Arsacal
button
button
button


Twee prachtige sculpturen van Daphne Du Barry ingewijd...

basiliek van Sint Jan in Laren

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 2 september 2012
met de burgemeester van Laren en mw. Daphne Du Barry voor het beeld van St. Jan
met de burgemeester van Laren en mw. Daphne Du Barry voor het beeld van St. Jan (foto: Jan Peeters (Katholiek Nieuwsblad))

Zondag 2 september werden in Laren twee prachtige beelden van Christus aan het kruis en van St. Jan de Doper onthuld en gezegend. Achter in de basiliek hangt de prachtige gekruisigde Christus van Daphne Du Barry. Het is een Christus waar de kracht van de verrijzenis en het verlangen de mensheid te hulp te komen al doorheen straalt. Voor de kerk staat St. Jan de Doper - eveneens van Daphne Du Barry -, op een hoge sokkel waardoor je hem al van verre ziet staan, krachtig, verwijzend naar Christus. Ik mocht deze prachtige beelden op uit­no­di­ging van pastoor J. Vriend zegenen na de viering van de heilige Eucha­ris­tie.

Hieronder volgen de woorden die ik bij deze gelegenheid heb gesproken.

Toespraak en homilie

Geachte mevrouw Daphne Du Barry, broeders en zusters,

Het is een eer en een grote vreugde dat ik hier vandaag twee sculpturen van Uw hand, mevrouw Du Barry, mag zegenen en ze als het ware aan een missionair doel mag toevertrouwen: mogen de beelden van Christus en van St. Jan de Doper velen openen voor het lijden en sterven van Jezus Christus en voor Zijn verrijzenis en mogen zij velen de weg wijzen naar Hem die de gever is van alle goeds.

Het is mij een eer dit te mogen doen, omdat U door Uw werk met zoveel inspiratie die schoonheid dient die een af-glans van God zelf is.

Dit zijn Uw eigen woorden: “De eerste voorwaarde voor succes bij het tot stand brengen van een religieuze sculptuur, is Gods genade.

St. Paulus zegt dat wij zaaien en planten, maar dat het God is die de groei schenkt.

Het vormgeven van het werk heb ik gedaan, maar het resultaat is van God”.

Ik hoop en bid met U dat velen die deze prachtige werken zien er iets van die inspiratie opdoen, waarmee U ze hebt gemaakt; dat het licht van het geloof dat in Uw hart schijnt, de harten moge raken van degenen die deze beelden zien.

Het zijn dan ook niet de minsten van de werken van Daphne Du Barry die hier een plaats krijgen.

De abt van het bekende klooster van Sainte Madeleine du Barroux schreef: “Ik neem de vrijheid een zekere voorkeur uit te drukken voor haar majestueuze St. Johannes de Doper.

Zijn stap vooruit, sterk en kalm tegelijkertijd, doen me eraan denken dat de geschiedenis en het leven een dynamisch proces zijn, een weg; de ernst van zijn gezicht en de waardigheid die ervan uitgaat, maken ons bewust dat het leven niet een lange, rustig voortkabbelende rivier is en dat het gevaar uiteindelijk ten val te komen ons voortdurend bedreigt; maar zijn armen en handen, zijn blik ver naar voren gericht, dat alles nodigt ons uit om naar de horizon te kijken, ons hart op te heffen in hoop, naar Christus die komende is, Christus die het licht is, de weg en het leven”.

Dat het bewonderen van deze sculpturen voor velen een verrijkende, mooie ervaring moge zijn, is mijn wens wanneer ik door ze te zegenen deze beelden aan de devotie van de gelovigen hier toevertrouw.

We willen in deze heilige Mis bijzonder ook Uw echtgenoot, Jan Claude Du Barry, gedenken, die U onlangs is ontvallen.

Moge hij bij God in vrede zijn! Homilie “Waarom gedragen Uw leerlingen zich niet volgens de overlevering... maar eten zij met onreine (ongewassen) handen” Het waren niet alleen de Farizeeën en schriftgeleerden die erg op het uiterlijk waren gesteld.

We houden er zelf misschien ook wel van. We zien er graag verzorgd uit en zijn gesteld op goede manieren en dat iemand zijn handen wast voor hij aan tafel gaat en zich in ieder geval enkele elementaire vormen van omgang en etiquette eigen heeft gemaakt, dat weten we vast wel te waarderen.

Dat iemand aan tafel niet smakt en niet slurpt vinden we vast allemaal prettig.

Ik heb nog wel meegemaakt, jaren geleden, dat etiquette helemaal uit de mode was. Je moest gewoon vooral jezelf kunnen zijn en al die vormelijkheden waren taboe, een belemmering voor het spontane mens-zijn.

Toch is die etiquette al jaren weer helemaal terug en de klassieke boeken over dit thema worden keer op keer herdrukt en soms misschien een beetje aangepast.

En eigenlijk zijn die regels van de etiquette ook niet veel anders dan een uitdrukking van rekening houden met elkaar, meer gevend zijn dan nemend, een ander in zijn waarde laten, niet zelf het beste nemen, eer weten te geven aan een ander, bescheiden, hoffelijk, beschaafd en hartelijk zijn, kortom, als je die etiquette-regels goed beschouwd hebben ze alles met liefde te maken.

Nu is er natuurlijk ook een soort vormelijkheid waar je je achter kunt verschuilen.

Iemand wordt afgerekend op het feit dat hij niet precies weet hoe hij of zij zich in een bepaalde situatie moet gedragen, omdat die ergens een foutje maakt, iets niet precies goed heeft gedaan.

Sommige mensen hebben daar zo’n tik van meegekregen dat ze nooit iets durven doen omdat ze altijd bang zijn een fout te maken.

Maar zo moeten wij niet naar anderen kijken en zo moeten we zelf niet in het leven staan! We mogen fouten maken en het is alleen maar goed als we met een zekere eenvoud en bescheidenheid naar onszelf kijken, dat we durven accepteren dat we onvolmaakte mensen zijn.

De omgangs­vor­men en de regels zijn er niet om ons een harnas op te leggen, maar om ons hart erin te leggen.

Zoals bij de etiquette-regels en omgangs­vor­men: die zijn bedoeld als een uitdrukking van goed met anderen willen omgaan, maar het gaat om het hart en het gaat ook niet om wat de mensen zeggen en vinden, bij het laatste oordeel is er geen panel van deskundigen, van mensen die ons beoordelen dan telt alleen de wil van God, Zijn gebod, Zijn liefde en de Heer ziet naar ons hart.

Die liefde van God is trouwens heel anders dan wat wij vaak liefde noemen.

Wij verwarren een goed gevoel, een emotie, aantrekkings­kracht nogal eens een keer met liefde; dan zou onze liefde alleen voor de ‘leuke mensen’ zijn maar Jezus denkt bij het woord liefde aan ‘je leven geven”: “Niemand heeft groter liefde, dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden” (Joh. 15,13).

Het gaat om de liefde waardoor je iets voor een ander over hebt, waardoor je iets voor God over hebt.

Liefde zit ‘m vaak in eenvoudige dingen, in dat wat mensen iedere dag opnieuw voor elkaar over hebben.

Het gaat er dus niet om of iedereen alles precies zo doet als het moet, maar om de liefde.

Misschien kent U het verhaal van president Paul Kruger van Zuid-Afrika die aanzat aan een staatsiediner bij koning Wilhelmina.

Op een gegeven nam hij het bakje met het schijfje citroen dat bedoeld was om de vingers te wassen en dronk dat uit.

Blijkbaar had hij de bedoeling van dat bakje niet precies begrepen.

De koningin nam onmiddellijk ook haar bakje en deed precies hetzelfde.

De president stond niet voor schut en was hoffelijk uit de situatie gered.

De liefde is de hoogste etiquette, het gaat om het hart.

Heb je een slecht hart dan kun je regels gebruiken om iemand te sarren en te treiteren.

De regel wordt een stok om iemand mee te slaan.

Heb je een goed hart dan zullen alle regels dienen om de liefde te bevorderen en God en de naaste te dienen.

Dit is het waar Jezus ons vandaag op wijst.

De Farizeeën en de schriftgeleerden volgden - net als andere Joden - allerlei gebruiken en voor­schriften waaraan zij bij overlevering vasthouden.

Het waren gebruiken die niet in het Oude Testament stonden en dus niet op Mozes terug gingen, maar ze waren pas in later tijd door schriftgeleerden opgesteld en doorgegeven en er werd verschrikkelijk veel belang aan gehecht.

Twaalf traktaten in de Mischna, een boek met Joodse overleveringen, gingen over deze kwesties! En nu hadden die Farizeeën en schriftgeleerden scherp toegezien en geconstateerd dat de leerlingen van Jezus bepaalde gebruiken niet hadden volbracht; zij maken Hem een verwijt, een berispende opmerking.

Jezus vergelijkt hen in feite met een keurige meneer of mevrouw - die alles altijd keurig in de plooi heeft, uiterlijk is het allemaal in orde -, maar van binnen is het haat en nijd.

Maar God is ons tegemoet gekomen, Hij is in Jezus naar de mensen toegekomen, hoewel die mensen Hem voorbij liepen en zich niets van Hem aantrokken.

Er is niets tegen etiquette en traditionele gebruiken.

Jezus maakt die Farizeeën geen verwijt omdat ze die wassingen doen - dat is op zich prima, Jezus heeft het zelf waar­schijn­lijk ook wel gedaan - maar hij maakt een opmerking omdat bij al die aandacht voor het uiterlijke, hun hart ver is van God en Zijn geboden.

Leef vanuit je hart, laat de liefde prevaleren, wees tegemoetkomend, met een hart dat wil geven aan God, aan de naaste, dat verlangt aan Hem te behagen en iedere mens in liefde het zijne wil geven.

AMEN

Terug