Arsacal
button
button
button
button


De narcistische epidemie

De Farizeeën: de beste plaatsen en alle bewondering

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 1 september 2019 - 1005 woorden
De kerk in Moinnickendam
De kerk in Moinnickendam
De narcistische epidemie

Af en toe gaat er wel eens iets mis. Als zelfs de paus weleens 25 minuten in de lift vast kan komen te zitten en het Angelus te laat begint, dan gebeurt dat ook in onze pa­ro­chies. Deze zon­dag was ik in Mon­nic­ken­dam omdat diaken Bak met vakantie was. Maar er was sprake van een dubbele boe­king!

Op het Sint Pieters­plein kreeg wie even geduld had, een bij­zon­der bericht: de paus kon­digde bij het Angelus een consistorie aan waarin hij tien nieuwe stemgerech­tigde kar­di­na­len zal creëren en drie die boven de tach­tig jaar zijn.

In Mon­nic­ken­dam was er geen enkel probleem: ook kape­laan Anton Goos was aanwe­zig, zodat het een con­ce­le­bra­tie werd. Dat is na­tuur­lijk heel wat beter dan wanneer er helemaal geen pries­ter op komt dagen en het was goed een van de jonge pries­ters te ontmoeten die ik goed ken nog uit zijn semi­na­rie­tijd.

Het evan­ge­lie van de 22e zon­dag door het jaar ging over de Fari­zeeën die Jezus in de gaten hou­den en de beste plaatsen voor zich­zelf uit zochten (Lc. 14, 7-14).

HOMILIE 22E ZONDAG DOOR HET JAAR


Wat maakt ons leven mooi
en de moeite waard?
En: hoe staan we in het leven?

Ik tijdperk

We leven in het ‘Ik” tijdperk:
in de bele­ving van mensen
staat centraal wat zij willen
en hoe goed zij zijn.
Dus of zij het zelf fijn vin­den,
als leuk ervaren,
er beter van wor­den,
is dé motivatie om keuzes te maken.
Veel mensen zullen dus ant­woor­den
op die vraag:
“Wat maakt mijn leven mooi en de moeite waard”
met dingen van hun bucket-list:
wat ze nog willen zien of doen,
wat ze op hun verlang­lijstje hebben staan.

Selfie-cultuur

Daarbij komt dat veel mensen vin­den
dat zij speciaal zijn en uniek
en meer rechten hebben dan anderen.
In de Verenigde Staten
wordt hier al tien­tal­len jaren
op grote schaal onder­zoek naar gedaan.
Daar komt onverander­lijk uit
dat mensen steeds meer
betrokken zijn geraakt op zich­zelf,
zich­zelf op een voet­stuk plaatsen,
steeds vaker zonder reke­ning te hou­den
met anderen,
een “selfie”-cultuur
die vaak “narcis­tisch”wordt genoemd.

 

Narcis­tische epidemie

Narcisme is de stoornis
van mensen die zieke­lijk uit zijn
op zelfver­heer­lij­king,
bewonde­ring van anderen
en een speciale plaats.

De kenmerken daar­van zijn zo toe­ge­no­men
dat men in Ameri­kaanse onder­zoeken
spreekt van
een “narcis­tische epidemie”.

Toch is die steeds grotere gericht­heid op het “ik”,
die nei­ging naar indi­vi­dua­lis­me,
eigen­lijk al vele eeuwen bezig.

Ge­meen­schap of individu

In de Mid­del­eeuwen
stond de ge­meen­schap centraal.
Het geheel waar een mens deel van uitmaakte,
was be­lang­rijker dan het individu.
Daar kwam eeuwen gele­den al ver­an­de­ring in.
Huma­nis­me, renaissance en pro­tes­tantisme
leg­den meer nadruk op de in­di­vi­duele mens.
En daar zitten zeker ook goede kanten aan,
want iedere mens is uniek, een wonder,
geschapen door God.

In het katho­lie­ke geloof
staat ge­meen­schap heel centraal:
wij vormen tezamen één lichaam
en in de ge­meen­schap
ont­van­gen we de sacra­menten.
Maar katho­lie­ken weten vaak weinig van hun geloof,
terwijl voor pro­tes­tan­ten
de eigen, per­soon­lijke bijbel­le­zing
en relatie met God vaak meer centraal staan,
mis­schien wat minder dan de ge­meen­schap.
Een combinatie van beide aspecten
- de ge­meen­schap en de eigen geloofs­ont­wik­ke­ling -
zou na­tuur­lijk ideaal zijn.

 

Hem beloeren

Toch is dat Narcisme zelfs niet iets
van de laatste eeuwen alleen.
In het evan­ge­lie van deze zon­dag
komen we dat “Ik” al tegen
dat zich op een voet­stuk plaatst.
We horen over de Fari­zeeën.
Jezus gaat binnen bij een van hen,
- een heel be­lang­rijke -
om de maal­tijd te gebruiken.
Twee zaken vallen op:
die Fari­zeeën hou­den Jezus
voort­du­rend in het oog,
ze beloeren Hem.
Wat is er aan de hand?
Ze zijn jaloers en bang voor hun eigen positie,
hopen iets te kunnen vin­den
om Hem klein te maken en zelf te groeien.
En ze zoeken allemaal
de beste plaatsen uit voor zich­zelf.
Aan die twee zaken:
dat jaloers en afguns­tig kijken naar anderen
en dat uitzoeken van het beste voor zich­zelf,
kunnen we zien
hoe­zeer die Fari­zeeën
met zich­zelf en hun eigen positie bezig waren.

 

Wat maakt het leven mooi?

Maar als we naar ons eigen leven kijken:
wat maakt dat leven mooi?
Waar kijken we met de meeste voldoe­ning op terug?
Ik hoorde het deze week
aan een vrouw - eind vijf­tig - vragen:
Wat is je grootste pres­ta­tie?
Haar ant­woord was:
dat ik vier kin­de­ren heb groot gebracht.
Een ander zal mis­schien terug denken
aan wat hij of zij voor bejaarde ouders,
voor een zieke of als vrij­wil­li­ger heeft betekend.

Of we nu wel of niet
op een cruise naar het Cari­bisch gebied
zijn geweest, of noem maar op...,
dat is eigen­lijk niet van belang
en het zal niet een blijvende vreugde
in ons achterlaten,
tenzij er iets bij­komt
waardoor het iets sociaals wordt
en er iets van geven in zit.
Wat we geven
maakt ons leven mooi;
wat we voor anderen doen,
maakt ons leven rijk;
waar we ons “ik” hebben durven loslaten,
daar krijgt ons leven bete­ke­nis.

Wat we geven


Dat is de reden waarom Jezus vandaag zegt
tij­dens zijn bezoek aan de Fari­zeeën, in het evan­ge­lie,
dat je het best een maal­tijd kunt geven
voor armen, ge­han­di­capten, zieken
die je het niet terug kunnen geven.

Jezus spreekt over een maal­tijd
omdat Hij zich bij een maal­tijd bevindt,
maar het gaat na­tuur­lijk over alles:
wat we geven aan een ander,
niet om er zelf beter van te wor­den,
maar zonder narcisme, zonder ik-gericht­heid,
puur voor een ander,
wat we opgeven
- ik kan iets bepaalds niet doen,
omdat ik er wil zijn voor die ander -
dat maakt ons leven rijk
en waarde­vol in Gods ogen!

Knikengel


In sommige kerken stond vroeger wel
een knik-engel of een beeldje
van een arm Afrikaans kind
waarin je wat geld kon doen.
Als je dat deed,
knikte de engel of dat kindje vrien­de­lijk “ja”.
Op de voet van het beeld stond vaak:
“God zal het U lonen”.
En zo is het:
het geldt voor al wat we doen
niet om er zelf beter van te wor­den,
maar om iets voor een ander
te betekenen:
God zal het U lonen!

Terug