Arsacal
button
button
button
button


De noodzaak van onthechting

14e zondag door het jaar C

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 7 juli 2019 - 739 woorden

Zondag 7 juli was ik voor de heilige mis in de ka­the­drale basiliek van Sint Bavo. Het school­koor zong, dat zijn de leden van het ka­the­drale koor die op de koor­school zitten en die nu met de school­va­kan­tie gaan beginnen. Het evan­ge­lie sloot goed aan, want Jezus zond daar Zijn leer­lin­gen uit....

HOMILIE

Let­ter­lijk uit­ge­stuurd

Een tijd gele­den bel­den er ineens
een pries­ter en een pries­ter­stu­dent
aan de deur
van de plebanie/het bis­schops­huis
hier naast deze ka­the­draal.
Ze waren uit­ge­stuurd
twee aan twee
let­ter­lijk zoals het vandaag in het evan­ge­lie staat:
zonder geld, zonder volgepakte koffers,
zonder reeds geboekte hotels,
alleen met een woord van vrede
en hun ver­trouwen op God;
helemaal af­han­ke­lijk dus
van wat mensen hun onderweg zou­den geven.
Dit was een ini­tia­tief
vanuit de Neo­ca­te­chu­me­nale Weg
en ik was later bij een bij­een­komst
waarop mensen die dat had­den gedaan
ver­tel­den hoe het was gegaan
- niet alleen pries­ters of pries­ter­stu­denten,
ook andere gelo­vi­gen waren daarbij
die twee aan twee waren uit­ge­stuurd.

Een erva­ring

Kort samen­ge­vat kwam hun erva­ring erop neer
dat je het leven zo heel anders beleeft,
dan wanneer je geld hebt
en je zelf kunt red­den.
Ze had­den af­han­ke­lijk­heid én ver­trouwen ervaren:
God was hun meer nabij geweest.
En verder:
rijke mensen sluiten vaak hun hart,
de armen staan meer open.
Een pries­ter­stu­dent was uitgeschol­den
door een pastoor nota bene
woo­nach­tig in een prach­tige pastorie,
chique auto voor de deur:
hij deed aan die onzin niet mee,
dat moesten ze maar zeggen
aan die gek die hen op pad had gestuurd.
Een ander had geen onderdak kunnen vin­den
en met z’n tweeën had­den ze geslapen
tussen de zwervers voor het station.
En toen ze wakker wer­den
stond de zwerver die naast hen had geslapen
grijnzend klaar
met koffie en een croissant
waarvoor hij het geld bij elkaar had gebedeld.

Het kind en de rijke

We weten het na­tuur­lijk eigen­lijk al uit het evan­ge­lie:
af­han­ke­lijk­heid maakt ons klein,
maar wanneer we klein zijn als een kind
zullen we het hemelrijk kunnen binnen­gaan,
wat voor een rijke vre­se­lijk moei­lijk is,
moei­lijker dan het voor een kameel is
om door het oog van de naald te gaan!
Wie zelf weet wat het is
om in nood te zitten
en hulp te krijgen,
staat meestal wel open
voor de nood van een ander,
maar de rijke
maakt de hekken rond zijn huis heel hoog
met scherpe punten, camera’s
en blaffende hon­den.

Het centrum van het universum

We moeten er dus niet van staan te kijken
dat er in onze samen­le­ving
weinig geloof is
en dat de aan­dacht vaak uitgaat
naar bevre­diging van eigen lust
en niet naar de offers die we zou­den moeten brengen.
En dan wordt de ware God een sprookje....
De rijke raakt ge­mak­ke­lijker afgesloten
van de echte wer­ke­lijk­heid
en gericht op macht
door zijn vele bezit,
zonder begrip voor de armen en mensen in nood;
hij is geneigd zich­zelf
tot centrum te maken van het universum.
Zo’n rijke is zijn eigen god.

Niet per se

Maar het is niet zo
dat dit per se zo is.
Er zijn ook rijke mensen
die met hun rijkdom dienst­baar willen zijn
aan een recht­vaar­diger wereld
en het ko­nink­rijk van God.

En er zijn ook mensen
die mis­schien helemaal niet zo rijk zijn,
maar toch zo gehecht aan iets,
dat dát hun afgod wordt.

En er zijn ook nu veel goede mensen
die een arm hart behou­den
ook al zijn ze tame­lijk wel­ge­steld.
Maar daar komt het wel op aan:
of we arm van hart, arm van geest,
een­vou­dig zijn
en open voor het goede
en uit­ein­delijk voor God.

Vrede aan dit huis!

De leer­lin­gen van de Heer
wer­den dus uit­ge­stuurd, twee aan twee.
Het bekende en ver­trouwde laten ze los,
men­se­lijke zeker­he­den laten ze achter.
Ze moeten goed doen aan anderen
en weldoende woor­den spreken:
Vrede aan dit huis!
Dat is alles wat ze te bie­den hebben.
En ze deden nieuwe erva­ringen op.
Ze wer­den niet teleur­ge­steld.

Open voor elkaar, open voor God

Voor velen van ons
begint de vakantie­tijd.
Ook dat kan een kans voor ons zijn
om een nieuwe erva­ring op te doen.
Als de zon schijnt zijn we sowieso
iets meer ontspannen
en meer open voor elkaar.
Mensen groeten elkaar eerder op straat
en zijn vrien­de­lijker.
De samen­le­ving wordt iets minder hard,
iets minder verschanst in het “ik”.
De zomer is een goede gelegen­heid
om het oude gebed te bid­den:
“Heer, wees Gij de zon van mijn bestaan,
dan kan ik veilig verder gaan”.

En geef, Heer, dat we ons niet laten mee­ne­men
door die ik-gerichte geest
- afgesloten, zelf­ge­noeg­zaam -
die in onze samen­le­ving rond­waart,
maar open en gevende mensen
zullen zijn.

Terug