Teksten met betrekking tot het schisma van de broederschap van Pius X
Hieronder vindt U de verschillende documenten van het Dicasterie voor de Geloofsleer die betrekking hebben op het schisma van de Priesterbroederschap van de H. Pius X (FSSPX). Allereerst het decreet waarmee de opgelopen automatische excommunicatie wordt verklaard en wordt aangegeven dat de Priesterbroederschap zich daardoor opnieuw in schisma heeft begeven, vervolgens de Toelichting die geen eigen juridische betekenis heeft, maar de situatie toelicht die is ontstaan door het schisma. Vervolgens de procedures die moeten worden gevolgd wanneer iemand zich met de kerk wil verzoenen, die zich na het schisma tot de gemeenschap van deze Priesterbroederschap heeft bekend.
Voor wat betreft de leken die verbonden zijn met de Priesterbroederschap van de H. Pius X worden criteria gegeven voor de afweging van de vraag of zij de excommunicatie al dan niet hebben opgelopen. Een excommunicatie wordt niet opgelopen als er geen kenbare uitdrukking aan - in dit geval - schismatieke intenties is gegeven.
Welwillendheid
In ieder geval wil ik de priesters aanbevelen om gelovigen die zich komend vanuit kerken van de Pius X, tot hen wenden met hartelijkheid en welwillendheid te ontvangen. Er zijn er onder hen die teleurstellende ervaringen hebben gehad binnen de katholieke kerk, zoals een gebrek aan eerbied en trouw aan kerk en geloof, en daardoor tot de gedachte gekomen zijn om naar de Pius X te gaan. Er zijn binnen de katholieke kerk fouten gemaakt en het is te begrijpen als mensen daardoor geraakt zijn geweest. Natuurlijk is dat geen reden om in schisma te gaan en we verheugen ons dan ook over ieder die terugkeert en binnen de eenheid van de ene Kerk wil staan: "in illo uno unum".
Voorbehouden of niet
De excommunicatie verbonden aan het wijden van bisschoppen zonder mandaat is voorbehouden aan de H. Stoel.
Dat geldt niet voor de excommunicatie wegens schisma. Daarvan kan langs de Bisschop worden bevrijd.
Wenken voor biechtvaders
In het interne forum kunnen de biechtvaders van ons bisdom Haarlem-Amsterdam binnen de grenzen van ons bisdom van excommunicaties (die niet zijn voorbehouden aan de Apostolische Stoel) ontslaan; dit geldt voor alle priesters die de faculteit hebben gekregen om van censuren te ontslaan. Die faculteit is gegeven aan alle priesters in ons bisdom die - zeker de laatste vijftien jaar - biechtfaculteit hebben gekregen.
Als het gaat om schismatieke gedachten alleen, wordt de excommunicatie niet opgelopen; als iemand bijvoorbeeld in een opwelling in klein gezelschap schismatieke uitspraken heeft gedaan, kan de biechtvader afwegen of er toerekenbaarheid is en - als hij bevoegd is om van censuren te ontslaan - kan hij volstaan met het ontslaan van een excommunicatie in foro interno waarvan nauwelijks bekend is dat die mogelijk is opgelopen; ook kan iedere biechtvader - ook zonder speciale bevoegdheid voor het ontslaan van censuren - voorlopig ontslaan van de excommunicatie als de penitent op zich neemt de bevoegde kerkelijke overheid te benaderen om ontslagen te worden van de excommunicatie.
Als het om publieke feiten gaat moeten er ook publiek de stappen worden gezet, die hieronder zijn aangegeven.
Geldigheid van huwelijken en biecht bij Pius X
Er is enige discussie over de Toelichting van het Dicasterie voor de Geloofsleer ten aanzien van het sacrament van boete (de biecht, zie hieronder). De aard van de Toelichting is het toelichten van de situatie die ontstaan is door het schisma, de toelichting heeft geen eigen rechtskracht, maar geeft alleen aan in wat voor situatie de Priesterbroederschap van Pius X is terecht gekomen. De Nota stelt dus in feite dat de Priesterbroederschap door het schisma dat is ontstaan door de bisschopswijdingen, de verlening van faculteit die paus Franciscus had gedaan ten aanzien van de biecht en de mogelijkheden die hij had geopend om langs een speciale route een geldig huwelijk te kunnen sluiten, nu vervallen zijn door het schisma. Het Dicasterie voor de Geloofsleer heeft dus geïnterpreteerd dat de speciale verleningen van paus Franciscus automatisch vervallen zijn nu de Priesterbroederschap zich buiten de gemeenschap van de Kerk heeft gesteld door het schisma.
Codex Iuris canonici
De tekst van de canones 1364 par. 1 en 1387 van het kerkelijk wetboek (Codex Iuris Canonici), die in de teksten van het Dicasterie wordt geciteerd, luidt:
c. 1364: § 1 Een geloofsafvallige, een ketter of een schismaticus loopt een excommunicatie van rechtswege op, onverminderd het voorschrift van can. 194, § 1, nr.2; een clericus kan bovendien gestraft worden met de straffen waarover in can. 1336, § 1, nrs. 1, 2 en 3 can. 1336 §§ 2-4.
c. 1387: "De bisschop die zonder pauselijk mandaat iemand tot bisschop wijdt, en eveneens hij die van deze de wijding ontvangt, lopen een excommunicatie van rechtswege op die aan de Apostolische Stoel voorbehouden is".
DICASTERIE VOOR DE GELOOFSLEER
Prot. nr. 99/2009
DECREET
Ondanks de vermaningen die waren gericht aan de algemene overste van de Priesterbroederschap Sint-Pius X, is bisschop Alfonso de Galarreta, door een schismatieke daad te hebben verricht door middel van de bisschopswijding van vier priesters, zonder pauselijk mandaat en tegen de wil van de Paus, ipso facto onderworpen aan de straffen voorzien in can. 1387 en can. 1364 § 1 CIC 2021.
Ik verklaar derhalve met alle juridische gevolgen van dien dat zowel de bovengenoemde bisschop Alfonso de Galarreta als Pascal Schreiber, Michael Goldade, Michel Poinsinet de Sivry en Marc Hanappier ipso facto de latae sententiae-excommunicatie hebben opgelopen die voorbehouden is aan de Apostolische Stoel.
Ik verklaar bovendien dat bisschop Bernard Fellay, door rechtstreeks als mede-wijdende bisschop aan de liturgische viering te hebben deelgenomen en daarmee publiekelijk aan de schismatieke daad te hebben meegewerkt, ipso facto de latae sententiae-excommunicatie heeft opgelopen zoals voorzien in can. 1364 § 1 CIC 2021.
De geestelijken en de leken worden gewaarschuwd zich niet aan te sluiten bij het schisma van de Priesterbroederschap Sint-Pius X, omdat zij dan ipso facto de straf van de latae sententiae-excommunicatie zouden oplopen.
Vanuit het Paleis van het Dicasterie, 2 juli 2026
Víctor M. kardinaal Fernández
Prefect
John J. Kennedy
Titularis-aartsbisschop van Ossero
Secretaris voor de Disciplinaire Afdeling
Mgr. Armando Matteo
Secretaris voor de Leerstellige Afdeling
DICASTERIE VOOR DE GELOOFSLEER
Prot. nr. 99/2009
TOELICHTING
Vanaf de tijd van de heilige Paulus VI tot aan de laatste gesprekken, die onlangs bij dit Dicasterie hebben plaatsgevonden, zijn de vele pogingen om de aanhangers van de door Mgr. Marcel Lefebvre gestichte beweging terug te brengen tot de volledige gemeenschap met de katholieke Kerk vruchteloos gebleken. Deze situatie is verder verslechterd door de recente bisschopswijdingen die zonder pauselijk mandaat zijn voltrokken, tegen de wil van de Heilige Vader in en in openlijke schending van het canoniek recht. Daarom acht dit Dicasterie, in de getrouwe uitoefening van de aan haar toevertrouwde taken, het noodzakelijk vast te stellen dat deze daad het misdrijf van schisma heeft gevormd, met de canonieke gevolgen voor de betrokken gewijde ambtsdragers en leken. Zoals immers reeds in 1988 werd verklaard: „deze ongehoorzaamheid - die een praktische afwijzing van het Romeinse primaat met zich meebrengt - vormt een schismatieke daad” (cf. Johannes Paulus II, Apostolische brief Ecclesia Dei, 3).
In dit verband geldt voortaan het volgende:
1. De gewijde ambtsdragers die behoren tot de Priesterbroederschap Sint-Pius X bevinden zich in schisma en moeten derhalve als schismatieken worden beschouwd (cf. Ecclesia De, 5 c; Pauselijke Raad voor Wetgevende Teksten, Toelichting op de excommunicatie wegens schisma waaraan de aanhangers van de beweging van bisschop Marcel Lefebvre zich schuldig maken, 24 augustus 1996, 5-6), en zijn derhalve onderworpen aan de door het recht voorgeschreven excommunicatie (can. 1364 § 1 CJC).
2. Wat de leken betreft, moeten degenen die zich formeel aansluiten bij de Priesterbroederschap Sint-Pius X, worden beschouwd als schismatieken en geëxcommuniceerd onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in de Toelichting van de Pauselijke Raad voor Wetgevende Teksten uit 1996 (zie ibidem, 7), die nog steeds van kracht is en die dit Dicasterie zich eigen maakt.
3. Ten slotte wordt het heilige Volk van God erop gewezen dat de gewijde dienaren van de Priesterbroederschap Sint-Pius X de sacramenten op onrechtmatige wijze toedienen en dat het door hen toegediende sacrament van de boete en het door hen bevestigde huwelijk ongeldig zijn.
De Kerk zal, als zorgzame moeder, allen die terug willen keren naar de volle gemeenschap met oprechte genegenheid en zorgvuldige aandacht ontvangen. De apostolische nuntius zal de procedures vaststellen die de ordinariaten in de verschillende gevallen kunnen toepassen.
Ten slotte worden alle gelovigen aangespoord om standvastig te blijven in de gemeenschap met de Paus van Rome, met de bisschoppen die met hem in gemeenschap zijn en met de hele Kerk (cf. Lumen Gentium, 22; can. 751 CIC), en zich te onthouden van deelname aan vieringen en activiteiten die worden georganiseerd door de bovengenoemde Priesterbroederschap Sint-Pius X.
Vanuit het paleis van het Dicasterie, 2 juli 2026
Víctor M. kardinaal Fernández
Prefect
Mgr. Armando Matteo
Secretaris voor de Afdeling Leerstellige Zaken
John J. Kennedy
Titularis-aartsbisschop van Ossero
Secretaris voor de Afdeling Disciplinaire Zaken
DICASTERIE VOOR DE GELOOFSLEER
PROCEDURE VOOR DE VERZOENING VAN PRIESTERS AFKOMSTIG UIT DE PRIESTERBROEDERSCHAP VAN DE HEILIGE PIUS X
De procedure die het Dicasterie voor de Geloofsleer volgt, vanaf 1 juli 2026, bepaalt dat de priester die heeft besloten de Priesterbroederschap Sint-Pius X te verlaten en bereid is het Tweede Vaticaans Concilie en de legitimiteit van de novus ordo Missae te aanvaarden, hoewel hij gehecht blijft aan de usus antiquior, het volgende moet doen: 1) Een ordinaris vinden (diocesane bisschop, hogere overste van religieuze instituten van pauselijk recht voor geestelijken en van verenigingen van apostolisch leven van pauselijk recht voor geestelijken, enz.) die bereid is hem ad experimentum op te nemen. 2) Met eigen hand een brief aan de Heilige Vader schrijven waarin hij zich voorstelt en verzoekt om kwijtschelding van de censuren die hij heeft opgelopen vanwege de wijding die hij heeft ontvangen van een geëxcommuniceerde of niet-reguliere bisschop, of omdat hij, hoewel geldig en rechtmatig gewijd, vervolgens lid is geworden van de Priesterbroederschap Sint Pius X. 3) Het certificaat van priesterwijding bijvoegen. 4) De „Professio fidei” en de „Formula adhaesionis”, gedateerd en ondertekend, bijvoegen (zie bijlagen A-B). 5) De drie bovengenoemde documenten door de Ordinarius naar het Dicasterie voor de Geloofsleer laten verzenden, waarbij de Ordinarius in de begeleidende brief aangeeft bereid te zijn hem ad experimentum in zijn eigen bisdom of instituut op te nemen. Zodra de drie documenten van de Ordinarius zijn ontvangen, stelt het Dicasterie het Rescript op tot opheffing van de censuren, dat zal worden ondertekend door de Prefect en de Secretaris van de Sectie voor de Geloofsleer. Het Dicasterie zal dit Rescript aan de Ordinarius toezenden, samen met een begeleidende brief waarin toestemming wordt verleend om de verzoekende priester op te nemen voor een proefperiode van ten minste één jaar en niet meer dan drie jaar, waarna tot zijn incardinatie kan worden overgegaan. Onlangs is besloten dat, indien de vastgestelde proefperiode geen goed einde neemt, de Ordinarius het Rescript zal terugzenden naar het Dicasterie voor de Geloofsleer, vergezeld van een verslag over de redenen voor het uitblijven van de incardinatie.
DICASTERIE VOOR DE GELOOFSLEER
PRAKTIJK VOOR DE VERZOENING VAN BEPAALDE LEKEN AFKOMSTIG VAN DE PRIESTERBROEDERSCHAP VAN DE HEILIGE PIUS X
Deze praktijk heeft betrekking op de kwestie van de toerekenbaarheid of de mate van subjectieve verantwoordelijkheid van de leken die zich formeel hebben aangesloten bij of lid zijn van de Priesterlijke Broederschap van de Heilige Pius X en die verzoeken om in volledige gemeenschap met de Katholieke Kerk te treden.
Het opleggen van een straf aan leken die tot de Priesterbroederschap Sint-Pius X behoren, kan niet automatisch worden verondersteld, maar moet per geval worden beoordeeld.
Aangezien toerekenbaarheid volledige kennis van zaken en weloverwogen instemming vereist, kunnen voorbeelden van bewezen toerekenbaarheid betrekking hebben op:
1. Leken die deel uitmaken van de Derde Orde van de Priesterbroederschap Sint-Pius X;
2. Leken die regelmatig deelnemen aan de vieringen van de Priesterbroederschap Sint-Pius X en formeel de leerstellige standpunten ervan delen.
Daarentegen worden de volgende personen niet als aansprakelijk beschouwd:
3. Leken die de Priesterbroederschap Sint-Pius X uitsluitend om liturgische of spirituele redenen hebben bezocht;
4. Leken die, hoewel zij zich bewust zijn van de spanningen met de Heilige Stoel, het leergezag of het gezag van de paus niet afwijzen.
De eventuele procedure die moet worden gevolgd voor leken die tot de Priesterbroederschap Sint-Pius X behoren, aan wie een straf is opgelegd en die verzoeken om in volledige gemeenschap met de Katholieke Kerk te treden, houdt een formele verklaring in van volledige aanvaarding van de leer en gehoorzaamheid aan de katholieke hiërarchie, onder de jurisdictie van de plaatselijke Ordinarius, die de eenheid van de particuliere Kerk waarborgt.
Daarom moet een lekengelovige, zoals bedoeld in de punten 1-2, die heeft besloten de Priesterbroederschap Sint-Pius X te verlaten: de gedateerde en ondertekende Professio fidei en de Formula adhaesionis aan de plaatselijke Ordinarius voorleggen (zie bijlagen A-B).
Zodra de documenten zijn ontvangen, zal de plaatselijke Ordinarius de lekengelovige opnemen op de wijze en binnen de termijn die hij het meest geschikt acht, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de Rite voor de toelating tot de volledige gemeenschap van de katholieke Kerk van degenen die reeds geldig gedoopt zijn, naar behoren aangepast.
Wat betreft de lekengelovige, bedoeld in de nrs. 3-4, volstaat het dat hij zich wendt tot een priester in volle gemeenschap, met het voornemen om in de toekomst de Priesterbroederschap van Sint-Pius X niet meer te bezoeken.
BIJLAGE A
GELOOFSBELIJDENIS
Ik, N.
Ik geloof met vast geloof en belijd alle leerstellingen die afzonderlijk en tezamen vervat zijn in de geloofsbelijdenis, namelijk, Ik geloof in één God de almachtige Vader Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden geboren uit de Vader. God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God.Geboren, niet geschapen,één in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomendoor de heilige Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden.Hij werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften. Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde. Ik geloof in de heilige Geest die Heer is en het leven geeft die voortkomt uit de Vader en de Zoon; die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt; die gesproken heeft door de profeten. Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk. Amen.
Eveneens geloof ik met vast geloof alles wat vervat is in het geschreven of overgeleverd woord van God, en wat door de Kerk hetzij door een plechtig oordeel hetzij door het gewoon en universeel leergezag als van Godswege geopenbaard te geloven voorgehouden wordt.
Vast aanvaard ik ook en houd mij aan alle uitspraken en elke uitspraak afzonderlijk die met betrekking tot de leer over geloof en zeden door haar definitief worden gedaan.
Bovendien aanvaard ik met religieuze volgzaamheid van wil en verstand de leerstellingen die hetzij de Paus hetzij het Bisschoppencollege naar voren brengen wanneer zij hun authentiek leergezag uitoefenen, ook al hebben zij niet de bedoeling deze bij definitieve act af te kondigen.
Plaats: ... Datum: ... ondertekening:
BIJLAGE B
AANSLUITINGSFORMULE
Ik, N. beloof trouw aan de Katholieke Kerk en aan de Paus van Rome, de hoogste herder van de Kerk, de plaatsvervanger van Christus, de opvolger van de zalige Petrus in zijn primaatschap en het hoofd van het college van bisschoppen, en onthoud mij van elke openbare verklaring die in tegenspraak is met deze persoon of met het leergezag (cf. can. 1373 en 1365 van het Code van het canonieke recht). Ik aanvaard de leer die in nr. 25 van de dogmatische constitutie Lumen Gentium van het Tweede Vaticaans Concilie wordt onderwezen betreffende het leergezag van de Kerk en de daaraan verschuldigde trouw. Wat betreft bepaalde leerstellingen die het Tweede Vaticaans Concilie heeft onderwezen, of betreffende latere hervormingen, hetzij van de liturgie, hetzij van het canoniek recht, die volgens sommigen moeilijk te verzoenen lijken te zijn met eerdere verklaringen van het leergezag, neem ik de verplichting op mij om de positieve benadering te volgen bij de uitleg van de leer onder leiding van het leergezag, opdat niemand deze loskoppelt van het overige heilige erfgoed van de leer van de Kerk. Ik verklaar tevens de geldigheid te aanvaarden van het Misoffer en de sacramenten die worden gevierd met de intentie te doen wat de Kerk doet, en volgens de riten die te vinden zijn in de officiële uitgaven van het Romeinse Missaal en de Ritualen, uitgegeven door de pausen Paulus VI en Johannes Paulus II. Ten slotte beloof ik mij te houden aan de algemene discipline van de Kerk en haar wetten, in de eerste plaats die welke zijn opgenomen in het Codex Iuris Canonici, afgekondigd door de Paus Johannes Paulus II.
Dit alles heb ik eigenhandig ondertekend, te ... [plaats] op ...[datum]
Handtekening:


















