Arsacal
button
button
button


Die band die het leven zo mooi maakt....

...vrede....vreugde....moed....dankbaarheid...

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 5 mei 2013
de Sint Christophoruskerk in Schagen
de Sint Christophoruskerk in Schagen

De eerste zon­dag van de mei­maand, be­vrij­dings­dag was ik in de Sint Christophorus­paro­chie in Schagen waar ik met pastoor deken Eduard Moltzer de heilige Mis heb gevierd met de pa­ro­chie­ge­meen­schap van Schagen. De cate­chiste mw. Monica Wildeboer van Rossum assis­teerde als lector, de diaken P. Steur moest het na een heup operatie nog wat rus­tig aandoen en zong mee met het heren­koor dat de Gre­go­ri­aanse zang zeer ver­zorgd uitvoerde. Na­tuur­lijk hebben we even stil gestaan bij het feit dat de mei­maand begonnen is, die bij­zon­der aan Maria is toegewijd. En na­tuur­lijk is deze vijfde mei tevens een gelegen­heid om God te danken dat we in vrijehid mogen leven en om die vrij­heid ook voor alle volkeren te vragen.

Hier­on­der volgt de homilie die ik bij deze gelegen­heid heb gehou­den.

homilie

Een echt per­soon­lijk geloof

begint met een geraakt zijn.

Ergens voel je in je hart: “Hij is er”,

“God bestaat”.

Je merkt in je hart die band met God,

die je leven mooi maakt, diepte geeft.

Dat is dui­de­lijk een band van liefde.

In de jaren dat ik priester en bis­schop ben,

heb ik heel veel mooie erva­ringen gehoord van mensen

die Gods aanwe­zig­heid hebben ervaren

en dat op allerlei ver­schil­lende manieren.

Soms verbon­den met een diepin­grij­pende gebeur­te­nis

in het leven van iemand

die worstelde met een verlies,

met een verdriet, met een pijn of een last.

En opeens of gelei­de­lijk

was daar de aanwe­zig­heid van de Heer,

waardoor er een licht en een warmte

door de duisternis brak.

Soms ook meer als een ant­woord op een vraag

op een zoeken,

soms was dat iets wat ongemerkt groeide

of het kwam misschien zomaar on­ver­wacht

als een bliksemflits bij heldere hemel.

Waar en wanneer heb je God ervaren?

Eigen­lijk was dat een soort van liefdes­er­va­ring;

dat is de erva­ring waar het evan­ge­lie vandaag over spreekt:

“Als iemand Mij liefheeft

zal hij mijn woord onder­hou­den:

mijn Vader zal hem lief­heb­ben

en wij zullen tot hem komen

en verblijf bij hem nemen”.

Af en toe is het best weleens goed en mooi

om voor jezelf na te gaan:

hoe is mijn band met God gegroeid?

Zoals je dat misschien ook weleens nagaat

voor je relatie met je man of vrouw.

Welke momenten in ons leven

zijn bepalend geweest,

van groot belang voor onze relatie,

voor ons toegroeien naar elkaar?

Na­tuur­lijk zul je dan denken aan momenten

waarop je elkaar tot steun bent geweest

en zo is het denk ik ook wel min of meer

voor je relatie met God:

die momenten waarop je merkte

dat Hij er voor je was,

dat je steun vond bij God,

waren van groot belang voor je geloofs­re­la­tie.

De eerste lezing die we hebben gehoord,

uit de Han­de­lin­gen van de Apostelen,

verhaalde van een heel be­lang­rijk moment

uit het leven van de eerste chris­te­nen.

De eerste volgelingen van Jezus

kwamen voort uit het Joodse volk

en aan dat volk had God Zijn belofte gegeven.

Betekende dit nu ook

dat de chris­te­nen zoals de Joden

besne­den moesten wor­den

en heel de Joodse wet

met al zijn regels en gebo­den

moesten onder­hou­den?

De apostelen kwamen in Jeruzalem bij elkaar

om over deze vraag te spreken.

En wat was het ant­woord?

Nee, ons geloof is geen geloof van regeltjes en wetjes

en als je die maar doet, dan is het goed.

Nee, alles begint bij de heilige Geest,

de liefde van God en voor God in je hart,

dan komt de rest bijna vanzelf.

U merkt het misschien ook

als U bij geloofsopvoe­ding betrokken bent,

je kunt duizend keer iets ver­tellen,

maar er gebeurt pas iets

als de vonk overslaat

als een kind, een jongere of vol­was­se­ne

God kan ontmoeten,

een erva­ring van Gods aanwe­zig­heid kan opdoen.

Dat kan al thuis gebeuren:

het gelovig ver­trouwen,

een band met God

die een kind bij de ouders ervaart,

of een erva­ring die je samen als gezin doormaakt

- ook soms een moei­lijke periode -

kan die vonk doen overslaan.

Er waren bij de inhuldi­ging van de nieuwe koning

toch nog aardig wat parle­mentsle­den

die de eed afleg­den,

maar het was geen meerder­heid meer.

Er is na­tuur­lijk veel veranderd in de samen­le­ving.

Toen bijna heel de maat­schap­pij nog gelovig was

en vaak ook katho­liek

kon je er wel op rekenen dat jonge mensen

een geloofsopvoe­ding meekregen op school

of in ander verband.

Veel ouders hebben pijn­lijk moeten ervaren

dat ze er in feite alleen voor ston­den

als het ging om het door­ge­ven van geloof.

En toch kan die vonk op een gegeven moment overslaan!

Er moet na­tuur­lijk ergens wel

een vorm van open­heid zijn in een mens;

om een band met God te krijgen,

moet je ergens wel een zoekend hart hebben.

Soms zijn mensen heel af­ge­slo­ten,

willen ze er niets van weten,

soms omdat het leven waarvoor zij hebben gekozen

daar helemaal niet bij past.

En soms hebben mensen het gevoel

dat geloven alleen maar met “moeten” heeft te maken,

alsof het geloof een soort eisenpakket is

dat op tafel ligt,

een ver­za­me­ling wetjes en regels;

maar een band van geloof komt alleen

vanuit je relatie met de Heer,

die bouw je op bijna zoals je dat doet

in een relatie met een mens;

niet wetten en regels en moeten

maar andere woor­den

zijn dan veel meer op hun plaats:

zoals “ver­trouwen”,

“gedragen wor­den”,

“vrede”, “vreugde”, “moed”

en “dank­baar­heid”.

Ver­schil­lende van deze woor­den

keer­den terug in het evan­ge­lie van vandaag.

En dat je dan bepaalde keuzes maakt

en dingen wel of niet doet,

is niet zozeer een “moeten”,

- dat je niet met 130 door de bebouwde kom scheurt

is toch ook niet omdat het niet mag,

maar omdat je niemand wil beschadigen -;

je laat het dan niet achterwege omdat het niet mag

maar eerder omdat het eigen­lijk niet past,

omdat het je eigen­lijk tegen de borst stuit

en uit­ein­delijk omdat je die liefdes­re­la­tie met God

erdoor beschadigen zou:

dat is het wat Jezus hier zegt in het evan­ge­lie:

“Als iemand Mij liefheeft

zal hij Mijn woord onder­hou­den”,

dat komt er dan gewoon uit voort....

Zie je geloof dus liever niet

als een serie dingetjes die je moet doen:

je moet bid­den voor het eten,

je moet op zon­dag naar de Mis,

je moet dit en je moet dat.

Dan wordt het een last, een ver­plich­ting,

een wet of een regel.

Maar hef je hart omhoog,

denk er aan dat God je ziet,

dat Hij je kent en van je houdt,

denk er even aan

misschien terwijl je strijkt, auto rijdt of de was doet

of gewoon maar even rus­tig zit

en wees gewoon maar dank­baar en blij

om die band met God,

dat je beschermd wordt,

dat je leven ergens toch geleid wordt,

dat het allemaal niet zinloos is,

dat je de kracht gekregen hebt

en dat je tot hier geko­men bent....

“Vrede laat ik U na,

mijn vrede geef ik u”.

Na­tuur­lijk betekent dat niet

dat we het nooit moei­lijk hebben

omdat je gelooft,

en dat we alles wel zien zitten.

Het kan heel goed zijn

dat je in duisternis komt te verkeren,

en niets ervaart van Gods aanwe­zig­heid.

Moeder Teresa - die heilige zuster van de sloppenwijken -

heeft dat bij­voor­beeld een groot deel van haar leven gehad.

Toch ging zij door

en God gaf haar kracht.

Het was wel donker,

toch bleef zij ver­trouwen.

Ook dat zegt Jezus vandaag aan Zijn leer­lin­gen:

“Laat je hart niet verontrust

of klein­moe­dig wor­den”.

Die kracht wens ik U allen toe,

dat ver­trouwen, die vreugde, die moed....

Amen

Terug