Arsacal
button
button
button
button


Kan Hij wonderen doen in jouw leven?

Jezus in Zijn vaderstad - 14e zondag door het jaar B

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 8 juli 2018 - 920 woorden
De organist is aan het oefenen
De organist is aan het oefenen
de Cathedra van de bisschop
de Cathedra van de bisschop
St. Bavo kathedraal interieur
St. Bavo kathedraal interieur

Zondag 8 juli, veer­tien­de zon­dag door het jaar, heb ik de heilige Eucha­ris­tie gevierd in de ka­the­draal. Het evan­ge­lie, over Jezus in Zijn vader­stad, laat zien hoe je ergens thuis kunt zijn en toch ook niet...

De Mis werd gezongen door twee solisten, met titulair organist dr. Ton van Eck aan het orgel. De ko­men­de zon­dag wor­den vijf­tien nieuwe koorle­den geïnstalleerd, dat belooft weer een fees­te­lij­ke H. Mis te wor­den.

Homilie

Een tikje jaloers...

Als we iemand horen of zien
die iets heel goed kan,
veel beter dan wij­zelf,
kan het zijn dat we vol en­thou­sias­me,
bewonde­ring en geestdrift zijn.
Die persoon heeft het goed gedaan,
het prima onder woor­den gebracht,
de zaak goed opgelost of uit­ge­legd.

Maar het kan ook heel ge­mak­ke­lijk gebeuren
dat we toch een beetje jaloezie voelen in ons­zelf.
Dat merk je wanneer je de nei­ging voelt
min-puntjes naar voren te brengen,
die ander een beetje af te kraken,
wat naar bene­den bij te stellen
wat die gedaan of gezegd heeft
of dat zelfs in een kwaad daglicht te stellen.

Dat kan helemaal ge­mak­ke­lijk gebeuren
als het gaat om iemand
die we altijd als een gelijke hebben gezien,
een klas­ge­noot, collega, vriend of buurt­ge­noot.
Als zo iemand ineens bij­zon­dere pres­ta­ties levert,
in de schijn­wer­pers komt,
kan dat ge­mak­ke­lijk lei­den tot afgunst en jaloezie.
Niet voor niets zeggen ze vaak
dat je kop er al gauw af gaat
als je boven het grassroot level uitsteekt.

God werd zo gewoon...

Dat was het wat met Jezus gebeurde
toen Hij optrad in Zijn vader­stad.
Zeker, de mensen waren onder de indruk
van Zijn wijs­heid en Zijn won­de­ren, o ja!
Maar dat was tege­lijk het probleem.
Want ze kennen Hem als iemand uit het dorp.
Hij is gewoon opgegroeid temid­den van de mensen,
als timmerman, met familie die ie­der­een kent,
mensen met hun voor- en nadelen
die vast in dat dorp wel over de tong zijn gegaan.
En nu treedt Hij op met wijs­heid en wonder­kracht!

Ja, God was een heel gewoon mens gewor­den,
in alles aan de mensen gelijk,
behalve in de zonde
en toch was er tege­lijk iets in Zijn optre­den
dat iets kon laten vermoe­den
van de God­de­lijke Persoon die Hij is.

Wonderen?

De mensen had­den het toen
daarom vaak moei­lijk om in Hem te geloven
soms zelfs moei­lijker dan wij
die leven in een wereld
met meer dan twee miljard chris­te­nen
waar­van ruim de helft katho­liek.
Wat de mensen toen zagen was een gewone man.
Zeker een man die woor­den van wijs­heid sprak
en die wonder­te­ke­nen deed,
maar zelfs die won­de­ren
zijn nog niet iets waar je één, twee, drie in gelooft.
Wij zou­den mis­schien wel heel scep­tisch zijn
als we iemand een wonder zagen ver­rich­ten:
het is een truc, er is een ver­kla­ring,
wat zit erachter,
zou­den we denken.

Meewerken met de genade

“Hij kon daar geen enkel wonder doen”,
staat er in het evan­ge­lie over Jezus in Zijn vader­stad.

Om te kunnen geloven hebben we - toen en nu -
een soort open­heid nodig van ons hart,
dat we open staan voor mooie, diepere erva­ringen,
dat er een verlangen is in ons hart,
een zoeken naar waar­heid en diepte en zin,
een verlangen naar vervulling.

Pas als er een vraag leeft in ons hart,
een stil gebed van verlangen naar God,
kan God zich aan ons open­ba­ren,
want God werkt nooit (of bijna nooit) in ons
los van ons en buiten ons om;
er moet eigen­lijk altijd wel
een vorm van mede­wer­king zijn.

De sfeer...

En verder doet ook de sfeer waarin we verkeren
heel veel voor de ont­wik­ke­ling van ons geloof.
We kunnen ons, denk ik,
heel goed voor­stel­len
dat het in het stadje waar Jezus vandaan kwam
moei­lijk was om in Hem te geloven,
omdat ie­der­een zo anti was,
Hem naar bene­den haalde,
in Hem alleen die timmerman zag,
terwijl andere mensen elders
die ook Zijn woor­den had­den gehoord
en Hem had­den opge­zocht,
juist wer­den geraakt
toen ze daar bij­voor­beeld met duizen­den
op het gras zaten voor de broodvermenig­vul­diging.

Te gewoon

“Een profeet wordt overal geëerd,
behalve in zijn eigen stad,
bij zijn verwanten
en in zijn eigen kring”.
De mensen kennen Hem te goed,
Hij is voor hen al te gewoon
om nog boven het maai­veld uit te kunnen komen!
Ze leven in hun eigen wer­ke­lijk­heid,
ie­der­een is al inge­deeld,
ze kunnen het wonder
niet meer als wonder zien.

Herkennen we dit geheim?

Dit evan­ge­lie is een uit­no­di­ging aan ons:
je kunt opgesloten raken
in je eigen dingen, je eigen leef­om­ge­ving,
je eigen leventje.
Kun je je ver­won­deren, kun je bewon­de­ren,
zie je het wonder nog als wonder
in alles om je heen?
Kun je zien dat er méér is,
dát er iets boven het maai­veld uitsteekt,
dat we uit­ein­delijk allemaal
zijn opgeno­men in een groot geheim:
Gods liefde voor de mensen,
dat zich aan ons open­baart
in allerlei kleine, dage­lijkse dingen.

De vraag is dus:
herkennen we dit geheim
in de dingen van ons leven,
in de gebeur­te­nissen van iedere dag.
Veel mensen zien wat ze missen,
maar niet de won­de­ren om hen heen.

Het middel­punt ligt niet in ons­zelf

De aller­hoog­ste, grote God
heeft zich als gewone mens
aan ons geopen­baard,
ons leven gedeeld.
Daar­mee leert Hij ons ook
om open te zijn
en in het gewone, alle­daag­se
Hem te herkennen,
Gods hand en Gods liefde te zien.

Dat brengt met zich mee
dat we niet in onze gedachten blijven cirkelen
om onze pres­ta­ties, onze verlangens,
om hoe wij eruit zien,
hoe wij naar voren komen,
wat wíj willen
en hoe wij iets kunnen bereiken,
enzo­voorts,
maar geoefend zijn
om de schoon­heid om ons heen te herkennen
en er Gods hand in te zien.

Terug