Arsacal
button
button
button
button


Zij is je Moeder...

Maria Tenhemelopneming in Kortenbos

Overweging Preek - gepubliceerd: vrijdag, 17 augustus 2012 - 1153 woorden
interieur van de basiliek van Kortenbos
interieur van de basiliek van Kortenbos

Op het hoog­feest van Maria Ten­hemel­op­ne­ming mocht ik de heilige Mis vieren in de basiliek van Kortenbos, een bede­vaartsoord ter ere van Maria, "behou­denis der kranken". Docent en staflid van De Tilten­berg, Dr. J. Vijgen, is uit de pa­ro­chie van deze basiliek afkoms­tig en we had­den de plaats eerder bezocht onder meer eens met de se­mi­na­risten. Bovendien is het bede­vaartsoord ontstaan in dezelfde tijd als dat van Haast­recht ter ere van Maria ter Weghe, waar ik pastoor ben geweest.

Dat beeldje is in 1647 door paters Jezuïeten vanuit Foy bij Dinant naar Haast­recht gebracht. Ook in Kortenbos gaat het naar alle waar­schijn­lijk­heid om een beeldje van Onze Lieve Vrouw van Foy. In Kortenbos heb ik voor­af­gaand aan de Mis de nieuwe kroontjes voor Maria en het Kind Jezus gezegend. Het hei­lig­dom ziet er zeer ver­zorgd uit en is beslist een bezoek waard!

Tijdens de H. Eucha­ris­tie heb ik de volgende homilie gehou­den:

Homilie

Vandaag mogen we dus samen dit hoog­feest van Maria’s ten­hemel­op­ne­ming vieren. Dit is een prach­tige dag voor ie­der­een die van Maria houdt en die haar als een Moeder, voor­spreek­ster en Mid­de­la­res vereert.

Ik hoop dat Uzelf, Uw kin­de­ren en klein­kin­de­ren, fami­lie­le­den en allen die U dier­baar zijn op een dag in hun leven geraakt mogen wor­den door die Moe­der­lijke te­gen­woor­dig­heid van Maria in hun leven.

We weten allemaal hoe het vaak in de gezinnen gaat. Als kin­de­ren een probleem hebben, iets moei­lijks te ver­tellen hebben, niet goed raad weten, gaan ze vaak eerst naar hun moeder toe. Zeker vroeger was dat zo: moeder was altijd thuis, vader was naar zijn werk en vaak zo even heel terloops, bij de koffie of de thee, in de keuken onder het afwassen of zomaar in het voor­bij­gaan, kon je bij moeder even iets kwijt wat je op je hart lag. Wat een genade is dat eigen­lijk! Door haar aanwe­zig­heid, door haar gewoon er zijn was en is een moeder een heel be­lang­rijke factor, degene die er altijd voor je is.

En zo’n moeder is precies ook Maria. Deze week sprak ik nog met iemand die niet zo’n ge­mak­ke­lijke relatie met zijn vader had gehad. Die kwam wat eisend over, het leek nooit goed genoeg, je moest aan hoge normen voldoen en je ervoer vooral steeds weer dat je tekort schoot. Er zijn nogal wat mensen die zo’n beeld bij een vader hebben en dat hoeft niet altijd aan die vader te liggen, dat kan ook een beetje in een mens zelf zitten: dat je het gevoel hebt niet goed genoeg te zijn, niet te voldoen, niet aanvaard en bemind te zijn.

Ga maar naar Maria en leer van haar dat je een geliefd kind van God bent, laat je door haar moe­der­lijke liefde verwarmen, deel je zorgen, je noden, je twijfels en problemen maar met haar. Maria is ook een moeder die zich zorgen maakt. Ook dat zullen vele moeders herkennen.

In alle grote Mariaver­schij­ningen van de laatste twee eeuwen, zegt Maria eigen­lijk steeds weer het­zelfde: er staat zoveel te gebeuren met de wereld er is zoveel nood en ellende en de mens­heid zakt zo diep weg in de modder van deze tijd, in ongeloof en deca­dentie, in allerlei kwaad en in op­per­vlak­kige dingen die van geen waarde zijn, dat Maria steeds weer waar­schuwt als een goede moeder: bekeer je! Bidt! Bidt voor de zon­daars! Bidt de rozen­krans en probeer de wereld met licht te vervullen, het licht van de waar­heid, het licht van Gods liefde.

Maria is dé be­ge­na­digde, dé gezegende onder de vrouwen. We hoor­den dat vandaag weer in het evan­ge­lie. Zij is door God voor de erfzonde bewaard om helemaal vrij en open haar jawoord te kunnen spreken en dat gestand te kunnen doen.

Tege­lijk is zij een gewone, een­vou­dige vrouw, een kleine mens, ook dat zingt zij uit in het evan­ge­lie van vandaag in haar lofzang, het Mag­ni­fi­cat: De Heer zag welwillend neer op de klein­heid van Zijn dienst­maagd.

De eerste zonde, die erfzonde, was juist precies geweest dat de mensen zich in hoogmoed tegen God had­den gekeerd: als je eet van die ene boom van het paradijs, dan zul je gelijk zijn aan God met kennis van goed en kwaad. Voor die beko­ring tot hoogmoed was de mens, waren Adam en Eva ooit bezweken.

Maar een nieuwe Eva stond op, in de kracht van Gods genade, en zij sprak haar “ja”, haar bereid­heid om te dienen, om een nederige dienst­maagd van de Heer te zijn. Dat is Maria, die de Heer ons als moeder gegeven heeft. En vandaag mogen we vieren wat er dan met je gebeurt, hoe het dan afloopt als je die weg probeert te bewan­de­len; wij doen dat met vallen en opstaan mis­schien, maar hopen­lijk fun­da­men­teel met een grote trouw.

Maria is met lichaam en ziel in de hemel opgeno­men. Zij die zo nauw betrokken was bij het lij­den, sterven en verrijzen van Jezus haar Zoon, mocht als eerste van de schep­ping met Hem mee-verrijzen, maar het gaat vandaag toch ook om ons: als we Hem dienen, zullen we met Hem heersen; als wij proberen de weg te gaan die onze moeder Maria ons wijst, dan zullen we ook met haar de vreugde mogen delen van het eeuwig leven en eens - bij de ver­rij­ze­nis van het lichaam - in die vreugde mogen delen die Maria al ten deel gevallen is.

Vele, vele malen heb ik van mensen gehoord, hoe zij bij Maria verho­ring had­den gevon­den. Heel vaak is mij opgevallen dat mensen die op Maria ver­trouw­den sterk in het leven ston­den. Ik denk dat dit ook voor velen van U geldt. In moei­lijke momenten was Maria daar, je gebe­den wer­den verhoord en als we al niet precies dat kregen waar we in onze onnozel­heid om had­den gevraagd, dan kregen we toch een geest van overgave, van rust, van ver­trouwen, zoals bij Maria die zelf steeds heeft geloofd - ook al liep het niet zo lekker - dat alles tot vervulling zou komen wat God haar had gezegd.

Al die kaarsjes bij Maria die miljoenen kaarsjes in al die bede­vaartsoor­den en op zoveel andere plaatsen over de hele wereld, getuigen van dat ver­trouwen. Je hoeft ook nooit bang te zijn dat je God iets te kort doet als je Maria vereert.

Maria heeft geen “eigen winkel”. Zij doet niets anders dan door­ge­ven, door­ge­ven wat van God naar ons komt; en wat wij bij haar brengen leidt zij verder naar Hem. Daarom heet zij “mid­de­la­res”.

Ga naar Maria, kijk naar Maria, zij is je Moeder; zij is zo dichtbij en zo ver­trouwd, en zo vol liefde voor je, dat je altijd mag ver­trouwen dat je aan haar al je noden kunt toe­ver­trou­wen en dat de weg die zij je wijst je gelukkig maakt, je naar de hemel brengt, je voert naar God die onze zeer barm­har­tige Vader is.

AMEN

Terug