Arsacal
button
button
button


Het is een Woord van God voor JOUW leven

Derde zondag door het jaar A - Zondag van het Woord van God

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 26 januari 2020
de tijdelijke kerkruimte in Velsen Noord
de tijdelijke kerkruimte in Velsen Noord

Zondag 26 janu­ari was ik in Velsen Noord voor de Eucha­ris­tie. Die wordt momenteel gevierd in het pa­ro­chiehuis De Meer­paal in afwach­ting van de verbou­wing van de kerk. Op deze eerste ‘Zondag van het Woord van God’, zoals paus Fran­cis­cus de derde zon­dag door het jaar heeft gedoopt, ston­den we stil bij de vraag: Is de bijbel een woord van God voor jou?

De Sint Jozef­kerk in Velsen Noord is verkocht en de gedachte is dat die wordt omgebouwd door de nieuwe eige­naar en een een ervan kerk blijft voor de pa­ro­chie­ge­meen­schap. Maar de reali­sa­tie van deze plannen laat langer op zich wachten dan voor­zien en het is nog onzeker wanneer die verbou­wing klaar zal zijn. Intussen is het zaaltje in het pa­ro­chiehuis wel intiem en omdat het langer gaat duren, zijn er plannen om de ruimte nog wat meer aan te gaan kle­den als kerk.

 

Homilie

Woord van God

Jezus begint vandaag
met de ver­kon­di­ging van het Woord van God
en Hij roept zijn eerste leer­lin­gen.
Dat komt mooi uit
want paus Fran­cis­cus heeft deze zon­dag
voor­taan tot zon­dag van het Woord van God gemaakt,
om vlak na de vie­ring
van de gebeds­week voor de een­heid van de chris­te­nen
aan­dacht te vragen
voor wat ons met alle chris­te­nen verbindt
en wat we voort­du­rend
moeten voe­den en ver­ster­ken:
de liefde voor het Woord van God.

Raakt het U?

Ik weet na­tuur­lijk niet hoe het U gaat
als u de lezingen uit de bijbel hoort.
Dwalen uw gedachten af
naar andere dage­lijkse zaken en problemen,
laat u het maar een beetje over u heen komen
of hebt u die Bijbelse woor­den
wel kunnen volgen
en is er af en toe iets
dat u meer bij­zon­der raakt.
Ik hoop na­tuur­lijk
dat de bood­schap van de bijbel u mag raken
en dat er woor­den en verhalen zijn
waar u nog regel­ma­tig aan moet denken
en dan eigen­lijk liefst niet in de zin van:
o, ja dat verhaal dat ken ik wel,
- zoals bij­voor­beeld het kerst­ver­haal
of de parabel van de barm­har­tige Samari­taan:
die heb ik al zo vaak gehoord -,
maar als een woord voor Uw eigen leven.

Woord en sacra­ment

Onze Lieve Heer heeft ons twee zaken gegeven
die ons kunnen steunen op onze levensweg
en die ons helpen
om een goed mens en een christen te zijn.
Het zijn de bijbel, het woord van God,
en de sacra­menten.
Beide heeft de Heer toe­ver­trouwd aan de Kerk
die het woord moet ver­kon­di­gen
en de sacra­menten bedienen.
Die twee vullen elkaar aan
en ze horen bij elkaar.
Want als we de sacra­menten vieren
kunnen we Gods aanwe­zig­heid ervaren.
Als de priester de Eucha­ris­tie viert bij­voor­beeld
en hij doet dat met aan­dacht en eerbied
en ons hart staat er voor open,
dan kunnen we ervaren en merken:
de Heer is hier, Hij is bij ons aanwe­zig.
Zo kan een mooie vie­ring
ons hart direct raken,
want God zelf is aan het werk
in de vie­ring van de sacra­menten.

Bij de woor­den van de bijbel
is het een klein beetje anders:
we horen ze, we begrijpen ze hope­lijk
en dan raken ze ook ons hart.
Het gaat om een begrijpen,
maar dat is niet alleen iets van ons verstand,
het is een verstaan met ons hart.
En daar gaat het om,
want de bijbel is niet zomaar een verhaal
over wat er toen, lang gele­den gebeurde;
het is een blijde bood­schap voor ons leven.

Vul het in!

Dus als er een zon­daar in het evan­ge­lie
naar Jezus komt en ver­ge­ving krijgt,
mogen wij onszelf invullen
met de dingen die in ons leven verkeerd zijn gelopen:
wij zijn zelf als die zon­daar die ver­gif­fe­nis krijgt.
Als Jezus een zieke geneest
mogen we ook aan onze eigen won­den denken:
waar heeft het leven ons pijn gebracht,
fysiek of gees­te­lijk;
de won­den zijn mis­schien verwon­dingen van ons hart
door moei­lijke, nare erva­ringen;
het evan­ge­lie nodig ons uit
die won­den bij Jezus te brengen
en aan Hem een inner­lijke gene­zing te vragen
en voor de echt moei­lijke dingen
moeten we dat zeker vaker herhalen!
Of als Jezus zoals vandaag
Zijn leer­lin­gen roept en hen uitzendt,
dan mogen we bedenken
dat wij allemaal ge­roe­pen zijn
om Jezus na te volgen,
in Zijn voetsporen te tre­den,
dat Hij ons allemaal een zen­ding,
een missie heeft toe­ver­trouwd
en dat Hij hoopt dat wij er iets van willen maken.

Doe ik het weer niet goed?

De eerste bood­schap
die vandaag door Jezus wordt gegeven is:
Bekeert U, want het rijk der hemelen is nabij.
Nu zou u mis­schien denken
dat het niet zo aardig en gezellig is
dat Jezus meteen over beke­ring begint te spreken.
Als u die woor­den hoort,
kan het klinken als kri­tiek:
doe ik het nu weer niet goed?
Zeker voor mensen
die in hun leven vaak niet zo posi­tief benaderd zijn,
kan dit niet zo pret­tig klinken.

Uitzicht

Toch staat vlak daarvoor
het woord van de profeet Jesaja
over dit eerste optre­den van Jezus:
het gaat over de mensen
die in het duister zitten
en over wie een groot licht is opgegaan.
Dat klinkt alsof het iets moois is,
iets wat blij maakt en fijn is.
En zo is het ook!
Door de komst van Jezus
en het uit­zicht dat Hij geeft
door de verlos­sing die Hij bracht,
hoeven we niet bang meer te zijn
dat we afge­schre­ven wor­den
omdat er iets in ons is dat niet goed genoeg is.
Nee, God houdt van ons, zoals we zijn
en het rijk der hemelen is nabij.
Dus wees niet bang,
wie fouten heeft gemaakt, zon­den heeft gedaan,
mag die rus­tig onder ogen zien,
want de Heer brengt ons licht en vreugde.

Nieuwe kans

Het is al fijn als mensen je een nieuwe kans geven
wat is het dan helemaal mooi
als God degene is die ons die nieuwe kans geeft,
zoals dat heel concreet gebeurt
in het sacra­ment van de biecht,
maar wat we soms ook ervaren
als zich - als door een wonder -
ineens mooie nieuwe mooie wegen
voor ons openen.
Dus dat wil zeggen:
luister naar de woor­den van God
als woor­den van liefde.
Het zijn geen woor­den
die ons schrik willen aanjagen,
het zijn woor­den die ons willen helpen,
die ons vreugde willen geven en vrede
en wie zijn hart ervoor opent
krijgt steun om een gelukkig, vrij en vrede­vol
mens te kunnen zijn.

Terug