CSLK Symposium: de katholieke sociale leer toegepast op bestaanszekerheid
Het Centrum voor de Sociale Leer van de Kerk (CSLK) organiseerde dit keer zijn symposium in het Sint Janscentrum in ’s-Hertogenbosch, waar een afdeling van het Sint Bonifatiusinstituut is geopend waarmee het CSLK verbonden is. Een verslag van een goed en interessant symposium met Don Ceder, Arjan Siegmann, Danielle Woestenberg en mgr. Gerard de Korte.
Gemeenschap en vorming
Aan het einde van de bijeenkomst heb ik een slotwoord gesproken waarin ik de nadruk heb gelegd op het belang van gemeenschap en vorming ( opvoeding), omdat bestaanszekerheid niet alleen een kwestie is van inkomenszekerheid, maar ook ( en misschien nog meer) van elkaar dragen, er voor elkaar zijn.
Verslag
De samenvatting hieronder is van mij en lang niet alles wat de sprekers naar voren hebben gebracht, is erin opgenomen. Maar ik hoop dat het verslag toch een zekere indruk geeft van deze waardevolle middag.
Opening
Prof. DDR. Erik Sengers opende de bijeenkomst. Het thema bestaanszekerheid is een beetje uit de politieke aandacht verdwenen, helaas. Toch zijn er bij alle rijkdom in ons land, veel mensen voor wie bestaanszekerheid echt een thema is, dat gaat niet alleen om wonen en huishoudkosten, maar ook om bijvoorbeeld onderwijs en medische zorg.
Mr. drs. Daniëlle Woestenberg Ma Ma (CNV)
Daniëlle Woestenberg, is werkzaam voor CNV met name voor Onderwijs, Zij sprak over bestaanszekerheid, sociale rechtvaardigheid en hoop. Bestaanszekerheid is een morele voorwaarde voor sociale rechtvaardigheid, zo betoogde zij. Die omvat vele dimensies, zoals inkomen, baanzekerheid, persoonlijke ontwikkeling, gezondheid, werk/privé balans, sociale contacten, huisvesting, maatschappelijke betrokkenheid, subjectief welzijn, veiligheid en milieu. Het gaat dus niet alleen om inkomen maar om het bonum commune, het goed samenleven met elkaar... Zo’ n twee miljoen mensen leven rond de armoedegrens in ons land, 1 op de 5 mensen ervaart structurele bestaansonzekerheid, zij kunnen gemakkelijk “door de bodem zakken”. Nederland doet het niet zo goed in vergelijking tot andere landen: kansenongelijkheid neemt toe. We werken steeds meer (vooral doordat er meer vrouwen meer actief zijn op de arbeidsmarkt). In de publieke sector neemt de productiviteit nauwelijks toe, daar blijven mensen nodig. De arbeidsparticipatie werkt nog veel met tijdsblokken waarbinnen mensen aanwezig en werkzaam moeten zijn, maar de samenleving is daar steeds minder op ingericht. We hebben elkaar nodig, moeten elkaar helpen, anders gaat het niet. De samenleving is niet altijd ingericht op wat werknemers nodig hebben. Leuk werk, prettige mensen, zelfstandig kunnen werken en trots zijn op wat je doet zijn belangrijke factoren, niet altijd wordt het loon het belangrijkst gevonden. De zingevingscomponent is heel belangrijk. Met name jongere generaties hechten aan ontplooiing, aan kunnen blijven leren. Gen Z vindt loon belangrijk als middel om vrije tijd te kunnen hebben voor elkaar. Gratis kinderopvang? Er zitten veel haken en ogen aan en vooral de hogere inkomens worden daar beter van. CNV pleit voor een dertig urige werkweek om meer ruimte te scheppen voor de nodige maatschappelijke taken en zorg en het structureel versterken van de koopkracht en buffers.
We staan weer voor een drempel, zoals dat in de tijd van Rerum novarum was. In de tijd van AI moet er echt iets gebeuren om de basisprincipes van de katholieke sociale leer overeind te houden. Hoop begint waar zekerheid gedeeld wordt, was haar slot-slogan. Kern woorden: waardigheid, arbeid, gemeenschap, hoop.
Prof. dr. Arjan Siegmann
Prof. Arjan Siegmann hoogleraar christelijk sociaal denken en financiële economie en medewerker van het wetenschappelijk bureau van CDA en fractievoorzitter CDA in Amstelveen, sprak over bestaanszekerheden in de economie voorbij AD 2025. Wat is het alternatief , zo vroeg hij zich af, voor individualisme met staatsinterventie?
De troonrede had een heel beperkt uitzicht, de ziel ontbrak, meende hij. Armoede en werkloosheid daalden. De koopkracht steeg. Maar daar is niet alles mee gezegd. Paus Leo XIII vroeg al om een beschermende organisatie voor de arbeiders, paus Johannes Paulus II liet weten dat voor de mens de vormende waarde van arbeid van groot belang is. Het gaat niet alleen om het inkomen. Als mensen de loterij winnen lijkt hun leven niet zeer te veranderen, als mensen gekort worden geeft het daarentegen pijn en spanning. Niet alleen de financiën zelf maar de manier waarop we worden behandeld is van belang: beroepseer en waardigheid. De manier waarop inkomen verworven wordt is van belang.
Armoede is veelkoppig: een laag inkomen is vaak een onzeker inkomen en in die situatie is er meestal meer onzeker: gezondheid, relaties, mantelzorg e.d..
Niet ieder zijn eigen noodpakket, maar samenwerken, samenleven, delen, dat is noodzakelijk.
Kamerlid Don Ceder (CU)
Don Ceder (ChristenUnie) sprak vervolgens over de vraag of bestaanszekerheid een politieke prioriteit moet zijn. Hij is - na even een onzekerheid over de uitslag van de verkiezingen - opnieuw tweede kamerlid voor Christen Unie geworden. Hij was sociaal advocaat en stond mensen bij die onder een bepaalde inkomensgrens zaten. Tijdens zijn rechtenstudie werd hij geconfronteerd met schuldenproblematiek. Schulden ontstaan vaak door oplopende kosten van juridische procedures. Het bedrag opgelegd bij het invorderen van schulden kan enorm oplopen. Die bijkomende kosten doen mensen in een moeras belanden, soms door malafide bureaus, maar vaker doordat de wet het zo toelaat. De overheid is een van de grootste schuldeisers en heeft een preferente positie en bepaalde andere “voordelen”, zoals bijvoorbeeld de verdriedubbeling van verkeersboetes wanneer iemand niet meteen betaalt. Het stelsel beschermt de mensen dus niet en mensen worden er door gecriminaliseerd. De meest kwetsbaren zijn de dupe. We zitten in een lijn waarin het individu zich meer dan ooit kan ontplooien en rijk is; toch daalt de mentale gezondheid met name van jongeren. De grootste doodsoorzaak van jongeren is suïcide. De gemeenschap heeft meer nodig dan materiële aspecten. Bestaanszekerheid wilde de overheid stimuleren door door vrouwen meer te laten werken, maar dat heeft weer vele negatieve gevolgen, bijvoorbeeld voor de mantelzorg. De liberale gedachte is om bepaalde tools in te zetten om bestaanszekerheid te bevorderen, zoals toeslagen e.d., maar dat heeft geleid tot meer onzekerheid. De linksere gedachten is bepaalde plichten op te leggen die de bestaanszekerheid bevorderen, maar ook hierin zitten minder goede elementen: mensen willen ook eigen keuzes maken. Belangrijk is dat de notie terugkeert dat de mensen geen individu zijn alleen, maar deel uitmaken van een gemeenschap op allerlei wijzen, we hebben van het begin van ons leven iemand nodig, we worden geboren en leven in gemeenschap. Dus: Minder individu, meer gemeenschap!
Mgr. dr. Gerard de Korte
Mgr. De Korte gaf vervolgens een visie op bestaanszekerheid vanuit katholiek sociaal perspectief. In de Middeleeuwen was de bestaanszekerheid heel beperkt en nog steeds in vele delen van het wereld is er weinig bestaanszekerheid. De grote breuk in de Europese cultuur vindt plaats rond 1800 (vgl. Peter Raedts, De ontdekking van de Middeleeuwen): toen begon juridische bestaanszekerheid zich te ontwikkelen , die leidde tot de rechtsstaat. Checks and balances zijn heel belangrijk: macht en tegenmacht zijn van groot gewicht. Na 1800 ontwikkelde zich ook de sociaal-economische bestaanszekerheid: als reactie op de industriële revolutie, kwam het nadenken over en de inzet voor maatschappelijke zekerheid. Dit leidde tot de verzorgingsstaat. De bisschop stond daarna stil bij de grondbeginselen van de katholieke sociale leer: personalisme, solidariteit, algemeen welzijn, subsidiariteit. De ecologische bestaanszekerheid is vervolgens ook van groot belang, zoals paus Franciscus heeft onderstreept in Laudato Si. Een laatste dimensie heeft te maken met vrede en veiligheid. Vrede is een belangrijke voorwaarde voor bestaanszekerheid. De chaos die ontstaan kan door ingrijpen op afstand, door drones bijvoorbeeld, moet ons zeker zorgen baren.





















