Hij was sneller! De voordelen en nadelen van competitie en de grote Overwinnaar
Pasen in de Cokathedrale basiliek van St. Nicolaas
Op het hoogfeest van Pasen was ik in de co-kathedrale basiliek van sint Nicolaas voor de viering van de Eucharistie en ’s middags bij de zusters van Moeder Teresa. We stonden in de homilie stil bij het evangelie (Jo. 20, 1-9), bij overwinnaar Jezus Christus en allen die zich best graag als winnaars profileren...
Hij geloofde
Toen "die andere leerling" het graf van Jezus binnentrad zag hij en geloofde... Hij keek met geloof en liefde. Hij was de leerling die aan de borst van Chrsitus had gerust bij het Laatste Avondmaal.
Volle kerk
De feestelijke hoogmis met prachtige zang werd door veel mensen bijgewoond. Achterin de kerk stonden nog mensen, hoewel al stoelen waren bijgepaatst. Buiten stond nog een rij van mensen die naar binnen wilde...Er waren mensen van allerlei nationaliteiten. Aan het begin van de viering werden ze in een vijftal talen begroet.
Plebaan-deken Fennis en assisterend priester Paul Bindels concelebreerden, een aantal seminaristen assisteerde.
Ook in de cokathedraal waren in de paasnacht veel catechumenen in de kerk opgenomen (ik meen zelfs 24).
HIJ WAS SNELLER...
EERSTE PAASDAG (Jo. 20, 1-9)
Winnen
Hij was sneller, hij was er als eerste
Twee leerlingen renden naar het graf,
maar die ene, “de andere leerling”
was sneller dan Petrus.
Die heeft gewonnen!
Ja, dat wordt in het paasevangelie
toch maar even gemeld!
Misschien willen jullie ook wel graag winnen?
Wie heeft dat nu niet een beetje in zich?
We willen graag resultaten behalen
en geprezen worden, een beetje belangrijk zijn;
we hebben bijna allemaal wel een behoefte
om goed gevonden te worden.
Competitie
En we zijn allemaal enorm gewend aan competitie.
Wie is de slimste mens?
Prijsvragen en winnaars...
Van jongsaf aan zijn de meesten van ons
groot geworden met het idee dat je moet winnen:
een voetbalwedstrijd, een examen, een spelletje.
De beste tijd bij de marathon...
Ook bijna alle reclame ligt in die sfeer:
wie is de mooiste, de goedkoopste, de beste?
Gebalanceerd
Die competitiedrang kan misschien vaak wel
leiden tot iets goeds en moois,
omdat die mensen kan motiveren
tot een mooie en goede inzet,
niet lui blijven rondlummelen,
maar dat kan alleen
als die drang wordt gebalanceerd en gericht
door de waarden en diepere overtuigingen
die we ons eigen hebben gemaakt
of die in ons zijn gegroeid.
De grootste, de beste
Ik denk dat we ons allemaal zorgen maken
over machthebbers in deze wereld
die voortdurend roepen dat zijzelf
de grootste en de beste zijn
en hun bestuur een weldaad voor de mensen.
Als competitiedrang
vooral op de glorie van de eigen persoon is gericht,
dat gaat het mis.
Als het streven is:
“Make me great again”,
verliezen we de balans
en de ander uit het oog;
je blijft eenzaam achter
en waar we anderen hebben geschaad,
hun belangen hebben geraakt
zal geknakte trots die is vernederd,
in veel gevallen weer zinnen op wraak.
Je krijgt een keten van narigheid.
Was hij het?
Er wordt vermoed dat die leerling die sneller was
de apostel Johannes zou kunnen zijn.
Helemaal aan het eind van het evangelie van Johannes
wordt zoiets gesuggereerd.
Maar het staat er niet.
Het is de leerling “van wie Jezus hield”
en daar zouden we dus eigenlijk iedere christen
kunnen invullen,
want dat zijn wij allemaal,
je bent die leerling
naar wie de liefde van Jezus uitgaat.
Voorrang
De competitiedrang van die “andere leerling”
- dat hij de snelste is -
wordt dus gematigd en gebalanceerd
doordat de naam van die leerling niet wordt genoemd.
En als die leerling bij het graf gekomen is,
gaat hij niet alvast naar binnen.
Hij wacht op Simon Petrus
die hij het eerst laat binnen gaan.
Hij respecteerde de oudere en gezagvolle
apostel Petrus die door Jezus Christus
als hoofd van de Kerk was aangesteld.
Contemplatief
Die leerling van wie Jezus hield
was de leerling
die rustte aan de borst van Jezus
bij het Laatste Avondmaal
en die stond onder het kruis
met Jezus’ moeder Maria.
Die leerling was dus wel heel snel en competitief,
maar het gaat hem uiteindelijk niet om zijn ego,
dieper gaat zijn verlangen naar eenvoud,
bescheidenheid en dienstbaarheid;
hij is spiritueel, trouw
en geestelijk met zijn Heer verbonden,
die in de wereld kwam om te dienen
en Zijn leven te geven.
Het gaat hem dus niet zozeer
om de competitie en om winnen
het gaat hem om de Heer,
hij gaat het graf binnen, hij zag en geloofde.
Het lege graf
Maar wat zag hij precies?
Een leeg graf,
wat zwachtels en de zweetdoek.
Dat was het.
En wat geloofde hij?
Niet dat de soldaten hadden geslapen
en ze zijn dode lichaam hadden gestolen.
Zelfs niet een andere menselijke verklaring.
Nee, hij geloofde
dat Jezus uit de doden was opgestaan.
Hij geloofde dus
wat menselijk, rationeel
onverklaarbaar was.
Wonderen zien
Heel veel mensen maken wonderen mee,
maar de meeste mensen
kunnen dan hun ogen niet geloven.
Een niet-gelovige journalist van een Nederlands dagblad
maakte ooit een verschijning van Maria mee.
Hij zag die voor zijn ogen,
vond het gek en onverklaarbaar,
maar hij ging er niet door geloven.
Een agnost in Lourdes
En bekend is het geval
van de niet-gelovige arts Alexis Carrell,
die in 1921 de Nobelprijs won
en als agnost een keer meeging naar Lourdes.
Hij zag daar voor zijn ogen
een wonder gebeuren,
de complete genezing van Marie Bailly.
Hij was in verwarring,
hij wist wat hij gezien had,
maar geloven kon hij niet,
pas in zijn laatste levensjaren
kwam hij tot geloof,
toen hij met meer nederigheid
naar zijn leven kon kijken
en ook zijn fouten kon zien.
De winnaar!
De apostel Paulus zegt het ergens:
“Loop zo dat je wint!”
Doe je best, zet je in
om de prijs van het eeuwig leven te winnen.
Trouwens, over winnaars gesproken:
we vieren vandaag één grote, onovertroffen winnaar!
Jezus Christus overwon de dood.
Het graf was leeg, Hij is opgestaan!
Om te kunnen geloven in zijn verrijzenis,
moet je zijn als die “andere leerling”,
van wie Jezus hield:
ijverig en snel, dat wel,
maar ook eenvoudig en bescheiden,
een open hart voor het wonder.


























