Verkondig het woord... de missionaire impuls van paus Johannes Paulus II
Dit jaar was het veertig jaar geleden dat de heilige paus Johannes Paulus II ons land bezocht. We gedenken hem al een grote missionaire paus en paus van de jongeren. Zijn voorspaak vragen we in het bijzonder voor de missionaire uitdagingen waar onze priesters, diakens en alle medewerkers voor staan om jonge mensen te ontvangen en hen te begeleiden op de weg van de navolging van jezus Christus in Zijn kerk.
Lucas 5,1-11 in de Willibrordvertaling:
Op zekere dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennesaret, terwijl de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen. 2Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten. 3Hij stapte in een van de boten, die van Simon en vroeg hem een eindje van wal te steken. Hij ging zitten en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk. 4Toen Hij zijn toespraak had geëindigd, zei Hij tot Simon: 'Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.' 5Simon antwoordde: 'Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen, maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.' 6Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten, 7dat deze dreigen te scheuren. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Toen die gekomen waren, vulden zij de beide boten tot zinkens toe. 8Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei: 'Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondig mens.' 9Ontzetting had zich meester gemaakt van hem en allen die bij hem waren vanwege de vangst die ze gedaan hadden; 10en zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus echter sprak tot Simon: 'Weest niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.' 11Ze brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.
Wees niet bang
Sommigen van ons zullen zich nog wel de verkiezing van paus Johannes Paulus II herinneren, in 1978. Anderen zullen ervan hebben gehoord of het op een video hebben gezien. En in de oren van velen weerklinken de woorden van toen: “Non abbiate paura”, weest niet bang. Doe de deuren open voor Christus, doe ze wijd open! Hij gaf daarbij zelf het voorbeeld door de wereld af te reizen en het evangelie te verkondigen.
Moeilijke reizen..
Sommige apostolische reizen waren moeilijk, met name die in Nicaragua en in Nederland. Bij terugkomst van de paus na diens reis in de Benelux - Nederland, België en Luxemburg - dit jaar precies veertig jaar geleden, stond ik met vele andere de paus op te wachten op het Damasushof in het Vaticaan. Sommigen hadden een groot spandoek meegebracht. Bij aankomst zei de paus woorden van deze strekkking: “Velen zullen nu zeggen dat ik beter in Rome had kunnen blijven om wat meer aandacht te geven aan de Romeinse Curie. Maar jullie hebben het antwoord al meegebracht: (en nu las hij hardop de tekst op het spandoek voor): “Wee mij als ik het evangelie niet verkondig”. Wees niet bang, verkondig het evangelie!
Duc in altum
En aan het begin van dit millennium gaf paus Johannes Paulus II ons een boodschap mee, die in dezelfde lijn ligt en die net zo zeer iconisch is geworden: “Duc in altum”, vaar naar het diepe. Ook dat was een oproep om ons aan te sporen, niet aan de kant te blijven staan, maar te wagen, initiatieven te nemen, te gaan voor het evangelie, waarbij dat “diepe” natuurlijk ook mag staan voor de opdracht om je geloof en je toewijding aan de boodschap van Jezus Christus steeds weer te vernieuwen en te verdiepen. Zoek ook in die zin het diepe op.
Een oproep
Beide oproepen van de heilige paus Johannes Paulus II, die de oproepen van Jezus Christus zelf zijn, komen uit het evangelie dat hierboven is weergegeven en dat in zekere zin als het begin van de kerk kan worden gezien: de roeping van de eerste leerlingen.
Uitnodigend
Deze beide oproepen tot moed, kracht en het nemen van initiatieven in dienst van de verkondiging van het evangelie, ontslaan ons natuurlijk niet van de taak te zoeken naar de woorden en gebaren die degenen tot wie we gezonden zijn kunnen verstaan, die zij kunnen verbinden met hun leven, woorden waardoor zij zich uitgenodigd voelen om stappen te zetten.
De boodschap en de ontvanger
Iedere verkondiging moet worden gekenmerkt door trouw aan de boodschap van het evangelie en door een goed bewustzijn van wat de persoon of personen tot wie ik me richt, in feite bezielt, wie zij zijn. Om iemand iets te leren, moet je niet alleen goed op de hoogte zijn van de boodschap die je wilt brengen, maar ook de persoon of de personen kennen, hen begrijpen, met de invoelende liefde van Jezus Christus. Wat zijn dit voor mensen tot wie ik me richt ?
Geen mensenmaat
En evenzeer natuurlijk is dat je zelf de boodschap moet leven, want woorden wekken, maar voorbeelden trekken; en we mogen die boodschap niet reduceren tot mensenmaat, dat moet niet het gevolg zijn van je verlangen de persoon of personen te leren kennen tot wie je je richt.
Hoe komt het over?
Dit alles neemt niets weg van de moed waartoe we worden uitgenodigd en opgeroepen, want het gaat er niet om de boodschap te veranderen naar de smaak van de tijd, maar juist om die te laten klinken en te laten aankomen. Uiteindelijk is dat laatste trouwens - hoe de boodschap aankomt bij degene tot wie die wordt gericht - een kwestie van genade en van medewerking aan de genade. Zelfs een ongelukkig en stamelend gebrachte verkondiging kan door de genade en de openheid van de ontvanger rijke vruchten dragen. Wij hebben dat niet in de hand en kunnen alleen dankbaar zijn voor de grotere openheid voor het evangelie en de Kerk die we in de huidige tijd vooral bij de jongeren tegenkomen.
Balans
Uiteindelijk vinden we de balans tussen nabijheid en helderheid, tussen trouw aan de waarheid en begrip voor de mens in de liefde van Jezus Christus, in Zijn wijze van omgaan met de mensen.


















