Arsacal
button
button
button


Klimaat en milieu in het katholiek onderwijs

Bij het afscheid van mr. Jos van Gennip

artikel_onderwijs - gepubliceerd: woensdag, 22 mei 2019
Mr. Jos van Gennip
Mr. Jos van Gennip
Links diaken drs P. Broeders
Links diaken drs P. Broeders

Bij gelegenheid van het afscheid van mr. Jos van Gennip van Socires en van het SSKO, een steunfonds voor katholiek onderwijs, werd in het Sint Jans­cen­trum een klein symposium gehouden rond het thema: de Encycliek Laudato Si' (over klimaat en milieu) en het katholiek onderwijs, waarbij ik een lezing over dit thema heb gehouden.

Mr. Jos van Gennip heeft vele verdiensten in het sociaal-maat­schap­pe­lijk, kerkelijk en politiek leven. Zo was hij van 1991-2007 senator (eerste kamerlid) voor het CDA en van 1991 tot 1999 directeur van het weten­schap­pe­lijk instituut van die partij. Jarenlang gaf hij leiding aan de stichting Socires die zich inzet voor een goede samenleving gebaseerd op de basisprincipes van het christleijk sociaal denken.

Welkom werden de deelnemers geheten door directeur diaken Peter Broeders, waarna Frank van den Heuvel, voorzitter van SSKO en lid van de Raad van toezicht van Socires een inleidend wpoord sprak op het thema van de ontmoeting. Na mijn lezing, gaf Pieter Gerrits een eerste antwoord op de vraag hoe de milieu-encycliek concreet kan worden toegepast binnen het onderwijs, een thema waar hij mee verder zal gaan.

Van harte danken we de heer Van Gennip voor zijn grote en brede inzet op talrijke terreinen en ik spreek de hoop uit dat die inzet mooie vruchten voort mag (blijven) brengen!

 

Paus Franciscus, de encycliek Laudato Si’ en het (katholiek) onderwijs

Solidair humanisme

Het is niet zo vreemd dat de Con­gre­ga­tie voor de katholieke opvoeding - het orgaan van de Romeinse curie waar het katholiek onderwijs onder valt - na het verschijnen van de Encycliek Laudato Si’ over klimaatverandering en milieu, een document heeft uitgegeven dat bij de Encycliek aansluit. “Opvoeden tot solidair humanisme” (16 april 2017) is verschenen om de vijftigste verjaardag van het verschijnen van de Encycliek Populorum progressio - over ont­wik­ke­lingssamen­wer­king - te vieren, maar bevat allerlei verwijzingen naar de Encycliek van paus Franciscus, want het bouwen aan een beschaving van liefde, zoals het doel van solidair humanisme wordt omschreven, kan niet zonder een ecologische opvoeding.

De hele persoon

De katholieke Kerk heeft tenminste sinds de negentiende eeuw steeds onderstreept dat een school de opvoeding en de vorming van de gehele persoon moet dienen. Een kind is geen vat om te vullen met weetjes, maar een menselijke persoon die zichzelf moet kunnen ontwikkelen volgens zijn bekwaamheden, zijn gaven en talenten en over­een­komstig zijn roeping. Die vorming en opvoeding is allereerst aan het gezin toevertrouwd, maar voor een belangrijk deel ook aan de school die jonge mensen mag begeleiden zodat die op hun beurt weer een mooie bijdrage kunnen geven aan de opbouw van de samenleving. Ook al is een zeer goed niveau van onderwijs voor een katholieke school heel belangrijk, het is niet de vakmatige inhoud die centraal staat maar de menselijke persoon die gevormd wordt en leert om in dialoog te treden met anderen. Paus Paulus VI en paus Johannes Paulus II, beide nu heiligen, hebben in vele toespraken en in aansluiting bij het tweede Vaticaans concilie richting gegeven aan deze benadering van (katholiek) onderwijs.
Een van de aspecten van die persoons­vor­ming, die in allerlei facetten ook een burger­schaps­vor­ming inhoudt, is de ecologische opvoeding, waar paus Franciscus in het zesde hoofdstuk van zijn Encycliek van spreekt.

Kerkelijke teksten over milieu

Paus Franciscus is niet de eerste paus die zich met de ecologische problematiek heeft bezig gehouden. Ook paus Paulus VI, paus Johannes Paulus II en paus Benedictus XVI hebben dat gedaan en het door de Pauselijke Raad voor Gerechtigheid en Vrede (Iustitia et Pax) uitgegeven Compendium van de sociale leer van de Kerk (2004) bevat eveneens een hoofdstuk over de zorg voor het milieu (hoofdstuk 10). En andere kerkelijke leiders hebben zich over dit vraagstuk gebogen, zoals de oecumenisch patriarch van Constantinopel, Bartholomeus, die er tot nu toe veel aandacht voor heeft gehad en die in de Encycliek van paus Franciscus met ere wordt vermeld (n. 8). Maar Franciscus is wel de eerste paus die een eigen Encycliek heeft gewijd aan klimaatverandering en milieu.

Encycliek

Een Encycliek - Litterae Encyclicae: rondzendbrief - is de meest gezagvolle vorm van een pauselijk schrijven en wordt geacht te bevatten wat in ieder geval in bredere zin tot de vaste katholieke leer behoort. Door deze vorm te kiezen geeft paus Franciscus dus aan dat een goede zorg voor milieu en klimaat tot de zending en opdracht van de kerk behoort en dat de wezenlijke bood­schap daarover de leer van de kerk zelf betreft.

Gaan kerk en school wel over het klimaat?

De eerste vraag kan dan natuurlijk zijn: gaat een kerk daar wel over? Moet de kerk zich niet bezig houden met de verkondiging van het evangelie? En staat er in het evangelie dan iets over klimaatverandering en milieu? En in het verlengde daarvan: gaat een school daar wel over? Moet de school zich niet bezig houden met rekenen en taal, aardrijkskunde en biologie? We hebben dit bezwaar uit de mond van allerlei mensen gehoord, die er bezwaar tegen maakten dat kinderen deelnamen aan klimaatacties.
Daar is wel iets op te zeggen. Want misschien gaat het evangelie niet direct over klimaat en milieu, de Open­ba­ring leert ons wel iets over recht­vaar­dig­heid en over wie de mens is, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, geschapen als sociaal wezen, geroepen om in zijn medemens een naaste en een broeder of zuster te herkennen. De diepste natuur van een mens is dat hij een sociaal wezen is en niet kan leven of zijn eigen gaven ontwikkelen zonder relaties met anderen (vgl. De pastorale constitutie van het tweede Vaticaans concilie Gaudium et spes, n. 12).

Daarmee wordt direct al een eerste antwoord gegeven op de vraag of een school zich met klimaat en milieu moet bezig houden: dat behoort zeker tot de taak van een school, die op de vorming van de persoon gericht is! 

Gaudium et spes voegt er dan meteen aan toe dat God zag dat het (heel) goed was toen Hij de mens en heel de schepping zo geschapen had (GS 12). De mens werd geschapen met een soort geestelijk evenwicht, “in gerechtigheid”, zegt Gaudium et spes (13), en de wereld van de eerste mensen was een paradijs, een gave van God. Daarmee wordt aangeduid dat het kwaad en de verstoring van dat evenwicht niet Gods wil en bedoeling zijn geweest.

Zondeval

De heilige Schrift verhaalt vervolgens dat het allemaal niet zo ideaal gebleven is, zoals we weten. Er is onbalans gekomen: de mens heeft zijn vrijheid misbruikt. Dat beantwoordt aan onze eigen ervaring: de mens is tot veel mooie dingen in staat, maar we zijn ook geneigd tot het kwaad, ons leven is een worsteling tussen goed en kwaad, tussen licht en duisternis (GS 13). De neiging is er in ons mensen om de dingen naar onszelf toe te trekken. Dat kwaad dat mensen lokt is prachtig aangeduid in het verhaal van de zondeval in het paradijs. De bekoring waarvoor de mens bezwijkt is daar dat hij gelijk zal worden aan God door de kennis van goed en kwaad (Gen. 3, 5). De verleiding is dus je eigen god te willen zijn en zelf te weten wat goed is en wat kwaad. Het is de bekoring om te heersen in plaats van te dienen, de schepping - die gave van God - te gebruiken voor je eigen doeleinden. En het imperatief is om daartegen in te gaan: wél te dienen, jezelf ondergeschikt te maken aan de wet van God, die de mens geschapen heeft als een sociaal wezen, dat rekening moet houden met het geheel en dat het welzijn van allen beoogt. Kortom: dat we als sociaal wezen geschapen zijn, houdt de opdracht in om mens-voor-anderen te zijn en het eigen individualisme te doorbreken.

Kern van opvoeding

Dat is de kern van het doel van opvoeding en vorming, ook van een ecologische opvoeding: “De fundamentele houding om zichzelf te overstijgen, door zijn isolement en op zichzelf betrokken zijn te doorbreken, vormt de oorsprong van een zorgzame houding ten opzichte van de ander en het milieu”(Laudato Si’, n. 208).

kennis-geweten-vrijheid

De belangrijkste gaven die we hebben gekregen om dit mens-zijn-voor-anderen te kunnen realiseren, zijn de eigen kenmerken van ons mens-zijn: de gaven die wij van God hebben ontvangen en waardoor wij zelf - met Gods hulp - een goed en verantwoord levensproject kunnen realiseren; dat is ons menselijk verstand en ons oordeels­ver­mogen dat in wijsheid kan groeien; dat is ons geweten dat oordeelt: “Doe dit, doe dat niet” en dat steeds beter het kwaad van het goed kan leren onderscheiden, naarmate we openstaan voor en ingaan op de weg die het geweten ons wijst; en dat is onze vrijheid waardoor we oprechte en eerlijke keuzes kunnen maken. Ook voor die vrijheid geldt dat het een proces is om die meer en meer te verwerven: een kind zeurt om een ijsje en zal een groot ijsje nemen als het de kans krijgt, maar een volwassene heeft geleerd niet zomaar toe te geven aan de behoeften die in hem opkomen, omdat die alleen maar leiden tot verslaving en dat je te zwaar wordt (vgl. GS 15-17). Deze mooie gaven van ons mens-zijn - verstand/wijsheid, geweten en vrijheid - zijn helaas ook wel tamelijk aangetast door de kracht van de verleiding om te leven als een kind dat ijsjes wil. Het vraagt bewustwording en vorming om goede keuzes te maken.
Klimaatverandering bestrijden heeft dus alles te maken met verantwoord gedrag.

Sociale leer

Paus Franciscus heeft aangegeven dat Laudato Si` deel uitmaakt van de sociale leer van de kerk. Die sociale leer gaat over de recht­vaar­dig­heid, de rechtvaardige opbouw van de samenleving, en is gebaseerd op de waardigheid en gelijkheid van iedere mens. De schepping is er voor iedereen evenzeer. Centraal in die sociale leer staan onder meer begrippen als algemeen welzijn en de universele bestemming van de goederen van deze wereld. God heeft die wereld geschapen voor het welzijn en de noden van alle mensen en niet alleen voor een bepaalde groep. Mensen zijn - zoals gezegd - sociale wezens, verbonden met anderen; mensen en volkeren zijn afhankelijk van elkaar en dat maakt structuren van solidariteit noodzakelijk evenals een vastbeslotenheid om samen te streven naar het welzijn van allen. In feite heersen overal zo vaak “structuren van de zonde”, zoals paus Johannes Paulus II dat noemde: structuren gericht op uitbuiting, zelfverrijking en onderdrukking (vgl. Enc. Sollicitudo rei socialis (1987), nn. 36-37). De katholieke sociale leer wil een antwoord geven op die aloude vraag van Kaïn die in talloze vormen steeds weer terugkeert: “Moet ik dan op mijn broeder passen?” (Gen 4, 9). Ook de zorg voor het klimaat en voor het milieu in het algemeen moeten we dus in dit perspectief plaatsen: die zorg behoort tot de eisen die de recht­vaar­dig­heid ons stelt. En die vraagt om vorming en dus om scholen die aandacht hebben voor dit aspect van de opvoeding: “De opvoeding zal ondoelmatig zijn en alle krachtsinspanningen onvruchtbaar, als men er geen zorg voor draagt ook een nieuw mensbeeld te ontwikkelen en een nieuwe visie op het leven, de maat­schappij en de relatie met de natuur. Anders zal het op consumptie gerichte model ... zich blijven ontwikkelen”(Laudato si` n. 215).

Menselijke invloed   

Het is vanuit deze achtergrond en in dit perspectief dat paus Franciscus in zijn Encycliek de klimaatverandering bespreekt, niet als iets dat ons zomaar overkomt en waarbij wij mensen machteloos staan toe te kijken: zie eens wat ons nu weer overkomt. Integendeel, hij bespreekt allereerst en hoofd­za­ke­lijk de menselijke invloed in dit proces en houdt die onder het licht van de recht­vaar­dig­heid. Het is in dit licht dat in de Encycliek de oorzaken van klimaatverandering en vervuiling van het milieu worden onderstreept die gelegen zijn in het handelen van de rijken van deze aarde, waardoor de armen worden benadeeld en in feite worden uitgebuit. In n. 23 van Laudato Si` beklemtoont paus Franciscus dat het klimaat “een gemeen­schap­pe­lijk goed (is), van allen en voor allen”.
De klimaatverandering komt grotendeels door menselijke factoren, zoals broeikasgas uitgestoten ten gevolge van menselijke activiteit, intensief gebruik van fossiele brandstoffen en onverstandig bodemgebruik, waaronder vooral de ontbossing ten behoeve van de landbouw. De opwarming van de aarde heeft weer negatieve effecten die de situatie verergeren, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat (n. 24). Nog nooit bij­voor­beeld zijn er in Mozambique zulke verwoestende orkanen geweest als dit jaar en dan waren het er ineens ook nog twee achter elkaar...
Klimaatverandering en opwarming van de aarde zijn dus tenminste voor een belangrijk deel het gevolg van menselijk handelen (n. 23) en dat betekent dat dit menselijk handelen veranderd moet worden. Dat vraagt om een bewustzijn dat wij elkaar nodig hebben en dat wij een verant­woor­de­lijk­heid hebben jegens de ander en de wereld (n. 229).
Een thema waar de paus ook in andere verband vaker op is terug gekomen, is de versnelling van het levens- en arbeidsritme, niet vanuit een zorg voor het algemeen welzijn, maar meer vanuit de wens om meer te presteren en meer winst te maken (vgl. n. 18). Dat heeft dan weer gevolgen voor de klimaatverandering.

De armen

Luchtvervuiling en klimaatverandering treffen nu al veel mensen, in het bijzonder de armen. De ont­wik­ke­lingslanden zullen waar­schijn­lijk het meest te maken krijgen met de ernstige gevolgen hiervan (n. 25). “De aarde, ons huis, lijkt steeds meer te veranderen in een immense opslag­plaats van vuilnis” (n. 21). Voorwerpen die worden geproduceerd veranderen snel weer in vuilnis en afval, terwijl de industrie er maar heel weinig in slaagt afval te verwerken en opnieuw te gebruiken. In die natuur zien we een mooie kringloop planten voeden herbivoren, herbivoren voeden carnivoren, die afval leveren waardoor nieuwe gewassen groeien, maar de menselijke productie stapelt afval op. Die “wegwerp­cul­tuur” schaadt onze planeet (n. 22). Het is dringend noodzakelijk de huidige manier van produceren en consumeren ingrijpend te veranderen (vgl. n. 26).
Die wegwerp­cul­tuur die in de rijke landen het sterkst is, schaadt de arme landen het meest. Juist de armen zijn sterk afhankelijk van wat de natuur biedt en juist zij hebben geen uitwijk­moge­lijk­heden (n. 25).

Water

Klimaatverandering veroorzaakt tal van problemen waaronder die van de waterhuishouding. De paus signaleert bij­voor­beeld het probleem van de kwaliteit van het water: veel armen hebben niet de beschikking over schoon drinkwater en worden getroffen door allerlei daaraan gerelateerde ziekten. Die vervuiling van het drinkwater wordt veroorzaakt door mijnbouw, landbouw en industrie en natuurlijk door het lozen van was­mid­de­len en chemische producten (n. 29). Tegelijkertijd wordt schoon water steeds meer koopwaar. In oktober aanstaande wordt in Rome de synode over het Amazonegebied gehouden. Een van de vele problemen van dit gebied is schoon drinkwater. Mensen zeggen daar: “Ik heb geen geld om schoon drinkwater te kopen”. Maar als ergens dat principe van de universele bestemming van alle goederen van toepassing is, dan is het wel op schoon en veilig drinkwater: de paus onderstreept dan ook dat de toegang tot veilig drinkwater een wezenlijk, fundamenteel en universeel recht is van de mens, omdat dit het overleven van de mensen bepaalt en daarom een voorwaarde voor het uitoefenen van andere rechten van de mens is (n. 30). Zonder goed en veilig drinkwater zijn alle andere mensenrechten inhoudsloos, leeg. Wat zijn je rechten waard, als je helemaal niet kunt leven?

De armen zijn de dupe...

In feite komt dit probleem op tal van terreinen terug: door de economische en commerciële activiteiten worden de hulpbronnen geplunderd, gaan bossen verloren, wordt het klimaat veranderd, wordt het water vervuild en de armen van deze wereld zijn de eersten en voornaamsten die de gevolgen van deze activiteiten van de rijken voor hun kiezen krijgen en wanneer zij proberen te vluchten naar veiliger en betere gebieden worden zij tegen gehouden. Voor deze tragedies is er een grote onverschilligheid (vgl. n. 25).

Ecologische bekering

Laudato si` is dus niet zomaar een “technisch” document over klimaatverandering, maar het gaat ten diepste over de moraliteit van het menselijk handelen in het licht van de recht­vaar­dig­heid. De Encycliek is dan ook een oproep tot een “diepgaande, innerlijke bekering... een ecologische bekering”, zoals de paus die noemt (n. 217). Die bekering begint met de erkenning dat de schepping een geschenk is, dat we vanuit de liefde van de hemelse Vader hebben ontvangen (n. 220). In dit verband stelt de paus voor om God vóór en na onze maaltijden te danken “Dit ogenblik van zegening, ook al is het zeer kort, herinnert ons eraan dat wij voor het leven afhankelijk zijn van God. Het versterkt ons gevoel van dankbaarheid voor de gaven van de schepping...” (n. 227). Deze erkenning en dankbaarheid mogen leiden - zo wenst de paus - tot een bewustzijn van de verant­woor­de­lijk­heid die wij dragen en tot belangeloze inzet en edelmoedigheid om met creativiteit en enthousiasme de problemen van de wereld mee op te willen lossen (n. 220). En in ons eigen, per­soon­lijk leven zal zo’n bewustzijn leiden tot soberheid, eenvoud, nederigheid, dienst­baar­heid (nn. 222-225) en dat zijn weer grondhoudingen die een mooie inzet voor het milieu op gang brengen (n. 220). Want het gaat niet alleen om grote, dure projecten. “Een integrale economie bestaat ook uit eenvoudige, dagelijkse gebaren, waarbij wij de logica van geweld, uitbuiting en egoïsme doorbreken” (n. 230).

Ecologie en beschaving van liefde

Klimaatverandering is volgens de Encycliek van paus Franciscus dus niet alleen een “ver van mijn bed show”, maar zij is verbonden met menselijk handelen. En zorg voor het klimaat heeft een ethische component en is gelieerd aan onze opdracht als mens. Uiteindelijk vraagt de zorg voor het klimaat een “ecologische bekering” van iedere concrete menselijke persoon om die te helpen gericht te zijn op de liefde en het algemeen welzijn. En dat vraagt van de scholen dus persoons­ge­richt onderwijs, opvoeding tot solidair humanisme om die beschaving van liefde met inzet van allen een stap dichter bij te brengen.

Terug