Arsacal
button
button
button


Mogen ze er iets van merken dat je gelooft?

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 19 augustus 2012
Mogen ze er iets van merken dat je gelooft?

In het openbaar voor je geloof uitkomen als politicus, ondernemer of media-man of -vrouw is "not done", tenminste als dat geloof christelijk is. Zelden hoor je een protestant, nooit een katholiek, alleen moslims laten van zich horen. Deze week nog een PvdA-politicus over zijn beleving van Islam en Ramadam. Intussen vervreemdt het katholieke zuiden verder van de partijen waar men daar vroeger op stemde. Niet dat ze daar nu allemaal zo katholiek zijn, maar volgens minister Hans Hillen missen ze bij die partijen wél het katholieke levensgevoel.

Waarom is de één gelovig en straalt dat ook uit en een ander nauwelijks of niet? In de homilie van deze zondag zit ook wel wat zorg omdat het katholieke geloof in het publieke domein veel te weinig een rol speelt.

homilie

Misschien dat U het zich ook weleens afvraagt, want het is op zich toch wel iets wonderlijks: de een is gelovig, een ander is dat niet. Er zijn milieus waar je voor je fatsoen bijna niet gelovig kunt zijn. In de wereld van de media schijnt dat bij­voor­beeld al heel moeilijk te zijn als je niet voor de EO of de RKK werkt.

Een bekende presentator liet dezer dagen op TV voorzichtig doorschemeren dat hij gelovig was, maar nu was hij dan ook al achter in de zeventig! Zijn carrière kon niet meer kapot. In sommige bedrijven of scholen lig je eruit als je zegt dat je gelovig bent, ergens anders is dat geen probleem.

Laatst hoorde ik van een bekend bedrijf in Amsterdam waar medewerkers die dat wilden regelmatig met elkaar in gesprek en gebed gingen rond thema’s als geloof, ethiek en bedrijf. Ook van scholen hoor ik dat wel; er zijn scholen waar je het bijna niet over geloof kunt hebben, in andere scholen is dat wél normaal en ik heb de indruk dat dit dan vaak door de Islamitische leerlingen komt.

Op de radio hoorde ik van de week een PvdA politicus spreken over zijn beleving van de Ramadan en de Islam. Dat heb ik weleens vaker van een moslim-politicus gehoord. Zou dat ook kunnen voor een katholieke politicus in een neutrale, niet-christelijke partij, dat die zo voor zijn geloof uitkomt? Zelfs bij christelijke partijen zijn degenen die als katholiek of gelovige naar voren komen met een kaarsje te zoeken.

Toch zijn die mensen er wel, ook onder katholieken. Zo kreeg ik met een groep toeristen deze week een rondleiding en de man die dat deed wist op een heel humoristische manier iets van zijn katholiek-zijn, van zijn geloof, van zijn vreugde en dankbaarheid door te geven aan de mensen die hij rondleidde, zonder dat iemand dat opdringerig vond.

Waarom is de één gelovig en straalt dat ook uit, en een ander niet, helemaal niet of bijna niet? Natuurlijk geloven is een genade, het heeft toch ook te maken met hoe je in het leven staat. Er kunnen veel redenen en achtergronden zijn waarom iemand kerk en geloven afwijst; negatieve levenservaringen kunnen daar een rol bij spelen of dat iemand het moeilijk vindt om op bepaalde terreinen van zijn leven andere, betere wegen in te slaan, en soms ook gelooft iemand niet omdat hij helemaal niet zo reflecteert op zijn eigen leven.

Maar wanneer iemand wel gelooft en je proeft dat dit geloof iets van zijn of haar persoon is, een zaak van het hart, dan heeft het vaak alles te maken met vertrouwen en dankbaarheid, van je geborgen weten.

Zie je het leven en alles wat je overkomt als toeval, als niet iets om verder iets achter te zoeken, als iets dat gewoon gebeurt, zonder reden, zonder bedoeling of zie je het leven als gave en het mooie wat je overkomt als een reden tot dankbaarheid? Hoe ervaar je de dingen?

Ervaar je dat je een bestemming hebt, dat het allemaal niet ‘zomaar’ is; ervaar je alles in vertrouwen en dankbaarheid dan leidt het je bijna automatisch tot God. Vandaag was het de derde zondag dat we een gedeelte hoorden uit het zesde hoofdstuk van het Johannes-evangelie waarin Jezus na de Broodvermenigvuldiging spreekt over het Levende Brood dat uit de hemel neerdaalt.

De menigte die Jezus was gevolgd had de ervaring opgedaan dat de Heer al die duizenden mensen in overvloed te eten had gegeven. Het was hun zomaar gegeven, geschonken; met vijf broden en twee vissen hadden de mensen een beetje met die genade meegewerkt. Het was een ervaring geweest van Gods zorg, van de Heer die erin voorziet.

Bij die ervaring sluit Jezus nu aan met Zijn woorden: “Ik ben het levende Brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit Brood eet zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat ik zal geven is mijn vlees”.

Jezus zegt met deze woorden dat Hij alles voor ons is, dat we alles aan Hem te danken hebben, ons bestaan, ons leven op aarde, ons leven in eeuwigheid. Je kunt jezelf nog geen seconde leven geven, je kunt jezelf ook niet verlossen, maar het is geen toeval, geen lot en geen karma, maar alles is gave, het wordt je geschonken.

Het besef dat je niets uit jezelf hebt, dat alles je geschonken wordt, geeft je heel veel dankbaarheid - zeker als je overweegt hoe je leven is gegaan en wat je allemaal gegeven is. Maar dat besef geeft ook een innerlijke kracht: je weet dat je geborgen bent en als beproevingen komen en moeilijkheden is er Iemand op wie je vertrouwt en bij de vele dingen die je niet kunt begrijpen en die je doen vragen: “Waarom?” is er toch het vertrouwen dat er een antwoord bestaat op die vraag, ook al heb jezelf dat antwoord nog niet zo gekregen.

Geleidelijk gaat Jezus in Zijn toespraak ertoe over om van Zijn vlees en Bloed te spreken: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven... Mijn vlees is echt voedsel, mijn bloed is echte drank”. Dat heeft natuurlijk alles met de heilige Eucha­ris­tie te maken, waarin het Lichaam en Bloed van de Heer onder ons komen.

Als wij te communie gaan ontvangen we Hemzelf als voedsel voor ons leven. De juffrouw en de zuster leerden mij vroeger op school - misschien was dat bij u ook wel zo -: als je de heilige communie hebt gekregen, moet je eerst bedanken, ervoor danken dat Hij bij je komt, dat je leven mag, dat je zoveel goede gaven hebt ontvangen.

Wat ik daarmee op school heb geleerd is eigenlijk een grondhouding, een houding waarmee je in het leven staat als gelovige mens: zie altijd eerst de Schepper van alle dingen en de gever van alle goeds in alles wat je overkomt, in wat je kunt, in wat je is gegeven.

Zelfs bij moeilijkheden, bij lijden: probeer de gave erin te ontdekken en Gods voorzienigheid. Een dankbaar mens is een gelukkig mens, is een gelovig mens. Amen

Terug