Arsacal
button
button
button


Wees ‘een nederige werker in de wijngaard van de Heer’

Eerste zondag van de veertigdagentijd in de kathedraal

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 17 februari 2013
kathedrale koor in de Sint Bavo
kathedrale koor in de Sint Bavo

Op de eerste zondag van de veertigdagentijd heb ik de heilige Eucha­ris­tie mogen vieren in de kathedrale basiliek van Sint Bavo in Haarlem. De pasgedoopte Danae van het kathedrale koor deed haar eerste heilige communie en ridders en edelvrouwen van het H. Graf waren aanwezig die in de kathedraal hun districts­bij­een­komst begonnen. Het kathedrale koor zong de Missa Diatonica van Hendrik Andriessen en ook dat was al een reden om naar de heilige Mis in de kathedraal te gaan.

Homilie

De eerste zondag van de veertigdagentijd is altijd gewijd aan de bekoringen van Jezus in de woestijn.

Ja, ook Jezus kende bekoringen en Hij heeft er echt mee moeten vechten.

Natuurlijk wordt ons dat verteld om duidelijk te maken dat Jezus niet alleen werkelijk God, maar ook werkelijk mens was en om aan ons die de vastentijd binnengaan te verkondigen dat ook wij die geestelijke strijd moeten voeren.

Onze bekoringen - want ik denk dat dit wel voor iedereen geldt - gaan altijd over hoogmoed en grootheid, de oerzonde van de mens, dat we iets naar onszelf toe trekken, in feite egoïstisch zijn.

De beste plaats voor jezelf, het lekkerste voor jezelf, de macht naar jezelf, dat jezelf toch wel iets speciaals verdient, wat een ander niet zo noodzakelijk hoeft te hebben; het is de verbeelding dat je meer rechten hebt, recht hebt op bijzondere aandacht en dat je dus eigenlijk ook gewoon meer bent, dan een ander.

Uiteindelijk heeft dat allemaal dan weer te maken met een diep verlangen naar erkenning, waardering en liefde.

Voor ons is dus de grote opgave van ons geloof en misschien ook wel de kern van iedere geestelijke strijd die wij moeten voeren: dat we gaan beseffen dat het niet hoeft: we zíjn al bemind, we zíjn al Gods geliefde kind, Hij verlangt ook al om ons de mooiste plaats te geven, Hij wil ons al het allermooiste geven, eens na dit leven in de hemel, maar ook al hier op aarde.

Daarom is het zo belangrijk dat wij zoeken naar de ervaring van Gods liefde, in een retraite misschien, op een bijzondere plaats van Gods­ont­moe­ting, of hoe ook.

En dat wij Eucharistisch leven: in de Eucha­ris­tie ontvangen wij die overvloed aan liefde, Hemzelf, het grootste geschenk, en wij vieren het Offer van Zijn leven, dat Hij alles voor ons heeft overgehad en we zijn uitgenodigd om dat heel per­soon­lijk op te vatten: als op het altaar de Eucha­ris­tie wordt gevierd en de priester zegt de bekende consecratie-woorden: “Dit is mijn lichaam dat voor U wordt gegeven, Dit is mijn bloed dat voor U wordt vergoten”, dan is de uit­no­di­ging om dit heel per­soon­lijk op jezelf te betrekken: Hij doet dit voor mij, Jezus geeft zichzelf voor mij; als ik de enige mens was die ooit had bestaan of die ooit zou bestaan, dan zou Hij dit nog hebben gedaan, voor mij.

We worden uitgenodigd om ons dit te realiseren, niet om ons op de borst te kloppen van kijk eens hoe belangrijk we zijn, maar om de dankbaarheid in ons hart toe te laten.

Als je je bemind weet, krijg je vrede in jezelf en een zekere rust: je kunt meer aan, je hoeft niet zo nodig iets na te jagen: je ligt al in de zon van Gods liefde.

Als je dankbaar, gelukkig en tevreden bent, kun je weerstand bieden aan die bekoring, dat je zelf zo iets speciaals en bijzonders moet zijn, die bekoring om grootheid te zoeken.

En zo gebeurde het met Jezus: vervuld van de heilige Geest ging Hij weg van de Jordaan, de woestijn in.

Dat is het uitgangspunt: Hij is vol van Gods liefde, Hij weet zich de beminde Zoon, dat waren precies de woorden die Hij bij die Jordaan had gehoord: “Dit is mijn welbeminde Zoon”.

Natuurlijk geeft dat een geweldige kracht om te strijden In de bekoringen zit een soort stijgende lijn: eerst gaat het om brood, het vervullen van de eigen behoeften; maar de mens leeft niet van brood alleen.

Dan gaat het om macht, over alle koninkrijken der aarde, niet als dienst, maar in aanbidding van de Satan.

Maar Jezus antwoordt: “De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen”.

Tenslotte wordt Jezus bekoord om een God voor zichzelf te zijn, iemand die privileges zoekt die de ware God als knechtje gebruikt: God moet doen wat ik wil, Hij moet mij dienen.

Deze verleiding kennen wij ook.

Maar ook aan deze bekoring weet Jezus te weerstaan.

De les die we vandaag krijgen om de eenvoud en nederigheid lief te hebben, aan de bekoring van grootheid te weerstaan, is ons deze week ook door de paus gegeven: Hij straalt eenvoud en nederigheid uit en hij is zeer beminnelijk in de omgang.

Duidelijk was dat bij de liturgie die hij vierde: niet hijzelf wilde centraal staan als paus, hij wilde het liefst verdwijnen achter het mysterie, het moest om Jezus gaan.

Hij was alleen “een nederige werker in de wijngaard van de Heer”.

En nu die nederige werker zijn menselijke krachten verliest en de Kerk niet meer zo kan dienen, treedt hij terug en laat zijn plaats aan een ander, want het was niet voor hemzelf, het was voor de Heer.

Dat is de bood­schap die wij uit zijn terugtreden mogen verstaan.

Laten we allen proberen in deze veertigdagentijd de bekoring naar grootheid, de eerzucht te weerstaan en eenvoudige, dienstbare mensen te zijn, tot eer van God, die ons zozeer liefheeft, tot welzijn van de mensen die wij mogen ontmoeten.

AMEN

Hierna heb ik nog enkele woorden gesproken tot Danae, 10 jaar, die de dag ervoor gedoopt was en nu haar eerste heilige communie deed.

Terug