Arsacal
button
button
button
button


'Niemand kan twee heren dienen'

'Admissio' op Open Dag St. Bonifatiusinstituut

Overweging Roeping - gepubliceerd: zaterdag, 19 juni 2021 - 1647 woorden
kapel van De Tiltenberg waar het Sint Bonifatiusinstituut is gevestigd
kapel van De Tiltenberg waar het Sint Bonifatiusinstituut is gevestigd
'Niemand kan twee heren dienen'

Zater­dag 19 juni was de open dag van het Sint Boni­fa­tius­in­sti­tuut voor mensen die nader kennis willen maken met dit studie- en vor­mings­pro­gramma. Tijdens de Eucha­ris­tie­vie­ring aan het begin van de studie­dag heb ik aan twee kan­di­da­ten voor het per­ma­nent diaconaat de ‘Admissio’ mogen verlenen. Een mooi gebeuren waarover ik graag iets meer ver­tel.

Open dag

Er waren dit keer weer iets meer stu­den­ten fysiek aanwe­zig, nog steeds is het moge­lijk - vanwege de pandemie - de colleges on line te volgen. Na­tuur­lijk is het voor geïn­te­res­seer­den moge­lijk om ook buiten de open dag contact op te nemen en/of zich op te geven voor deze studie en vor­ming. De situatie maakt dat sommige mensen nog wat terug­hou­dend zijn. Toch waren er voor de open dag tien of elf nieuwe belang­stel­len­den geko­men om kennis te maken met het Sint Boni­fa­tius­in­sti­tuut waar voor­na­me­lijk op zater­da­gen het studie­pro­gramma wordt gevolgd van een Hoger Instituut van Gods­dienstweten­schappen.

Het Bonfatius­in­sti­tuut

Zulke in­sti­tu­ten zijn rede­lijk zeld­zaam: vorige week op de Con­gre­ga­tie voor de katho­lie­ke Opvoe­ding hoorde ik dat er maar twee of drie waren in Noord Europa (boven de Alpen)! De studie leidt (in de zgn. ‘major-vorm’) tot het Bac­ca­lau­reaat in de Gods­dienstweten­schappen en eventueel ook het Licentiaat. Het Sint Boni­fa­tius­in­sti­tuut is daarvoor verbon­den met de Pau­se­lijke La­te­raanse Uni­ver­si­teit in Rome. De oplei­ding biedt tevens de vor­ming tot per­ma­nent diaken en tot cate­chist, een ambt dat door paus Fran­cis­cus onlangs in een nieuw en voller licht is geplaatst. Daar­mee wordt deze oplei­ding alleen maar van groter belang. Ook anderen die een goede weten­schap­pe­lijke theo­lo­gische vor­ming willen krijgen, kunnen hieraan stu­de­ren.

H. Mis en ‘Admissio’

Tijdens de heilige Mis ont­vingen Mike Nagtegaal en Evert Florijn de ‘Admissio’ waar­mee ze wer­den aanvaard als kandidaat voor het per­ma­nent diaconaat en zelf de vaste intentie uit­spra­ken zich daarop voor te berei­den. In de homilie (zie hier­on­der) heb ik daar iets meer over gezegd.

Con­ce­le­branten waren vica­ris dr. Gerard Bruggink, rector lic. Luc Georges en spi­ri­tu­aal mr. Jan Stuyt s.J. Wim Zurlohe assis­teerde als diaken. Van harte wensen we hen proficiat en Gods zegen over hun verdere vor­ming en toegroei naar het diaconaat!

De lezingen waren 2 Kor. 12,1-10 en Mt. 6, 24-34 (de lezingen van de dag). De homilie heb ik zonder tekst gehou­den, maar ongeveer de volgende ele­menten kwamen erin naar voren:

Homilie

Niemand kan twee heren dienen

De ‘Admissio’

Het verheugt me dat vandaag twee diaken­kan­di­da­ten de admissio ont­van­gen. ‘Admissio’ betekent let­ter­lijk toela­ting. De ‘admissio’ is een ritus die door Paus Paulus VI in 1972 is inge­voerd en die in de plaats is geko­men van de vroegere tonsuur oftewel de “kruinsche­ring” waardoor iemand ‘gees­te­lij­ke’ werd, clericus. Die kruinsche­ring - let­ter­lijk een stukje van het hoofdhaar dat werd afgeknipt als teken van onthech­ting aan de wereld - gebeurt hier niet meer, maar een geest van onthech­ting moet na­tuur­lijk niet verloren gaan: dat je de Heer voor ogen houdt bij alles wat je doet en dat je je door Hem laat lei­den.

Wat houdt het in?

Paus Paulus schreef over de admissio dat dit een plech­tig­heid is waardoor “hij die verlangt naar het diaconaat of het pries­ter­schap in het open­baar zijn wil te kennen geeft zich aan God en de Kerk te wij­den om de heilige wij­ding uit te oefenen. Door deze opdracht - zo gaat paus Paulus verder - te aan­vaar­den, kiest de Kerk hem echter uit en roept zij hem om zich op het ont­van­gen van de heilige wij­ding voor te berei­den en op deze wijze onder de kan­di­da­ten voor het diaconaat (...) te wor­den opgeno­men” (Motu Proprio Ad Pascendum, 15 au­gus­tus 1972).

De bete­ke­nis van deze ritus is dus twee­vou­dig: jullie, beste kan­di­da­ten, spreken publiek uit dat je een dui­de­lijk­heid voor jezelf verkregen hebt en dat je verlangt diaken te wor­den. De Kerk aanvaardt je posi­tief als kandidaat, dat wil zeggen als iemand die zich daar serieus op voor mag gaan berei­den.

Het zijn cadeaus

Jullie hebben vandaag meteen een sterk evan­ge­lie gekregen: “Maak je geen zorgen...Uw hemelse vader weet wat je nodig hebt...” Maar ook: “Niemand kan twee heren dienen”, klonk het onder meer.

Dat is wel heel mooi en be­lang­rijk: dat je - ook bij tegen­slag, lij­den, moei­lijk­he­den - iets van overgave bewaart: er wordt voor je gezorgd. We moeten eigen­lijk veel meer om ons heen kijken en zien hoe mooi alles is gemaakt, hoe harmo­nisch de natuur is bij­voor­beeld. Dat geeft al de erva­ring: er wordt voor mij gezorgd, ik ben niet alleen... En ook: ik heb alles gekregen: mijn talenten, mijn moge­lijk­he­den, mijn verstand, mijn geloof... het is een gave, een cadeau.

Een doren in zijn vlees

Paulus had het in de eerste lezing over “roemen op zich­zelf”. Paulus was erg bekwaam, hij kon van alles. Als je zijn brieven leest sta je nu nog perplex over de manier waarop hij het evan­ge­lie weet te verwoor­den. En hij heeft de halve wereld afgereisd, veel successen geboekt. Hij heeft - ik zou bijna zeggen: gelukkig - ook iets waar­mee hij moet worstelen: “een doren in zijn vlees”. Wat dat is? Een steeds te­rug­ke­rende beko­ring? Een licha­me­lijk ongemak? We weten het niet, maar het hielp om hem ‘klein’ en ont­vanke­lijk te hou­den: al die grote gaven heeft hij niet uit zich­zelf, hij heeft het gekregen en zo moeten wij ook maar naar onze eigen gaven en talenten kijken.

Dien je twee heren?

Dat laatste “Niemand kan twee heren dienen” wordt weleens gezegd over het per­ma­nent diaconaat van gehuw­den: je kunt niet twee heren dienen, je kunt niet van God zijn én van je vrouw, je moet kiezen: óf voor Hem, óf voor je vrouw.

En iets derge­lijks kunnen we na­tuur­lijk voor allerlei roe­pingen zeggen binnen de Kerk. Iedere pastoor kent wel iemand die enigszins veronge­lijkt zegt: “Mijn man, mijn vrouw is met de kerk getrouwd”. Dat klinkt al tame­lijk als de roep van iemand die zich ver­waar­loosd voelt!
De eerste troost is dan dat dit voor heel veel gebie­den van het leven geldt. Iedere pastoor kent ook vrouwen - hier zijn het vooral vrouwen - die zeggen: “Mijn man is zo ongeveer met de voetbal getrouwd”.

Onderling respect

Niemand kan twee heren dienen. Na­tuur­lijk moeten het dienen van de Heer en het dienen van echt­ge­note en gezin geen twee aparte dingen zijn, maar in elkaars verlengde staan, een een­heid zijn, in elkaars verlengde staan. Het moet passen. Er is één roe­ping die beide aspecten omvat. En de liefde moet de hoofdrol spelen. Dat de liefde de hoofdrol moet spelen, houdt na­tuur­lijk in dat je elkaar wil dienen: de vrouw moet de man dienen en de man moet de vrouw dienen, je wilt elkaar gelukkig maken en dat houdt na­tuur­lijk ook in dat je elkaar wilt res­pec­teren en elkaar de kans wil geven zich te ontplooien en de eigen roe­ping te rea­li­se­ren.

Dus, reke­ning hou­den met elkaar, elkaar res­pec­teren in je eigen­heid, in de mens die je bent, met de roe­ping die je hebt, met de gaven en talenten die je hebt en ook met de kwali­teiten die je mist, dat is essentieel.

Het moet passen

De on­der­lin­ge com­mu­ni­ca­tie, ook over de zaken van de eigen roe­ping, is dus heel be­lang­rijk. Voor een kandidaat-diaken betekent dat dus dat hij met zijn echt­ge­note vaak bespreekt en overweegt wat de bete­ke­nis is van het diaconaat, wat voor rol dit zal en kan hebben in het huwe­lijk en wat dit inhoudt voor het ge­zins­le­ven. Man en vrouw moeten er in die zin bei­den achter kunnen staan, anders werkt het niet goed, wor­den diaconaat en huwe­lijk twee heren die gediend moeten wor­den.
Het diaconaat hoeft niet tevens de roe­ping van de vrouw te zijn, maar het is wel hel be­lang­rijk dat het goed past binnen huwe­lijk en gezin. De beide roe­pingen moeten niet gaan wrikken.
Alles wat ik zeg geldt vandaag speciaal voor de diakens, omdat het “admissio” is, maar het geldt in feite ongeveer ook voor iedere roe­ping binnen de Kerk.

Een gave voor het leven...

Het diaconaat is een keuze voor het hele leven, een gave van jezelf aan de dienst voor de Heer, met een leven van gebed, een diepe ver­bon­den­heid met de Eucha­ris­tie en de sacra­menten en met de Heer, ook in het leven van iedere dag. En met een speciale band van ge­hoor­zaam­heid en beschik­baar­heid. Het is iets moois, een gave en dus niet iets om je op te beroemen en jezelf mee te verheffen, maar juist iets waardoor je je klein mag voelen, omdat het allemaal genade is, gave, geschenk.

Oordelen en vooroor­de­len

Dat laatste is de be­lang­rijke reali­teit waar het evan­ge­lie ons vandaag naar ver­wijst: alles is je gegeven, er wordt voor je gezorgd, geef je getob maar af, je kunt jezelf uit­ein­delijk geen seconde leven of geluk geven, het wordt je gegeven. “Uw hemelse Vader weet dat je al deze dingen nodig hebt”.

Mis­schien hebben jullie het ook weleens dat je iets vervelends meemaakt, iets naars hoort, iets onpret­tigs onder­vindt en dat je daarna allerlei ideeën krijgt over hoe die persoon die dat gedaan of gezegd heeft, dan wel niet is en wat voor beroerde intenties die heeft, maar dat als je echt met die persoon in gesprek komt, het toch wel anders blijkt te liggen. Onze oor­de­len zijn vaak vooroor­de­len; en dat betekent dat we het oor­de­len meer los moeten laten, er meer op moeten ver­trouwen dat God voor ons zorgt; dat we al die zorgen die ons kwellen, die oor­de­len en negatieve gedachten eerst af moeten geven, uit han­den moeten geven om ze in Gods Vaderhan­den neer te leggen....

Van harte Gods zegen voor ieders roe­ping, speciaal voor die kan­di­da­ten die vandaag hun intentie en eerste toe­wij­ding gaan uit­spre­ken in de admissio!

Terug