Arsacal
button
button
button


Dag voor het leven

Casa Nova, Heilige Landstichting

overweging_bezinning - gepubliceerd: zondag, 9 juni 2013
Het prachtig gelegen pelgrims- en retraitehuis
Het prachtig gelegen pelgrims- en retraitehuis

Zaterdag 8 juni werd in het pelgrimshuis "Casa Nova" in de Heilig Landstichting de Dag voor het Leven gehouden, waarmee op bijzondere wijze pater Koopman SSS werd geëerd die zich tijdens zijn leven steeds heeft ingezet voor de bescherming van het ongeboren leven.

Op deze dag, waarop liturgisch de gedachtenis vann het On­be­vlekt Hart van Maria werd gevierd, heb ik voor de aanwwezigen - goed zestig personen - de heilige Eucha­ris­tie gevierd en in de preek stil gestaan bij de zuivere liefde die Maria had voor God en voor ons, mensen die aan haar door Jezus zijn toevertrouwd.

Ook ons eigen hart moeten we bewaken en overwegen wat ons overkomt en wat we doen en zeggen om te kunnen groeien, beter mensen te worden. Het ergste wat ons kan overkomen is niet dat we zondaars zijn - juist dat heeft de grote genade opgeroepen dat God voor ons mens werd en als mens Zijn leven voor ons heeft gegeven -, maar dat we ons hart voor God afsluiten en onbereikbaar worden voor Zijn genade. Op de voorspraak van Maria willen we bidden om een zuiver hart, gericht op het goede, gericht op God.

In de lezing die ik na de pauze heb gehouden, stond ik stil bij ont­wik­ke­lingen in onze maat­schappij en het grote, fundamentele belang van onvoorwaardelijk respect voor het menselijk leven. Het eerste gedeelte van de lezing laat ik hieronder volgen.

lezing (eerste deel)

We zijn vandaag bijeen voor de “Dag voor het leven”. Wij willen opkomen voor het respect voor het menselijk leven. Voor ons als katholieke gelovigen speelt daarin natuurlijk mee dat we het menselijk leven zien als een gave van God, die ons is toevertrouwd en waarover we niet naar believen zelf mogen beschikken.

Uiteindelijk geldt voor ons dat we geloven in een bedoeling en een plan van Gods Voorzienigheid met ons leven en dat Gods plan met ons leven anders kan zijn dan wijzelf hadden gedacht en dat het onze roeping is om ons daaraan toe te vertrouwen, ook al kan het zijn dat God ons een heel moeilijke weg laat gaan, niet omdat Hij ons wil laten lijden, maar wel omdat Hij dat lijden - dat voor ons ergens een mysterie blijft dat met de gebrokenheid van ons menselijk bestaan na de zondeval is verbonden - een betekenis en een doel geeft, zodat wij door ons lijden “mogen aanvullen wat aan het lijden van Christus ontbreekt”.

Op een wonderlijke wijze waarvan wij de diepte en de betekenis niet kunnen doorgronden, heeft God het meest afschuwelijke, dat een gevolg is van het heersen van de zonde in deze wereld, als het ware “omgebogen” tot iets met betekenis en verlossings­kracht. Zo is voor ons als christenen cruciaal dat we vanuit ons geloof in Christus en de verlossing die Hij ons heeft gebracht, de overtuiging zijn toegedaan dat het lijden niet weg te denken is uit ons menselijk bestaan en dat dit lijden - hoe verdrietig en pijnlijk ook en hoezeer ook iets dat we willen voorkomen en bestrijden - toch niet zonder zin en betekenis is. Lijden is niet per definitie zinloos, dat heeft ons het verlossend lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus geleerd.

Hier gaat het om een gelovige overtuiging van iemand die Christus heeft leren kennen met een innerlijke kennis, waardoor dit geloof iets van hem- of haarzelf is geworden. Dat betekent echter niet dat het respect voor het leven alleen iets voor gelovige mensen is. Want mensen vormen tevens de basis van de samenleving en dat geldt voor iedere samenleving van mensen. Het woord “samenleving”zegt het eigenlijk al: het gaat om het samenleven van mensen, dus om mensen niet individualistisch opgevat, maar om mensen als sociale wezens.

Dit maakt het respect voor de mens en het menselijk leven tot grondslag en basis van de samenleving. Het aantasten van dit respect voor het menselijk leven door toe te staan dat sommige mensen in die samenleving anderen om het leven brengen - ook al is dat met voorwaarden en clausules omgeven -, tast de grondslag van die samenleving en het respect voor het menselijk leven aan en dat kan eigenlijk niet anders dan ernstige gevolgen hebben.

Naar mijn overtuiging doet het verhullend spreken over ongeboren menselijk leven alsof er bij een ongeborene geen sprake is van menselijk leven, laat staan van een mens, niets af aan het feit dat de basis van de samenleving wordt aangetast door abortus toe te staan. Het is dan ook niet vreemd dat het verzet tegen abortus sterk blijft in veel landen en dat ook niet-gelovige mensen ervaren dat het tegen de kern van hun mens-zijn ingaat en dat hun geweten hen toch niet met rust laat.

Veel vrouwen nemen de beslissing tot een abortus natuurlijk in een noodsituatie waarin die abortus de enige uitweg lijkt, er is bijna niemand die vindt dat het moreel totaal onverschillig is of je ongeboren leven laat aborteren. Men ziet abortus als een vangnet, een oplossing in een noodsituatie, maar dat impliceert in feite ook dat er toch een gevoel leeft dat die abortus niet zo goed is (maar dan gelegitimeerd wordt door een moeilijke situatie). Het is dan ook niet verwonderlijk dat de abortus die iemand in een nare situatie gezien heeft als een uitweg, later toch tot diepe spijt en trauma’s leidt.

Dit geldt natuurlijk anders bij euthanasie, omdat daar de dood op volgt. Iemand kan in dit aardse leven geen spijt meer hebben over een daad die hij of zij heeft gezien als een uitweg in een noodsituatie. De omstanders - familie, vrienden - voelen zich hier toch iets meer toeschouwers; op hen rust niet de verant­woor­de­lijk­heid voor de beslissing die door de lijdende is genomen. Maar ook hier geldt dat euthanasie steeds vaker een beslissing wordt van die omstanders: reeds geboren menselijk leven kan in steeds meer gevallen opzettelijk door anderen worden beëindigd: ziekte, handicaps of ouderdom worden in toenemende mate als voldoende reden gezien om menselijk leven te laten beëindigen. Dat is uitermate zorgelijk.

Tegelijkertijd - en dat is een ont­wik­ke­ling die niet helemaal los te zien is van de zojuist besproken ont­wik­ke­ling - staan de gezondheidszorg en de zorg voor ouderen en voor wie een verstandelijke of lichamelijke beperking hebben, onder druk. De kwaliteit van de zorg leidt tot veel klachten over de lange wachtlijsten, een soms weinig “klantvriendelijke” benadering van patiënten, gebrek aan tijd van artsen en verpleging voor het tijdig en zorgvuldig verrichten van medische handelingen en voor menselijk contact, zijn enkele van de veel gehoorde klachten. Deze situatie waarin we verkeren - van bezuinigingen die leiden tot “ontmenselijking” in de zorg, van een toename van het gevoel tot last te zijn, er eigenlijk niet te mogen zijn - draagt niet bij aan respect voor de menselijke waardigheid en zelfrespect van mensen.

Parallel daarmee lopen gebrek aan respect en een sterk ontwikkeld individualisme in de samenleving. Volgens de monitoring van het Sociaal en Cultureel Plan­bureau betreffen de grootste zorgen van de Nederlanders ook in deze tijd van economische crisis, het samenleven: het gebrek aan omgangs­vor­men, solidariteit, normen en waarden, onverschilligheid en agressie. Ondanks de financieel-economische problemen blijven de zorgen omtrent de kwaliteit van ons samenleven en de sociale cohesie, overheersen.

Op deze “Dag voor het leven” vragen we om respect voor het menselijke leven en de waardigheid van iedere mens, niet alleen vanuit ons geloof, maar ook vanuit de overtuiging dat het gebrek aan dat respect de grondslag van onze samenleving in gevaar brengt en dat het respect voor het menselijk leven de meest centrale en finale kern vormt van het respect voor de menselijke waardigheid. Als de onaantast­baar­heid van het menselijk leven niet wordt gerespecteerd, wat zal men dan uiteindelijk nog aan respect voor de menselijke waardigheid mogen en kunnen verwachten?

In de omstandigheden van onze samenleving is de christelijke bood­schap meer dan ooit urgent: God heeft ons lief en Hij heeft een bijzondere voorkeurs­liefde voor de armen, de zwakken, de lijdenden, de gehandicapten, die mens die niet zo zelfvoorzienend is, de vluchteling en daarom heeft Hijzelf op deze wijze ons leven willen delen: als een kleine, lijdende, verstoten mens., en Hij verlangt ernaar dat wij die liefde zichtbaar maken in deze wereld door onze liefde. Wat zou ik graag zien dat er steeds meer mensen komen die de prachtige bood­schap waarvoor wij mogen staan willen realiseren door vanuit hun geloof en liefde andere mensen - vooral die zwakken en kleinen - te benaderen als mensen - in het onderwijs, in de zorg, in de sport... en overal - en niet als een zieke aan wie bepaalde handelingen moeten worden verricht of een vat dat gevuld moet worden met bepaalde vormen van kennis.

Terug