Arsacal
button
button
button
button


Wilde de rk kerk dat priesters kinderen doopten in de moederschoot?

Nieuws - gepubliceerd: maandag, 1 december 2025 - 1177 woorden

Het dag­blad "Trouw" pakte op maan­dag 1 de­cem­ber groot uit met een artikel op de voor­pa­gina en in "De Ver­die­ping" over pries­ters die keizersnedes zou­den hebben uitge­voerd om kin­de­ren te dopen. Zoiets had ik nog nooit gehoord... maar is het ook waar?

De artikelen (voor­pa­gina en twee pagina's van "de Ver­die­ping") baseren zich op een gesprek met wetens­schapssocioloog Trudy Dehue en haar onder­zoek.

Na­tuur­lijk, als er erns­tige fouten zijn begaan en aan hoogzwan­gere vrouwen kwaad is gedaan, moet dat recht gezet wor­den. Ik heb op dit moment te weinig gegevens om er veel over te kunnen schrijven. Daarom een korte eerste reactie.

Nood­doop

Ik wijs er aller­eerst wel op dat voor een nood­doop geen pries­ter aanwe­zig hoeft te zijn en ge­woon­lijk wordt die door iemand anders verricht: "in geval van nood mag en moet een ieder dopen", is de regel. Ook is me bekend dat er in de tijd waarover mw. Dehue spreekt (de acht­tien­de eeuw) door de Sacra Congregatio Concilii - een di­cas­te­rie van de Romeinse Curie des­tijds - een beoor­de­ling is gegeven van een voorval waarin een chirurg een kind in de baar­moe­der had gedoopt omdat het in gevaar was. Toen het kind daarna toch geboren was, wilde de pastoor het niet opnieuw dopen, omdat het al gedoopt was. De Congregatio Concilii oor­deelde dat het kind onder voor­waarde toch gedoopt moest wor­den, omdat dit dopen in de baar­moe­der in feite weinig zeker­heid gaf voor de gel­dig­heid (S.C.C. Sutrina, 12 juli 1794). Het stand­punt is in 1897 herhaald (16 maart 1897). Deze vorm van dopen werd dus niet erg ge­sti­mu­leerd.

Onge­doopt sterven

Na­tuur­lijk was er een aan­drang ook vanuit de gelo­vi­gen om ervoor te zorgen dat een kind niet onge­doopt zou sterven. Er werd vroe­ger in de samen­le­ving veel belang gehecht aan het doopsel, omdat er meer geloof was. We kennen bijna allemaal wel gevallen van groot­ouders die hun klein­kind stiekem doopten omdat de ouders dat niet lieten doen. Aan de ene kant te begrijpen, toch keurde en keurt de kerk dat niet goed.
Wel ken­den de gelo­vi­gen vanouds het doopsel van begeerte. Maar kon een onmon­dig kind het doopsel wensen, begeren? John Henry Newman (1801-1890) hield al reke­ning met de moge­lijk­heid dat God op het moment van sterven van zo'n baby de moge­lijk­heid zou geven aan onmon­dige kin­de­ren om voor Hem te kunnen kiezen.

Hoe de heils­nood­za­ke­lijk­heid van het doopsel verstaan?

Daar­mee wordt al dui­de­lijk: de heils­nood­za­ke­lijk­heid van het doopsel heeft een bijbelse basis ("Wei gelooft en gedoopt is zal gered wor­den (Mc. 16, 16) en: “Ga, en maak alle volkeren tot mijn leer­lin­gen; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” (Mt. 28, 19), maar de vraag is na­tuur­lijk hoe die heils­nood­za­ke­lijk­heid verstaan moet wor­den. Dit is een thema waar­mee de Dogma­tische Con­sti­tu­tie Lumen Gentium van het tweede Vati­caans concilie zich uit­voerig heeft bezig gehou­den (vgl. de con­clu­sie in LG 16). Er is hoop op red­ding van onge­doopten, ook van kin­de­ren. Een be­lang­rijk do­cu­ment over het lot van onge­doopte kin­de­ren is dat van de Inter­na­tio­nale Theoligsche Com­mis­sie, De hoop op verlos­sing voor kin­de­ren die sterven zon­der gedoopt te zijn (2007, zie: The Hope of Salvation for Infants Who Die Without Being Baptised).

Codex 1917

In de ant­woor­den van de SC Congregatio Concillii zat dus weinig aan­moe­di­ging om kin­de­ren in de moe­der­schoot te dopen, ondanks de heils­nood­za­ke­lijk­heid van het doopsel. De gel­dig­heid is onzeker, het doopsel moet wor­den herhaald en een ver­plich­ting voor pries­ters (of leken) om te dopen in de moe­der­schoot lees ik er niet. Ook het ker­ke­lijk wet­boek van 1917 is niet en­thou­siast. In c. 746 par 1 wordt doopsel in de moe­der­schoot verbo­den zolang er enige waar­schijn­lijk­heid (probabilis spes) is dat het kind geboren kan wor­den. Er zijn geen aan­moe­di­gingen aan pries­ters om zich hierin op het terrein van medici te gaan begeven.

Abortus

Mw. Dehue ziet in misstan­den binnen opvat­tingen van de katho­lieke kerk de oor­zaak van veel hedendaags onheil, waartoe zij met name het verzet van de kerk tegen abortus rekent. Abortus is een thema dat mensen heel erg raakt. Dehue geeft aan voor Neder­land en België veel bewijs­ma­te­riaal te hebben geleverd in een in 2023 door haar ge­pu­bli­ceerd boek.
Nogmaals, ik kan haar onder­zoek nu niet beoor­de­len, al lijkt het inter­view in de krant te getuigen van een voorop­ge­zet oor­deel over de stand­pun­ten van de katho­lieke kerk.

Sacra embyologia

In het artikel in Trouw ver­wijst zij naar een boek "Sacra embryologia" dat ook in het Neder­lands ver­taald zou zijn en in 1784 ge­pu­bli­ceerd. Dat was dus nog in de tijd dat de katho­lieke kerk in ons land offi­cieel verbo­den was, al waren de schuil­kerken toen al tame­lijk 'zicht­baar' in de samen­le­ving. De katho­lieke kerk was al haar bezit ontnomen en katho­lieken kon­den geen offi­cië­le ambten bekle­den. Katho­lieken behoor­den tot een gedis­cri­mi­neerde min­der­heids­groep. Die ach­ter­grond maakte voor mij de beoor­de­ling wel wat extra wrang.

Vermeersch-Creusen

Ik ben in een tame­lijk bekend hand­boek van Vermeersch-Creusen, Epitome Iuris canonici, (Tomus II, n. 30) wél de casus tegenge­ko­men van het toepassen van de keizersnede om het kind te kunnen red­den. Die keizersnede wordt aan­gera­den als daardoor het kind gered kan wor­den, wanneer de moe­der gestorven is. Een pries­ter moet dat zelf niet doen, want het is niet zijn vak en het kan straf­baar zijn, al erkent het hand­boek van Vermeersch-Creusen dat in 1780 door Rome aan een mis­sio­na­ris in China in een bepaald geval de opdracht was gegeven om de taak van chirurg uit te voeren.

Het boek uit 1784 ken ik niet, maar het lijkt me uit de geci­teerde bronnen dat de kerk terug­hou­dend was met het dopen in de moe­der­schoot of het toepassen van de keizersnede door anderen dan des­kun­dige artsen of verlos­kun­digen. Of er toch een praktijk is geweest dat pries­ters een keizersnee toepasten, zoals mw. Dehue meent, om het kind ter wereld te brengen, weet ik niet.

PS, Met dank aan degene die de ver­wij­zing stuurde, het gaat om: Sacra embryologia: sive de officio sacerdotum medicorum et aliorum circa aeternam parvulorum in utero exis­tentium salutem. Libri quatuor. In dit boek uit de 18e eeuw wordt de aan­wij­zing gegeven de keizersnede toe te passen als een zwan­gere vrouw overle­den was om het kindje te kunnen red­den of tenminste te kunnen dopen.
Iemand anders verwees me naar de doctoraalscriptie van W.P.J.M. Brand over "Het Zeeuwse deel van het bisdom Gent" (Tilburg, 1981) waarin verhaald wordt over een pries­ter in het Zeeuwse die geen mede­wer­king kreeg van de arts en toen zelf maar een keizersnede toepaste, nadat de dood van de moe­der was ge­con­sta­teerd. Hij werd daarvoor voor het gerecht ver­oor­deeld. De praktijk om een keizersnede toe te passen als de zwan­gere vrouw was overle­den om het kind tenminste te kunnen dopen, werd aange­ge­ven in in­struc­ties van Van Hooijdonk (1834) en Delebecque (1847) en komt in ver­schil­lende moraal­hand­boeken (Dens, Merkelbach, Prümmer enz.) voor. Daar wordt meer casuïstiek overwogen rond zwan­ger­schap en geboorte, vooral voor de gevallen dat zich erns­tige problemen voordoen. Een moe­der heeft niet de ver­plich­ting om een keizersnede te onder­gaan zodat haar kind nog gedoopt kan wor­den, maar zij mag er wel voor kiezen, zegt Prümmer bij­voor­beeld.

post deze webpagina op: Facebook X / Twitter
Terug