ook wel tame­lijk aangetast door de kracht van de verlei­ding om te leven als een kind dat ijsjes wil.
Klimaat­ver­an­de­ring bestrij­den heeft alles te maken met verant­woord gedrag.

Sociale leer

Paus Fran­cis­cus heeft aange­ge­ven dat Laudato Si' deel uitmaakt van de sociale leer van de kerk. Die sociale leer gaat over de recht­vaar­dig­heid, de recht­vaar­dige opbouw van de samen­le­ving, en is gebaseerd op de waar­dig­heid en gelijk­heid van iedere mens. De schep­ping is er voor ie­der­een even­zeer. Centraal in die sociale leer staan onder meer begrippen als alge­meen wel­zijn en de uni­ver­se­le bestem­ming van de goe­de­ren van deze wereld. God heeft die wereld geschapen voor het wel­zijn en de noden van alle mensen en niet alleen voor een bepaalde groep. Mensen zijn - zoals gezegd - sociale wezens, verbon­den met anderen; mensen en volkeren zijn af­han­ke­lijk van elkaar en dat maakt struc­tu­ren van soli­da­ri­teit nood­za­ke­lijk evenals een vastbesloten­heid om samen te streven naar het wel­zijn van allen. In feite heersen overal zo vaak “struc­tu­ren van de zonde”, zoals paus Johannes Paulus II dat noemde: struc­tu­ren gericht op uitbui­ting, zelfverrij­king en onder­druk­king (vgl. Enc. Sollicitudo rei socialis (1987), nn. 36-37). De katho­lie­ke sociale leer wil een ant­woord geven op die aloude vraag van Kaïn die in tal­loze vormen steeds weer terug­keert: “Moet ik dan op mij broeder passen?” (Gen 4, 9). Ook de zorg voor het klimaat en voor het milieu in het alge­meen moeten we dus in dit per­spec­tief plaatsen: die zorg behoort tot de eisen die de recht­vaar­dig­heid ons stelt.

Klimaat­ver­an­de­ring en uitbui­ting

Het is vanuit deze ach­ter­grond en in dit per­spec­tief dat paus Fran­cis­cus in zijn En­cy­cliek de klimaat­ver­an­de­ring bespreekt, niet als iets dat ons zomaar over­komt en waarbij wij mensen mach­te­loos staan toe te kijken: zie eens wat ons nu weer over­komt. Integen­deel, hij bespreekt aller­eerst en hoofd­za­ke­lijk de men­se­lijke invloed in dit proces en houdt die onder het licht van de recht­vaar­dig­heid. Het is in dit licht dat in de En­cy­cliek de oor­zaken van klimaat­ver­an­de­ring en ver­vuiling van het milieu wor­den onder­streept die gelegen zijn in het han­de­len van de rijken van deze aarde, waardoor de armen wor­den bena­deeld en in feite wor­den uitgebuit. In n. 23 van Laudato Si' be­klem­toont paus Fran­cis­cus dat het klimaat “een gemeen­schap­pe­lijk goed (is), van allen en voor allen”.

Men­se­lijke factoren

De klimaat­ver­an­de­ring komt groten­deels door men­se­lijke factoren, zoals broei­kas­gas uit­ge­sto­ten ten gevolge van men­se­lijke ac­ti­vi­teit, intensief gebruik van fossiele brand­stof­fen en onver­stan­dig bodem­ge­bruik, waar­on­der vooral de ontbos­sing ten behoeve van de land­bouw. De opwar­ming van de aarde heeft weer negatieve effecten die de situatie verergeren, waardoor een vicieuze cirkel ont­staat (n. 24).

Klimaat­ver­an­de­ring en opwar­ming van de aarde zijn dus tenminste voor een be­lang­rijk deel het gevolg van men­se­lijk han­de­len. (n. 23).

Sneller en meer...

Een thema waar de paus ook in andere ver­band vaker op is terug geko­men, is de versnelling van het levens- en arbeidsritme, niet vanuit een zorg voor het alge­meen wel­zijn, maar meer vanuit de wens om meer te pres­te­ren en meer winst te maken (vgl. n. 18). Dat heeft dan weer gevolgen voor de klimaat­ver­an­de­ring.

Wegwerp­cul­tuur

Luchtver­vuiling en klimaat­ver­an­de­ring treffen nu al veel mensen, in het bij­zon­der de armen. De ont­wik­ke­lings­lan­den zullen waar­schijn­lijk het meest te maken krijgen met de erns­tige gevolgen hier­van (n. 25). “De aarde, ons huis, lijkt steeds meer te ver­an­de­ren in een immense opslag­plaats van vuilnis” (n. 21). Voorwerpen die wor­den geprodu­ceerd ver­an­de­ren snel weer in vuilnis en afval, terwijl de industrie er maar heel weinig in slaagt afval te ver­werken en opnieuw te gebruiken. In die natuur zien we een mooie kringloop planten voe­den herbivoren, herbivoren voe­den carnivoren, die afval leveren waardoor nieuwe gewassen groeien, maar de men­se­lijke productie stapelt afval op. Die “wegwerp­cul­tuur” schaadt onze planeet (n. 22). Het is dringend nood­za­ke­lijk de hui­dige manier van produceren en consumeren ingrijpend te ver­an­de­ren (vgl. n. 26).

Die wegwerp­cul­tuur die in de rijke lan­den het sterkst is, schaadt de arme lan­den het meest. Juist de armen zijn sterk af­han­ke­lijk van wat de natuur biedt en juist zij hebben geen uitwijk­moge­lijk­heden (n. 25).

Waterhuis­hou­ding

Klimaat­ver­an­de­ring veroor­zaakt tal van problemen waar­on­der die van de waterhuis­hou­ding. De paus signaleert bij­voor­beeld het probleem van de kwali­teit van het water: veel armen hebben niet de beschik­king over schoon drink­wa­ter en wor­den getroffen door allerlei daaraan gerela­teerde ziekten. Die ver­vuiling van het drink­wa­ter wordt veroor­zaakt door mijn­bouw, land­bouw en industrie en na­tuur­lijk door het lozen van was­mid­de­len en che­mische producten (n. 29). Tege­lijker­tijd wordt schoon water steeds meer koop­waar. Ik las het gis­te­ren nog in een dag­blad over een streek in Amazonië waar een waterprobleem is. Mensen zeggen daar: “Ik heb geen geld om schoon drink­wa­ter te kopen”. Maar als ergens dat principe van de uni­ver­se­le bestem­ming van alle goe­de­ren van toepas­sing is, dan is het wel op schoon en veilig drink­wa­ter: de paus onder­streept dan ook dat de toegang tot veilig drink­wa­ter een wezen­lijk, fun­da­men­teel en uni­ver­seel recht is van de mens, omdat dit het overleven van de mensen bepaalt en daarom een voor­waarde voor het uit­oefe­nen van andere rechten van de mens is (n. 30). Zonder goed en veilig drink­wa­ter zijn alle andere mensen­rechten inhoudsloos, leeg. Wat zijn je rechten waard, als je helemaal niet kunt leven?

Onver­schil­lig­heid

In feite komt dit probleem op tal van terreinen terug: door de eco­no­mische en com­mer­ciële ac­ti­vi­teiten wor­den de hulp­bronnen geplunderd, gaan bossen verloren, wordt het klimaat veranderd, wordt het water ver­vuild en de armen van deze wereld zijn de eersten en voor­naam­sten die de gevolgen van deze ac­ti­vi­teiten van de rijken voor hun kiezen krijgen en wanneer zij proberen te vluchten naar veiliger en betere gebie­den wor­den zij tegen gehou­den. Voor deze tragedies is er een grote onver­schil­lig­heid (vgl. n. 25).

Morali­teit

Laudato si` is dus niet zomaar een “tech­nisch” do­cu­ment over klimaat­ver­an­de­ring, maar het gaat ten diepste over de morali­teit van het men­se­lijk han­de­len in het licht van de recht­vaar­dig­heid. De En­cy­cliek is dan ook een oproep tot een “diep­gaande.inner­lijke beke­ring... een eco­lo­gische beke­ring”, zoals de paus die noemt (n. 217).

Geschenk

Die beke­ring begint met de erken­ning dat de schep­ping een geschenk is, dat we vanuit de liefde van de hemelse Vader hebben ont­van­gen (n. 220). In dit ver­band stelt de paus voor om God vóór en na onze maaltij­den te danken “Dit ogen­blik van ze­ge­ning, ook al is het zeer kort, herinnert ons eraan dat wij voor het leven af­han­ke­lijk zijn van God. Het versterkt ons gevoel van dank­baar­heid voor de gaven van de schep­ping...” (n. 227). Deze erken­ning en dank­baar­heid mogen lei­den - zo wenst de paus - tot een bewust­zijn van de verant­woor­de­lijk­heid die wij dragen en tot be­lan­ge­loze inzet en edel­moe­dig­heid om met creativi­teit en en­thou­sias­me de problemen van de wereld mee op te willen lossen (n. 220). En in ons eigen, per­soon­lijk leven zal zo’n bewust­zijn lei­den tot sober­heid, eenvoud, nede­rig­heid, dienst­baar­heid (nn. 222-225) en dat zijn weer grond­hou­dingen die een mooie inzet voor het milieu op gang brengen (n. 220).

Klimaat­ver­an­de­ring door men­se­lijk han­de­len

Klimaat­ver­an­de­ring is volgens de En­cy­cliek van paus Fran­cis­cus dus niet alleen een “ver van mijn bed show”, maar zij is verbon­den met men­se­lijk han­de­len. En zorg voor het klimaat heeft een ethische component en is geliëerd aan onze opdracht als mens. Uit­ein­de­lijk vraagt de zorg voor het klimaat een “eco­lo­gische beke­ring”van iedere concrete men­se­lijke persoon.

 

En zo past het allemaal toch weer mooi in deze vas­ten­tijd.

Terug