Seminarist Richard Numan aangesteld tot acoliet
Maandag 1 december was de maandelijkse Willibrorddag in het seminarie. De jonge priesters van de laatste vijf wijdingsjaren en de seminaristen in de pastorale vorming komen samen voor een speciaal programma. De willibrordlezing voor allen werd gehouden door pastoor en docent dr. Kees van Vliet. In de Eucharistieviering ontving één van de seminaristen de aanstelling tot acoliet. In het evangelie werd Jezus hulp in geroepen voor een verlamde (Mt. 8, 5-11). Die verlamde knecht zijn we eigenlijk allemaal...
Gesprek en lezing
Voor mij begon het programma van de dag met het gesprek met de jonge priesters en seminaristen in een pastoraal jaar. Het is altijd weer mooi en goed om hun ervaringen te horen. De lezing van dr. Kees van Vliet ging over de geloofsbelijdenis van het concilie van Nicea, heel actueel, nu de paus op reis is naar Turkije en Libanon en het concilie en de geloofsbelijdenis in Iznik (Nicea) heeft herdacht.
Aanstelling tot acoliet
Tijdens de Eucharistieviering vond de aanstelling tot acoliet plaats van Richard Numan, in aanwezigheid van de andere seminaristen en priesters en zijn eigen familie. Na het evangelie ontvangt de kandidaat dan een eigen zegen voor deze taak en aan hem wordt de hostieschaal overreikt. Het is een van de laatste stappen voor de diakenwijding en die nodigt uit tot liefde en verbinding met de Eucharistie.
Na de feestelijke Eucharistieviering (met vespers) was de eveneens feestelijke avondmaaltijd samen met de gasten van Richard. Van harte wensen we hem veel zegen voor zijn verdere weg naar de heilige wijdingen!
Heer, ik ben niet waardig!
MAANDAG IN DE EERSTE WEEK VAN DE ADVENT -
aanstelling tot acoliet van Richard Numan
Beste Richard,
De aanstelling
Straks zul je de aanstelling tot acoliet ontvangen.
Het is een bekrachtiging van het positieve oordeel
dat allen die bij jouw vorming zijn betrokken
hebben gegeven over jouw weg
en je beschikbaarheid om het gewijde dienstwerk te vervullen.
Deze stap verbindt je meer met het altaar
en met de heilige Eucharistie.
Het is een uitnodiging je te verenigen met Jezus Christus
die Zijn leven voor ons heeft gegeven.
Hij is niet de weg van rijkdom, macht en aanzien gegaan,
maar die van de gave van Zijn leven
tot het einde toe, niet uit dwang, maar uit liefde.
Moge de Heer je zegenen op jouw weg naar het priesterschap
waardoor je geroepen wordt
je met Jezus Christus te geven
in dienst van de Drie-ene God, van Zijn Kerk,
het volk van God.
Verlamd
Een honderdman roept Jezus’ hulp in
voor zijn knecht die verlamd is.
Eigenlijk zijn wij allemaal verlamd.
Wij zijn verlamd door de zonde;
zo zijn wij al geboren,
met een erfschuld op ons geladen.
Nog steeds...
En al is die van ons afgenomen,
van ons afgewenteld
als de steen voor het graf van Christus,
al zijn wij tot een nieuw leven opgestaan
en kind van God geworden,
toch ervaren wij dagelijks
de gevolgen van deze verlamming door de zonde:
dagelijks merken wij de zwakheid
van ons bestaan,
de sporen die de zonde in ons heeft nagelaten,
dat wij getrokken worden
naar het kwade.
We lopen tegen grenzen op
je zou zo graag echt helemaal
van Hem willen zijn
en voor Hem willen leven,
maar je menselijke zwakheid
speelt je parten,
niet alleen moreel,
maar ook fysiek en psychisch:
steeds lopen wij tegen grenzen op
en komen we "onszelf tegen".
Denk je heel wat mans te zijn,
sterk en stoer,
word je ineens ziek;
denk je nu vrij en innig met God verbonden te zijn,
komen er allerlei bekoringen;
denk je dat je alles aan kunt,
zie je ineens als een berg op
tegen wat gaat komen.
De ervaring van onze kleinheid
Zo worden we iedere keer met onze kleinheid
op allerlei gebied geconfronteerd.
En dat is natuurlijk maar goed ook,
hoe zouden we anders kunnen leren
onszelf uit handen te geven
en te leren dat we allen maar kunnen leven
door Gods genade,
dat we alles uit Zijn handen moeten en mogen ontvangen.
De voortdurend terugkerende ervaring van onze kleinheid,
moet ons helpen om te groeien
in vertrouwen,
om onszelf als een kind
aan Gods vaderzorgen toe te vertrouwen.
Heer, ik ben niet waardig
In iedere heilige Mis
herhalen we de woorden
die eens de honderdman sprak
en die dit vertrouwen
en de ervaring van eigen kleinheid en onvolkomenheid
zo prachtig uitdrukken:
"Heer, ik ben niet waardig,
dat Gij tot mij komt,
maar spréék
en ik zal gezond zijn".
Was het niet hopeloos?
De honderdman had zich in deze situatie
ook heel gemakkelijk kunnen laten leiden
door ontmoediging:
Zijn knecht is verlamd
en lijdt vreselijke pijn.
Het evangelie volgens Lucas
stelt zelfs
dat hij op sterven ligt.
Hopeloos!
En de honderdman is een heiden.
Hij zou toch nooit een beroep
op Jezus kunnen doen,
want het is voor de Jood die Jezus was
niet geoorloofd het huis van een heiden
te betreden.
Ook de weg naar hulp van de Heer
lijkt dus afgesneden,
menselijkerwijs gedacht.
En toch... ook nu...
Maar deze omstandigheden
brengen de honderdman er alleen maar toe
zijn vertrouwen in de kracht van God
nog te vergroten.
Hij had ontmoedigd
en hopeloos kunnen worden
- tot nu toe had God nog niet geholpen
en het was nu al zover heen met zijn knecht -
Hij had moedeloos kunnen worden,
maar hij zegt:
Nee, ook nu,
ook in deze omstandigheden
kan Hij alles,
Hij is immers almachtig,
niets is voor Hem te groot
of te moeilijk:
Hij kan mij helpen,
Hij zal mij helpen!
Op Hem stel ik mijn vertrouwen.
Doen als de honderdman
Laten wij doen als de honderdman
en vertrouwen
dat God al onze "verlammingen"
- fysiek, moreel, geestelijk, hoe dan ook -
zal genezen
als wij maar op Hem
durven bouwen.




















