Arsacal
button
button
button
button


Twee prachtige sculpturen van Daphne Du Barry ingewijd...

basiliek van Sint Jan in Laren

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 2 september 2012 - 1515 woorden
met de burgemeester van Laren en mw. Daphne Du Barry voor het beeld van St. Jan
met de burgemeester van Laren en mw. Daphne Du Barry voor het beeld van St. Jan (foto: Jan Peeters (Katholiek Nieuwsblad))

Zondag 2 sep­tem­ber wer­den in Laren twee prach­tige beel­den van Christus aan het kruis en van St. Jan de Doper ont­huld en gezegend. Achter in de basiliek hangt de prach­tige ge­krui­sig­de Christus van Daphne Du Barry. Het is een Christus waar de kracht van de ver­rij­ze­nis en het verlangen de mens­heid te hulp te komen al door­heen straalt. Voor de kerk staat St. Jan de Doper - even­eens van Daphne Du Barry -, op een hoge sokkel waardoor je hem al van verre ziet staan, krach­tig, ver­wij­zend naar Christus. Ik mocht deze prach­tige beel­den op uit­no­di­ging van pastoor J. Vriend zegenen na de vie­ring van de heilige Eucha­ris­tie.

Hier­on­der volgen de woor­den die ik bij deze gelegen­heid heb ge­spro­ken.

Toespraak en homilie

Geachte mevrouw Daphne Du Barry, broeders en zusters,

Het is een eer en een grote vreugde dat ik hier vandaag twee sculpturen van Uw hand, mevrouw Du Barry, mag zegenen en ze als het ware aan een missio­nair doel mag toe­ver­trou­wen: mogen de beel­den van Christus en van St. Jan de Doper velen openen voor het lij­den en sterven van Jezus Christus en voor Zijn ver­rij­ze­nis en mogen zij velen de weg wijzen naar Hem die de gever is van alle goeds.

Het is mij een eer dit te mogen doen, omdat U door Uw werk met zoveel in­spi­ra­tie die schoon­heid dient die een af-glans van God zelf is.

Dit zijn Uw eigen woor­den: “De eerste voor­waarde voor succes bij het tot stand brengen van een reli­gi­euze sculptuur, is Gods genade.

St. Paulus zegt dat wij zaaien en planten, maar dat het God is die de groei schenkt.

Het vorm­ge­ven van het werk heb ik gedaan, maar het re­sul­taat is van God”.

Ik hoop en bid met U dat velen die deze prach­tige werken zien er iets van die in­spi­ra­tie opdoen, waar­mee U ze hebt gemaakt; dat het licht van het geloof dat in Uw hart schijnt, de harten moge raken van degenen die deze beel­den zien.

Het zijn dan ook niet de minsten van de werken van Daphne Du Barry die hier een plaats krijgen.

De abt van het bekende klooster van Sainte Madeleine du Barroux schreef: “Ik neem de vrij­heid een zekere voor­keur uit te drukken voor haar majestueuze St. Johannes de Doper.

Zijn stap vooruit, sterk en kalm tege­lijker­tijd, doen me eraan denken dat de ge­schie­de­nis en het leven een dyna­misch proces zijn, een weg; de ernst van zijn gezicht en de waar­dig­heid die ervan uitgaat, maken ons bewust dat het leven niet een lange, rus­tig voortkabbelende rivier is en dat het gevaar uit­ein­delijk ten val te komen ons voort­du­rend bedreigt; maar zijn armen en han­den, zijn blik ver naar voren gericht, dat alles nodigt ons uit om naar de horizon te kijken, ons hart op te heffen in hoop, naar Christus die ko­men­de is, Christus die het licht is, de weg en het leven”.

Dat het bewon­de­ren van deze sculpturen voor velen een verrijkende, mooie erva­ring moge zijn, is mijn wens wanneer ik door ze te zegenen deze beel­den aan de devotie van de gelo­vi­gen hier toever­trouw.

We willen in deze heilige Mis bij­zon­der ook Uw echt­ge­noot, Jan Claude Du Barry, gedenken, die U onlangs is ontvallen.

Moge hij bij God in vrede zijn! Homilie “Waarom gedragen Uw leer­lin­gen zich niet volgens de overleve­ring... maar eten zij met onreine (ongewassen) han­den” Het waren niet alleen de Fari­zeeën en schrift­ge­leer­den die erg op het uiter­lijk waren gesteld.

We hou­den er zelf mis­schien ook wel van. We zien er graag ver­zorgd uit en zijn gesteld op goede manieren en dat iemand zijn han­den wast voor hij aan tafel gaat en zich in ieder geval enkele ele­mentaire vormen van omgang en etiquette eigen heeft gemaakt, dat weten we vast wel te waar­de­ren.

Dat iemand aan tafel niet smakt en niet slurpt vin­den we vast allemaal pret­tig.

Ik heb nog wel mee­ge­maakt, jaren gele­den, dat etiquette helemaal uit de mode was. Je moest gewoon vooral jezelf kunnen zijn en al die vorme­lijk­he­den waren taboe, een be­lem­me­ring voor het spontane mens-zijn.

Toch is die etiquette al jaren weer helemaal terug en de klassieke boeken over dit thema wor­den keer op keer herdrukt en soms mis­schien een beetje aangepast.

En eigen­lijk zijn die regels van de etiquette ook niet veel anders dan een uitdruk­king van reke­ning hou­den met elkaar, meer gevend zijn dan nemend, een ander in zijn waarde laten, niet zelf het beste nemen, eer weten te geven aan een ander, be­schei­den, hoffe­lijk, beschaafd en harte­lijk zijn, kortom, als je die etiquette-regels goed beschouwd hebben ze alles met liefde te maken.

Nu is er na­tuur­lijk ook een soort vorme­lijk­heid waar je je achter kunt verschuilen.

Iemand wordt afgerekend op het feit dat hij niet precies weet hoe hij of zij zich in een bepaalde situatie moet gedragen, omdat die ergens een foutje maakt, iets niet precies goed heeft gedaan.

Sommige mensen hebben daar zo’n tik van mee­ge­kre­gen dat ze nooit iets durven doen omdat ze altijd bang zijn een fout te maken.

Maar zo moeten wij niet naar anderen kijken en zo moeten we zelf niet in het leven staan! We mogen fouten maken en het is alleen maar goed als we met een zekere eenvoud en be­schei­den­heid naar ons­zelf kijken, dat we durven ac­cep­teren dat we onvolmaakte mensen zijn.

De omgangs­vor­men en de regels zijn er niet om ons een harnas op te leggen, maar om ons hart erin te leggen.

Zoals bij de etiquette-regels en omgangs­vor­men: die zijn bedoeld als een uitdruk­king van goed met anderen willen omgaan, maar het gaat om het hart en het gaat ook niet om wat de mensen zeggen en vin­den, bij het laatste oor­deel is er geen panel van des­kun­digen, van mensen die ons beoor­de­len dan telt alleen de wil van God, Zijn gebod, Zijn liefde en de Heer ziet naar ons hart.

Die liefde van God is trouwens heel anders dan wat wij vaak liefde noemen.

Wij verwarren een goed gevoel, een emotie, aantrek­kings­kracht nogal eens een keer met liefde; dan zou onze liefde alleen voor de ‘leuke mensen’ zijn maar Jezus denkt bij het woord liefde aan ‘je leven geven”: “Niemand heeft groter liefde, dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrien­den” (Joh. 15,13).

Het gaat om de liefde waardoor je iets voor een ander over hebt, waardoor je iets voor God over hebt.

Liefde zit ‘m vaak in een­vou­dige dingen, in dat wat mensen iedere dag opnieuw voor elkaar over hebben.

Het gaat er dus niet om of ie­der­een alles precies zo doet als het moet, maar om de liefde.

Mis­schien kent U het verhaal van presi­dent Paul Kruger van Zuid-Afrika die aanzat aan een staatsie­di­ner bij koning Wilhelmina.

Op een gegeven nam hij het bakje met het schijfje citroen dat bedoeld was om de vingers te wassen en dronk dat uit.

Blijk­baar had hij de bedoeling van dat bakje niet precies begrepen.

De koningin nam on­mid­del­lijk ook haar bakje en deed precies het­zelfde.

De presi­dent stond niet voor schut en was hoffe­lijk uit de situatie gered.

De liefde is de hoogste etiquette, het gaat om het hart.

Heb je een slecht hart dan kun je regels gebruiken om iemand te sarren en te trei­te­ren.

De regel wordt een stok om iemand mee te slaan.

Heb je een goed hart dan zullen alle regels dienen om de liefde te bevor­de­ren en God en de naaste te dienen.

Dit is het waar Jezus ons vandaag op wijst.

De Fari­zeeën en de schrift­ge­leer­den volg­den - net als andere Joden - allerlei gebruiken en voor­schriften waaraan zij bij overleve­ring vast­hou­den.

Het waren gebruiken die niet in het Oude Testa­ment ston­den en dus niet op Mozes terug gingen, maar ze waren pas in later tijd door schrift­ge­leer­den opge­steld en doorge­ge­ven en er werd verschrikke­lijk veel belang aan gehecht.

Twaalf traktaten in de Mischna, een boek met Joodse overleve­ringen, gingen over deze kwesties! En nu had­den die Fari­zeeën en schrift­ge­leer­den scherp toegezien en ge­con­sta­teerd dat de leer­lin­gen van Jezus bepaalde gebruiken niet had­den volbracht; zij maken Hem een verwijt, een berispende opmer­king.

Jezus verge­lijkt hen in feite met een keurige meneer of mevrouw - die alles altijd keurig in de plooi heeft, uiter­lijk is het allemaal in orde -, maar van binnen is het haat en nijd.

Maar God is ons tegemoet geko­men, Hij is in Jezus naar de mensen toe­ge­ko­men, hoewel die mensen Hem voorbij liepen en zich niets van Hem aan­trok­ken.

Er is niets tegen etiquette en tra­di­tio­nele gebruiken.

Jezus maakt die Fari­zeeën geen verwijt omdat ze die was­singen doen - dat is op zich prima, Jezus heeft het zelf waar­schijn­lijk ook wel gedaan - maar hij maakt een opmer­king omdat bij al die aan­dacht voor het uiter­lijke, hun hart ver is van God en Zijn gebo­den.

Leef vanuit je hart, laat de liefde prevaleren, wees tegemoet­ko­mend, met een hart dat wil geven aan God, aan de naaste, dat verlangt aan Hem te behagen en iedere mens in liefde het zijne wil geven.

AMEN

Terug