Arsacal
button
button
button
button


Lezingen over het tweede Vaticaans concilie

In Amsterdam (O.L. Vrouwekerk) en Vianen

Nieuws - gepubliceerd: woensdag, 23 januari 2013 - 489 woorden
De kapel van het ontmoetingscentrum bij de O.L. Vrouwekerk: het altaar
De kapel van het ontmoetingscentrum bij de O.L. Vrouwekerk: het altaar

In dit jaar van het geloof zijn er regel­ma­tig lezingen te geven over het tweede Vati­caans concilie, nu de paus de her­den­king daar­van bij­zon­der heeft aan­be­vo­len. Dit keer: Vianen en Am­ster­dam (O.L. Vrouwe­kerk).

Op 14 januari was ik in Vianen voor een lezing over Kerk en Ambt in het tweede Vati­caans concilie. Dit is het thema van de con­sti­tu­tie over de Kerk, Lumen Gentium, die dit concilie heeft gegeven. Ver­schil­lende aspecten kwamen aan de orde, onder meer hoe het concilie heeft bena­drukt dat de Kerk ge­meen­schap is: lichaam van Christus en volk van God.

De vragen na afloop van de lezing gingen vooral over het celi­baat en waarom vrouwen geen pries­ter kunnen wor­den. Vooral dat laatste von­den ver­schil­lende vraagstellers moei­lijk. Ik heb proberen uit te leggen dat de reden niet is dat de Kerk vindt dat vrouwen dit niet zou­den kunnen (vrouwen hebben in de loop van de ge­schie­de­nis functies in de Kerk bekleed die in de maat­schap­pij toen niet moge­lijk waren, waarbij ik heb ver­teld over de rol van bij­voor­beeld abdissen), maar dat we het meer moeten zoeken in de sacra­men­tele res­pre­sen­ta­tie door de pries­ter van Christus als bruidegom van de Kerk, die bij de consecratie Zijn 'huwe­lijks­trouw' aan ons beves­tigt.

Het was zeker niet voor ie­der­een overtuigend. Mis­schien dat er ook mee te maken heeft dat ‘sacra­mentali­teit’ een moei­lijke cate­go­rie is voor velen. Wij denken vaak meer in termen van ‘doen’ en ‘kunnen’ dan van ‘zijn’ en dan is een ‘sacra­men­tele zijns­wij­ze’ nog een graadje las­tiger. Overigens was het een heel goede avond, met een mooie opkomst ondanks het slechte weer.

In de O.L. Vrouwe­kerk begon de avond op 21 januari met een heilige Mis, waarin ik naar aan­lei­ding van het evan­ge­lie over de nieuwe wijn in oude zakken en de verstellap van ongekrompen stof heb ge­spro­ken over de inner­lijke vrij­heid waar­mee we allemaal mogen zoeken naar wat in het gees­te­lijk leven bij onze roe­ping past: het is niet zo dat we teveel moeten denken in conventies.

Daarbij gaf ik het voor­beeld van de spi­ri­tu­aal op het semi­na­rie, pater P. Penning de Vries, die bij iedere inlei­ding op het gebed aangaf dat je je gebed kon doen "liggend, zittend of geknield". Vooral dat "liggend" vond ik erg onconventioneel. Maar hij voegde er dan altijd aan toe: "in de hou­ding waar­van je vermoedt Hem het meeste te kunnen vin­den". En ik had nog wel gedacht dat je pas echt goed en mooi bad als je dat geknield deed, mooi rechtop en de han­den gevouwen...!

De lezing ging die avond over de Con­sti­tu­tie over de Liturgie van het tweede Vati­caans concilie. Uitgangs­punt was het eerste hoofd­stuk van de Con­sti­tu­tie waarin het wezen van de liturgie wordt be­schre­ven: centraal staat de aanwe­zig­heid van Christus. Dat is ook de reden waarom we stil zijn in een katho­lie­ke kerk: de Heer is er, wij staan in de te­gen­woor­dig­heid van dat enorme mysterie!

Terug