Arsacal
button
button
button
button


Sacramentsdag in de kathedraal

Geef jezelf!

Overweging Preek - gepubliceerd: zaterdag, 2 juni 2018 - 839 woorden
Het sacramentsaltaar in de kathedrale basiliek van Sint Bavo
Het sacramentsaltaar in de kathedrale basiliek van Sint Bavo

Op Sacra­ments­dag was ik in de ka­the­draal voor de heilige Mis. Het heren­koor onder lei­ding van Rens Tienstra zong Gre­go­ri­aanse en meerstemmige gezangen, afgewisseld met volkszang. Titulair organist dr. Ton van Eck bespeelde vandaag met extra vuur de mooie orgels van de Sint Bavo.

Onder meer werd de Missa Sancti Wil­li­brordi van Hendrik Andriessen uitge­voerd en sacra­mentszangen van Monteverdi en Feroci. Ook de orgel­mu­ziek was op Sacra­ments­dag afgestemd. Op deze dag heb ik de hierna volgende homilie gehou­den.

HOMILIE

Op Sacra­ments­dag staan we stil
bij de Eucha­ris­tie en de communie
en dat Jezus Christus voor ons
is gestorven en verrezen.
Brood en wijn,
het zijn heel een­vou­dige tekenen.

Dierenoffers

Wij kunnen het ons eigen­lijk
al niet meer goed voor­stel­len
dat er in de tijd van het Oude Testa­ment
dage­lijks dierenoffers wer­den opgedragen,
in de tempel en in de woes­tijn
- zoals we dat vandaag
in de eerste lezing hoor­den
over de stierenoffers -
als bekrachti­ging van het verbond
dat God met Zijn volk had gesloten.

Dat slachten van dieren als offer
staat wel heel ver van ons af;
we zijn gevoelig gewor­den voor dierenleed;
ritueel slachten
- waar dat voor­komt in andere gods­diensten -
ligt onder vuur
en velen zou­den dat willen verbie­den.

Bloed

We kunnen het belang van dat bloed
dat in al die offers werd vergoten,
mis­schien een beetje begrijpen
als we bedenken
dat in die oude tij­den
het bloed werd gezien als drager
van de levens­kracht,
van de ziel en de geest van een mens of een dier.

Je kost­baarste bezit

En er was toen een agra­rische maat­schap­pij,
waarin werd gekeken hoeveel dieren iemand had
als je wilde weten of iemand rijk was.
Wie onafzien­ba­re kud­den schapen en run­de­ren had,
die had het het gemaakt!
Als iemand dus een bok of een kalf of een stier
als offer bracht,
dan offerde die persoon zijn bezit,
hij gaf het kost­baarste wat hij had: zijn vee.
Na­tuur­lijk was er dan weer de men­se­lijke nei­ging
om een schaap of een bok uit de kudde te nemen,
dat toch al kreupel liep
of waar­van de eige­naar weinig opbrengst te ver­wach­ten had.
Maar nee, zo mocht het niet zijn,
je moest aan God het eerste geven,
het mooiste en beste
van wat je bezat.
Dus, de gedachte was
dat je het beste wat je had
aan God kon geven
door een offer te brengen uit je kost­baar bezit.
Die dierenoffers uit lang vervlogen tij­den
waren ook een teken
van hoe be­lang­rijk dieren voor de mensen waren.
Daarom offer­den ze die aan God.

Het mooiste cadeau

Maar gelei­de­lijk zien we dan in het Oude Testa­ment
de gedachte opkomen
dat het helemaal niet om brand- en slacht­of­fers gaat,
niet om geschenken en cadeaus uit je bezit
want dat het mooiste wat we God kunnen geven
niet iets is uit onze be­zit­tin­gen,
maar dat het om ons­zelf gaat,
om onze persoon.
“Gij vraagt geen brandoffer,
geen zoenoffer van mij,
(maar) dat ik Uw wil vol­breng” (Ps. 40(39)).
We moeten ons­zelf aan God geven,
want het mooiste wat we God kunt geven,
is niet ons geld of ons bezit,
maar dat zijn wij­zelf!

De liefde die erin zit

Dat ervaren we nog steeds.
Na­tuur­lijk, er zijn mensen nodig die geld geven
of een deel van hun bezit.
Maar eigen­lijk is
dat een persoon zich­zelf geeft:
zijn tijd, zijn liefde
nog be­lang­rijker;
zo kan een klein gebaar
van meer bete­ke­nis zijn
dan een kamer vol mooie cadeaus.
Het gaat uit­ein­delijk om de liefde die erin zit,
dat iemand zich­zelf geeft, zijn hart.

Onbloe­dig offer

Vandaag vieren we Sacra­ments­dag,
het hoog­feest van het lichaam en Bloed van Christus.
Jezus heeft bij het laatste Avondmaal
van lichaam en bloed ge­spro­ken,
maar wees niet bang:
het wordt geen bloederig geheel,
er zijn geen dierenoffers meer.
Die heeft Jezus juist afgeschaft.
Wat Jezus toen, bij dat afscheidsmaal, gegeven heeft
is een onbloe­dig offer,
de gave van zich­zelf, teken van liefde.
De uiter­lijke tekens zijn brood en wijn,
Brood ver­wijst naar Zijn lichaam,
dat gebroken is, gele­den heeft voor ons.
Wijn ver­wijst naar Zijn bloed,
dat voor ons is vergoten
en teken is van Zijn levens­kracht, Zijn ziel.

Hij is er zelf

Onder die uiter­lijke tekens van Brood en Wijn,
is Hijzelf er,
want het gaat om Hemzelf,
dat Hij zich geeft uit liefde.
Over Zijn dood aan het kruis werd gezegd:
“Als een lam werd Hij naar de slacht­bank geleid”,
maar Hij offert geen dier,
Jezus offert niet iets wat Hij heeft,
wat Hij bezit,
maar Hij offert, Hij geeft ons zich­zelf.
Daarom maakt het niet uit
dat we de communie ont­van­gen
onder de gedaanten van brood alleen,
we ont­van­gen Hem,
het gaat erom
dat Hij zich aan ons geeft
in de heilige communie.

Geef jezelf

Dit is wat we iedere keer voor ogen krijgen
als we de Eucha­ris­tie komen vieren
en wellicht ook de heilige communie ont­van­gen.
We ont­van­gen Jezus die zich voor ons geeft.
Het is een uit­no­di­ging om zelf zoals Jezus
te doen, te leven, te spreken, te han­de­len.
Geef jezelf!
Leg je hart in wat je doet en zegt.
Laat wat je doet een offer zijn
voor God en voor de naaste,
een gave, een cadeau,
niet iets uit wat we bezitten,
maar een gave van onzelf, Amen.

Terug