Arsacal
button
button
button
button


We zullen over grenzen gaan...

De kracht van de heilige Geest

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 31 mei 2020 - 1166 woorden

Op Pink­ste­ren was ik in de ka­the­draal voor de heilige Mis. Met een bij­zon­der gebeuren erbij: tij­dens de Mis dwarrel­den rozen­blaadjes uit de koepel van de ka­the­draal als teken van de Geest die zich in tongen van vuur boven de apos­te­len bevond. We zijn beperkt en begrensd als mens, maar die Geest kan ons vrij maken.

Mgr. Punt

Mgr. Punt had er eigen­lijk graag willen zijn, maar zijn ge­zond­heid laat het op dit moment niet toe dat hij twee Missen doet en hij is op deze dag ook de cele­brant in de Eucha­ris­tie­vie­ring van de online gebeds­dag van de Vrouwe van alle Volkeren. Hij moest dus kiezen en na­tuur­lijk is het voor hem van bij­zon­dere bete­ke­nis op deze laatste dag van zijn dio­ce­saan bis­schop-zijn in een hei­lig­dom van Maria te zijn, want hij heeft zijn bis­schops­ambt onder haar beschermikng gesteld: “Sub tuum prae­si­dium”. Bovendien zal hij op tweede Pinkster­dag in de ka­the­drala aanwe­zig zijn

 

Over grenzen heen...

Grenzen

Wij mensen stuiten iedere keer weer op grenzen,
de grenzen van ons kunnen,
de grenzen van wat anderen ons geven of gunnen,
de grenzen van de moge­lijk­he­den die het leven ons biedt,
de grenzen van wat ons gegeven is.
Als je jong bent,
lijkt de toe­komst soms
nog één zee van moge­lijk­he­den,
als we ouder wor­den
ervaren we meer en meer
het niet-kunnen, de beper­kingen:
Idealen die we niet hebben kunnen verwer­ke­lijken,
dingen in het leven die niet zo zijn gegaan
als we had­den gehoopt of verwacht,
moge­lijk­he­den die ons zijn voorbij gegaan,
licha­me­lijke beper­kingen,
gebeur­te­nissen die ons in ver­war­ring brengen.
En we ervaren na­tuur­lijk nu allemaal wel
op één of andere manier
beper­kingen in deze Corona-periode.

Er zijn gewoon dingen in ons leven
die niet zo gelukken of lopen
als we had­den gehoopt en verwacht,
teleur­stel­lingen.

Ontmoe­digd?


En dan?
Wat gebeurt er dan?
Verliezen we dan onze idealen?
Blijft er in ons wrok achter
of pijn en bitter­heid?
Heeft het leven ons harder gemaakt?
Blijven we het voelen als een negatieve erva­ring,
die ons het ver­trouwen in de dingen, in de mensen,
ja, in God doet verliezen?
Raken we ont­moe­digd?

Maar dan is er wel heel veel reden
om ont­moe­digd te raken,
want we zien en ervaren
nog maar een piepklein deeltje
van wat er allemaal misgaat in de wereld.
Er zijn altijd zoveel mensen,
die het zoveel erger hebben moeten meemaken.

Maar mis­schien...

Toch kunnen we ook tot een andere erva­ring komen.
Een nieuwe ope­ning in ons denken ervaren:
mis­schien is het toch ergens goed voor geweest,
mis­schien moet ik er iets van leren,
mis­schien wordt mij hier een weg gewezen,
mis­schien heeft dit toch bete­ke­nis en zin
en moet ik het aan­vaar­den uit Gods hand.

Een luis­te­rend oor

Als wij met onze gevoelens zitten,
hebben we soms iemand nodig
die iets tegen ons zegt
met veel liefde voor ons,
maar met een klein beetje meer afstand;
die het weer vanuit een andere kant bekijkt.
Zit de een in de put,
de ander weet een woord te vin­den
waardoor die ene weer vooruit kan.
Dat is het fijne als je samen bent,
want dat is toch vaak de weder­zijdse steun
die man en vrouw van elkaar ervaren.
En als uw man of vrouw er niet meer is,
helpt mis­schien toch ook vaak de her­in­ne­ring
aan wat hij of zij dan, in zulke omstan­dig­he­den,
zou zeggen
om er weer door­heen te komen
om het weer een beetje te zien zitten.

Dat ene woordje of gebaar,
een luis­te­rend oor
waardoor je inner­lijk aan­ge­spro­ken wordt,
waardoor je je begrepen voelt en aan­ge­spro­ken,
is dan een kracht
waar je duizend keer meer aan hebt
dan aan alle woor­den van mensen die je beklagen
of die het leed gauw wegpraten.
Geen zelfbeklag,
geen medelij­den,
wel meeleven.
Beklag en zelfbeklag doen je geen goed;
je kunt eraan ten onder gaan.

Dis­cus­sies

In de kranten staan de laatste tijd
veel negatieve berichten,
vooral over de Corona-crisis
en over de vraag
wat wel of niet goed is
aan de maat­regelen die de bur­ger­lijke over­heid
of de kerk neemt.
Er wordt heel wat af-gedis­cus­sieerd.
Na­tuur­lijk zou er veel te zeggen zijn
over alle voors en tegens.
Maar is het allemaal vaak men­se­lijk gepraat,
waar mensen lang niet altijd beter van wor­den
of door geholpen zijn.
Op een gegeven moment
komt de kracht vrij
doordat we open staan voor de regels
en doordat we ons er samen achter stellen
om te doen wat nodig is
om het virus klein te krijgen.

Eerst de ont­vanke­lijk­heid

Zoiets is er ook in het geloof.
Soms kunnen mensen lang en breed dis­cus­si­ëren
over wat wel en niet mag van de kerk
en over hoe die of die ker­ke­lijke leider het doet,
enzo­voorts,
maar niemand wordt daar gelovig van
of wordt geholpen God te vin­den
en hoe zou­den we trouwens aan iemand
de gebo­den van God kunnen uitleggen
als het geloof ontbreekt
in een God die de basis daar­van is.
Eerst gaat het om een open­heid,
ont­vanke­lijk­heid,
je openen voor Gods Geest,
dat Die het je mag zeggen,
daarna pas komt de rest.

Alle ant­woor­den op de vragen en dis­cus­sies
zullen toch moeten komen
vanuit een inner­lijke over­tui­ging,
van een warmte die je in jezelf voelt,
van een verlangen dat je voelt
om goed te doen,
om God en je mede­mens te dienen.
Het goede zal opbouwend zijn,
stichtend, je sterkend in het geloof.

Toch niet alleen

God heeft Zijn Geest in ons hart gezon­den
en dat wil zeggen
dat Hij ons niet
aan ons­zelf en onze eigen gevoelens
over­ge­le­verd wilde laten zijn.
Er is ons Iemand gegeven,
die dat woord tot ons spreekt
dat ons uit­zicht geeft,
die ons helpt om alles toch weer posi­tief te zien,
om de licht­puntjes te ontdekken,
om te zien welke bedoeling er kan zijn.
Hij is zozeer bij ons,
dat je kunt zeggen:
al sta je alleen in het leven,
al voel je je weleens een­zaam:
je bent toch niet alleen.

Dat is de heilige Geest,
de Geest van God die ons gegeven is
als onze beste gespreks­part­ner.
"Hij is de Helper.
Hij zal U alles leren",
heeft Jezus zijn apos­te­len gezegd.

Bezield

De apos­te­len waren bang,
ze voel­den zich alleen,
onmach­tig, klein, moedeloos,
opgesloten in hun gevoelens.
Toen kwam de heilige Geest.
Al het te men­se­lijk redeneren werd opzij geveegd:
een inner­lijke bezieling
deed hen naar buiten gaan,
want zij waren vervuld van de heilige Geest.

Moge Gods goed­heid
ons geven
om bezield te zijn door die kracht van de Geest
en te spreken en te han­de­len
vanuit die po­si­tie­ve, inner­lijke bezieling.
Moge Gods Geest
op het pinkster­feest
ons hart vernieuwen,
ons geloof sterken,
onze moed ver­dub­belen,
ons ver­trouwen vernieuwen.

En toch...

Wij blijven kleine mensen,
er is zoveel ont­moe­di­ging:
ik doe dit al zo lang
en nog: het lukt me niet,
ik kan het niet,
Hij helpt mij niet,
het wordt nooit wat,
ik heb alles ge­pro­beerd.

En dan komt weer het Pinkster­feest.
Een uit­no­di­ging
om te geloven
in het pinkstervuur
dat in ons is:
Hij helpt je wél,
Hij kan het wél,
Hij leidt je wel,
geef je gewonnen
aan Zijn vuur.

Als wij naar Hem op zoek gaan,
zal Hij zich laten vin­den
en ons leven vernieuwen.
We zullen over grenzen gaan...

Kom, heilige Geest!

Terug