Arsacal
button
button
button
button


Verkondig het woord... de missionaire impuls van paus Johannes Paulus II

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 10 november 2025 - 1053 woorden
Mijn eerste ontmoeting met paus Johannes Paulus II in 1979
Mijn eerste ontmoeting met paus Johannes Paulus II in 1979

Dit jaar was het veer­tig jaar gele­den dat de heilige paus Johannes Paulus II ons land bezocht. We gedenken hem al een grote missio­naire paus en paus van de jon­ge­ren. Zijn voorspaak vragen we in het bij­zon­der voor de missio­naire uit­dagingen waar onze pries­ters, diakens en alle mede­wer­kers voor staan om jonge mensen te ont­van­gen en hen te be­ge­lei­den op de weg van de navol­ging van jezus Christus in Zijn kerk.

Lucas 5,1-11 in de Wil­li­brord­ver­ta­ling:

Op zekere dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennesaret, terwijl de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen. 2Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren eruit gegaan en spoel­den hun netten. 3Hij stapte in een van de boten, die van Simon en vroeg hem een eindje van wal te steken. Hij ging zitten en vanuit de boot ver­volgde Hij zijn on­der­richt aan het volk. 4Toen Hij zijn toe­spraak had geëindigd, zei Hij tot Simon: 'Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.' 5Simon ant­woordde: 'Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zon­der iets te vangen, maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.' 6Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten, 7dat deze dreigen te scheuren. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Toen die geko­men waren, vul­den zij de beide boten tot zinkens toe. 8Bij het zien daar­van viel Simon Petrus Jezus te voet en zei: 'Heer, ga van mij weg, want ik ben een zon­dig mens.' 9Ontzet­ting had zich meester gemaakt van hem en allen die bij hem waren van­wege de vangst die ze gedaan had­den; 10en zo ver­ging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samen­werkten. Jezus echter sprak tot Simon: 'Weest niet bevreesd, voor­taan zult ge mensen vangen.' 11Ze brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.

Wees niet bang

Som­mi­gen van ons zullen zich nog wel de verkie­zing van paus Johannes Paulus II her­in­ne­ren, in 1978. Anderen zullen ervan hebben gehoord of het op een video hebben gezien. En in de oren van velen weer­klin­ken de woor­den van toen: “Non abbiate paura”, weest niet bang. Doe de deuren open voor Christus, doe ze wijd open! Hij gaf daarbij zelf het voor­beeld door de wereld af te reizen en het evan­ge­lie te ver­kon­di­gen.

Moei­lijke reizen..

Som­mi­ge apos­to­lische reizen waren moei­lijk, met name die in Nicaragua en in Neder­land. Bij terug­komst van de paus na diens reis in de Benelux - Neder­land, België en Lu­xem­burg - dit jaar precies veer­tig jaar gele­den, stond ik met vele andere de paus op te wachten op het Damasushof in het Vati­caan. Som­mi­gen had­den een groot spandoek mee­ge­bracht. Bij aan­komst zei de paus woor­den van deze strekk­king: “Velen zullen nu zeggen dat ik beter in Rome had kunnen blijven om wat meer aan­dacht te geven aan de Romeinse Curie. Maar jullie hebben het ant­woord al mee­ge­bracht: (en nu las hij hardop de tekst op het spandoek voor): “Wee mij als ik het evan­ge­lie niet verkon­dig”. Wees niet bang, verkon­dig het evan­ge­lie!

Duc in altum

En aan het begin van dit mil­len­nium gaf paus Johannes Paulus II ons een bood­schap mee, die in dezelfde lijn ligt en die net zo zeer ico­nisch is gewor­den: “Duc in altum”, vaar naar het diepe. Ook dat was een oproep om ons aan te sporen, niet aan de kant te blijven staan, maar te wagen, ini­tia­tie­ven te nemen, te gaan voor het evan­ge­lie, waarbij dat “diepe” na­tuur­lijk ook mag staan voor de opdracht om je geloof en je toe­wij­ding aan de bood­schap van Jezus Christus steeds weer te vernieuwen en te ver­die­pen. Zoek ook in die zin het diepe op.

Een oproep

Beide oproepen van de heilige paus Johannes Paulus II, die de oproepen van Jezus Christus zelf zijn, komen uit het evan­ge­lie dat hierboven is weerge­ge­ven en dat in zekere zin als het begin van de kerk kan wor­den gezien: de roe­ping van de eerste leer­lin­gen.

Uit­no­di­gend

Deze beide oproepen tot moed, kracht en het nemen van ini­tia­tie­ven in dienst van de ver­kon­di­ging van het evan­ge­lie, ontslaan ons na­tuur­lijk niet van de taak te zoeken naar de woor­den en gebaren die degenen tot wie we gezon­den zijn kunnen verstaan, die zij kunnen verbin­den met hun leven, woor­den waardoor zij zich uit­ge­no­digd voelen om stappen te zetten.

De bood­schap en de ont­van­ger

Iedere ver­kon­di­ging moet wor­den ge­ken­merkt door trouw aan de bood­schap van het evan­ge­lie en door een goed bewust­zijn van wat de persoon of personen tot wie ik me richt, in feite bezielt, wie zij zijn. Om iemand iets te leren, moet je niet alleen goed op de hoogte zijn van de bood­schap die je wilt brengen, maar ook de persoon of de personen kennen, hen begrijpen, met de invoelende liefde van Jezus Christus. Wat zijn dit voor mensen tot wie ik me richt ?

Geen mensenmaat

En even­zeer na­tuur­lijk is dat je zelf de bood­schap moet leven, want woor­den wekken, maar voor­beel­den trekken; en we mogen die bood­schap niet reduceren tot mensenmaat, dat moet niet het gevolg zijn van je verlangen de persoon of personen te leren kennen tot wie je je richt.

Hoe komt het over?

Dit alles neemt niets weg van de moed waartoe we wor­den uit­ge­no­digd en opge­roe­pen, want het gaat er niet om de bood­schap te ver­an­de­ren naar de smaak van de tijd, maar juist om die te laten klinken en te laten aan­ko­men. Uit­ein­de­lijk is dat laatste trouwens - hoe de bood­schap aan­komt bij degene tot wie die wordt gericht - een kwestie van genade en van mede­wer­king aan de genade. Zelfs een onge­luk­kig en stamelend gebrachte ver­kon­di­ging kan door de genade en de open­heid van de ont­van­ger rijke vruchten dragen. Wij hebben dat niet in de hand en kunnen alleen dank­baar zijn voor de grotere open­heid voor het evan­ge­lie en de Kerk die we in de hui­dige tijd vooral bij de jon­ge­ren tegen­ko­men.

Balans

Uit­ein­de­lijk vin­den we de balans tussen nabij­heid en hel­der­heid, tussen trouw aan de waar­heid en begrip voor de mens in de liefde van Jezus Christus, in Zijn wijze van omgaan met de mensen.

post deze webpagina op: Facebook X / Twitter
Terug