Arsacal
button
button
button
button


Wees ‘een nederige werker in de wijngaard van de Heer’

Eerste zondag van de veertigdagentijd in de kathedraal

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 17 februari 2013 - 954 woorden
kathedrale koor in de Sint Bavo
kathedrale koor in de Sint Bavo

Op de eerste zon­dag van de veer­tig­da­gen­tijd heb ik de heilige Eucha­ris­tie mogen vieren in de ka­the­drale basiliek van Sint Bavo in Haar­lem. De pasge­doopte Danae van het ka­the­drale koor deed haar eerste heilige communie en ridders en edelvrouwen van het H. Graf waren aanwe­zig die in de ka­the­draal hun districts­bij­een­komst be­gon­nen. Het ka­the­drale koor zong de Missa Diatonica van Hendrik Andriessen en ook dat was al een reden om naar de heilige Mis in de ka­the­draal te gaan.

Homilie

De eerste zon­dag van de veer­tig­da­gen­tijd is altijd gewijd aan de beko­ringen van Jezus in de woes­tijn.

Ja, ook Jezus kende beko­ringen en Hij heeft er echt mee moeten vechten.

Na­tuur­lijk wordt ons dat ver­teld om dui­de­lijk te maken dat Jezus niet alleen wer­ke­lijk God, maar ook wer­ke­lijk mens was en om aan ons die de vas­ten­tijd binnen­gaan te ver­kon­di­gen dat ook wij die gees­te­lij­ke strijd moeten voeren.

Onze beko­ringen - want ik denk dat dit wel voor ie­der­een geldt - gaan altijd over hoogmoed en groot­heid, de oerzonde van de mens, dat we iets naar ons­zelf toe trekken, in feite egoïstisch zijn.

De beste plaats voor jezelf, het lekkerste voor jezelf, de macht naar jezelf, dat jezelf toch wel iets speciaals verdient, wat een ander niet zo nood­za­ke­lijk hoeft te hebben; het is de ver­beel­ding dat je meer rechten hebt, recht hebt op bij­zon­dere aan­dacht en dat je dus eigen­lijk ook gewoon meer bent, dan een ander.

Uit­ein­de­lijk heeft dat allemaal dan weer te maken met een diep verlangen naar erken­ning, waar­de­ring en liefde.

Voor ons is dus de grote opgave van ons geloof en mis­schien ook wel de kern van iedere gees­te­lij­ke strijd die wij moeten voeren: dat we gaan beseffen dat het niet hoeft: we zíjn al bemind, we zíjn al Gods geliefde kind, Hij verlangt ook al om ons de mooiste plaats te geven, Hij wil ons al het allermooiste geven, eens na dit leven in de hemel, maar ook al hier op aarde.

Daarom is het zo be­lang­rijk dat wij zoeken naar de erva­ring van Gods liefde, in een retraite mis­schien, op een bij­zon­dere plaats van Gods­ont­moe­ting, of hoe ook.

En dat wij Eucha­ris­tisch leven: in de Eucha­ris­tie ont­van­gen wij die overvloed aan liefde, Hemzelf, het grootste geschenk, en wij vieren het Offer van Zijn leven, dat Hij alles voor ons heeft overgehad en we zijn uit­ge­no­digd om dat heel per­soon­lijk op te vatten: als op het altaar de Eucha­ris­tie wordt gevierd en de pries­ter zegt de bekende consecratie-woor­den: “Dit is mijn lichaam dat voor U wordt gegeven, Dit is mijn bloed dat voor U wordt vergoten”, dan is de uit­no­di­ging om dit heel per­soon­lijk op jezelf te betrekken: Hij doet dit voor mij, Jezus geeft zich­zelf voor mij; als ik de enige mens was die ooit had bestaan of die ooit zou bestaan, dan zou Hij dit nog hebben gedaan, voor mij.

We wor­den uit­ge­no­digd om ons dit te rea­li­se­ren, niet om ons op de borst te kloppen van kijk eens hoe be­lang­rijk we zijn, maar om de dank­baar­heid in ons hart toe te laten.

Als je je bemind weet, krijg je vrede in jezelf en een zekere rust: je kunt meer aan, je hoeft niet zo nodig iets na te jagen: je ligt al in de zon van Gods liefde.

Als je dank­baar, gelukkig en tevre­den bent, kun je weerstand bie­den aan die beko­ring, dat je zelf zo iets speciaals en bij­zon­ders moet zijn, die beko­ring om groot­heid te zoeken.

En zo gebeurde het met Jezus: vervuld van de heilige Geest ging Hij weg van de Jordaan, de woes­tijn in.

Dat is het uitgangs­punt: Hij is vol van Gods liefde, Hij weet zich de beminde Zoon, dat waren precies de woor­den die Hij bij die Jordaan had gehoord: “Dit is mijn welbeminde Zoon”.

Na­tuur­lijk geeft dat een gewel­dige kracht om te strij­den In de beko­ringen zit een soort stijgende lijn: eerst gaat het om brood, het vervullen van de eigen behoeften; maar de mens leeft niet van brood alleen.

Dan gaat het om macht, over alle ko­nink­rijken der aarde, niet als dienst, maar in aanbid­ding van de Satan.

Maar Jezus ant­woordt: “De Heer uw God zult gij aanbid­den en Hem alleen”.

Tenslotte wordt Jezus bekoord om een God voor zich­zelf te zijn, iemand die pri­vi­le­ges zoekt die de ware God als knechtje gebruikt: God moet doen wat ik wil, Hij moet mij dienen.

Deze verlei­ding kennen wij ook.

Maar ook aan deze beko­ring weet Jezus te weerstaan.

De les die we vandaag krijgen om de eenvoud en nede­rig­heid lief te hebben, aan de beko­ring van groot­heid te weerstaan, is ons deze week ook door de paus gegeven: Hij straalt eenvoud en nede­rig­heid uit en hij is zeer beminne­lijk in de omgang.

Duide­lijk was dat bij de liturgie die hij vierde: niet hij­zelf wilde centraal staan als paus, hij wilde het liefst ver­dwij­nen achter het mysterie, het moest om Jezus gaan.

Hij was alleen “een nederige werker in de wijn­gaard van de Heer”.

En nu die nederige werker zijn men­se­lijke krachten verliest en de Kerk niet meer zo kan dienen, treedt hij terug en laat zijn plaats aan een ander, want het was niet voor hem­zelf, het was voor de Heer.

Dat is de bood­schap die wij uit zijn terug­tre­den mogen verstaan.

Laten we allen proberen in deze veer­tig­da­gen­tijd de beko­ring naar groot­heid, de eer­zucht te weerstaan en een­vou­dige, dienst­ba­re mensen te zijn, tot eer van God, die ons zozeer liefheeft, tot wel­zijn van de mensen die wij mogen ontmoeten.

AMEN

Hierna heb ik nog enkele woor­den ge­spro­ken tot Danae, 10 jaar, die de dag ervoor gedoopt was en nu haar eerste heilige communie deed.

Terug