Arsacal
button
button
button
button


Burgerschapsvorming en Onderwijsvrijheid

Studiedag NKSR

Artikel Onderwijs - gepubliceerd: dinsdag, 17 september 2019 - 1910 woorden

Woens­dag 18 sep­tem­ber vond in het Sint Janslyceum van Den Bosch de studie­dag van de NKSR (Neder­landse katho­lie­ke School­raad) over burger­schaps­vor­ming plaats, waaraan ik een bijdrage heb gegeven.

Ruim honderd deel­ne­mers uit het onder­wijs woon­den de mid­dag bij, die aansloot bij de jaar ver­ga­de­ring van de Neder­landse Katho­lie­ke School­raad. Ver­schil­lende sprekers belichtten het thema: prof. dr. Anne Bert Dijkstra (inspectie sociale kwali­teit onder­wijs), prof dr. Lieven Boeve (KUL, Vlaams katho­liek onder­wijs), Erik van Kerkhoff (adviseur katho­lie­ke iden­ti­teit van Verus) en - uit de praktijk - Lea Gulikers en Peter Burgers. Jan Willem Wits leidde de inte­res­sante mid­dag. Aan het begin heb ik de volgende lezing gehou­den over het thema van de studie­dag:

 

Burger­schaps­vor­ming en Onder­wijs­vrij­heid

De vrij­heid van onder­wijs staat weer eens ter dis­cus­sie, nu vooral vanuit een ongerust­heid over het func­tio­ne­ren van sommige Islami­tische scholen. Tenminste, dat lijkt gecon­clu­deerd te moeten wor­den uit de pro­ble­ma­tiek die de Onder­wijsraad signaleert bij het starten van een verken­ning over de bete­ke­nis van artikel 23 van de Grondwet in onze tijd: “Segregatie en tekort­schie­tende kwali­teit bij sommige scholen”.

Onder­wijs­vrij­heid afschaffen?

Maar de afgelopen week kwam een veel erns­tiger pro­ble­ma­tiek naar boven: salafis­tisch ge­oriën­teerde moskee-scholen roepen op afstand te nemen van anders­den­ken­den en hen te haten en maken dui­de­lijk de Neder­landse rechts­orde niet te ac­cep­teren. Hier gaat het om scholen die niet bekos­tigd wor­den uit de algemene mid­de­len en waarop geen toe­zicht is en waar onder­wijs­in­spec­tie geen taak heeft; ze zijn eerder verge­lijk­baar met pro­tes­tantse zon­dags­scho­len. Deze pro­ble­ma­tiek maakt echter wel dui­de­lijk dat de oplos­sing van falen van Islami­tische scholen niet is de onder­wijs­vrij­heid af te schaffen; onder­wijs­in­spec­tie en het stellen van normale, algemene eisen aan alle scholen facili­te­ren juist een dialoog die ener­zijds respect kent voor ieders over­tui­ging en ander­zijds een po­si­tie­ve deelname aan de samen­le­ving en aanvaar­ding van de rechts­orde bevordert. De oplos­sing bestaat niet uit het weren van geloofs­over­tui­gingen uit het publieke domein, wel mag van ieder wor­den verwacht dat die onze rechts­orde res­pec­teert en het alge­meen wel­zijn en par­ti­ci­pa­tie in de samen­le­ving beoogt. Burger­schaps­vor­ming heeft daarin een be­lang­rijke rol.

Inzet katho­lie­ke kerk voor onder­wijs­vrij­heid

De katho­lie­ke kerk zet zich al heel lang in voor voor onder­wijs­vrij­heid en burger­schaps­vor­ming, want zij heeft de vrij­heid van onder­wijs hoog in het vaandel en veel nage­dacht over het thema van burger­schaps­vor­ming. De eerste volle­dige En­cy­cliek over dit thema, Divini illius Magistri, in het Ita­li­aans: Rappresentanti in terra, van de hand van paus Pius XI is van 31 de­cem­ber 1929 en was een reactie op het fascisme en het na­tio­na­lis­me dat de zeggen­schap over vor­ming en opvoe­ding aan de fascis­tische staat trok met alle gevolgen van dien.[1] Die staatsopvoe­ding werd door paus Pius XI beschouwd als een inbreuk en een exces. Zijn onder­wijs- en opvoe­dingsen­cy­cliek was een eerste stevige stel­ling­name tegen de geweld­da­dige ideo­lo­gieën die de hoofdactoren zou­den gaan wor­den van de tweede wereld­oor­log; de befaamde En­cy­cliek Mit brennender Sorge van 14 maart 1937 gericht tegen het Natio­naal So­cia­lis­me, was daarop een ver­volg. Vooral na de tweede wereld­oor­log zou­den pausen en het tweede Vati­caans concilie zich verder uit­druk­ke­lijk keren tegen de atheïstische staatopvoe­ding die in communis­tische lan­den gebruike­lijk werd (vgl. bijv. GS 20,2). De opkomst en de invloed van deze ideo­lo­gieën was voor de katho­lie­ke kerk ook mede aan­lei­ding om de ver­hou­ding van kerk en staat opnieuw te door­denken en een dui­de­lijker voor­keur uit te spreken voor de democra­tische rechts­staat.[2]

De En­cy­cliek Divini illius... onder­streepte tegen­over de fascis­tische ten­densen het onvervreemd­baar recht van het gezin - gegeven door de Schepper zelf - en de missie van de ouders om hun kin­de­ren op te voe­den, een recht dat vooraf gaat aan ieder recht van de staat en dat door geen enkele men­se­lijke macht geschon­den mag wor­den. [3] Daar­naast bespreekt de En­cy­cliek ook de zen­ding en taak van de kerk op dit terrein. Het is aan de ouders om voor hun (jonge) kin­de­ren een keuze te maken voor katho­liek onder­wijs, dat persoons­ge­richt en vormend moet zijn en van hoog niveau (vgl. bijv. GE 6; DH 5). Daarom wijst ook het tweede Vati­caans concilie iedere vorm van school­mo­no­po­lie en staatsopvoe­ding af (GE 6).

Burger­schaps­vor­ming in En­cy­cliek

Als we de term “burger­schaps­vor­ming” in het Latijn vertalen met “educatio civica”, klopt het dat de En­cy­cliek van Pius XI op dit thema ingaat. De staat heeft tot taak het recht van het gezin te be­scher­men evenals de rechten van het kind, als bij­voor­beeld de ouders er niet zijn of niet in staat zijn hun taak op zich te nemen.[4] De over­heid mag alleen voor­schrij­ven dat een bepaalde mate van kennis van de bur­ger­lijke en nationale ver­plich­tingen en van de cultuur wordt verkregen, als het recht van de gezinnen en hun levens­over­tui­ging maar wordt ge­res­pec­teerd.[5] In dit ver­band han­teert de En­cy­cliek de uitdruk­king “educatio civica” en die heeft betrek­king op alles wat tot de bur­ger­lijke en poli­tieke orde behoort (“quae civile et politicum genus complectitur”) en de burgers kan richten op het alge­meen wel­zijn.[6] Het gaat hier om burger­schaps­vor­ming in de bete­ke­nis van het ver­strek­ken van in­for­ma­tie over de organi­sa­tie van de maat­schap­pij en de in­stel­lingen van de bur­ger­lijke over­heid zodat de burgers hun rechten kunnen uit­oefe­nen en hun plichten kunnen vervullen.

Wat voor burger­schaps­vor­ming?

De Neder­landse onder­wijswet­ge­ving ziet als een doel van het onder­wijs de be­vor­de­ring van actief burger­schap en sociale in­te­gra­tie. Dit is bedoeld als alge­meen beginsel, waarbij wel kerndoelen zijn ge­for­mu­leerd maar dit beginsel betreft geen spe­ci­fie­ke kennis­over­dracht maar kan ook in de algemene sfeer, in de feite­lijke omgang met elkaar en de organi­sa­tie van de school tot uiting komen. Deze terug­hou­dend­heid van de wet­ge­ving is te prijzen. De bur­ger­lijke over­heid stelt zich ge­re­ser­veerd op waar het gaat om het vaststellen van normen en waar­den die inzake burger­schaps­vor­ming moeten wor­den over­ge­dragen met uit­zon­de­ring van de realise­ring van een algemene doel­stel­ling die de par­ti­ci­pa­tie van de burgers aan de maat­schap­pij betreft. Het “wat” en het “hoe” wor­den terecht ge­schei­den, waarbij dat laatste geen taak van de bur­ger­lijke over­heid is. Ik stem daar mee in en acht die terug­hou­dend­heid van groot belang. We hebben in het verle­den gezien - en we wor­den het ons in dit her­den­kings­jaar weer opnieuw bewust - tot welke excessen een totalitaire staat kan komen. De rich­ting van een “staatsopvoe­ding”, van een over­heid die bepaalt welke opvoe­ding aan de jeugd zal wor­den gegeven, moeten we niet uit! Het is gepast bij de her­den­king van de 75e ver­jaar­dag van onze be­vrij­ding tevens te vieren wat een groot goed de vrij­heid is, die de men­se­lijke persoon, diens on­aan­tast­bare waar­dig­heid én sociale karakter volle­dig res­pec­teert. Daartoe behoort ook onze onder­wijs­vrij­heid.

Plu­ri­for­me samen­le­ving en taak van de over­heid

Met name het tweede Vati­caans concilie (een kerk­ver­ga­de­ring van alle bis­schop­pen van de hele wereld, gehou­den in de Sint Pieters­basi­liek van 1962-1965) heeft dat verder ge­nu­an­ceerd door andere staats­vi­sies los te laten en uit te gaan van de democra­tische rechts­staat met een beperkter opdracht en zonder “eigen” levens­be­schou­wing of - over­tui­ging en door tege­lijk het al sinds de tijd van Pius XI bekende sub­si­dia­ri­teitsbeginsel te be­klem­tonen: “De staat moet... het gehele onder­wijs­sys­teem bevor­de­ren, het sub­si­dia­ri­teitsbeginsel indach­tig en met uit­slui­ting van ieder school­mo­no­po­lie”.[7] Het concilie aanvaardde het pluralisme - de verschei­den­heid aan opvat­tingen in een maat­schap­pij - en daar­mee verbon­den dat een bur­ger­lijke over­heid ter­zake geen keuzes moet maken of stand­pun­ten moet innemen. [8] Het zag als taak van de bur­ger­lijke maat­schap­pij en over­heid om het alge­meen wel­zijn te bevor­de­ren, het goed sa­men­le­ven van alle burgers, met respect voor ieders eigen­heid, waar men het niet altijd met elkaar eens hoeft te zijn maar men elkaar wel res­pec­teert. Kortom, in een plu­ri­for­me maat­schap­pij, waar mensen vreed­zaam willen sa­men­le­ven en kunnen delen in de cultuur, moet er een open­heid kunnen zijn om waar­den aan de orde te kunnen stellen vanuit een eigen ach­ter­grond en bele­ving. De gemeen­schap­pe­lijke waar­den betreffen vooral dit goed sa­men­le­ven; zij kunnen vanuit ver­schil­lende ach­ter­gron­den en bele­vingen aan de orde wor­den gesteld.

Rol van het katho­liek onder­wijs

In dat kader heeft katho­liek onder­wijs zijn plaats. Een katho­lie­ke school zal dan ook altijd leer­lin­gen verwel­ko­men van allerlei ach­ter­gron­den, het is geen gesloten, op segregatie gerichte school, integen­deel.

Kort samen­ge­vat is dus de visie van de katho­lie­ke kerk op burger­schaps­vor­ming dat die een cultuur van dialoog, een vreed­zaam sa­men­le­ven en actieve par­ti­ci­pa­tie bevordert. Ieder moet dat vanuit eigen waar­den en opvat­tingen kunnen doen. Het hoofddoel van burger­schaps­vor­ming is te bevor­de­ren dat iedere burger actief betrokken kan zijn in “het opbouwen van broe­der­lijk huma­nis­me”.[9] Instru­menten daarbij zijn het bevor­de­ren van pluralisme - dat wil zeggen een klimaat waarin ieder zijn eigen visie kan geven en er respect is voor verschei­den­heid - waarin een dialoog tot stand komt die erop is gericht ethische vragen te verdiepen. Die ethische component maakt mooie en goede waar­den als uitgangs­punt onontbeer­lijk: wil je over iets dialogeren, moet je wel een visie hebben - daarom kan een katho­lie­ke school die werk maakt van haar iden­ti­teit zo’n goede bijdrage zijn - maar dat is juist niet de taak van een bur­ger­lijke over­heid die zich ver­staat als func­tio­ne­rend binnen een rechts­staat.

Burger­schaps­vor­ming; kerk (religie) en staat

Religies kunnen in een situatie van ethisch en reli­gi­eus pluralisme een bijdrage geven aan het vreed­zaam sa­men­le­ven in de maat­schap­pij, indien zij althans deze rechts­staat met het respect voor iedere mens dat daarbij hoort, aan­vaar­den en onder­steunen. Uitgaand van po­si­tie­ve waar­den als liefde, hoop, verlos­sing en met een open­heid voor uit­wis­se­ling en relaties met anders­den­ken­den, kunnen gods­diensten een aanmer­ke­lijke bijdragen geven om vrede en recht­vaar­dig­heid te bevor­de­ren, zegt bij­voor­beeld een recent do­cu­ment van de Vati­caanse Con­gre­ga­tie voor de Opvoe­ding.[10] De staat moet geen opvoeder in normen en waar­den wor­den, anders verlaten we in feite het speel­veld van de democra­tische rechts­staat om terug te keren naar een staats­mo­del met autoritaire trekken en naar een staatsopvoe­ding. Daar­van hebben we de nadelen voldoende ondervon­den.

Tege­lijk maakt dit alles dui­de­lijk dat burger­schaps­vor­ming geen apart vak hoeft te zijn en al helemaal niet een vak als gods­dienst/levens­be­schou­wing moet ver­drin­gen. Burger­schaps­vor­ming komt tot uiting in een school­kli­maat met een benade­ring die het hele school­kli­maat moet door­drin­gen. Het uit zich in antipest­pro­gramma’s, in zorg dat kin­de­ren uit arme gezinnen mee kunnen doen met de ac­ti­vi­teiten, in een sfeer waardoor ie­der­een erbij hoort, in aan­dacht voor armen, zwakken, voor mensen in ont­wik­ke­lings­lan­den, vluch­te­lingen en in een bewuste aan­dacht voor de persoon van de leer­lin­gen en hun ach­ter­grond. Een derge­lijk klimaat is eigen­lijk de beste burger­schaps­vor­ming.

 

+Jan Hendriks
Bis­schop-coad­ju­tor van het bisdom Haar­lem-Am­ster­dam
Bis­schop referent voor het katho­liek onder­wijs

 



[1] De Latijnse versie van de En­cy­cliek is te vin­den in: AAS 22(1930), pp. 49-86; de Ita­li­aanse editie in: AAS 21 (1929), pp. 723-762. Beide versies in: Enchiridion delle Encicliche, deel 5, nn. 329-412; over na­tio­na­lis­me, vgl. bijv., n. 363.

[2] Met name in de con­ci­liaire Ver­kla­ring Dignitatis Humanae en de Apos­to­lische brief Octogesima Adveniens van paus Paulus VI (Denz. 4502), zie hierover: J. HENDRIKS, Vaticanum II en verder... (Oegst­geest, 2006[2]), pp. 126-133, m.n. pp. 129-130.

[3] Ibidem, n. 352.

[4] Ibidem, n. 362.

[5] Ibidem

[6] Ibidem, n. 364. Vgl. A. OTTAVIANI, In­sti­tu­tio­nes Iuris Publici Ecclesiastici, deel II Ecclesia et Status (Vati­caan­stad, 19604), n. 353, pp. 230-231.

[7] Ver­kla­ring over de chris­te­lijke opvoe­ding Gravissimum Educationis (GE), n. 6. Het sub­si­dia­ri­teitsbeginsel werd ge­for­mu­leerd in de En­cy­cliek Quadragesimo Anno (1931) van paus Pius XI.

[8] GE 6.

[9] CONGREGATION FOR CATHOLIC EDUCATION (for Educational Institutions), Guidelines

Educa­ting to fraternal humanism. Buil­ding a “civilization of love”, 50 years after Populorum progressio, April 16, 2017, n. 20.

[10] CONGREGATION FOR CATHOLIC EDUCATION (for Educational Institutions), Guidelines Educa­ting to fraternal humanism. Buil­ding a “civilization of love”, 50 years after Populorum progressio, April 16, 2017, n. 13.


Fotoserie

Klik op een foto voor een uitvergroting.
Terug